Waarom ik bij de loge ben – Frank De Fever**

Het boek van Geert Kimpen over Isaac Newton bracht me naar een recente publicatie van de vrijmetselaar en Vrije Universiteit Brussel – emeritus Frank De Fever. In zijn boek “Waarom ik bij de loge ben” (Houtekiet, 2010) brengt hij een uitvoerig relaas van z’n bijna 30-jarig lidmaatschap van de Grootloge van België. Als franc-maçon uit hij zich in dit boek ‘vrij’ over z’n persoonlijke ontwikkeling gedurende al die jaren. De maçonnerie heeft daarop een niet te miskennen invloed gehad, volgens de auteur. In plaats van atheïst noemt de hoogleraar zich nu religieuze atheïst. Als hij voor de Grootloge van België kiest, weet hij dat ze een Opperbouwmeester erkennen. Als atheïst heeft hij het daar moeilijk mee. Maar broeders overtuigen hem ervan dat je die Opperbouwmeester ook het Niets kunt noemen.

Even terzijde eerst dit: onlangs hoorde ik Kris Verburgh,  auteur van “De voedselzandloper”, beweren dat religie en spiritualiteit niet samengaan. Het ene sluit het andere uit, meende hij, want religie heeft altijd met dogma’s te maken en laat  die dogma’s nu juist dat zijn wat de vrijmetselaar in de weg staat. Verburgh noemt zichzelf daarom eerder spiritueel.

Frank De Fever nu beschrijft wat hij in de loge heeft meegemaakt: z’n illusies en desillusies, zijn positeve en negatieve ervaringen,  zijn twijfel en zijn enthousiasme. De impact van zijn maçonniek leven op zijn profaan leven en vice versa. In de 18de graad van de maçonnerie, leren we, worden de verschillende religies onder de loep genomen en in de hogere graden worden de leden uitgedaagd om zichzelf ‘zijnsvragen’ te stellen als: wie zijn we? waar komen we vandaan? waar gaan we naartoe? wat is de zin van het leven? en er antwoorden op te formuleren. Ze worden verondersteld hun spirituele zoektocht diepgang te geven. Naast dit persoonlijke werk is er, volgens de auteur, ook voortdurend de maçonnieke broederschap die regelmatig bouwstukken aanlevert en verlangt dat ‘leden in nood’ worden bijgestaan. Immers een vrijmetselaar wil een spirituele weg zonder dogma’s en gaat uit van het maçonniek axioma van universele broederlijkeid.

Al lezende heb ik  heel wat bedenkingen gemaakt bij de motivatie die Frank De Fever tot het vrijmetselaarschap aanzette en bij zijn ervaringen met het geheime genootschap.

Maçonniek broederschap is blijkbaar erg exclusief en verschillende obediënties en mannen- en vrouwenloges lijken elkaar te dicrimineren. Ik stelde me de vraag hoe die exclusiviteit dan te rijmen viel met de auteur zijn idee van inclusie. De vrijmetselarij bestaat niet, aldus onze auteur. Er zijn alleen vrijmetselaars. Ze werken aan een wereld van universeel broederschap en  maçons doen dat ‘metterdaad’, dat is voor de auteur een hele geruststelling. Hij zal bijvoorbeeld van maçonnieke artsen altijd een ‘broederlijke’ behandeling genieten, hoopt hij? Je krijgt hierdoor sterk de indruk dat de maçonnieke wereld vooral gebouwd is op eigenbelang, macht, prestige en fundamenteel wantrouwen tegenover de buitenwereld.  Dat hij persoonlijk aan de maçonnieke broederschap en vriendschap veel heeft gehad en nog steeds heeft, wil ik graag geloven en dat de (profane) wereld vrije meningsuiting niet altijd op prijs stelt, lijkt me een evidentie van de intermenselijke samenleving. We voelen met z’n allen, denk ik, perfect aan wanneer de grenzen van respect overschreden worden. De vrijheid van de ene stopt waar die van de andere begint. Niet iedereen op dit aardse is zich even ‘bewust’ van zijn denken en doen. Communicatie en onderzoek maken duidelijk wat  in ons ‘menselijk bestaan’ gemeenschappelijk is, welke rechten gerespecteerd moeten worden en welke doelen we moeten nastreven om welzijn te creëren en  op dit terrein vooruitgang te boeken. Normen en waarden willen hierbij nogal eens verschillen.

De auteur, op het punt om tot de 30ste graad toe te treden, is op zijn maçonnieke weg tot het bewustzijn gekomen dat er meer is in het universum dan dat wat wetenschappelijk waarneembaar is. De moderne natuurwetenschappen, gaat hij verder, werpen een nieuw licht op wat waarneembaar is en op ‘wat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ergens in de oneindige oneidigheid (180)’ moet bestaan. De speculaties die de auteur verder in het subhoofdstuk ‘Een universum scheppen’ maakt, zijn verregaand en tarten elke verbeelding: het ontbreekt ons alleen aan de instrumenten om universa te scheppen maar ooit zullen wetenschappers dat kunnen. Of het bewustzijn van een gestorvene is transplanteerbaar naar een ander lichaam. De geest – maar je zou het ook de ziel kunnen noemen – is dan wel heel letterlijk onsterfelijk (183). De wetenschappers hebben nog steeds geen verklaring voor het ontstaan van het bewustzijn. Als het geen materie is, wat is het dan? Een aparte entiteit? Als het brein wel materie is, zullen computersimulaties in de toekomst alle menselijk bewustzijn kunnen opslaan en bijvoorbeeld een hemel creëren. Dan zal dat niet meer het exclusieve domein zijn van de openbaringsgodsdiensten. Dit zijn bespiegelingen van vooraanstaande fysici en specialisten op het gebied van artificiële intelligentie. Daar sta ik met hem van te kijken, moet ik zeggen!

En tenslotte: wat is nu vrijmetselarij? Antwoord: als ik het niet moet uitleggen, weet ik het. Als ik het iemand wil uitleggen, lukt het me niet. Je moet het ervaren om te weten wat het precies is. Net als de Indische leermeester die z’n leerlingen leert doorheen ‘het stilzwijgen’ te gaan om iets van de hoogste wijsheid te ervaren:

Toen hem door zijn leerlingen werd gevraagd wat de hoogste wijsheid is, gaf een Indische leermeester geen antwoord. Ze bleven echter aandringen en ten slotte zei hij: “Waarom blijven jullie vragen, terwijl ik het antwoord al gegeven heb? Weet dat de hoogste wijsheid het stilzwijgen is.” (232)

Dit boek is een moedig relaas van de persoonlijke zoektocht langs de met obstakels bezaaide weg door de vrijmetselarij. Toch heeft het, als dat al de bedoeling zou geweest zijn, geen wervingskracht. Het zogenaamd overrompelende inwijdingsritueel maakt niet nieuwsgierig, integendeel. Het boek heeft voor mij wel een tip van de sluier opgelicht en die laat ik ‘discreet’ weer neer.

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s