Het verloren koninkrijk | prof. em. Els Witte | VAM

De Vlaamse Academici Mechelen sloten dit jaar hun lezingenreeks af met een voordracht van emeritus-hoogleraar en ere-rector VU Brussel Els Witte over een cruciale periode uit de geschiedenis van de Lage Landen. Het bestuur leidde de voordracht als volgt in:

Na een korte Belgische revolutie kwam er in oktober 1830 een einde aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een onvermijdelijke wending in de geschiedenis, zo lijkt het nu, maar dan wordt geen rekening gehouden met de felle oppositie van de orangisten. Die beweging van Oranjegezinden uit de elite van Vlaanderen, Brussel én Wallonië stelde alles in het werk om weer aansluiting te vinden bij het Nederlandse koninkrijk.

In deze voordracht gaat prof. Els Witte op ontdekkingstocht naar de wortels van het orangisme. Uit tot dan afgesloten en nauwelijks onderzochte archieven,  haalde zij veelzeggende correspondentie, vaak in geheimschrift opgesteld. Aan de hand van onontgonnen bronnen, ze kreeg zelfs toegang tot de familiebescheiden van de dynastie Oranje-Nassau, weet prof. Els Witte een rijkgeschakeerd en uniek beeld te schetsen van de orangistische organisaties, gedragscodes en strategieën. Ook laat zij een scheerlicht glijden over de druk beoefende Oranjecultus die nog lang niet is doodgebloed.

Ik verwijs in dit verband naar het artikel uit Ons Erfdeel ‘Oranje in België 1830-1850’ waarin Els Witte haar onderzoek naar het harde orangistische verzet tegen de gebeurtenissen van 1830 samenvat.

9789085426561

In haar boek en haar voordracht stelt de historica de volgende vragen:

  1. Waarom is er zo weinig geschreven over de revolutie van 1830?
  2. Waarom was dat een belangrijke revolutie?
  3. Wie waren die orangisten en wat was hun verhouding tot de Vlaamse Beweging?
  4. Wat was de relatie van de orangisten tot het Noorden?

en komt ze tot o.a. de volgende conclusies:

  • In tegenstelling tot wat doorgaans wordt beweerd, is het Belgische orangisme geen onbeduidende, marginale beweging. Ze wordt integendeel gedragen door de meerderheid van de zuidelijke elite en we hebben kunnen aantonen dat ze rechtstreeks aansluit bij de regeringsgetrouwe elite die tevreden was met het beleid van Willem I voor 1830. [Na de aanstelling van Leopold I komt die koningstrouw in het gedrang en  door de correctionele wet van het jonge België (± 1835) die elke uiting van orangisme strafbaar maakte, voelen de orangisten zich niet meer beschermd, gebruiken daarom in hun correspondentie met o.a Den Haag een geheimtaal, BK]
  • Dat orangisten allemaal antiklerikale liberalen zijn, blijkt al evenmin te kloppen. Er bevindt zich namelijk een flinke minderheid gelovige katholieken in de beweging, vooral bij de adel maar ook bij de voormalige bestuurselite.
  • Voor de nieuwe Belgische staat in wording is deze beweging allesbehalve ongevaarlijk. Dat blijkt onder meer in maart 1831, als de coup waaraan generaals en prominenten uit Belgische regeringskringen deelnemen bijna slaagt, en ook tijdens de Tiendaagse Veldtocht van begin augustus 1831, als officieren uit het Belgische leger opnieuw hulp bieden en de overwinning van het Nederlandse leger alleen door de tussenkomst van de Fransen kan worden verijdeld.
  • Het harde orangistische verzet verklaart waarom de Belgische revolutionairen de strijd tegen de orangisten even hard, zo niet nog harder aanpakken. De Belgische revolutie is dan ook veel gewelddadiger dan historici vroeger durfden toe te geven.
  • Groot-Nederlandse historici hebben steeds geponeerd dat de Belgische revolutie van 1830 niet een zaak van Vlaanderen was – de Nederlandstalige regio zou passief zijn gebleven – maar wel van een francofone minderheid uit Brussel en Wallonië. De grondleggers van de Vlaamse Beweging worden door deze historici bovendien afgeschilderd als de steunpilaren van het orangisme. Nu we het globale beeld van het Belgische orangisme kennen, blijkt dit maar de halve waarheid te zijn.
  • Het georganiseerde orangisme is vooral een Franstalige beweging en is ook sterk gevestigd in Brussel en Wallonië. Het Frans domineert zonder meer de beweging. Dit is niet vreemd, aangezien het om een beweging uit de elite gaat, en de elite is in die periode ook in Vlaanderen en Brussel verfranst. Frans is dus ook voor de orangisten de cultuurtaal, en niet het Nederlands. Onderling, met de koning en met Den Haag wordt dan ook alleen in het Frans gecorrespondeerd. Het Belgische orangisme is met andere woorden hoofdzakelijk een Franstalige aangelegenheid, waardoor de beweging goeddeels afgesneden is van de Nederlandstalige middengroepen in Vlaanderen en de banden met de taalminnaren heel beperkt blijven.
  • Wie verwacht dat de Belgische orangistische beweging op veel steun uit Nederland kan rekenen, komt bedrogen uit. Het noorden stoot het zuiden af en er is veel weerstand tegen de politiek van Willem I om ook na de mislukte Tiendaagse Veldtocht van augustus 1831 Nederland en België onder één dynastie te houden.
  • Het Belgische orangisme is een politieke en culturele formatie met een sentimentele kant: heimwee naar ‘Het verloren koninkrijk’. Het sterft een stille dood ± 1848.

Na de voordracht beantwoordde Els Witte nog enkele vragen uit het publiek: Bestaat er een verband tussen het orangisme en de Grootnederlandse gedachte à la Joris Van Severen? Hoe wetenschappelijk-objectief is geschiedschrijving ? Is er continuïteit tussen het orangisme en de Orde van den Prince ?  Het werd een verhelderende uiteenzetting waarin een aantal aannames op basis van gedegen onderzoek werden geherinterpreteerd.

els_witte

Els Witte is historica. Ze doceerde vanaf 1974 hedendaagse politieke geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel, in de afdelingen geschiedenis, communicatiewetenschappen en politieke wetenschappen. Haar aandacht gaat uit naar onder andere de Belgische revolutie van 1830, de vroege partijvorming en de Vlaamse beweging. Van 1994 tot 2000 was Witte rector van de VUB en sinds 1988 is ze lid van de Koninklijke Academie van België. Eerder was zij de hoofdauteur van onder andere het in het Frans en Engelse vertaalde Politieke geschiedenis van België sinds 1830 (2007).

Leerlingen hebben goede relatie met leraren | Klasse

Voel je je goed op school? En in je klasgroep? Let je goed op tijdens de lessen? Word je gepest? Geven je leraren goed les? Geven ze een compliment als je je inzet? Bijna 900 scholen stelden de voorbije 3 schooljaren die vragen aan hun leerlingen. Dat leverde meer dan 150 000 ingevulde vragenlijsten van leerlingen uit het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs in Vlaanderen en Brussel op. De analyse van de onderwijsinspectie (p 55-128) – met een opsplitsing per onderwijsniveau – biedt een kijk op het welbevinden van kinderen en jongeren in het leerplichtonderwijs:

Leraren zijn correct, vriendelijk en geven goed les. Maar leerlingen willen wel meer complimentjes. Dat blijkt uit het jaarverslag van de onderwijsinspectie.

Professor Nadine Engels (VUB) verklaart in ‘Leerlingen hebben goede relatie met leraren’ de cijfers. [vetjes, BK] 

Bron: www.klasse.be

Dag van de Aarde 2016 – Allemaal klimaatneutraal

DSC02390

Gisteren maakte ik een fietstocht naar Leuven (38 km) en kwam voorbij aan het Provinciehuis van Vlaams – Brabant aan het Provincieplein langs de Tiensevest. Op haar website legt de provincie uit hoe klimaatneutraal ze is of wil zijn. De provinciale administratie is gehuisvest is een  gebouw ontworpen door de Portugese architect Gonçalo Sousa Byrne. Hij hield rekening met het ruimtelijke, functionele en het technische aspect van het complex. Bovendien zorgde hij ook voor de uitstraling: jong, democratisch, ambitieus en toegankelijk. Het provinciehuis past in het grotere geheel van de stationsomgeving van Leuven.

Kunnen steden en provincies het klimaat redden ? Het antwoord van  Peter Tom Jones, onderzoeksmanager-KU Leuven is te lezen op www.climaxi.be

Bron: Recreatieve fietsroute: Fietslus van Boortmeerbeek – Sluis langs de Vaartdijk naar Leuven Centrum (Tiense Poort) en terug

%d bloggers liken dit: