Mijn Michaël – Amos Oz ****

Amos Oz verwisselde op 15-jarige leeftijd het ouderlijk huis voor de kibboets Choelda. Hij woonde en werkte er, met enkele onderbrekingen, zo’n dertig jaar. Aanvankelijk in het boerenbedrijf later, na z’n studie letterkunde en filosofie aan de universiteit van Jeruzalem, als docent en tenslotte als full time schrijver en journalist. De roman Mijn Michaël (1968) (285blz)gaat over een jonge vrouw, de 30-jarige Channa Gonen, die het verhaal van haar leven vertelt vanaf haar ontmoeting met de geologiestudent Michaël Gonen. Hun verliefdheid, hun beider familieachtergrond, hun huwelijk, Michaëls wetenschappelijke loopbaan, de geboorte van haar zoon, alle grote en kleine gebeurtenissen uit hun leven krijgen een plaats in het relaas van de dromerige en kwetsbare Channa maar ze kan ‘haar’ Michaël niet werkelijk bereiken, ondanks de oprechtheid van zijn en haar gevoelens, ondanks het uiterlijk succes en de schijnbare orde van hun bestaan. De roman speelt zich hoofdzakelijk in Jeruzalem af en vertrouwdheid met deze stad der steden zal het leesplezier allicht nog vergroten. Het verhaal speelt in de vijftiger jaren en bevat dus ook een brok historische gegevens over de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Ik heb genoten van de intelligente oprechtheid van de schrijver die zich op brillante wijze inwerkt in de psyche van een poëtisch, fijngevoelige vrouw wiens enige uitvlucht uit de situatie haar dagdromen of de hysterie zijn.

Jaïr (hun zoon) kan bijvoorbeeld de vraag stellen waarom iedereen iets anders denkt. Daarop antwoordt Michaël dan dat mensen verschillend zijn. Vervolgens vraagt Jaïr weer waarom geen twee mensen of kinderen hetzelfde zijn. Michaël geeft toe dat hij dat niet weet. Het kind zwijgt even, verwerkthet zorgvuldig, en zegt dan misschien ook: ‘Ik denk dat mama alles weet, omdat mama nooit zegt dat ze het niet weet. Ze zegt dat ze het wel weet, dat ze het alleen moeilijk vindt om het aan mij uit te leggen. Ik denk, als je het niet kunt uitleggen, hoe kun je dan zeggen dat je het wel weet? Ik heb gezegd.’ Michaël probeert dan, misschien met een onderdrukte glimlach, onze zoon uit te leggen wat het verschil is tussen iets denken en iets zeggen.’ (118)

Zij, tante Zenja, geloofde al haar leven lang dat het de taak van de vrouw was haar man te steunen op zijn weg naar grote prestaties. Alleen in het geval dat de man een nietsnut was, moest de vrouw wel de bittere weg afleggen en een mannenstrijd voeren in een mannenwereld.’  (152) Tante Zenja is  een gescheiden kinderarts.

De rouwdagen zijn voorbij. Mijn man en ik zitten weer tegenover elkaar aan de keukentafel tijdens het ontbijt zo rustig en op ons gemak dat een vreemde ten onrechte zou kunnen denken dat we in harmonie leven. Ik schuif de koffiekan naar Michaêl toe. Michaël reikt me twee bekers aan om vol te schenken. Ik schenk koffie in. Michaêl snijdt brood. Ik doe suiker in de twee bekers koffie en blijf erin roeren, totdat zijn stem me onderbreekt. ‘Zo is het genoeg, Channa. Het is nu wel goed geroerd. Je boort toch geen bron aan.’ (166)

‘De cipressen in de wijk Sanhedria buigen en richten zich op in de wind, richten zich op en buigen. Naar mijn bescheiden mening is elke soepelheid tovenarij. Ze vloeit en is tegelijkertijd koud en stil. (…) Dromen spatten telkens uiteen, en fijngevoelige mensen buigen niet, maar breken. (227)

‘In de winter kent Jeruzalem heldere, zonovergoten zaterdagen. De kleur van de hemel is niet hemelsblauw maar heel diep, geconcentreerd blauw, alsof de zee is opgestegen om zich ondersteboven uit te strekken boven de stad. Het is een schitterende transparante helderheid, geborduurd met vluchten krankzinnige vogels, oneindig verlicht. De dingen in de verte, heuvels, gebouwen, bossen lijken plotseling onophoudelijk te trillen. Dit verschijnsel wordt veroorzaakt door de verdamping van het vocht, heeft Michaël me uitgelegd. ‘ (247)

‘ Je hebt me verkeerd begrepen, Michaël. Het verschrikkelijke is niet dat jij de zoon van je vader bent. Het verschrikkelijke is dat jouw vader plotseling door jouw mond begint te praten. En je grootvader Zalman. En mijn grootvader. En mijn vader. En mijn moeder. En na ons Jaïr. Wij allemaal. Alsof wij mens na mens na mens allemaal gebrekkige kladversies zijn. We worden overgeschreven in het net en weer overgeschreven in het net en afgekeurd en verfrommeld en in de prullenbak gegooid en weer overgeschreven met een minieme verandering. Wat een dwaasheid, Michaël. Wat een treurnis. Wat een smakeloze grap.’ (263)

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

1 thought on “Mijn Michaël – Amos Oz ****”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s