Over de liefde die we niet begrijpen – Watou (B)

Iscannen0001n een eerder blogje kondigde ik – een paar maanden geleden – het Kunstenfestival 2013 van Watou aan. Watou is één van mijn vaste zomerbestemmingen. Nooit keer je teleurgesteld terug. De ene keer zijn de getoonde werken al wat toegankelijker dan de andere keer maar altijd intrigerend. De expressieve kracht van dichters en andere kunstenaars die hun verhaal brengen, is er fysiek voelbaar. De locatie, een achterhoekje van Vlaanderen op de grens met Frankrijk, werd door dichter Gwij Mandelincks Poëziezomers uit zijn slaperige vergetelheid en vergankelijkheid gewekt. Begin oktober 2008 kondigde deze aan ermee te stoppen. Sinds 2009 wordt jaarlijks Kunstenfestival Watou / verzamelde verhalen georganiseerd door vzw P’ART, in nauwe samenwerking met vzw Ku(n)st en onder leiding van Jan Moeyaert. Over de liefde die we niet begrijpen, werd er dit jaar artistiek werk verzameld. Ik heb geluisterd, gezien, soms fotografisch vastgelegd en vooral zwijgend – want alleen – het parcours gewandeld. Er waren veel bezoekers en de catalogus was – op is op – scannen0002uitverkocht. Zo jammer! Die biedt immers ook de gelegenheid om de gedichten op rustiger momenten op je te laten inwerken. Al zorgt  de combinatie  van kader, beeld en tekst natuurlijk voor  een unieke, onreproduceerbare ervaring die zich op je netvlies en in je gevoel verankert. De NMBS en de belbus West-Vlaanderen brachten me andermaal veilig ter plekke. De Sint -Bernardus triple als afsluiter van de dag in het hoppebellen-  en kunstdorpje smaakte overheerlijk. Jan Moeyaert, wij zien U graag!

MLK’s ‘I have a dream’ moeilijk – zoniet onmogelijk – te evenaren

downloadWASHINGTON – Even for a speaker of President Obama’s oratorical skills, it would be a herculean task if not a Mission: Impossible to give a speech on a par with Martin Luther King’s lofty and stirring “I Have a Dream” remarks of 50 years ago.

via Obama: My speech at March anniversary “wont be as good” as Dr. Kings – CBS News.

Het toeval wil dat op hetzelfde ogenblik in Vlaanderen allerlei gekwaak opstijgt uit de politieke vijver met de bedoeling racisme te relativeren tot een doordeweeks tijdverdrijf, bovendien door allochtonen zelf uitgelokt. De strijd tegen ontluisterende discriminaties en de promotie van idealen van medemenselijke solidariteit komen niet meer aan bod, als bot nationalisme – dit is het verheffen tot gemeenschapsdeugd van individueel egoïsme – de dominante toonaard wordt in een dissonante maatschappij.

via I have a dream – Wereld – Knack.be.

En Günter Wallraff, die weet waarover hij spreekt, want in zijn lange carrière ging hij als journalist undercover als dakloze, Turkse gastarbeider, tabloidverslaggever, Afrikaan en bakkershulp, en beschreef hij de kelders van de [Duitse] samenleving. Hij heeft het over een andere ernstige discriminatie, de sociaal-economische!

Wallraff: Ja, undercover heb ik zelf zulke onderbetaalde jobs gedaan: als agent in een callcenter, als pakjesbezorger, als hulpbakker in een bedrijf waar ik in gevaarlijke omstandigheden aan de lopende band broodjes voor de discountketen Lidl moest bakken. Als vermomde werknemer die beweerde 51 jaar te zijn – in werkelijkheid was ik 65 – moest ik zoals alle andere werknemers genoegen nemen met een loon van amper 6 euro netto. En dat terwijl de graaiers schaamteloos hun privileges etaleerden. Ik herinner me nog precies de schandalige woorden van Norbert Walter, een man die niet te kort had, die zich in 2008, in volle crisis, als chef-econoom van de Deutsche Bank verstoutte tot de cynische uitspraak: Velen onder ons zullen eraan moeten wennen in de toekomst een loon te krijgen dat in Duitsland niet meer volstaat om van te leven. Onder ons!

via Günter Wallraff: Duitsland is een sociaal koud land geworden – Wereld – Knack.be.

Zijn onze hedendaagse beleidsmakers nog in staat een politiek van de HOOP te bedrijven? Zijn ze nog in staat de wezenlijke menselijke thema’s op te pikken? Op een dag als vandaag herinneren de legendarische woorden ‘I have a dream’ politici eraan elke aperte ‘menselijke nood’ serieus te nemen.

Democratie heeft behoefte aan passie en confrontatie | MO

Wie is Chantal Mouffe? Hoogleraar: Chantal Mouffe doceert politieke theorie aan het Centre for the Study of Democracy aan de Universiteit van Westminster, Londen. Voordien was ze verbonden aan belangrijke universiteiten in de VS Harvard, Cornell, Berkeley, Princeton en Frankrijk Centre National de la Recherche Scientifique, Collège International de Philosophie. Auteur: Deze zomer verscheen Agonistics. Thinking the World Politically Verso Books. Andere boeken van haar: The Return of the Political 1993, The Democratic Paradox 2000 en On the Political 2005. Kernbegrip: Democratie heeft behoefte aan echte keuzemogelijkheden en aan instellingen die macht kunnen omzetten in beleid. Geen consensusmodel, maar een conflictmodel dat de botsing tussen tegenstrevers beheersbaar maakt [agonisme] en niet uit de hand laat lopen in onherstelbare vijandschap [antagonisme].

via Democratie heeft behoefte aan passie en confrontatie | MO.

Deze kop in MO* trok vandaag mijn aandacht. Gezien de recente straat- en pleinprotesten in Turkije, Griekenland, Egypte, Brazilië, Spanje is het begrip ‘democratie’ naar mijn bescheiden mening aan een doorlichting toe. Prof. Chantal Mouffe geeft in bovenstaand artikel haar visie.

De Hanswijkcavalcade net gemist?

Wie de Hanswijkcavalcade vandaag heeft gemist, kan volgende zondag nog naar Mechelen. Beslist de moeite! Slagzin van de 12de Hanswijkjubelfeesten: Ja | leven | beleven. Ja-zeggen aan het leven doet leven! Hier een fotoimpressie vanop de tribune in de Keizerstraat.

Grote Markt - Sint Romboutskathedraal

De stad anno 2050

City 2050

De BBC gunt ons een blik in de toekomst van de stad anno 2050. Tegen die tijd zou driekwart van de bevolking in de steden wonen. Ingenieuze nieuwe steden ontworpen door even ingenieuze planologen en architecten. Wordt hier rekening gehouden met de organische groei van een stad met oog voor de sociale cohesie, rijst hier de vraag. Heeft de ‘Cradle tot cradle’ – methode van McDonough en Braungart hier bijvoorbeeld enige inbreng? Technologische hoogstandjes als delivery drones, farmscrapers, robo-taxis en … living streetlights zijn al geen science fiction meer. De verbeelding van de stadsontwerpers neemt een hoge vlucht. Jammer genoeg bleek niet elke nieuw ontworpen stad op deze planeet ook nog leefbaar. Dream on city designers but keep it human!

Runaway: animated fridge feelings

Spieltrieb – Speeldrift – Juli Zeh***

Juli Zeh (b. 1974), German writer

Een roman over ‘de nazaten van het nihilisme’, een huidige generatie dertigers. Een groep hoogbegaafde jongeren aan het fictieve Ernst Bloch gymnasium in Bonn beslist om alle moraliteit over boord te gooien en zich, uit verveling, over te geven aan de wetten van het spel. Hallucinante gebeurtenissen, erg provocerende ideeën. Als fictie ooit in staat was om mij met totale afschuw te vervullen, dan deze roman. Hierin ligt  het bijzondere schrijftalent van Juli Zeh: de levensstijl en gedachtenwereld capteren van een jongerengeneratie anno 2000, binnen de context van een Duitse fictieve privéschool. In haar metaforiek is de verbeelding aan de macht. De roman verscheen in 2004 bij Schöffling & Co., werd in 2006 vertaald naar het Nederlands voor Ambo/Anthos en telt 451 blzn. Het motto: Summum Ius, Summa Iniuria.

Alev El Qamar, de instigator van het duivelse spel, voor de rechtbank: “Ook als u zelf nog uitgeproken jong bent ligt er iets tussen ons dat gewoonlijk een generatie genoemd wordt, hoewel je het beter over de verjonging van de tijdgeest kunt hebben. Uw geboortejaar kan met de cijfers 1- 9 -7-beginnen, misschien zelfs 1- 9 -6 terwijl ik tot de serie met een acht behoor, een late acht, al bijna een negen. Realiseert u zich: mensen die in de jaren negentig geboren werden, kunnen nu al met goed werkende hersens en een radde tong tot u spreken! Hebt u niet pas in de jaren negentig eindexamen gedaan?Voilà: ik ben net zo oud als uw diploma. Wij roepen elkaar op verschillende planeten staande, terwijl we elkaar in de kosmische ruis passeren, een paar woorden toe. Wat ons verbindt zijn twee lege conservenblikken met een niet al te strak gespannen touwtje daartussen. De mens zo zeg ik u langs deze weg, is berekenbaar, en meneer Smutek handelde volgens de juiste uitkomst van een opgeloste vergelijking. En dus handelde hij goed.” (439)

Juli Zeh noemt Speeldrift een gedachte-experiment waar ze mee begon doordat er steeds gesproken wordt over het verlies van normen en waarden in onze hedendaagse maatschappij. Zeh schetst in haar roman precies zo een wereldbeeld van een postideologische maatschappij waar in een moreel vacuüm wordt geleefd. Zeh zet de lezer actief aan het denken in haar roman door thema’s aan te snijden als terrorisme, de keuze tussen goed en kwaad en de geldigheid van het rechtssysteem. Dat dit boek een gedachte-experiment is, maakt sommige aspecten van het verhaal ongeloofwaardig, zo lijken de personages Ada en Alev soms nogal kunstmatig in de manier waarop ze praten en hun intelligentie etaleren. Ook het einde van Speeldrift lijkt niet erg plausibel in het echte leven, maar het was dan ook Juli Zehs bedoeling om met het einde van haar boek de lezer te provoceren. Naast de zwaarwichtigheid van de thema’s die worden aangesneden etaleert de schrijfster-juriste Zeh haar uitgebreide kennis en maakt ze vaak gebruik van filosofische uitweidingen. Het omvangrijke Speeldrift is geen licht leesvoer, maar leest wel vlot dankzij de vele plotwendingen. Het boek is een interessante kennismaking met een jonge Duitse schrijfster die momenteel erg in de belangstelling staat. (bron: Leesweb)

Spielanordnung

Die Juristin und Schriftstellerin Zeh wagt das Unmögliche und lässt es möglich erscheinen. Sie zeichnet das Bild einer Generation der Gegenwart aus dem Blickwinkel der Zukunft und trifft präzise einen Zeitgeist, den man voll und ganz doch erst im Nachhinein wird beschreiben können. „Wir sind die Urenkel der Nihilisten“, titulieren die Protagonisten sich selbst. Mit ihrem Porträt der Generation 2000 wird Juli Zeh zur Chronistin alltäglicher Eiseskälte.

Die Postmoderne ist schon lange vorbei, eine neue Bezeichnung für unsere Epoche ist noch nicht gefunden, und wird sich wohl auch erst in Zukunft finden lassen, wenn das Heute Vergangenheit geworden ist. Vielleicht wird man unsere Zeit später als Postpopexistentialismus titulieren.

