De kunst van het wachten – David Nolens****

‘David Nolens, die in 2002 debuteerde met de roman Vrint, is altijd al meer een filosoof dan een romancier geweest, meer een theoreticus dan een verteller. Al zijn boeken: denkboeken zonder veel plot. Maar in tegenstelling tot eerder werk, is De kunst van het wachten goed te volgen en is het voor het eerst zelfs prettig meeliften op Nolens’ train of thought,‘ aldus recensent Marc Cloostermans in DSL (25/03/2011).

De roman telt 203 bladzijden verdeeld over drie hoofdstukken: Eerste kamer, Tweede kamer, Epiloog, Derde kamer. Het hoofdpersonage Jack wordt door de zwerver Roman op sleeptouw genomen. De tocht gaat van Brussel naar Kopenhagen, van de Ardennen naar Tanger. En Groenland wordt de droombestemming. De groep metgezellen, ‘de nieuwe aristocratie’ wordt steeds groter en ontpopt zich tot ‘een koor zwijgenden’ dat zich heeft bekwaamd in het wachten. Jack gelooft dat het Westen behoefte heeft aan deze nieuwe klasse , meer zelfs, dat ze de tegenpool vormt van ‘de zich altijd voortbewegenden’ in een gehaaste wereld.

Jack, Roman, Klaus, Aamu, Azekel, Leopold, de moeder, Cathérine, LaBarba, … vinden elkaar in de tijd.

‘Er zijn mensen die stilstaand rondkijken en er zijn er die zich blind voortbewegen. In die zin beschouw ik de burgerhuizen als molshopen. Na verloop van tijd, rond mijn twintigste begreep ik dat die burgers naar niets graven, dat hun tijd er juist op gebrand is om hun tijd uit te wissen, terwijl de tijd juist ons enige goed is – en kwaad.’

En Klaus, [de Groenlander] hikte zijn credo: “We zijn koningen, dat is wat we zijn: koningen!”

Sluiswachters zonder sluis.

Kunstenaars zonder kunst.

Mensen zonder papieren, zonder huissleutel, zonder noemenswaardig bezit, maar met doorgaans een trauma of een ongeluk als sleutel tot ‘het wachten als bestemming’- en die formule tevens het probleem en het geluk. (69)

Was dit dan de tweede kamer? Dit mijmeren over een naakt bestaan? Dat door de een als leegte en door de ander als volheid zou worden geduid? Maar dat infeite beide was.

De tweede kamer, leek bij nader inzien, bedacht Jack, slechts als betekenis in zich te dragen dat er geen weg terug was naar de eerste kamer. Ze was onherroepelijk tenzij misschien als doorgang naar de derde kamer. Dus nooit meer terug naar het oude leven, en wie weet wat lag er in het verschiet. En als hij echt goed luisterde, hoorde hij het rumoer van de denkers en de doeners die hij had achtergelaten. (146)

De stad in oorlog, zoals alle steden in het Westen in oorlog, ondervond nauwelijks weerstand. Terwijl meer en meer parken en pleinen werden schoongeborsteld, gingen de slachtoffers, nu vijanden van het bestel, over tot een soort solidariteit uit noodzaak. Ze waarschuwden elkaar: “Daar komt een werkende.” (168)

Jack zag zich nu aan de andere kant. Hij had voor zijn bestemmingsvlucht, wel eens een glimp opgevangen van de gevallen mens die geen aansluiting vond. Nu begreep hij hun taal, de beeldtaal ook van een wereld, een omgeving, die versplinterd en gedeformeerd was tot een moeilijk kubistisch schilderij – zich niet langer op een vertrouwde plaats te weten.(174)

Het schip lag midden op zee, een wieg van weggespoelden, de bijna volle maan legde het gezelschap in het genoeglijk nachtlicht van een vrije, problematische en nieuwe aristocratie.(189)

En wanneer Roman in de epiloog de Janus van het gezelschap overboord kiepert, besluit de auteur met een eerder door Jack gemaakte observatie van Roman: Hij [Jack] bedacht dat Roman had geprobeerd te verhinderen dat het vuil zich van vingernagel naar vingernagel verplaatste. (197) Een doordenkertje.

Het laatste deel, de derde kamer (slechts drie bladzijden), begint en eindigt met een tussen haakjes geplaatst beletselteken en bevat verwijzingen    naar  gebeurtenissen en teksten die inspirerend werkten bij het tot stand komen van de roman. Hier lijkt David Nolens de metafoor van het pingpongspel te gebruiken om z’n eigen schrijverschap als een daad van wachten op ‘de meditatieve roes’ te zien waarbij ‘de geest zich uiteindelijk losmaakt en aan de wandel gaat’. Ecriture automatique … of schrijven in zen is dan stoppen en uit de rat race stappen, onbeweeglijk zitten, toekijken en vervolgens schrijven. Ook onze auteur is een ‘nieuwe aristocraat’ die probeert klaar te komen met z’n ‘wachtersstatus’.

www.debezigebij.nl

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s