Portugal… hartverwarmend mooi, hoffelijk, gelovig en tolerant.

Zo heb ik inderdaad dit land ervaren gedurende mijn veertiendaagse vakantie begin vorige maand. Ik raas even snel door de me bijgebleven indrukken en ervaringen. Van de luchthaven Portela naar de Praça Marquês de Pombal vergeet ik op de bus mijn tas met al mijn broodnodige documenten. Ik realiseer het me op het ogenblik dat ik een jongedame vraag waar bus 74, die me naar mijn logeerplaats moet brengen, ergens stopt. Lichte paniek natuurlijk. De dame in kwestie is Russische en spreekt te weinig Engels. Ze haalt er een andere jonge dame bij, Bernadeta. Die stapt onmiddellijk op het politiebureau in Pombal af en weet de agent te overtuigen om naar de busdienst te bellen. We wachten 10 minuten en krijgen antwoord in het politiebureau. De tas is gevonden. Zal meegegeven worden met een andere chauffeur van dezelfde lijn en zal over zowat een uurtje op Pombal arriveren. De beide dames blijven bij me, zelfs nadat ik hen verzeker dat ik het verder wel alleen afkan. Ongelooflijk vriendelijk van ze. Ondertussen ontspint zich een gesprek tussen ons drieën. Bernardeta is Venezolaanse, ouders Portugees maar Bernadeta kwam terug. Werkte aan de ambassade van Kroatië. Gonar, de jongedame die ik eerst aansprak, is gehuwd met een Portugees. Ik stel voor om samen een koffietje te gaan drinken terwijl we wachten. Geen succes. Wachten aan de bushalte voor de bank Sanctu Spiritu. De bus daagt op, mijn tas wordt overhandigd, intact. Wat een wonder! Wat een snelle en vriendelijke afhandeling van een domme vergetelheid. Bernadeta beweert dat als een reis slecht begint, ze voor de rest schitterend zal verlopen. Ze heeft gelijk gekregen. Ze is katholiek en kwam uit de kerkdienst, vertelt ze. Gonar is evangelische. Bernardeta wandelt nog samen met me naar het hotel en wil perse ook mijn koffertje overnemen. Aan het hotel wisselen we adressen uit. Zondagmiddag 16 u. Een bewogen begin.
Het pension val best mee. Erg praktisch gelegen. Ik stap nog op het Gulbenkian en San Sebastiao af. Ik vind de plaats waar Herman de Coninck in 1996 op de stoep neerstortte na een hartstilstand. Wandel nadien verder door de Gulbenkiantuinen en het prachtige Edward VII – park. Ik ben echter vergeten mijn sportschoenen aan te trekken en heb nu flinke blaren door mijn nieuwe sandalen. Oerdom, maar wie zijn hoofd er niet bijhoudt moet op voetblaren lopen. Gelukkig heb ik reddende compeed-pleisters bij.
De volgende dagen komen de traditionele toeristische sights van Lissabon aan bod, Praça do Comercio, de Baixa, Santo Domingo, de Elevador Santa Justa, Rossio, de Jardim del Torrel (een lieftallig parkje met uitzicht over de stad) en ik geniet met volle teugen. Het weer is fantastisch, de mensen vriendelijk, ik neem alles heel bewust in me op. Ik leg mijn impressies op foto (nog steeds analoog) vast en ben elke avond moe maar erg tevreden. Alles loopt vlot ook de avondmalen in diverse restaurantjes stellen niet teleur. In de Rua Augusto Rosa heb ik een interessante babbel met de eigenaar van FABULA URBIS, een boekenwinkel in Mouraria nabij het Teatro Romano. Ik neem er Pessoa’s The Book of Disquiet mee en een fado-cd van Amalia Rodriguez. De miradores van Mouraria zijn adembenemend mooi. Wanneer ik er in een van de pastelaria’s een paar broodjes koop en die op de balie laat liggen na betaling, stormt de winkeljuffrouw achter me aan. Mijn “stupid me !” bezorgt ons beiden een hartelijke lachbui waarvan we nadat ik haar het verhaal doe van het begin van mijn reis even niet bijkomen. Ik begin echt te houden van vrolijk Lissabon. De volgende dag reis ik met de trein naar Sintra waar ik het Palácio da Pena bezoek en naar Cruz Alta klim, het Palácio National en de Quinta da Regalera aandoe. De dag nadien gaat het met de langeafstandsbus van Rede Expressos naar Evora met zijn prachtige Diana-tempel en jezuïetenuniversiteit en  – kathedraal. Vanop het dak van de kathedraal krijg ik een  uitzicht op de Alentejo-provincie dat nog lang op mijn netvlies zal blijven hangen. De weidse tarwevelden en kurkeikengaarden, prachtig. Ook het pelgrimsoord Fatima laat me de dag nadien niet onberoerd. De moderne Sanctissima Trinidade – basiliek wordt in alle opzichten een rustpunt. De zoektocht naar een postzegel eens te meer een kennismaking met de vriendelijkheid en hoffelijkheid van het Portugese volk. En later Belém: het Jeronimo-klooster, de tentoonstelling over de evolutie van het religieuze in het archeologisch museum, het maritiem museum waar vooral de inrichting van de koninklijke hutten op de koninklijke yachten me is bijgebleven en de lunch met de typische pasteies de Belém als toetje, het museum voor moderne kunst en de deugddoende siësta in de schaduw op het gras in de  olijfgaard van de cafetaria. De Torre de Belém, de bijzondere wachttoren op de Taag, het monument van de Veroveringen en het heerlijke eenvoudige avondmaal in bistrootje Montenegro.
En dan naar Porto, ruim drie busuren van Lissabon. Helemaal anders. Iets chaotischer. Bloedheet was het er. Maar zoals de receptionist van het pension in Lissabon me voorspeld had, groener. De hotelkamer was perfect, het ontbijtbuffet heerlijk, de 1920-sfeer apart. Binnen de kortste keren voelde ik me er thuis. De Ribeira, de Sé, het Sao Bento-station, het Palácio da Bolsa, de San Antoniokerk met zijn prachtige talha dorada, het Fondación Serralves waar een interessante retrospectieve liep over de Portugese cineast Oliveira, de shopping mall Via Catharina en vooral de dagtocht stroomopwaarts op de Dourorivier tot Regua in gezelschap van boeiende tochtgenoten uit Massachusetts. De uitstap naar de universitaire site van Coïmbra aan de Mondegorivier maakte nostalgie naar mijn Leuvense tijd los. De bibliotheek is werkelijk uniek, de promotiezaal groots. Ik kon het niet laten om in de universitaire mensa te lunchen en er de studentikoze sfeer op te snuiven. Enkele studentinnen in zwart-wit uniform, poseerden graag en fier voor de foto.
Het Casa da Música, de laatste avond, met een openlucht jazzconcert (Verao na Praça) werd het orgelpunt van mijn Portugalreis. Mijn reiskoffertje is er wel het leven bij ingeschoten. Dat moeten de Portugese kasseitjes op hun rekening schrijven!

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s