Permeke – Raveel – Brusselmans en TAZ# 2011****

Wie zich deze zomer wil onderdompelen in kunst en cultuur van eigen bodem komt zeker aan z’n trekken in Oostende deze week. Via de Zomerknack wordt die ook nog vergast op hier en daar een prettig extra. Ik wou ‘de bomen wat rust gunnen’ door mijn CO2 drastisch te reduceren en startte mijn daguitstap in het treinstation van Mechelen met een weekendbiljet richting Oostende. In Brugge reed ik met bus 52/53 richting Jabbeke naar het Constant Permekemuseum waar Roger Raveel momenteel te gast is en waar de bezoeker met Zomerknackticket een leuke affiche van de tentoonstelling cadeau krijgt. De Vier Winden, zoals Permeke z’n woonhuis noemde, is een oase van groen en rust. Raveel nam er z’n intrek in het beeldhouwatelier van Permeke. De Lijn bracht me nadien naar Oostende Station en het doorkruisen van dorpjes als Bekegem, Zerkegem, Snellegem, Eernegem en de gemeente Gistel gaf me een prachtig beeld van wat de kunstenaars uit deze streek zo dankbaar aangrepen voor hun werk. Middag was het ondertussen geworden en dus tijd voor een  snelle hap, uit het vuistje weliswaar en met zicht op de jachthaven, Mercator Marina van Oostende. MuZEE Romestraat herbergt er tot september een Jean Brusselmans retrospectieve.  Een ware verrassing. Na de musea even naar de dijk een frisse neus halen, want een zomerse temperatuur viel me er niet te beurt; bonte, zomerse, gezellige drukte daarentegen ‘zoveel je maar wil’- ‘à volonté’. ‘k Had ook gereserveerd voor een avondvoorstelling van Muziektheater Transparant (Josse De Pauw) met ‘Een nieuw Requiem’. Deze afsluiter waarbij Tom Jansen, de door Jeroen Brouwers herwerkte tekst van de oorspronkelijk Latijnse gezangen, bracht en sopraan Iris Luypaers de originele gezangen onder begeleiding van I Solisti del Vento, voerde de dag naar een ontroerend hoogtepunt.

Waar is nu, dood, gruwelijk stuk verdriet, je triomf, waar is, o dood, helleveeg, karonje met je rotte adem, je prikkel? Wie het gelove wil, gelove het. Ite, missa est. Requiescat in pace. Amen. Hoor, hoe nu opeens de duizenden krekels rondom het huis zwijgen. Er is storm op til.

(uit: Een nieuw Requiem – Jeroen Brouwers)

Toen ik om elf uur ’s avonds op de nmbs-parking naar m’n autootje stapte, hoorde ik één krekel zingen.

Een foto-impressie vindt u hier.

 

Mijnheer en het meisje – Dirk Verbruggen**

Dit verhaal (158 blz) uit 1995 kondigt zichzelf op het achterplat als volgt aan ‘De introverte Kamiel Peeters heeft altijd archeoloog willen worden, maar zijn moeder besliste anders. Nog steeds verzamelt hij mooie stenen en de hang naar klassieke schoonheid en verfijning beheerst zijn leven. Omdat Kamiel met vrouwen geen raad weet, beslist hij gemakshalve dat hij ze niet nodig heeft. Dan ontmoet hij Gina. De levenslustige jonge vrouw vat sympathie op voor de naïeve Kamiel. Als de sympathie overgaat in verliefdheid en vervolgens door Kamiels angstige terughoudendheid zelfs groeit tot een wellustige hartstocht, wordt de zwijgzame stenenverzamelaar tot daden gedwongen. Maar kan Kamiel Gina’s passie beantwoorden? En tot welke prijs?’

Ook als ik niet geweten had wie de auteur van dit verhaal was, zou ik het toch geraden hebben. De romanwereld van Verbruggen laat zich blindelings herkennen. De hoofdfiguur groeit ook hier uit tot een mix van ernst en luim; een saaie, harkerige boekhouder, blijven steken in z’n jongensjaren maar op zoek naar een ‘levensgezellin’ via  nu eens zakelijke, dan weer origineel romantische zoekertjes;  de absolute tegenpool van de gescheiden rokkenjager Tony; steeds in het gezelschap van z’n hond Sappho. De man draagt kennelijk een liefdestrauma uit z’n jeugd met zich mee dat naar het einde van de roman dan toch overwonnen wordt: Heer met hond en ervaring op het gebied van de liefde, wenst kennismaking met vriendelijke dame die zowel goede koffie als een grapje waardeert. Welke eenzame juffrouw die dit leest, droomt net als schrijver dezes van een eenvoudig maar onverwacht geluk?

Op het einde laconiek tegen z’n hond Sappho: ‘Kijk eens, Sappho, hoe vreemd het er aan toe kan gaan. Ik wou iets begraven en ik graaf iets op.’ (157)

Poëtisch, fijnzinnige Dirk Verbruggen zet hier een karakter neer dat gedurende nagenoeg de hele roman zakelijk nuchter afstand houdt tegenover de andere romanpersonages maar, door het personele vertelstandpunt, op een intimistische wijze de sympathie van de lezer weet te veroveren.

Voor de overkant – Charles Ducal | Spiegelgedicht | Watou 2011


DouviehoeveVoor de overkant   
                                                 
Er is geen later, zegt zij, het blijft altijd nu.
Wij kijken naar de leeggelopen vijver
waarin dezelfde vogels sporen schrijven
Op zoek naar voedsel in het slijk. Het residu


van wat uit mij is weggevloeid is zij.
Het enige wat ik nog uit de tijd wil halen
is de onmogelijkheid haar te verlaten,
niet nu, niet later. Dat zeg je nu, zegt zij.


Aan de overkant landt in het riet een reiger,
dezelfde reiger, maar zij ziet het niet.
Het slijk droogt op. Ik heb haar lief.
Het enige wat overschiet is mij zorgvuldig
voorbereiden.
 

Charles Ducal


 
 

Huis – Marc Tritsmans (Spiegelgedicht – Watou 2011)

 

Huis

                                                                                                                                          

wist ik veel wie er ooit                                                                                   

had gewoond maar nu

was het leeg: geen gordijnen

geen tafel geen stoelen

dwars keek ik er doorheen

 

en vanavond op de terugweg

geen muur niet eens een steen

geen spoor geen enkel teken

 

dit moet je onder ogen zien

een huis en iedereen die

er in thuishoort is er

en dan niet meer

 

Marc Tritsmans

 

 

 

 

De zomer van Winona – Dirk Verbruggen***

NBD|Biblion recensie
Toon de Wolf, die al jaren hoorspelen doceert, droomt ervan ooit een schitterend scenario voor een bioscoopfilm te schrijven. In dit boek volgen we zijn strijd met zichzelf, met het witte blad en met alle obstakels (zijn huisgenoten, zijn teveel aan liefde, zijn vriend die denkt aan kanker te lijden) tot zijn uiteindelijke ontgoocheling die maakt dat hij zijn hond het script laat verscheuren. Of een lezer die op zoek is naar een goed verhaal veel zal hebben aan dit al zo vaak beschreven proces, durf ik te betwijfelen. Insiders die zelf schrijven zullen zich dan weer ergeren aan het feit dat Toon – die als docent toch beter zou moeten weten – tegen alle regels in niet eens met een scènische synopsis van zijn verhaal begint maar ineens met de dialoogversie van start gaat. Gelukkig schrijft Verbruggen in een vlotte stijl en slaagt hij erin een mooie mengeling te bewerkstelligen tussen ontroering en ironie. Op die manier weet hij een zeer menselijk en geloofwaardig hoofdpersonage neer te zetten en wordt het boek, ondanks het weinig originele thema, toch nog de moeite waard. Kleine druk.
(Biblion recensie, Guy Didelez)

_________________________________

Wat zal ik toevoegen aan de bovenstaande recensie dan dat ik mij al lezend niet heb kunnen losmaken van de idee dat de hoofdpersonages  in  Dirk Verbruggens romans allen min of meer gelijke trekken hebben, allen zijn ze verwikkeld in een strijd met zichzelf, hun geliefde(n), hun levenskeuze en allen plegen ze op een tragi – komische  manier verzet  tegen de dagelijkse dwangmatige sleur  waarin ze verzeild geraakt zijn. Allen zijn ze getekend door een gemis, een leegte maar allen accepteren ze uiteindelijk het leven zoals het zich aandient, zonder spectaculair vertoon. Ze aanvaarden wat is, gaan gewoon door met leven, ook en vooral wanneer dit niet meteen ‘glamoureus’ en succesrijk is. In deze roman betreft het een gerateerde scenarioschrijver, een op een zijspoor gezette leraar, een tijdelijk naar een tweede woonst verbannen echtgenoot. De wereld van de hoofdfiguren is een erg beperkte, een microkosmos als het ware, waarin alles aanwezig is wat deze figuren verlangen en waarin zij ook alles observeren, overdenken en beleven wat er te observeren, overdenken en beleven valt. Daarom komen deze figuren ook zo menselijk en geloofwaardig over: ze zijn authentiek!

‘Ik ben gedoemd tot de nuance, tot het onopvallende.Veroordeeld tot bescheidenheid. En onbekendheid.’ (192), zegt Toon nadat z’n vriend Daniël en Pauline, z’n vrouw, het filmscript afkeurden. ‘Liever oprecht en gewoon, dan onwaarachtig en bekend’, steunt Pauline hem.

In deze roman worden de relatie met en de reflecties over het gedrag van Biggles, de jachthond, metafoor voor het leven van z’n meester. En Toon, net als Pierre in ‘Goede papieren’ en Karel in ‘De liefdeseter’ is ten prooi aan schuldgevoelens na z’n fout. Dat Toon echter in de liefde gelooft, lezen we in de volgende passage ‘De liefde had in dit huis gewoed, zo was het. Deliefde had in hun armen gewoed, in hun lichamen, tot er een kind van kwam. De liefde was neergeslagen in de muren, het pleister, de schilderijen aan de krammen, de planken die verkleurden en ’s nachts kraakten. De liefde zat in de gordijnen, in de vloeren en in de zolderingen, de liefde had gewerkt in alles wat ze naar dit hol hadden gesleept. Niets was hier binnen of hun hartstocht had het aangeraakt, verschoven, op zijn definitieve plaats gezet. Waar was de liefde? Hier, godverdomme, wat een vraag, ze waren erdoor omgeven, ze woonden erin, ze leefden ermee. Wat zouden mensen die zolang bij elkaar waren nog ‘ik hou van jou’ zeggen, als het al duizendvoudig op de muren stond?(143). Winona Ryder is de muze, de inspiratiebron van z’n filmscript. De realiteit sneed echter even doorheen de fictie en zette de hoofdpersoon ‘op de reservebank’ (196).

Ik heb ‘De zomer van Winona’ (1999) graag gelezen ondanks het gebrekkige filmscript dat, zeer logisch trouwens, onze ‘mislukkeling’, Toon de Wolf, ook naast de job van docent filmscenario doet grijpen. De roman steekt goed in elkaar en laat zich vlot lezen.

http://schrijversgewijs.be/schrijvers/verbruggen-dirk/

Zomeren in Watou: kleine momenten van gelukzaligheid.

“Herinnering is een vorm van ontmoeting’ (Khalil Gibran). Onder dit motto bouwde intendant, Jan Moeyaert en z’n team het Kunstenfestival Watou 2011 uit tot een erg verrassend en inspirerend evenement dat veel jong en beloftevol talent toont. Je kan er een daguitstap van maken want wie alle kunstwerken wil bekijken en in zich opnemen, zal wat tijd moeten uittrekken. Watou is vanuit Brussel zeer goed met openbaar vervoer bereikbaar. Vanuit Brussel-Zuid gaat om het uur een trein naar Poperinge en daar pikt De Lijn – belbus je op en brengt je naar Watou Markt. Het onthaal vindt plaats in het Douviehuis en je toegangskaart (3€ reductie voor leerkrachten) bevat een routeplan dat je kan volgen om de 10 kunstsites zijnde Douviehuis, Klooster, Kerk, Gemeentehuis, Rode Hoed, Douviehoeve, Blauwhuys, Parochiehuisje, Rusthuis en Kelder Brouwerij zonder moeite te vinden. Wie met deze sites vertrouwd is, zal merken dat ze ook dit jaar weer op een originele manier werden omgetoverd tot tentoonstellingsruimte. Vijf uur waarde ik rond tussen installaties, bestudeerde ik schilderijen, bekeek ik videobeelden, las ik gedichten en nam ik het landschap in me op. Als je dan na al dit voedsel voor de geest een terrasje op de markt kan aandoen en genieten van een lekker streekgerecht en streekbiertje bij een late, warme middagzon dan kan je, zoals de catalogusinleider het je van harte wenst, gewagen van kleine momenten van (opperste) gelukzaligheid. Een foto-impressie vindt u hier.

www.watou2011.be

 

De dagbewaarder – Dirk Verbruggen****

De dagbewaarder is een uitzonderlijk verhaal over poëzie in een kleine wereld. Het boek nodigt de lezer uit om mee te fantaseren, om te lezen wat er niet staat. (achterplat)

Ik kan onderstaande recensie van het Nederlands Letterenfonds slechts beamen. Dit 103 blz tellende werkje is een juweeltje van intimistische observatiekunst.

Een man herstelt in een instituut van een inzinking. In korte stukken van één of twee pagina’s lang noteert hij wat elke dag voor hem heeft getypeerd. Een bezoek aan een café met een vriendelijke dienster, een fietstocht, een uitstap met de andere patiënten van het instituut, zijn werk in het schildersatelier. Zijn plannen om het in het instituut nog een tijd uit te zingen, worden doorkruist door zijn verliefdheid op een zwijgzame patiënte, die hem ertoe zal aanzetten met haar weer in ‘het gevaarlijke volle leven’ te stappen. De notities leggen de bewustzijnswereld van de man bloot. Hij wordt ‘achtervolgd door het leven’, trekt zich ieders lijden aan, maar gaat ook intens op in de ervaring van de natuur in zijn directe omgeving. Deze verslagen geven een heel alert bewustzijn weer, op het obsessieve af, maar zijn ook doordrongen van een diepe melancholie om het leven: ‘Ik zie de geheime agenda van het vergaan in alles wat leeft.’ Met de verliefdheid van de man groeit in de poëtische stijl ook een heel verfijnd intimisme. Weer weet Dirk Verbruggen zonder effectbejag feilloos de meest gevoelige snaar te beroeren. (jb)


.
%d bloggers liken dit: