De liefdeseter – Dirk Verbruggen**

Dirk Verbruggen was de man die wel eens  thuis voorbijliep, de wandeling makend die de wit-rode bewegwijzeringsplaatjes voor elke wandelaar aangaven, en dan, terwijl ik de auto op de garageoprit stond te wassen, na een winter van drekkige smeltzoute wegen, een praatje maakte over o.a. dat autootje van mij. Of ik er tevreden over was en zo. Deze wandelaar, leraar van beroep, werd later mijn vakcollega en pas in die hoedanigheid leerde ik Dirk Verbruggen wat beter kennen. Veel tijd werd me daarvoor niet gegund want Dirk, toen al ernstig ziek, overleed het jaar nadat hij in juni 2008 uit het onderwijs was gestapt. In mijn geheugen is echter zijn afscheidsspeech blijven hangen omdat hij vol verwijzingen naar onze gemeenschappelijke leef-en werkbiotoop zat. Vandaag komt deze generatiegenoot vanuit z’n artistieke nalatenschap andermaal aan mij voorbij. Dat hij gedichten gepubliceerd had en het stadsbestuur één van z’n gedichten op een Mechelse gevel had laten aanbrengen, was me bekend; z’n romans liet ik, tot mijn scha en schande, tot op heden ongelezen. Ik smeek Dirk ‘postuum’ om genade en steek van wal met ‘De liefdeseter'(1993) een uitgewerkte novelle (127 blz).

Dramatis persona,  Karel Moonen, maakt een moeilijke fase in zijn leven door: zijn huwelijk is gestrand, het contact met zijn vrouw Rosie en zijn zoon Vincent is verbroken. Karel vecht tegen zijn levensangst, zijn zelfmedelijden en zijn in zwaarlijvigheid ontaarde vraatzucht. In psychotherapie en in seksuele avontuurtjes zoekt hij naar ‘verlichting’ – tevergeefs. Pas wanneer hij zijn ware gevoelens erkent, lijkt een ommekeer mogelijk. (achterplat)

Ik ben er niet in geslaagd deze novelle te lezen, los van de weliswaar luttele autobiografische gegevens mij van de auteur bekend. Karel Moonen en z’n schepper hebben wat trekken gemeen en de ruimte waarin het verhaal speelt (Maelingen, Muizingen, Tuinstede, Hamheide, Houtendam – Mechelen, Muizen, Hofstade, Bonheiden, Planckendael) verwijst naar talloze herkenbare plekken voor wie in dezelfde biotoop opgroeide. De flarden herinneringen van Moonen aan z’n jeugd en de beschrijving van de uitstapjes met zijn zoon Vincent naar het Meer van Tuinstede (Blosodomein Hofstade) en Houtendam (Planckendael) of van de vrijpartij met Rosie langs de Vaart, weten bij (heimat)lezers beslist wat emotie los te weken. De plaatsnaamwijzigingen doen echter komisch aan. Was dat de bedoeling? All names have been changed titelde de Ierse schrijfster Claire Kilroy haar roman over de roman. In haar roman bleef Dublin en Trinity College echter herkenbaar ongewijzigd, alleen de personages kregen een andere identiteit. Er wordt nagedacht over wat fictie met realiteit doet en vice versa? Ook Connie Palmen in haar boek Lucifer laat Amsterdam, Amsterdam en wijzigt alleen de namen van haar personages uit de Amsterdamse artistieke kringen. Zou het ongewijzigd laten van de romangeografie ook voor Verbruggens De liefdeseter geen grotere herkenbaarheid en dus een meerwaarde opgeleverd hebben? Het concept van sleutelverhaal zou er, mijns inziens, niets bij ingeboet hebben.

In negen hoofdstukjes (negen het getal van de voleinding) zet de schrijver de worsteling van Moonen (lunatic, maanzieke, duivelse ploert en vrouwenloper) uiteen op twee verschillende niveaus: de realiteit van zijn  dagelijkse psychische en fysieke pijn en de gecursiveerde stukjes in de schriftjes ‘gelijnd, want ik hou niet van geruit papier, het is alsof elk teken in een hok gevangen zit en elk verband met de andere tekens verliest.’ (25) Hij slaagt erin om het onderscheid tussen realiteit en romatische fictie in opvallende stijlverschillen om te zetten. De realiteit onthult een gekke maar gevoelige, intelligente en niet van ironie en relativeringsvermogen gespeende persoonlijkheid die via de reflecties in de schriftjes die onleefbare realiteit sublimeert.

Acteur Karel Moonen zegt over zichzelf: ‘Een Russische pop. Ik lijk op een Russische pop. Je ziet een man, maar eigenlijk zit daar een vrouw onder. En als je die vrouw wegneemt, zit daar een kind.’ (39)  En aan ’t eind van het verhaal  in de trein op de terugweg van een Ardense uitstap, in de waan dat een ommekeer mogelijk is: ‘Een horloge zonder wijzers, dacht ik. Een lege Russische pop.'(127)

Het thema ‘thuis’ is goed uitgewerkt. K. Moonen heeft in het MTC (Maelings Theater Centrum) een rol toegewezen gekregen in het stuk ‘Thuis’ van Hugo Claus. Hij woont, sinds Rosie weg is, bij zijn moeder. Hij is overal en nergens thuis. Hij schuwt zijn leegstaande huis en soms bieden een tent en de blote hemel genoeg thuis om te overleven. In de hele novelle is de poging om ‘thuis te komen’ de stuwende kracht achter de handelingen. ‘Wat me opwond valt van me af. Ik ent mezelf op mezelf en wordt een goede boom. En als deze boom geveld wordt, valt hij hier neer. Hier is het goed om te leven en hier blijf ik om te sterven. Ik kreeg een geweldige honger van al deze voornemens. Ik moest eten. Ik moest moed verzamelen  om aan mijn nieuw leven te beginnen. (79)

Ook het typisch romantische doodsverlangen is aanwezig. ‘En ik schommelde nog heftiger en wou dat God zelf de touwen op het goede ogenblik brak.’ (104) Maar ‘God liet me bij de schommel in de steek, zoals hij de laatste tijd wel meer deed.’ (105). Een ander romantisch gegeven is de ‘onbereikbare liefde’, oorzaak van zijn vervreemding, zijn liefdeshonger en liefdesziekte en het thema van de leegte die gevuld moet worden. ‘Honger, nou ja, eetlust of ten minste zin om iets in mijn mond te stoppen overviel me op ieder moment van de dag.’ (84) ‘Kom en daal neer en breng rust in mijn maag en darmen, neem de bedorven hersenen weg die steeds weer spreken van kauwen en malen en slikken, laat de lusten verstillen, laat de dodelijke zonde der gulzigheid in matigheid verkeren.'(84)

In de laatste bladzijden van het verhaal zegt collega-acteur Myriam, met wie hij op Ardense uitstap is en die haar geluk elders dan in het provinciale MTC wil gaan zoeken, Karel Moonen de toekomst aan, een klap in z’n gezicht: ‘Dat je een gulzige tijd gehad hebt. Of dat de tijd jou gehad heeft. Dat je nogal wat verbrand hebt van wat je kon. Ik denk dat je goede papieren had. Red wat ervan te redden valt.'(123)

Deze profetische woorden leiden naar Dirk Verbruggens ‘postuum’ uitgegeven roman ‘Goede papieren’. Hij ligt klaar op de leesplank.

http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/nieuws/mensen/mechelse-schrijver-dirk-verbruggen-58-overleden/article-1194707559082.htm

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s