The Forgotten Waltz – De vergeten wals – Anne Enright***

Hieronder drie recensies die de recentste (2011) roman van Anne Enright evalueren op zijn verdiensten. Zoals ze in haar  verhalenbundel ‘Taking Pictures’ in het verhaal ‘Het weer van gisteren’ (dat de Nederlandse uitgeverij de vertaling als titel meegaf) met gemak de fotografische focus van een ontstellend rancuneus gezinsweekendje verlegt naar de ravage die de noordelijke voorjaarskoude in de bloembollentuin van de vertelster heeft aangericht, zo weet ze in deze roman het beeld te verschuiven van het essentiële en scherp te stellen op incidentele situaties, gebeurtenissen, landschappen, buurten die het symbolische decor vormen voor de handeling. Enright neemt waar, zoomt in, plaatst in close up, zet in tegenlicht. In The Forgotten Waltz  zet ze haar heldin, Gina Moynihan, letterlijk en figuurlijk in Dublinse sneeuw en  vrieskou.  

Deze roman over overspel, en de ontnuchterende gevolgen ervan voert een hoofdpersoon op die ondanks haar passie en intelligentie, steeds weer The Forgotten One is. The Forgotten Waltz focust op liefde en romantiek maar verliest de problemen, gedragingen en maatschappelijke realiteit van een ‘verloren’ generatie niet uit het oog.

 Het boek heeft een cirkelstructuur en is opgebouwd uit een voorwoord en 3 delen (walsmaat?) ; elk deel bestaat uit verschillende hoofdstukjes die elk een popsong  als titel hebben en zo verwijzen naar bepaalde motieven in het verhaal vb het Ierse wiegelied Toora Loora Loora als ze de lezer een portret van haar moeder ophangt of In these shoes?  dat weer in je oor klinkt als Evie, haar stiefdochter, zegt ‘Niet te geloven, zoveel schoenen als jij hebt.’  Allemaal ‘highheeled occasions’ om haar vader te behagen? De reactie van Gina Moynihan is direct en een mengeling van woede en koppigheid. The things you do for love (Shirly Bassey) is de titel van het laatste hoofdstukje en dat heeft een pittig slotakkoord. (BK)

“Hindsight is a wonderful thing,” says Gina Moynihan, the narrator of Anne Enright’s fifth novel. But it can be a treacherous and ungovernable thing, too, providing the illusion of wisdom about events and circumstances that are, by definition, no longer present to us. Gina knows this. Not only is she constantly hedging her account, but she is perfectly attuned to the tricks that hindsight plays. After recounting the start of her affair, adulterous on both sides, with “the love of my life”, Seán Vallely, she says that “perhaps this is not how it was . . . I might be imposing the lover I now know on the memory of the man I slept with then.” Even the title of the novel hints at her mixture of fallibility and self-awareness; in a first-person narrative, a forgotten thing must be acknowledged as forgotten. (1)

De geur van routineus gestoft meubilair, restjes roomservice op het vasttapijt en een lampenkampje dat onthoofd wordt tijdens een iets te enthousiaste positiewissel: nergens is het beter de liefde bedrijven dan in de anonieme lakens van een hotelkamer. In die setting laat de Ierse Anne Enright haar hoofdpersonage Gina een tijdlang haar gang gaan in ‘De vergeten wals’ (De Bezige Bij). Ze is onverhoeds verliefd geworden op Seán, en daar komt een liaison dangereuse van, want beiden zijn comfortabel getrouwd. Enright, die voor haar familiesaga ‘De samenkomst’ in 2007 de Man Booker Prize kreeg, doet niet aan spanning: haar plot volgt een voorspelbaar paadje. De kennismaking van de minnaars (in ‘een klein toneeldecor voor geluk’), het eerste blikken en blozen, de periode van stiekem rampetampen (‘fantastische, clandestiene lust’), de verdamping van het geheim, de deconfiture van de twee huwelijken en het samenwonen van de nieuwbakken geliefden: niets dat u nog niet hebt gezien in uw of andermans leven.

Maar de bevlogenheid waarmee Enright het allemaal opschrijft, maakt alles goed. ‘De vergeten wals’ staat vol pientere observaties van kleinmenselijk gepeuter op die dommig rondtollende aardbol. Een kerstfeest bij Seán – op het moment dat zijn vrouw nog van niets weet – beschrijft ze bijvoorbeeld met een duizelingwekkende accuratesse.

Enright kleedt haar hoofdpersonage ook aan met een cassant gevoel voor humor. […] Of deze wetenschappelijke beschouwing: ‘Na de seks praten mannen over hun moeders; voor de seks zijn ze een beetje beledigd als ze ter sprake komt. Wat dochters betreft, mijn seksuele ervaringen met vaders zijn beperkt, maar ik vermoed dat dochters alleen besproken worden als iedereen aangekleed is.’

Gek genoeg weet Enright het meest te ontroeren met haar twee nevenplotjes. In het ene sterft de moeder van Gina zonder dat die zich daar goed bewust van is; in het andere is er de wispelturige, ziekelijke Evie, het dochtertje van Seán en zijn vrouw op wie niemand echt vat krijgt. Enright blijft het allemaal opschrijven met een koket ne me touche pas.

Het leven is een snel bij elkaar gepende stationsroman, maar je kan er wel een genoeglijke brok literatuur van maken: Anne Enright weet hoe dat moet. (2)

An Unrepentant Adulterer
By FRANCINE PROSE

As “The Forgotten Waltz” opens, a young married woman named Gina Moynihan is kissing an older man, Sean, upstairs in his house, when Gina realizes they are being observed by Sean’s daughter, Evie. Sean’s wife calls up to Evie to rejoin the party downstairs, and despite what she has just witnessed, the child, who has burst out laughing at the sight of her father and Gina embracing, seems reassured.

This quick summary might lead some readers to suppose that Anne Enright’s new novel offers an update on a subject — thwarted Irish adultery — that Edna O’Brien and William Trevor have written about with such tenderness and compassion. But these readers would be wrong.

Because already an odd note in Gina’s narrative voice hints that, despite the surface resemblances, the world she inhabits is fundamentally unlike that of Trevor and O’Brien, whose characters, however trapped by circumstance and led astray by passion, tend to be good at heart. But Gina doesn’t seem to have a heart — or, for that matter, a conscience. Nor is she particularly intelligent, though she does work in “I.T., sort of” and has a sharp eye for designer dresses and shoes.

She’s less interested in the sad little home she’s wrecking by sleeping with Sean or in the pain she’s causing his “zombie” wife, Aileen, “whose little fat sits in sad, middle-aged pouches about her boy’s body” and who wears “very middle-aged lipstick, pinkish and pearlized, on her unprepossessing, useful face.” Annoyed and repulsed by Evie, whose neurological illness — a seizure disorder — is an understandable worry for her parents, Gina finds the child “slightly unbearable. . . . It might have been something to do with the fat” or “the wrong sort of face.” She stifles the urge to call her a “little cow.”

Throughout, Gina’s humor crackles with brittle desperation, and while you may share her impatience with, let’s say, overprotective middle-class parents (Gina’s sister’s children have never seen a cigarette) we want to distance ourselves from whatever she is thinking. Delighted that the end of her marriage to the hapless Conor has rescued her from having to visit his boring family, she crows: “I just can’t believe it. That all you have to do is sleep with somebody and get caught and you never have to see your in-laws again. Ever. Pfffft! Gone. It’s the nearest thing to magic I have yet found.”

It’s early in the new, still fiscally optimistic century, and Gina works at a company that “puts European companies on the English-language Web.” The Irish economy is thriving, and Gina (like many others, we can assume, and not only in Ireland) has filled the hole where a soul might be with narcissism, acquisitiveness, competitiveness, a lively interest in the prices of things and, above all, with real estate hunger — for beachfront property, in particular.

She resents the settled and middle-aged for having nice homes, and when her mother dies, Gina is briefly distracted from her grief (the most genuine and powerful emotion she feels in the book) when a lawyer suggests that she and her sister might get “two and a bit” for the sale of their mother’s house. “If you’re going to spin your grief into cash — what the hell — maybe it helps if the cash is crazy.” Though Conor wants children, Gina is sensibly mindful of the cost: “How were we supposed to pay for it? The mortgage was two and a half grand a month, the child care would be another grand on top of that.”

In the novel’s first sentence, Gina tells us that “the fact that a child was involved made everything that much harder to forgive.” The point of this will not become clear until the strong final scene, when it turns out (trust me, this is not a spoiler) that Evie is the only major character with a basic sense of moral consequence. Until then Gina’s concern with forgiveness is submerged by a tendency to blame her actions on alcohol and a certain fogginess that is, for her, a side-effect of the birth control pill.

In fact Gina’s foggy about a lot of things: how, why and when the critical events in her story take place. (“I can’t be too bothered here, with chronology.”) And she’s hazy on details, preferring the fuzzy and general summary to the sharp and particular representation. Her job involves translation, but not from “the romance languages, unfortunately, I do the beer countries, not the wine.” When a character tells us, as Gina does, that “languages are my thing,” we’re alerted to the probability that English is, alas, not one of them.

Enright willfully exchanges the descriptive abilities she demonstrated in her previous novel, “The Gathering,” winner of the 2007 Man Booker Prize, for Gina’s pop-psychology clichés, vagueness and inexactitude. “We knew each other,” she says of the early days of her marriage to Conor. “Our real life was in some shared head space; our bodies were just the places we used to play.” Gina describes a friend’s pregnant wife as “slow and hysterical as a turnip in a nervous breakdown.”

Enright gets credit for courage: she never allows Gina to step out of character, never signals from behind the mask of Gina’s limitations to remind us she’s smarter and nicer than her protagonist. But this also means Enright doesn’t have to be more original or precise than Gina would be. Why spend days trying to find an exact or fresh way of describing erotic desire when her narrator wouldn’t bother? “I felt — I still feel — that if we kissed again, we might never stop.” Each chapter has a title suggestive of a romantic song, and it does make one wonder what “Madame Bovary” would have been like, narrated by an Emma whose brain had been softened (or, in Gina’s case, hardened) not by romance novels but by “Sex and the City.”

“The Forgotten Waltz” is a book we read with enjoyment and admiration but not for the usual pleasures of language, suspense, sensibility and so forth. Though the last half contains a few mild surprises, by that point we’re not especially curious about what happens to Gina and Sean. For me, the suspense lay in seeing if Enright would weaken and allow her narrator to be redeemed by any of the emotions that are commonly believed (in fiction, if not always in life, as any estate lawyer will tell you) to be improving and redemptive.

Ultimately, “The Forgotten Waltz” evokes Enright’s Irish literary colleagues less than it does a tour de force like Ford Madox Ford’s novel “The Good Soldier,” a book whose narrator has only a partial and flawed idea of the story being told. “The Forgotten Waltz” is a nervy enterprise, an audacious bait-and-switch. Cloaked in a novel about a love affair is a ferocious indictment of the self-involved material girls our era has produced.

Enright’s channeling of Gina’s interior monologue is so accurate and unsparing that reading her book is, at times, like eavesdropping on a very long, crazily intimate cellphone conversation. It’s a testament to the unwavering fierceness of Enright’s project that I mean this as high praise. We’ve all met people like the characters in her book. Neither evil nor good, they’re merely awful in entirely ordinary ways. And it’s impressive, how skillfully Anne Enright has gotten them on the page.(3)

1.The New Statesman, 12 May 2011

2.Humo, 12 oktober 2011

3.The New York Times, 30 september 2011

Advertenties

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s