Nach der in den frühen 1990er Jahren heraufbeschworenen Gen-X erscheinen Ada und Co wie Repräsentanten einer Generation matriX. Was ist Spiel, was ist Realität? Was ist Spiel, was ist Trieb? Was ist Spiel, was ist Ernst? Was ist Spiel, was ist Phantasie? Eine Generation, die nicht mehr an Gott glaubt, aber auch nicht an das Nichts glaubt oder an Alles. Es wird eine Generation beschworen, der Alles oder Nichts gleich-gültig ist. Für Smutek ist das jene Generation, „die einen Herzschrittmacher braucht, um ein menschliches Gefühl zu erzeugen“. Vielleicht verkörpern Alev und Ada eine Jugend, die nichts will und alles hat. In ihrer Welt ist Gewalt etwas Selbstverständliches. Die Generation der Vogelfreien: „Desperados ohne Wilden Westen. Guerillas ohne Krieg.“ Der Staat hält das Gewaltmonopol inne und darf in seinen Sozialisationsanstalten strukturelle Gewalt ausüben. In „Spieltrieb“ scheint die Gewalt von Jugendlichen eine Antwort darauf zu sein. Man will die Gründe für Adas und Alevs grausames Handeln erklären und verstehen, bis man dahinter kommt, dass es gar keine Ursachen gibt. Die juvenilen Straftäter sind erschreckend und im Falle von Alev und Ada erschreckend klug.

Das große Sujet des Romans ist, neben der Frage nach Recht und Unrecht, die Vorhersagbarkeit menschlichen Handelns. Am Ende des Buches sagt Ada in ihrem Plädoyer: „Ich breche keine Lanze für die Anarchie. Ich schildere Ihnen nur die spezielle Müdigkeit, die jeden befällt, der sich anhören muss, was gut und böse, richtig und falsch sei, obwohl niemand mehr die Grundlagen dieser Unterscheidung zu erklären oder auch nur zu benennen vermag. Moral dient der Herbeiführung von Berechenbarkeit. Der Mensch ist, ich wiederhole es noch einmal, am berechenbarsten, wenn er pragmatisch handelt. Wenn er spielt.“ (bron: Bücher – Wiki)

Op dat punt wijkt Speeldrift af van andere schoolromans. Waar in Hesses Unterm Rad, in Musils Die Verwirrungen des Zöglings Törless en in Bordewijks Bint de leraren nog de macht hebben, daar is bij Zeh een leraar de underdog. De aanpassingswillige docent, maar door zijn omgang met Ada steeds verder desintegrerende Smutek, is mooi geportretteerd. En Ada en Alev, de intelligente monsters, samen goed voor een spectaculaire ontknoping, die vergeet je nooit.
Het is verdacht dat Spieltrieb door een deel van de Duitse kritiek, het mannelijke deel vooral, zo vernietigend werd besproken. Men hekelde Zehs “pretenties’. Alsof een jonge vrouw die niet mag hebben. Alsof zij voor altijd in het reservaat van het Fräuleinwunder moet blijven, die neerbuigende verzamelnaam voor succesvolle vrouwelijke auteurs waar Zeh na het verschijnen van haar debuut Adler und Engel bij werd ingelijfd. (bron: Anneriek de Jong voor NRC boeken)

Terwijl de (anti)moraal en talloze literaire referenties je om de oren vliegen en Zeh in een zinderende stijl iets vertelt over de Duitse maatschappij na de hereniging, raken de protagonisten in een akelige driehoeksverhouding verzeild die onvermijdelijk tot een catharsis moet leiden. Haalt de liefde de bovenhand of eindigt het met geweld? Een vraag die zo oud is als de literatuur zelf. (bron: Roderik Six voor Knack Focus)

%d bloggers liken dit: