Wie ziet door het bos de bomen niet meer ?

IMG_2157

Ach, ach de golf van kritiek die Minister Joke Schauvliege sinds haar boude uitspraak gisteren weer op gang trok, is pijnlijk. Elke dag verdwijnt 6 hectare Vlaamse grond onder beton of asfalt, aldus Michel Vandersmissen in Knack. Dat is niet weinig. Terwijl de Boerenbond onder het motto ‘Stop de waanzin – Boeren eisen volwaardige toekomst’, een nationale affichecampagne startte die volgens hen op een “sprekende en kleurrijke manier de vinger op de wonde legt”. Ze willen de burger alarmeren over de gevolgen van de vergroeningspolitiek die vandaag over het platteland raast. Een politiek die volgens hen zonder onderscheid van grootte of aard honderden bedrijven elke toekomst dreigt te ontnemen. Ik geloof ten stelligste dat er in dit verband alternatieven mogelijk zijn. Wie slim omschakelt zal kunnen surfen op de brede basisgolf van vergroening en bewuster leven.

Van jaar tot jaar zie ik trouwens in mijn buurt het aantal wandelaars, fietsers, joggers en ruiters toenemen omdat men, vermoed ik, in  deze groene plattelandszone waar de trage wegen druk gebruikt worden, met het nabijgelegen Steentjes- en Schiplakenbos  o.a. “naar de bomen kan kijken” om zijn werkstress kwijt te raken. Daarenboven heeft een nieuwe Amerikaanse studie aangetoond dat mensen die vaker in “een groene omgeving komen” langer en wellicht ook  meer ontspannen leven. Dat meer mensen op een kleine afstand van hun woonomgeving van natuur en bos kunnen genieten is toch prachtig. Wie bovendien  meent dat een boom slechts hakhout oplevert, moet beslist Het verborgen leven van bomen van de Duitser Peter Wohlleben lezen. Een absolute aanrader voor onze Vlaamse Minister van Omgeving, Landbouw en Natuur.

 

The Green Road – Het groene pad – Anne Enright*****

Anne Enrights  ontroerende zesde roman keert terug naar het thema van haar Bookerprijswinnende The Gathering: een Ierse familie wordt door de omstandigheden gedwongen tot confrontatie met conflict, verlies en verandering.

het-groene-pad-anne-enright-boek-cover-9789023492092The Green RoadHet groene pad (2015)  –  vertaald naar het Nederlands voor De Bezige Bij door Molly van Gelder – speelt zich af in het graafschap Clare. De auteur heeft gekozen, zo vertelt ze in een nawoord, om de stad waar haar personages wonen, niet te noemen: ” Hiermee wil ik benadrukken dat dit een fictief verhaal is, bewoond door fictieve personages”  Het geeft  de lezer de mogelijkheid een rijkelijk opgeroepen landschap te bewonen, dat van het Ierland uit het recente verleden en daaronder het Ierland van de mythe.

Enrights saga confronteert de lezer met de matriarch Rosaleen Madigan, geboren Considine, en wellicht genoemd naar de heldin uit een populair Iers volkslied. Ook de groene weg van de titel van de roman is zowel een bestaande track over de Burren in County Clare  als een rotsachtig pad dat Rosaleen moet betreden in haar eigen ziel.

De vorm van de roman belichaamt perfect het thema van barsten en kloven in de (familie)relaties.  De roman begint met ons Rosaleen Madigans ruzieënde kinderen voor te stellen  naar rato van een hoofdstuk voor elk.  In het eerste fragment, Ardeevin 1980, wordt de jongste dochter Hanna door haar grootmoeder Madigan om een boodschap naar oom Bart Considine, apotheker, gestuurd. Haar moeder ligt dan al een paar weken in bed nadat ze van haar oudste zoon Dan te horen kreeg dat hij priester-missionaris wil worden. Later in de roman wordt Hanna, nu een mislukte actrice in Dublin, voorgesteld als in de war gebracht door haar eigen moederschap. Haar manier van ontsnappen is depressief worden, vluchten in de drank en in rond geduwd worden door haar ruwe partner.

Enright tovert een verdwenen tijd terug  in scherpe close-ups van details. Hanna onderzoekt haar stadje met de intensiteit van een visionair: “Daarna kreeg je de winkels: de manufactuur met de grote ruit, omrand met geel cellofaan; de slager met zijn vleesbakken, omlijst met bebloed kunstgras; en na de slager de zaak van haar oom, en van haar grootvader vóór hem: Apotheek en Drogisterij Considine.” (blz. 10) Ze bereikt de apotheek, met  “flesjes 4711 en badzeep van Imperial Leather in crème en donkerrode doosjes.” (blz. 12) Er heerst een vete tussen de Considines en de Madigans: “Emmet [Hannes jongste broer] zei dat opa Madigan in de Burgeroorlog was neergeschoten en dat opa Considine toen geweigerd had hem te helpen.”(blz. 29). Rosaleen Considine  is in de ogen van haar familie beneden haar stand getrouwd.

Het tweede hoofdstuk, New York in 1991, onthult Dan als een gerateerde priester in de New Yorkse gay scene. Het vertelperspectief wisselt van derde persoon naar een eerste persoon meervoud “wij’, waarbij een roddeltoon wordt aangeslagen die typisch is voor de freewheelende en opschepperige New Yorkse gay subcultuur van die tijd.

Dans broer, Emmet, die we ontmoeten in 2002, heeft een vluchtweg van ouders en familie gevonden die leidt tot Ségou in Mali, waar hij een zelfbewuste hulpverlener wordt , vol zelfspot: “Met een opgelucht gevoel reisde hij af naar de hoofdstad voor een week lang opgestopt verkeer en een enigszins beschermd verblijf met de mannen van de regering en de VN en de Voedsel- en Landbouworganisatie. Bamak was niet bepaald het vliegveld van Genève, maar het was evengoed een hele overgang. Emmet dacht soms dat hij een mooi kantoor zou willen met airco, Nespresso en Skype, maar dan dacht hij weer dat zijn zenuwinzinking door een mooi kantoor met airco haar kans schoon zou zien.” (blz. 115) Emmet probeert zijn koel te bewaren wanneer hij zich bezighoudt met de complicaties van het postkoloniale leven en wordt daarbij niet bepaald geholpen door zijn vriendin Alice, wanneer die een  schurftige hond adopteert die meer te eten krijgt dan het huispersoneel.

In tegenstelling tot haar broers en zussen, leidt Constance een ogenschijnlijk gewoon leven. Werk, echtgenoot, kinderen lijken haar te bepalen. We ontmoeten haar eerst in 1997, ze moet een mammogram ondergaan voor een verdachte tumor. Zij heeft een plichtsgetrouwe haat-liefde relatie met haar moeder Rosaleen, staat open voor het vreemde in alle mensen die ze ontmoet, koestert de eigenaardigheden van het dagelijks leven en het geheim van de echtelijke erotiek. Ze is de stille heldin-martelares.

In een tweede deel worden dan al deze diasporaleden van de Madiganfamilie samengebracht rond de kerstdis omdat ze vernomen hebben dat hun zesenzeventigjarige moeder besloten heeft de ouderlijke woning te verkopen en bij haar dochter in te trekken. Het traditionele familiefeest veroorzaakt echter een uiterst onaangename komische climax die dreigt uit te draaien op een catastrofe. Elk familielid ziet nadien op zijn manier de realiteit in en de onvolkomenheid van moederliefde. Bij hun zoektocht naar een andere woning voor Rosaleen tekenen Constances woorden de realiteit van die relatie: “ Toen Constance haar voor de laatste keer van het ziekenhuis in Limerick ophaalde, reden ze terug over de boogbrug langs Ardeevin. De ramen aan de voorkant waren dichtgetimmerd en het hek hing open, maar Rosaleen leek het huis niet te zien, het leek wel alsof het nooit had bestaan. Die avond ging Constance terug om wat rozen te plukken uit de verwaarloosde tuin en ze kwam doodmoe en alleen terug. Het ideale huis bestond niet, hoe zou het ook? Je kon het Rosaleen immers nooit naar de zin maken. Iedereen sloofde zich uit om haar tevreden te stellen, maar iedereen schoot tekort.”(blz.312)

Het groene pad bracht me terug naar de buitengewone en unieke natuur van county Clare, waar Anne Enright deze roman schreef op een moment dat ze zichzelf, in een midlife crisis, probeerde terug te vinden. Lange wandelingen langs het groene pad met de Atlantische Oceaan in haar blikveld, inspireerden haar. De onopgesmukte, vaak rauwe realiteit van haar proza ademt de Ierse ziel.

ESC: Cute, spontaneous, talented Laura Tesoro (B), controversial winner Jamala (UKR)


Don’t ask me why the sun is shining
Long after the day is done
The evening falls, the bright lights
Bring out the best in me, I see

Massive walls weighing down the people all around
But they don’t seem to mind at all
And I will try to stand my ground, won’t be bound
And bring out the best in me

What’s the pressure?
You will grow, you will know in the end
That this is fiction
It’s in your mind, live your life instead

Don’t ask me why the sun is shining
Brings me all the joy and hope in life
Even though these rules they, they try’na take over me
Try’na take over me, I see

Massive walls weighing down people all around
But they don’t seem to mind at all
I will try to stand my ground, won’t be bound
And bring out the best in me

What’s the pressure?
You will grow, you will know in the end
That this is fiction
It’s in your mind, live your life instead

What’s the pressure?
This is fiction
It’s in your mind, live your life the best

You gotta do what you wanna do
You gotta be who you wanna be
So tell me, what’s the pressure?

What’s the pressure?
And this is fiction
It’s in your mind, live your life instead

Now what’s the pressure?
You will grow and you will know in the end
That this is fiction
It’s in your mind, live your life the best

Composed by Sanne Putseys (Selah Sue), Birsen Uçar. Lyrics by Sanne Putseys (Selah Sue), Louis Favre, Yannick Werther.

Meer info over het Eurovisionsongfestival: www.songfestival.be

Buitenlandse pers over de winnares van het songfestival, Jamala (Oekraïne) met het nummer “1944”:

Spiegel online Kultur -“Nachdem die ukrainische Sängerin Jamala im Finale des Eurovision Song Contest Australien und vor allem den russischen Publikumsliebling Sergey Lazarev auf die Plätze verwiesen hatte, meldete sich der ukrainische Präsident Petro Poroschenko zu Wort.

“Heute hat mit Jamalas Stimme das ganze ukrainische Volk gesprochen. Die Wahrheit hat wie immer gesiegt”, schrieb der Staatschef auf Twitter. Er nutzte die Gelegenheit für das Versprechen, in seinem Land zügig mit dem kommunistischen Erbe aufzuräumen, das sei “eine Frage der politischen Sicherheit”.

Der Kiewer Bürgermeister Vitali Klitschko sagte: “Ich bin unglaublich stolz auf die Ukraine, und ich bin Jamala dankbar für diesen Sieg, der für uns alle heute wichtig ist.” Er lud für 2017 zum ESC nach Kiew ein, als einen möglichen Austragungsort nannte er das Olympiastadion.” 

The Telegraph – Ukraine have won Eurovision with a political, heartfelt and serious song about something with intense personal meaning to the singer, Jamala. It’s a song about Stalin’s forced deportation of Crimean Tatars, including members of Jamala’s own family, in 1944.

In the run-up to the contest, Russia complained that Ukraine shouldn’t be allowed to sing this particular song, as Eurovision generally bans overtly political songs, not least when they have contemporary resonances like this.

But Jamala was eventually cleared to compete, and in the end she ended up going head-to-head with pre-contest favourite Russia’s Sergey Lazarev for the title.  Her win proves that emotional and high-quality music can triumph at Eurovision, and the contest will always have a political element, no matter how much the organisers try to pretend it’s about music above all else.

Le Monde – Le pays, meurtri par un conflit dans l’Est et l’annexion de la péninsule de Crimée par son voisin russe, en 2014, aura fait de cette émission une véritable tribune politique avec le choix de Jamala.

The Guardian – Before the final, which was held in Stockholm on Saturday evening and seen by many as the most politicised edition of the competition to date, Jamala had said her victory would show that Europeans were “ready to hear about the pain of other people”. Jamala, whose real name is Susana Jamaladynova, is herself a Crimean Tatar who has not been home since shortly after Russia’s 2014 annexation of the peninsula. Her parents and extended family still live there.

“[If I win,] it will mean that modern European people are not indifferent, and are ready to hear about the pain of other people and are ready to sympathise,” Jamala told the Guardian by phone from the Swedish capital shortly before the contest.

Referring to her song’s lyrics, she said: “Of course it’s about 2014 as well. These two years have added so much sadness to my life. Imagine – you’re a creative person, a singer, but you can’t go home for two years. You see your grandfather on Skype, who is 90 years old and ill, but you can’t visit him. What am I supposed to do: just sing nice songs and forget about it? Of course I can’t do that.”

 

 

‘Pinksteren: het beste antigif tegen religieus fanatisme, bekrompenheid en ritualisme’ –  Ignace Demaerel in Knack

IMG_1487

In de geest van het citaat ‘Een andere taal en toch elkaar verstaan. Het wordt Pinksteren.’ van Raho Rahiti wil ik jullie fijne pinksterdagen toewensen samen met een toemaatje van Ignace Demaerel. Ignace Demaerel woont in Schaarbeek en is licentiaat in de Wijsbegeerte en in de Protestantse Godgeleerdheid. Hij is godsdienstleraar in het openbaar onderwijs en sinds 2012 is hij columnist/opiniemaker bij Knack. Hij had zes jaar zitting in het bestuur van de Evangelische Alliantie Vlaanderen en is de auteur van het boek  Jezus 2.0: wat heeft Hij ons vandaag nog te vertellen?

‘Waar de Geest van de Heer is, is vrijheid!’ roept weeral Paulus enthousiast uit (2 Korinthe 3:17). Hoe kan het dan dat veel mensen christendom en Kerk associëren met onvrijheid, starheid, formalisme? ‘Heilige tradities’ kunnen zo gemakkelijk het leven verstikken. Blijkbaar hebben sommige christenen de kern van de boodschap zo onherkenbaar misvormd dat het helemaal niet meer als ‘goed nieuws’ overkomt. Zulke volgelingen, zónder de Geest, brachten de grootste reputatieschade aan zijn Kerk. Deze uitwassen krijgen natuurlijk veruit de meeste aandacht in de media en de geschiedenisboeken, en sommigen zullen dat voor eeuwig tegen de Kerk blijven houden. Maar dit is het gevolg van de menselijke conditie: er is een soort ‘wet van de geestelijke zwaartekracht’ die alles naar beneden trekt, naar het aardse doet afglijden. Er komt sleet op de beste dingen, op verliefdheid en liefde, op huwelijken en vriendschappen, op de beste goede voornemens: er is een vurige start vol goede moed en idyllische voornemens, het nieuwe initiatief wordt in mooie vormen gegoten om ze te versterken, maar blijkbaar ‘verdampt’ de vurige motivatie na zekere tijd. De mens is niet in staat de goddelijke norm lange tijd vol te houden. De nieuwe wijn wordt in nieuwe zakken gegoten, maar na x aantal jaren zijn ook deze zakken niet nieuw meer, hé? Na enkele decennia of generaties dreigt hetzelfde slijtageproces. Er zijn genoeg hervormingsbewegingen geweest, die na enkele decennia zelf versteenden: de vurige lava koelt af, maar met een brok gestolde lava kan je iemand doodslaan.We hoeven naar niemand stenen te gooien, want het is een algemeen menselijk proces. Constante vernieuwing blijft de uitdaging, altijd opnieuw fris. We hebben geen container water nodig, maar een bron. Ach, het is toch weeral geen toeval zeker, dat de heilige Geest vergeleken wordt met ‘stromen van levend water die uit je binnenste vloeien’ (Johannes 7:38)?

Bron: ‘Pinksteren: het beste antigif tegen religieus fanatisme, bekrompenheid en ritualisme’ – België – Knack.be

 

Eerste keer | Dichter des Vaderlands

Eerste keer

Hola hoooola
draai maar wolken zing maar kermis
beef maar wegen monden ga wijd open staan
de eerste keer het is de eerste keer
de eerste keer dat wat?
dat de poëzie overspoelt belegert
tekeergaat aansteekt en vernieuwt
zo zie je vandaag 100 jonge dichters
van noord en zuid van west en oost
de woorden van hun eerste keer
beramen rijmen spuien
‘soms verkeerd maar nooit fout’
zoals Charles Ducal al schreef
de eerste keer dat je op de fiets wegstuift
de eerste heuvel die je beklimt
de eerste keer dat je de zee groet
de eerste liefde de eerste klap
de eerste zoen de eerste stortvloed
de eerste rouw terugkeer naar je eerste wortels
de eerste keer dat je het eind
van het eind van je straat verlaat
de eerste stier waar je trots op bent
het eerste oproer op aarde
het eerste boek dat je herleest
de eerste stap de eerste dood
de gruwel wordt banaal
de eerste droom eerste extase
de eerste breuk de eerste dans
elke dag de eerste dag
vanochtend ademen
de jonge dichters in mijn borst
fluiten ze tussen mijn lippen
ik loop op straat
in de onthutste wind van hun eerste keer
voorjaarstaal vonkende taal
razende taal vluchtende taal
geschokte taal beroer en waak
over de aarde die zich ingraaft
meer lucht! lucht! zeggen de dichters
gekneed door eerste keren
staart de stad me aan
wat valt komt ter wereld
en richt zich op na de storm
valt komt ter wereld
en openbaart ons als altijd nieuw
en bindt ons
mooie strompelaars
heerlijke hinkepoten
aan dezelfde levensboom.

Dit gedicht draag ik [Laurence Vielle] op aan de jeugd.

HONDERD jonge dichters tussen de 15 en 26 jaar namen deel aan het schrijfproject ‘dichter des vaderlands’ en schreven over hun eerste keer. In het Théâtre-Poème 2, waar het initiatief het daglicht zag, vieren we op 8 mei de publicatie van de bookleg la première fois / de eerste keer (éditions maelstrÖm), wat meteen ook het startsein betekent voor het 10de fiEstival maelstrÖm. Het boekje bevat de gedichten van de twee laureaten in de drie landstalen. Zelf gaan zij voortaan als jonge dichters des vaderlands door het leven. De gedichten van nog achttien Franstalige en Nederlandstalige deelnemers worden in de oorspronkelijke taal gepubliceerd.

Vertaald uit het Frans door het Vertalerscollectief van Passa Porta: Pierre Geron, Danielle Losman, Bart Vonck en Katelijne De Vuyst

Bron: Eerste keer | Dichter des Vaderlands

Habesura al pi Jehuda* – Judas – Amos Oz

Amos Oz geeft zijn roman Judas dit motto mee:

Daar rent de verrader aan de rand van het veld

Niet de levende maar de dode werpt naar hem de steen

Natan Alterman, ‘De verrader’, uit Vreugde der armen

Behalve de boeiende perspectiefwisselingen en vinnige politieke en filosofisch-religieuze disputen tussen de personages (Smoeël Asj, Gersjom Wald, Atalja Abarbanel), het uitvoerig uitgewerkte thema verraad (waarvan Amos Oz met betrekking tot Israël ook vaak beschuldigd wordt), de geestige karakterisering van de onhandige, komische, verliefde hoofdfiguur Sjmoeël, houdt deze roman, die speelt binnen de muren van een oud huis aan de rand van de verdeelde stad Jeruzalem, in zijn wezen, een pleidooi voor vreedzaam samenleven.

foto_1450196234Het verhaal speelt zich af in een somber oud huis in Jeruzalem in de winter 1959-1960, en wie wel eens een winter in Jeruzalem heeft doorgebracht, weet hoe deprimerend die kan zijn, met regen, wind, druipende cipressen en armzalige petroleumkacheltjes. Hoofdpersoon Sjmoeël Asj, student aan de Jeruzalemse universiteit, wordt door zijn vriendin in de steek gelaten, zijn vader is  failliet gegaan en kan hem geen studietoelage meer geven, en hij is vastgelopen in zijn zo veelbelovend begonnen scriptie, waarin hij wilde bewijzen dat Judas niet de verrader van Jezus was, maar juist de enige die écht in hem geloofde. Sjmoeël besluit zijn studie te staken en ergens in de Negev-woestijn nuttig werk te zoeken. Maar dan valt zijn oog op een briefje op het prikbord bij de universiteitskantine: student gezocht om een invalide oude man ’s avonds gezelschap te houden. Sjmoeël gaat erop af en ontmoet in het eerdergenoemde sombere huis Gersjom Wald, een typische intellectueel die niets liever wil dan zijn mening laten horen. Helaas is hij door zijn handicap aan huis gekluisterd en heeft hij geen publiek. Daar moet Sjmoeël in voorzien, die zelf ook wel van een stevige discussie houdt. In het sombere huis woont ook nog een beeldschone vrouw van een jaar of vijfenveertig, Atalja Abarbanel. Sjmoeël wordt op slag verliefd op haar, maar zij speelt een soort kat- en muisspel met hem. Sjmoeël komt er gaandeweg achter dat Gersjom en Atalja nog steeds leven met de tragedie die hun in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1948 is overkomen. En door dit alles loopt het thema van Judas, in de ogen van de christenen de klassieke verrader en het prototype van de onbetrouwbare jood. Maar in zijn gesprekken met Gersjom en Atalja komt Sjmoeël erachter dat de scheidslijn tussen verraad en liefde heel dun is.- de vertaalster hildepach.nl

Judas is geen gemakkelijk boek. Je kunt je zelfs afvragen of het als roman geslaagd is. Maar als literaire verdediging van Oz’ overtuiging dat alleen een compromis met je tegenstander tot vrede kan leiden, is het dat zeker. Van verraad kun je hem in ieder geval niet meer beschuldigen. – nrc.nl

Wat als

Wat het ene moment verraad heet, kan de volgende dag moedig blijken. Het is dat soort overwegingen die Oz’ roman schragen. De schrijver plant zaadjes van twijfel in twee historische verhalen: het ontstaan van de staat Israël en het Bijbelse verhaal van Jezus en Judas.

Wat als de joden voor 1948 de Arabieren hadden kunnen overtuigen om zich samen tegen de (Britse) bezetter van Palestina te kanten? Door net op de Britten te rekenen voor de stichting van Israël heeft David Ben Goerion ‘de Arabische haat tegen Israël nog verhevigd’, vindt hoofdpersonage Sjmoeël Asj.

Wat als de joden Jezus niet hadden verjaagd maar juist omarmd als een van hen, een man die niets anders wilde dan ‘de joden die corrupt geworden waren weer op het goede pad te brengen’? Wat als joden en christenen de kus van Judas niet waren gaan interpreteren als een kus van verraad, maar juist van liefde?

Het één had decennia van bloedvergieten in het Midden-Oosten kunnen voorkomen, het ander had de joden eeuwen van vervolging kunnen besparen. Het zijn uitdagende, voor rechtse Israëli’s, Thora- en Bijbelvaste joden en christenen zelfs provocatieve wat als-vragen:Judas leest, behalve als historische sciencefiction, daarom ook een beetje als Oz’ Duivelsverzen.

Maar Judas is fictie. De lezer krijgt de wat als-vragen opgediend in een kaderverhaal bestaande uit de gesprekken die de personages Sjmoeël Asj, Atalja Abarbanel en Gersjom Wald voeren in de winter van 1959 en 1960. De joodse staat is dan nog pril en Sjmoeël wordt wel eens overmand door het gevoel ‘dat alles en alles nog mogelijk was’.

Sjmoeël krijgt kost en inwoon om de oude en eenzame Wald intellectueel te entertainen. Wald deelt het huis met Atalja, de weduwe van zijn in de Onafhankelijkheidsoorlog gesneuvelde zoon Micha. Atalja blijkt de dochter van politicus Sjealtiël Abarbanel die aanvankelijk een medestander van David Ben Goerion was, maar zich vervolgens tegen de oprichting van Israël kantte.

De wat als-vragen over Jezus en Judas worden de lezer door Sjmoeël opgelepeld. Ze vormen het onderwerp van zijn studie die hij in de steek heeft gelaten. De wat als-vragen over Israël slingeren doorheen de gesprekken tussen de personages die gaandeweg naar elkaar toegroeien. De politieke standpunten die in de gesprekken vaak als uitroeptekens zijn gepresenteerd evolueren naar vraagtekens.

Want natuurlijk, de geschiedenis liep zoals ze liep. Jezus en Judas werden elkaars tegenpolen. Abarbanel werd uit de geschiedenisboeken gewist. De man is overigens een fictief personage: Oz baseerde hem op bestaande joodse pacifisten uit de jaren 30 die, na 1948, eveneens in de vergetelheid geraakten.

Oz mijmert graag een eind mee met de wat als-vragen van zijn personages. Sommige visies zijn gewoon te verleidelijk om waar te zijn. Maar zoals de schrijver hier vorige week (DS Weekblad, 14/11) zei: een droom kun je alleen ‘puur en wonderlijk’ houden door hem niet te vervullen. ‘Dat geldt voor het bouwen van een land, net zo goed als voor het schrijven van een roman of voor het uitleven van een seksuele fantasie.’ – De Standaard 20/11/2015

Habesura al pi Jehuda*: het evangelie volgens Judas

Het verborgen leven van bomen – Peter Wohlleben****

Vrienden zijn als bomen

en bomen buigen niet

bomen wuiven.

Eugeen Laridon

Het bovenstaande vers las ik onlangs op een bordje langs een wandelpad op een Brabantse ziekenhuissite. Mooi, dacht ik. Maar tegelijk associeerde ik de beschreven beweging van de bomen met wat ik gelezen had bij Peter Wohlleben. Bomen die wuiven, een vriendelijke gedachte. En dat bomen niet buigen? Wohllebens ervaring en onderzoek tonen aan dat bomen wel degelijk buigen, en soms massaal het loodje leggen,  door tussenkomst van mens, dier of klimaatomstandigheden. Hij toont echter ook aan dat ze in de juiste biotoop, waar ze ‘autochtoon’(een vakterm) zijn een enorme veerkracht hebben. Daarom juist is dit boek – en het vers op een groene ziekenhuissite – inspirerend. Wie Het verborgen leven van bomen leest, weet meteen dat er een echte bomen- en bossenvriend, een natuurexpert aan het woord is. Weten wat bomen voelen, hoe ze communiceren en dat op basis van wetenschappelijk onderzoek en rijke persoonlijke ervaring, zijn de ontdekkingen die Wohlleben, uit een nog grotendeels onbekende wereld, deelt met zijn lezer. Zijn metaforiek, nergens zweverig, is  poëtisch en getuigt van bijzondere inzichten: moederbomen die hun kinderen opvoeden zodat het geen straatkinderen worden die te snel groeien en dus een kort leven beschoren zijn, de taal van de bomen, de liefde, de solidariteit of het samen staan we sterker, de burn-out, het tijdgevoel, …

Kortom, de auteur slaagt erin ‘het geluk dat bomen kunnen verschaffen’ over te brengen op zijn lezers. Het verborgen leven van bomen is daarom een absolute aanrader voor elke bos- en natuurvriend en bij uitbreiding voor ieder die de taal van bomen wil leren verstaan.

Website van de auteur: Peter Wohlleben

%d bloggers liken dit: