Nu is het kleine paardje moe – Vaslav – Arthur Japin ****

Ik ken meneer niet. Toch ken ik hem zo goed als ieder ander. Ik ken hem zover hij zich kennen laat. Misschien, denk ik weleens, is er ook niet meer. Daarom gaan mensen met hem aan de haal, omdat hij zich aan niemand kenbaar maakt. Ze vullen hem in zoals ze hem willen hebben. Ze leggen hem hun wil op omdat hij niet weet hoe hij die van hemzelf duidelijk moet maken. Mensen willen woorden maar die beheerst hij niet. In plaats daarvan laat hij zich zien. Alles wat hij te zeggen heeft zit in dat lijf, en hij begrijpt maar niet waarom wij niet beter kijken. Vandaar dat iedereen door die ene tel betovert raakt, een fractie van een seconde – wat er ook gezegd wordt, langer is het niet dat hij zich in de lucht bevindt – omdat je daar iets ziet wat in het dagelijks leven niemand ooit vertoont: dat een mens tegelijk alles is en niets, zijn eigen god en ondergang. Wij zijn het zelf en hij is onze hoop. Voor één ogenblik, zo kort dat het pijn doet, hangt daar een mens tussen streven en mislukken. Wat ken ik meneer nou helemaal, en toch, toen ik die sprongen eenmaal had gezien, wist ik: dichterbij is niet te komen. (aldus Peter, Vaslavs bediende blz 310)

“Weet je wat de vergissing is?’ sprak hij hijgend. “Mensen bewonderen de hoogte die ik bereik. Zelf komen ze niet van de grond. Daarom denken ze dat het moeilijk is. Maar wat daarna komt is pas zwaar. Weer naar beneden zien te komen, dat is de kunst.” (aldus Vaslav blz 311)

Dit zijn slechts een paar passages uit de zeer boeiende roman van Arthur Japin over Vaslav Nijinski, de sterdanser van de Ballets Russes die op 19 januari 1919 plots een punt zette achter zijn danscarrière en tot z’n dood verder leefde in stilte. De prachtige beschrijvingen van de dansfiguren die Vaslav oefent en uitvoert verraden het meesterschap van Japin als woordkunstenaar. Ik heb me verkneukeld aan het gezichtspunt van Peter, de bediende. Magistraal weet Japin dit eenvoudige personage en z’n geliefde Lise uit het muisgrijze bestaan van bedienden tevoorschijn te halen  –Ik vraag me af waar meer moed voor nodig is, doorleven met een lot dat je kent (hij en Lise die elkaar van kindsbeen kennen en nooit buiten het eigen dal zijn geweest; die een uitgetekende toekomst tegemoet gaan) of aanmodderen zonder enig idee van wat je gaat gebeuren – door ze in hun ‘downstairswereld’ te tekenen als mensen die met beide voeten op de grond blijven en erg nuchtere wijsheid genereren waar ‘upstairs’ vaak aan voorbij loopt. Hun laconieke opmerkingen en commentaren; maar tegelijk hun toewijding vormen een prachtige tegenpool voor de aristocratische wereld van het begin van vorige eeuw die ze ‘dienen’. Ook de ‘bourgoishouding’ van Romola’s moeder en de escapades van de artistieke beau monde van dat tijdperk worden haarscherp in beeld gebracht. En last, not least ‘de verschijningsvormen die liefde zoal kan hebben’!

De mening dat er structureel wat schort aan de roman, zoals Maarten Dessing in de recensie uit Knack van 1 septemeber 2010 beweert, deel ik niet. Het orgelpunt is echt de laatste dansscène van Vaslav. Dat je vooraf dan al het vervolg van deze gebeurtenis verneemt, scherpt je aandacht voor dit slotakkoord; hoe gebeurde dat nu precies en waarom? Wat was de rol van Romola en van Sergej Pavlovitsj daarin? Waren zij degenen die hem verscheurden? Hun beider rollen worden in de beide middenhoofdstukken prachtig uit de doeken gedaan. Peter, de bediende, was er in het begin (eerste hoofdstuk) en bij het einde (laatste hoofdstuk) van die ‘beruchte dag’, als het ritmisch tikken van Vaslavs horloge aan z’n pols, waarvan hij beweerde dat het zijn hartenklop overhoop haalde. Ingenieus toch deze symboliek! De cirkel van Vaslavs carrière is rond:”Nu is het kleine paardje moe.”

http://www.recensieweb.nl/recensie/3347/Stilte+in+dans+en+woorden.html

Arthur Japin – Vaslav

Hoe kun je het best van iemand houden? In zijn roman onderzoekt Arthur Japin drie verschillende manieren van liefhebben.

Arthur Japin – Vaslav
Uitgeverij: De Arbeiderspers, Amsterdam

De titel draagt zijn voornaam. Het omslag toont een tekening van hem in een van zijn kostuums. Toch gaat Vaslav niet over de beroemde balletdanser Vaslav Nijinski (1890-1950).

De nieuwe roman van Arthur Japin is het verhaal van drie mensen die Nijinski het dierbaarst waren. En van hun liefde en bewondering voor hem. Impresario Sergej Diaghilev, echtgenote Romola Pulszky en bediende Peter houden elk op hun eigen manier van hem. Alle drie kunnen ze zich slecht inleven in de liefde van de anderen – en voelen dus veel ergernis voor elkaar.

In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog was Nijinski de grote ster van Les Ballet Russes. Het gezelschap van Diaghilev ontketende met de muziek en decors van grote avant-gardekunstenaars als Igor Strawinsky en Pablo Picasso een revolutie in de wereld van de dans. Het schandaal van Le Sacre du Printemps in 1913, waarvan Nijinski de choreografie ontwierp en de hoofdrol danste, geldt nog altijd als ijkpunt in de geschiedenis van de moderne kunst.

In hetzelfde jaar kwam het tot een breuk tussen Diaghilev en Nijinski, die een intense maar moeizame relatie hadden. Op tournee naar Argentinië, waar de impresario wegens zijn angst voor de zee ontbrak, liet Nijinski zich inpalmen door een danseres: de Hongaarse gravin Romola Pulszky. Ze trouwden meteen aan boord van het schip op weg naar Buenos Aires. Zodra Diaghilev daarvan op de hoogte werd gesteld, ontsloeg hij Nijinski per telegram.

Het is goed voor te stellen dat Arthur Japin zich aangetrokken voelde tot dit dramatische verhaal. Hierin kan hij al zijn ideeën kwijt over zijn thema: de liefde. De liefde die de brandstof is voor al ons handelen. De liefde die in ieders leven op een verschillende manier van beslissende invloed is. En daarom soms moeilijk is voor anderen om te begrijpen.

Japin laat dat mooi zien door vanuit drie personages het tragische hoogtepunt in het leven van de schizofreen geworden danser – 19 januari 1919, de laatste keer dat hij danste – te beschrijven.

Voor bediende Peter is Nijinski een opening naar een andere wereld. Nooit had hij iets anders gedaan dan wat van hem werd verwacht, nooit verliet hij het dal, lijdzaam accepteerde hij wat het leven hem bood.

Maar Nijinski leert hem dat wat je ooit is aangeleerd als eeuwig vaststaand, dat niet is. Dat vervult Peter met bewondering en dankbaarheid. Nijin-ski’s gekte zet hem aan haast te maken om zijn eigen leven te gaan leiden: ‘Dingen waar je van droomt moet je niet te lang laten liggen.’

Voor Diaghilev maakt Nijinski zijn failliet schrijnend zichtbaar. Niemand was hem ooit zo na gekomen als zijn sterdanser. Maar zijn overtuiging dat zijn onhandige, grote lichaam hem onwaardig maakte om van te houden, stond hun geluk voor altijd in de weg.

De mentale neergang van Nijinski maakt het besef alleen maar pijnlijker. De danser verkondigt steeds luider dat niets belangrijker is dan de liefde – de liefde waar Diaghilev zich juist van had afgekeerd.

Voor Romola is Nijinski een project. De Hongaarse gravin is het prototype van de vrouw die voor haar liefde vecht. Ze heeft alleen leren dansen om haar grote liefde te kunnen veroveren. De afkeer van anderen voor haar laat haar koud: ‘Zodra ik mijn man zag, hield ik van hem zoveel als menselijk mogelijk is, (…) sinds wanneer is dat een misdaad?’

Al hun verhalen zijn in Vaslav hecht aaneengesmeed rond Nijinski’s laatste optreden. Helaas niet hecht genoeg. Als Romola aan het woord komt, is het dertig jaar later. Ze vertelt uitgebreid wat er allemaal is gebeurd nadat de ziekte van haar man manifest is geworden: de opnames, de vlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog, de schaarse oplevingen. Dat geeft het gevoel dat je een epiloog leest nog vóór je bij de climax van de roman komt: de laatste voorstelling zelf.

Toch is Vaslav een betere Japin dan zijn voorganger, De overgave. Waar Japin zich in die roman te buiten ging aan soms al te apodictisch geformuleerde aforismen die de betekenis van de gebeurtenissen kracht moesten bijzetten, heeft hij in dit boek een betere balans gevonden tussen verhaal en aforistische toelichting.

De typische Japinuitspraken ontbreken niet: ‘Vechtlust voelde ik, alsof het leven en ik die dag eindelijk open kaart speelden.’ Maar hij vermengt ze op een natuurlijker wijze in het plot.

Maarten Dessing ( in Knack 01/09/2010)

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s