Het mysterie – Marianne Fredriksson***

scaleDe nachtwandelaar (1988),  Als vrouwen wijs waren (1993), Anna, Hanna en Johanna (1994), Volgens Maria Magdalena (1997), Het raadsel van de liefde (2004) en De kracht van een vrouw (2006) zijn de werken van de Zweedse schrijfster Marianne Fredriksson die ik de voorbije jaren, kort na het verschijnen van hun Nederlandse vertaling, las. Fredriksson was één van mijn vrouwelijke lievelingsauteurs.  Vooral haar levensbeschrijving van drie generaties vrouwen tegen de achtergrond van het snel veranderende Zweedse plattelandsleven en de vrouwenemancipatie, was in die dagen een absolute bestseller. Ze was journaliste van beroep en ontdekte na een ernstige depressie waarvoor ze in psychoanalyse ging, haar literair talent. Heel onlangs struinde ik in De Slegte de rekken van de ramsj af toen daar een ruime stapel hardcoverexemplaren van haar roman Gåtan (1989) in de Nederlandse vertaling Het mysterie – In de greep van het verleden (2007) lag. Ik kon er niet aan voorbij. De vertaling was van 2007, het jaar waarin ze op 11 februari overleed. Ik herinner me dat ik, omstreeks precies dezelfde tijd, met één van de 6dejaars middelbaar haar roman De kracht van een vrouw  had gelezen en dat we ons de vraag stelden: Hoe komt het datMarianne Fredriksson vrouwen zoveel vernedering accepteren en zich zelfs schuldig voelen over wat ze hebben laten gebeuren?  Fredrikssons romans geven vaak blijk van een haarscherp psychologisch inzicht. Het mysterie bleek, afgaande op het achterplat, ook om de oplossing van een moord te gaan. Ik las deze roman in één ruk uit, ongeduldig uitkijkend naar de oplossing van het mysterie. Wat boeide me nog steeds bij deze auteur? Passages als deze bijvoorbeeld:

Ze stapte uit de auto en rekte zich uit als een kat in de zon. Over het grasveld tot aan de put beneden klosten de bosanemonen hun kantwerk en al voor ze de deur van het slot had gehaald, had ze een bosje geplukt en haar neus erin gestoken. Ook de bosanemonen roken zoals ze moesten ruiken: naar aarde en water, dood en nieuw leven. En naar haar kinderjaren, net als de zee. (7)

Meteen is het decor gezet en de onheilspellende dood is eveneens aanwezig, je leest er aanvankelijk gewoon overheen maar het mysterie is er, en wel in de natuur der dingen. Dat de hoofdpersoon Lillemor Lundgren in de greep van haar verleden zit, weten we ook meteen: de anemonen en de zee voeren haar terug naar haar kinderjaren.

Of hier bijvoorbeeld:

Dan verdwijnen de zwarte vogels aan de horizon in het noorden en ze klimt weer verder tot ze aan de wilde roos is. Ze ziet dat hij bloeit, al is dat onwaarschijnlijk vroeg in het jaar. Zoals altijd zijn de bloemen van een haast ondraaglijke schoonheid. Zo kort, zo kort is de tijd van de wilde roos. Nu strekt hij een doornige tak uit om haar tegen de houden, hij scheurt haar blouse stuk, prikt in haar hals. Ze blijft staan, trekt voorzichtig de doornen los en zegt het tegen de rozen, de bomen en het gebergte: “Jullie begrijpen het niet,maar ik moet. Ook ik moet me uiteindelijk buigen voor het onontkoombare, net als jullie doen, altijd hebben gedaan. Jullie, met je wortels in de grond, weten immers dat nergens aan te ontkomen is. (40-41)

Later in de roman zullen we vernemen hoe de moord of doodslag gebeurde. Deze passage is een ‘forshadowing’ : de schoonheid van de roos, het stukscheuren van de blouse.

Lillemor belandt in een ernstige angstpsychose naar aanleiding van de feiten en de feiten zelf blijken in zeer nauw verband te staan met haar verleden. Ze heeft een deel uit haar verleden onbewust verdrongen, kan het zich niet meer herinneren en sukkelt daardoor in een zwart gat. Stukje bij beetje probeert ze dat verleden te reconstrueren door naar de imm013_14Aplekken terug te gaan waar ze als kind woonde, naar de stuga ( = een houten vakantiebuitenhuisje) in Mjölby waar ze in het bos onder een spar het lijk vond en naar haar demente moeder in Göteborg. Ook de interviews en vriendschap met een Grieks-Zweedse immigrante Sofia, die terug naar Griekenland ging en daar trouwde, spelen een katalyserende rol in het verhaal. Ze is gehuwd met Niklas Lundgren en heeft twee dochters Karin en Ingrid, mondige zelfbewuste dames. Ze heeft een hekel aan zijn afhankelijkheid. In het voorbijgaan hangt Fredriksson een beeld op van ‘de vrouw’ in haar land en plaatst het naast dat van ‘de vrouw’ in een plattelandsdorp in Griekenland en dat van Sofia, die beide culturen kent en denkt:

Soms had ze ook medelijden met […] al die dwaze Zweden trouwens die zulke hoge verwachtingen hadden dat ze zelfs teleurgesteld moesten worden. Zoals in de liefde. De liefde moest zo groots zijn. Net als het hemelgewelf moest ze alles omvatten wat een mens nodig had om van te leven. Ze moest ook alles vervangen wat ze op de vuilnisbelt gegooid hadden: hun familie, opa’s en oma’s, patronen, tradities, doel, betekenis, ja, God zelf. Ieder echtpaar moest weer een nieuwe wereld scheppen, vanuit het niets. En dan moesten zij het zo nodig over onderdrukking hebben, dacht Sofia.(74)

De solidariteit  onder de vrouwen is in Fredrikssons romans een vast gegeven. Hun emancipatie eveneens. In deze roman legt ze het genezingsproces van Lillemor zelfs in de handen van een vrouwelijke dominee die psychologe is maar de psychologische kaders te bekrompen vindt.

En dan het mysterie:

Ze had altijd gedacht dat ze haar moeder kende, haar karakter, haar drijfveren, haar bezorgdheid. Natuurlijk waren er geheimen geweest, elk leven kent zijn geheime hoekjes, had ze gedacht.(147)

…dat er maar een jaar verschil tussen ons was, maar dat ik haar nooit echt gekend had, dat ze een mysterie voor me was. En dat ik haar haatte, zoals kinderen dat doen, omdat ze papa’s oogappel was en zoveel schattiger dan ik.(169)

“Kom mee naar beneden”, zei hij. “Kom mee, dan krijg je koffie en de oplossing van je mysterie.”(173)

“Het is een wonderlijk lot, dat van je vriendin’, zei ze. “Drie zussen…Twee hadden dezelfde moeder, twee hadden dezelfde vader. Twee stierven er op jonge leeftijd…” “Het klinkt als een mysterie”, fluisterde Sofia en Simela (een Griekse zieneres, red.) knikte.(204)

“Mijn kleine zusje”, zei ze, maar het volgende moment wist ze dat ze aan Desiree (haar oudere overleden zus, red.) dacht, dat Desiree het eigenlijke mysterie was.’(221)

Op de begrafenis van haar moeder blijft een vrouw wat na in de kerk. Deze nobele onbekende brengt, op de laatste bladzijde van de roman, de oplossing van het mysterie.

Wie Marianne Fredriksson leest, duikt vooral in de vrouwenwereld, de natuur en het sociale leven van Zweden. Hij of zij krijgt een scherpzinnige, psychologische, mythische, historisch-sociale en intuïtieve ontrafeling van die wereld en is doorgaans geboeid tot de laatste bladzij. Toen ik dit boek kocht, wist ik gewoon: het onderbewuste vindt soms mysterieuze wegen van herbeleving. 

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

1 thought on “Het mysterie – Marianne Fredriksson***”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s