VSB-poëzieprijs voor Ester Naomi Perquin

Cobra.be: VSB-poëzieprijs voor Ester Naomi Perquin.

Bekentenissen 2

Alleen slechte mannen wilde ik aanraken. Ik wilde hun schouders onder
mijn handen voelen, hun knoopjes losmaken, mezelf dan
haastig uitkleden, ze als dekens om me heen slaan,
me in hun armen te slapen leggen.


Ik wilde ze voorzichtig wassen, hun haar inzepen met een shampoo die niet prikt, schuim in hun huid masseren, ze glanzend wrijven.


Ik wilde ze auto’s geven en kleine huisjes voor ze maken,
ze aan tafel zetten met een vrouw, een bordje eten,
een kind dat papa zegt, een lapjeskat.


Ik wilde ze mee het bos in nemen, ze warm aankleden en
de goede kant opsturen, de kant op waar bomen zo
hecht met elkaar vergroeid zijn dat je er
geen pad meer vindt maar wel,
als het donker wordt,
levensechte beren.

uit: Celinspecties (2012)

Roger Raveel op 91- jarige leeftijd overleden

Herinneringen aan het sterfbed van mijn moeder (1965) - Raveel

Herinneringen aan het sterfbed van mijn moeder (1965) – R. Raveel

foto: frie peeters (2011)

Roger Raveel geheel onverwacht vandaag op 91-jarige leeftijd ten gevolge van een longontsteking overleden. Anderhalf jaar geleden bracht ik nog een bezoek aan het Constant Permekemuseum waar Roger Raveel toen te gast was.De blog van Ons Erfdeel wijdt een In memoriam aan de kunstenaar.

De aftreerede van de Nederlandse Koningin Beatrix onder de taalloep

De laatste dagen is er heel wat te doen rond de koningshuizen van Nederland en België. Koningin Beatrix besliste te abdiceren ten gunste van haar zoon Willem-Alexander. Meteen stelden de media in ons land zich de vraag of dat niet ook een te volgen scenario zou zijn voor België. Republikein en koningsgezinde stonden weer even tegenover elkaar. En onze Koning, verwelkomd met een applaus door de afgevaardigden van de Overheden, kwam met een niet mis te verstane prioriteitenopgave, de commotie rond de Koninklijke Familie in alle bescheidenheid correct taxerend door de klemtoon te leggen op haar ‘voorbeeldfunctie’.

In Nederland heeft Marc van Oostendorp op Neder-L, het elektronisch tijdschrift voor neerlandistiek  een bijna dagelijkse column. In deze laatste een analyse van de aftreerede van Koningin Beatrix en wel op basis van het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden. De rede had de vorm van een cirkel in het hart waarvan melding werd gemaakt van de naaste familiekring van de Koningin en ‘het onpersoonlijke wonder van de band’ tussen volk en Koningin. Mooi hoe deze korte, zakelijke toespraak is opgebouwd. Mooi hoe  het u, ik, wij, het hij/zij  en het onpersoonlijke worden opgenomen in een eeuwigheidssymbool als ‘de cirkel’.

En de winnaars zijn …

De Herman de Coninckprijs 2013  gaat naar Annemarie Estor, Michaël Vandebril en David Troch. De gedichtenposter en poëziecadeautjes zijn gratis te verkrijgen op donderdag 31 januari 2013 in de volgende deelnemende boekhandels.

Gedichtenposter HDCP 2013En wow … er viel een gratis ticket in mijn mailbox voor de Slotshow met uitreiking van de prijzen en concert van Sarah Ferri in de Arenbergschouwburg. Is dat even geluk hebben!

En wie voor de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd het beste Nederlandstalig gedicht van het jaar schreef, zullen we op 6 februari 2013 vernemen aan het einde van de Poëzieweek. Lezen en beleven dus maar en duiken in dolle dichterlijke woordstormen of verstilde poëtische zenbeleving. Veel verrassende  poëtische momenten gewenst!

Vrouwen en kinderen eerst – Peter Terrin****

Vrouwen en kinderen eerst - Peter TerrinNa ‘Blanco’ (2003) las ik Peter Terrins volgende roman ‘Vrouwen en kinderen eerst’ (2004).  En deze tweede roman deed iets heel anders met me als de eerste. Waar ik bij de eerste roman in een paar leesbeurten doorheen het verhaal was, bleek dat deze keer niet zo best te lukken. Herhaaldelijk moest ik passages herlezen. Je wordt in een vervreemdende fictieve wereld gedropt. Een wereld zonder duidelijke identiteit. Een industriële site. Maar waar? De personages Karsten, Johan, Jean-Marc, Philippe en Antonio, zonder familienaam, zijn vreemden voor elkaar en spreken, behalve de eerste twee, geen gemeenschappelijke taal. Ze moeten een productieband in een failliete tegelfabriek ontmantelen en zijn gelogeerd in een oud, goedkoop hotel met een bizarre hotelbaas Harold. Er is ook een bizar en berooid dorp dat mijn- en fabriekssluiting heeft moeten doorstaan. Verder een schriel hotelkamermeisje dat ongevraagd haar diensten aanbiedt aan Karsten, de jonge meertalige leider van het ontmantelingsteam. Hij heeft een opdracht: volgens een in stapels dossiers gestipuleerd contract de productieband in de tegelfabriek binnen eenentwintig dagen ontmantelen.

Je merkt het, het onbepaalde lidwoord is hier zeer op zijn plaats: een groep mannen op een industriële site ergens in een bergvallei, logerend in een verlaten hotel met een bizarre hotelbaas en een eigenaardig kamermeisje. Een jonge teamverantwoordelijke met een opdracht. Een groep dorpelingen. Het zouden de dramatis personae kunnen zijn van een existentialistisch theaterstuk. De personages zijn gereduceerd tot hun essentie en  verrichten elke dag dezelfde mechanische handelingen: opstaan, ontbijten, naar de fabriek rijden in de vallei, de werktuigen bedienen om te ontmantelen, schaften, avondmaal gebruiken, opfrissen en pintje gaan drinken in het dorpscafé. Alleen Karsten staat erbuiten. Hij worstelt zich door de dossiers en door zijn ‘captainopdracht’. De verteller schaart zich achter hem en de visie die de lezer op de gebeurtenissen krijgt, is er één van ontstellende vervreemding. Zijn werknemers hebben ondanks hun taalbarrière beter contact met elkaar en de dorpelingen dan hij. Die vervreemding is op het einde van de roman beangstigend fysiek.

Het feit dat het verhaal zich afspeelt tegen een industrieel decor:  mijnschacht,  terrils, zandsilo, fabriekshal met productieband, brandoven, heftrucks, pallets, brugkraan, pneumatische sleutels en hamers, lasbranders enz., maakt dat de lezer  geconfronteerd wordt met een mechanische wereld en de economische realiteit van recessie en crisis. Deze wereld bestuurd door een leider die op cruciale momenten in een comfortabele zetel achter een kamerbreed kersenhouten bureau indommelt, wordt draaiend gehouden door een ingenieur en zijn assistent, een monteur en een constructeur. Om de deadline van de ontmanteling te halen worden finaal ook de werkloze dorpelingen ingeschakeld. Karsten is echter vervreemd van zijn basis, denkt dat hij voor de buitenwereld verborgen kan houden wat het daglicht niet verdraagt maar zet uiteindelijk zichzelf buiten spel. Alle werkzaamheden tijdig en volgens het boekje uitgevoerd, plaatsen Karsten – bijna elk hoofdstuk begint met zijn naam – in het centrum van de handeling. Er is die ene gangdeur die met geen sleutel te openen viel,  maar die met een eenvoudige draai aan de deurknop de laatste ruimte ontsluit. “Hij kreeg de indruk zich in de kern van de fabriek te begeven.”  “Maar hij voelde schroom, het donker was hier intiem,  het scheen hem oneerbiedig te zoeken op de tast. Zijdelings zag hij het schimmig plasje, dat bijna was opgedroogd; de dag trok zich vlug uit de gang terug.“ Zijn opdracht is volbracht : ” Alle in artikel 13 genoemde documenten,” mompelde hij opgewonden, “ter plaatse onderwerpen aan grondig onderzoek,met het oogmerk een optimaal beheer van onderhavig goed na afloop van de voorgeschreven termijn.”

De schapen die in deze roman opduiken, reële of uit steenkool gehouwen souvenirtjes, krijgen een symbolische betekenis: deemoedige volgzaamheid en behoefte aan leiderschap en bescherming. De opdracht wordt perfect afgewerkt in Karstens geval maar van onbesproken gedrag is hij niet. Juist die zwakheid lijkt hem de das om te doen. Hij is zo vol van zijn opdracht en de uitvoering van de werkzaamheden dat hij elk contact met de buitenwereld heeft verloren. Hij negeert de signalen van deze vervreemding en ontkent de realiteit van zijn situatie: een in het duister tastende gevangene.Wanneer je met grote ogen in het donker naar het ruisen van je eigen bloed staat te luisteren, ben je in de greep van een diepe existentiële angst.

Waarom dan ‘Vrouwen en kinderen eerst’? Er zijn geen vrouwen (behalve het kamermeisje) of kinderen in het verhaal te bespeuren tenzij: “Het zeildoek zat als kapjes over de onderdelen, onderaan dichtgesnoerd met touw. Daardoor kwamen ze hem nauwelijks meer voor als wat ze waren, vooral vanwege de vrolijke kleuren. Wat een succes, dacht Karsten hardop, dag eenentwintigen daar staat AT-289 helemaal klaar voor transport.[…]Voor wie hoog op de heuvels deze vallei ontdekt, voor wie geen benul heeft wat onder de kleuren schuilgaat, voor hen bestaan slechts de vormen, dacht hij. Sterk vereenvoudigde dieren uit een kinderboek, of blokken van een onbekend spel voor reusachtige kleuters…”

Dit ontmantelingsspel wordt door wie het resultaat ervan als buitenstaander ontdekt, slechts in zijn kinderlijk vereenvoudigde vormelijkheid waargenomen en niet in zijn ware wezen. Is Karsten en zijn missie een metafoor voor het schrijverschap? Lijkt het alleen maar kinderspel maar laat het schrijfproces de schrijver na gedane arbeid, vervreemd verweesd en vergeten achter? Doordat alles in deze roman van overbodige franje is ontdaan, nodigt hij de lezer uit om  zijn verbeelding maximaal aan te spreken. Dat zint me wel!

Oproep inzending dichtbundels 4de Debuutprijs ‘Het Liegend Konijn’

4de Debuutprijs \’Het Liegend Konijn\’.

deBurenHet Vlaams-Nederlands Huis deBuren en de redactie van ‘Het Liegend Konijn’, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie, lanceren de 4de Debuutprijs ‘Het Liegend Konijn’ en doen een oproep om dichtbundels in te zenden. Uitgevers en auteurs die graag kans maken op de prijs, kunnen debuutbundels, verschenen tussen 1 mei 2011 en 1 mei 2013, in zes exemplaren opsturen naar Debuutprijs ‘Het Liegend Konijn’, p.a. Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Leopoldstraat 6, B – 1000 Brussel (België) tegen uiterlijk woensdag 8 mei 2013.

De jury van de Debuutprijs Het Liegend Konijn – 2013 bestaat uit: Jozef Deleu (voorzitter, hoofdredacteur Het Liegend Konijn), en de dichters Mark Boog, Roland Jooris, Ester Naomi Perquin en Lies Van Gasse.

Poëzie is blauwe melancholie en rode passie

Langston HughesGedichtendag 2013 focust op muziek. Websites bloemlezen muziekgedichten. Meertalig en interactief soms. The Weary Blues van de zwarte Amerikaan Langston Hughes of Bandoneon. Ein Tango  van de Roemeens – Duitse dichter Richard Wagner. Richard WagnerVan zwarte jazzy blues en de black is beautiful-filosofie tot Argentijnse tango waarvan choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui zegt:  “Het lijkt op bepaalde momenten een omarming van troost, als op een begrafenis waar je de overblijvende familieleden minutenlang vasthoudt om het leed te delen, om hoop te geven na het verlies.[…]Tango is een metafoor voor onze dagelijkse omgang met anderen.”  Poëzie in beweging, beweging door poëzie.

Ontdek hier hoe dichters en muzikanten vaak elkaars creatieve partners zijn. 

%d bloggers liken dit: