The Material Self | UNLIMITED*

Over Stephen Hawkings uniek, wereldwijd netwerk van mensen op zoek naar de antwoorden op de grote vragen van het leven.

Vrijdag las ik een artikel in The Guardian van Stephen Hawking dat handelde over onze houding tegenover  rijkdom en dat die voor Brittannië zou meegespeeld hebben bij de brexit. Het artikel vermeldde eveneens het webadres van een door Hawkings onlangs gelanceerde website UNLIMITED*. Hawkings was de mening toegedaan dat de EU verlaten geen goed idee was. Brittannië zou geïsoleerd geraken.

Does money matter? Does wealth make us rich any more? These might seem like odd questions for a physicist to try to answer, but Britain’s referendum decision is a reminder that everything is connected and that if we wish to understand the fundamental nature of the universe, we’d be very foolish to ignore the role that wealth does and doesn’t play in our society.

Wat wil UNLIMITED* zijn?

‘UNLIMITED* is a new venture powered by UBS, bringing together – from across geographies, sectors and backgrounds – a unique, global network of people in search of the answers to life’s big questions.

Over the next few months, UNLIMITED will pose one of life’s big questions and we will answer this question with content, opinions and expert viewpoints. This will all sit on our UNLIMITED hub, a virtual place designed to take people on a journey of discovery and share with them a new mindset: the UNLIMITED* way of thinking.’

 

Sesto Fiorentino (I) – foto: frie peeters

 

In het artikel The Material Self schetst professor Frank Trentmann de geschiedenis van de houding tegenover rijkdom en constateert dat er zich op dat vlak erg diverse en wisselende houdingen voordeden in de loop van de geschiedenis.

 

Denk’ es ! – Adolf Hitler

Over de reset van het imago van een dictator

Reset (Vienna 1909, 20-year old Adolf Hitler is Homeless), 2016 by Roy Villevoye, 2016 – foto: frie peeters

Het Kunstenfestival Watou 2016 en Karl Ove Knausgårds roman Vrouw, hebben  voor mij deze week iets van een opmerkelijke synchroniciteit doen oplichten.

Ik lees al gedurende een paar weken in deze roman, die zo’n 1080 bladzijden dik is, en net als de voorgaande delen oogt als een bijbel, jawel, en het is niet dat je er doorheen vliegt tegen een hoog leestempo. De auteur schrijft er over identiteit, menselijkheid, kunst, literatuur en over zijn familie, gezin en vrienden op een ontroerend realistische wijze. Bij de essayistische passages is lezen en overdenken aan de orde. Er zijn nog 380 bladzijden te gaan maar met deze tussentijdse bedenking over mijn leeservaring kon ik niet wachten.

De reeks waartoe Vrouw behoort nl. Mijn Strijd bestaat uit zes delen: Vader, Liefde, Zoon, Nacht, Schrijver en VrouwVrouw is dus het laatste en recentste deel. Knausgård raakte in juridische moeilijkheden met zijn oom verwikkeld omdat hij in zijn bijzonder realistische stijl een beeld van zijn autoritaire vader en de familie Knausgård had opgehangen dat volgens die oom absoluut niet strookte met de werkelijkheid. Daarover gaat onder andere het eerste deel van deze roman. Hij voert dus  zijn strijd als schrijver en heeft af te rekenen met scherpe kritiek. Inspiratie voor dit literaire opus magnum werd ondermeer gevonden en heeft wellicht te maken met een vondst bij het ruimen van de woning na het overlijden van oma Knausgård. Een exemplaar van Hitlers Mein Kampf  wordt uit een oude koffer opgediept en een ijzeren reversspeldje met de Duitse arend waarvan hij zich afvraagt of zijn vader dit ooit heeft opgespeld. Er is ook de vage herinnering dat hij opa Knausgård ooit over een Noorse politicus die op het tv-scherm verscheen hoorde zeggen ‘wat doet die jood daar?’.  Hij leest Mein Kampf  maar niet publiek. Hij is op dat ogenblik al een beroemd schrijver en hij wil met het boek niet geassocieerd worden. Ook zijn mening over Mein Kampf , waaruit hij ettelijke passages citeert, en zijn analyse van het opkomende nationaal-socialisme in de eerste helft van vorige eeuw maken deel uit van dit eerste deel van Vrouw want 2011 is het jaar dat hij Mein Kampf leest terwijl hij aan het laatste deel van Mijn Strijd werkt.

Even terug naar het Kunstenfestival Watou 2016.  In de Douviehoeve staat in de smalle gang voor je de eregalerij, gewijd aan Patti Smith, instapt een wassen beeld rechts tegen de muur geleund Reset (Vienna 1909, 20-year old Adolf Hitler is Homeless), 2016 van Roy Villevoye (NL). Een verwaaide haveloze figuur in zwarte lange winterjas. Aan de muur ertegenover het volgende gedicht: Denk’ es! / Wenn deine Mutter alt geworden / Und älter du geworden bist, / Wenn ihr, was früher leicht und mühelos, / nun mehr zum Last geworden ist, / Wenn Ihre lieben, treuen Augen / nicht mehr, wie einst, ins leben seh’n / Wenn ihr müd’ gewordnen Füsse, / Sie nicht mehr tragen woll’n bien Geh’n, / Dann reiche ihr den Arm zur Stütze / Geleite sie mit froher Lust – / Die Stunde kommt da du sie weinend / Zum letzten Gang begleiten musst ! / Und fragt sie dich, so gib ihr Antwort, / Und fragt sie wieder, sprich auch du! / Und fragt sie nogmals, steh’ ihr Rede, / Nicht ungestüm, in sanfter Ruh! / Und kann sie dich nicht recht verstehen / Erklär’ ihr alles frohbewegt; / Die Stunde kommt, die bitt’re Stunde, / da dich ihr Mund nach nichts mehr fragt ! – Adolf Hitler. Ik zag eerst het beeld, las nadien het gedicht en dacht ‘ja, hij is wellicht ook meedogenloos voor zijn moeder geweest en hier spelt hij ons nu de les’. Het gedicht werd in 1923 geschreven. Hitlers moeder, Klara Hitler-Pöltz stierf in 1907.

Het is uit deze periode van Hitlers jeugd dat Knausgård  – August Kubizek, de enige Oostenrijkse jeugdvriend van Hitler citerend en hem confronterend met de Engelse biograaf van Hitler Ian Kershaw – vertelt. Hitler heeft een autoritaire vader die zijn koppige wil om kunstenaar te worden probeert te breken ten gunste van een ‘fatsoenlijke’ toekomst. Zijn vader overlijdt en zijn moeder geeft toe. Maar zij sterft en in 1909, als zijn erfenis is opgeleefd, is hij een gemankeerde kunstenaar die aanschuift in de daklozenrijen van Wenen. Hij is op de bodem van de maatschappij beland na de dood van zijn moeder die hem altijd financieel steunde. Hij heeft geen weet van de aard van haar ziekte als hij voor haar dood van Linz naar Wenen vertrekt om er aan de kunstacademie te gaan studeren waar hij wordt afgewezen. Knausgård vermoedt dat het zijn portfolio aan identiteit mangelde want hij onderneemt later nog twee pogingen om toegelaten te worden maar zonder succes. Als hij bij een bezoek aan zijn moeder verneemt dat ze terminale borstkanker heeft, raast hij furieus tegen de onkunde van de artsen maar blijft de laatste weken van haar leven bij haar om haar te verzorgen. Nadien trekt hij weer naar Wenen, leeft van zijn kleine erfenis en deelt er aanvankelijk een kamer met zijn vriend ‘Gustl’ Kubizek, die wel als musicus aan de kunstacademie wordt toegelaten, maar komt, als Kubizek naar het buitenland moet, snel in het uitzichtloze straatje van de dakloosheid terecht, slaapt op de banken van de Weense parken. Tot hij vanuit München, waar hij zonder iemand een bericht na te laten naartoe was verdwenen, gedurende de mobilisatie van WOI als enthousiasteling naar het front trekt. De rest van de geschiedenis is een wraakoperatie voor Duitslands capitulatie, een vergelding voor de zinloze massaslachting van een generatie jonge Duitse ‘helden’ in ’14 -’18.

Toen ik dus deze week bij Knausgård dit geresette beeld van de jonge Hitler tegenkwam in het kader van de identiteitskwestie van de man en de etnische diversiteit van de industriële maatschappij in het Oostenrijks-Hongaarse Europa van het begin van vorige eeuw met de focus op mechanisatie en productie en de verpaupering van het arbeidersvolk, constateerde ik dat het leven van de jonge kleinburgerlijke Hitler begrip kon opwekken en dan wel door Knausgårds  genuanceerde hermeneutisch kritische blik.

Het gedicht aan de muur in Watou verraste me in eerder negatieve zin, de toelichting bij de wassen figuur die met de rug naar de naderende bezoeker staat, maakt duidelijk dat de kunstenaar ons beeld van Hitler ‘terugzet’,  naar een periode dat de toekomst nog alle kanten uit kon, daarmee verwijzend, net als Knausgård, naar de omstandigheden die mee het pad dat iemand inslaat, bepalen. Het is  via Knausgårds gevoelige lezing van Hitlers jeugd dat Roy Villevoyes werk voor mij betekenis krijgt en dat  de confrontatie met het belerende moedergedicht Denk’ es! van de 34-jarige NSDAP-leider, in de gevangenis wegens poging tot staatsgreep,  werkt als een ‘wassen neus’, wat het ook  is. Het gedicht zou namelijk niet door Hitler zelf geschreven zijn zoals Menno Wigman in zijn nawoord van de door Paul Damen samengestelde bundel ‘Bloemen van het kwaad’ aanneemt. Wigman besliste echter in februari 2017, overtuigd door het grondige onderzoeksjournalistiekwerk van BartFMDroog en Jaap van Born betreffende de authenticiteit van het gedicht, om zijn essay -dat ook in Trouw verscheen- terug te trekken.

De latere Führer is voor Knausgård ,  een bizarre buitenstaander met een grootheidswaan die door zijn gespleten innerlijk in de spiegel keek van een al even gespleten maatschappij en handig wist te appelleren aan de gespletenheid van de toenmalige volksmassa,  door een duivels retorisch charisma dat een tot dan ongeëvenaard haatdiscours bezigde en zo een massa mensen mee de afgrond in sleurde.

Denk daaraan, lieve lezer.

Bron | Laurence Vielle | Dichter des Vaderlands

Bron

Ochtend over Brussel
ik wandel tegen de stroom van alle arbeiders in
die uit de trein stappen
golf van gehaaste lichamen die de stad instromen
ik vertrek tegen de stroom van de bronnen van de Schelde in
ah wat een reis
de trein naar Bergen nemen
en dan de auto met Maarten Inghels
de Antwerpse dichter die tien dagen lang zal wandelen
van de bron naar zijn stad
we steken de grens over
ik vertrek tegen de stroom van de bronnen van de Schelde in
die zich van grenzen niets aantrekt
al honderd jaar waakt hij over
het gebeente van Verhaeren
Rimbaud de wandelaar is er ook voorbijgelopen
Hugo de grensspringer en zovele anderen
ah wat een reis de bron van de Schelde
stipje Gouy waar het water opborrelt
welke moederlijf voedt je?
Morgen geloof ik loop ik
naar de bronnen van mezelf
ik weet nog niet
in welke trein ik stap
op welk perron ik instap
overmorgen nog eens tegen de stroom in
loop ik naar de bron van het leven
van de vreugde van de tijd van de liefde
naar de bronnen van Europa ook
om Émile de Europese dichter te eren
het Europa van de wandelaars
van de trekkers van de herbronners
open voor wie van elders komt
Europa dat zijn korte adem voedt
aan de adem van de nieuwkomers
het sociale en insluitende Europa
dat op de kleinen steunt
Europa waar platteland
en valleien weer worden bevolkt
eens in het jaar wandelen we met ons allen
op zoek naar een bron
Europa ontwaakt vol gaten
ah wat zou ik graag naar die bron daar gaan
bron bron een druppel wijdt je in
bron van de donkere bodem maak onze talen weer nieuw
verfris voeten kelen
bevloei woorden overspoel lichamen
leg de weg voor ons open

*

Laurence Vielle, Dichter des Vaderlands
Vertaald door het Vertalerscollectief van Passa Porta (2016)

Bron: Poète National(er) Dichter des Vaderlands

 

De Belgische Monarchie | 21 juli 2016

Cisne 8 jaar – Kessel-Lo (B) / http://www.monarchie.be /

Ons koninkrijkje viert vandaag zijn nationale feestdag dat betekent natuurlijk voor iedereen een vrije dag, het Te Deum wordt gezongen in diverse kerken en de leden van de koninklijke familie wonen die plechtige dankvierigen bij in Brussel, Arlon en Hasselt waarna het militair defilé en het feest in het Warandepark. En gisteren was er dan al de koninklijke toespraak, het Bal National in de volkse Marollenwijk en het Preludiumconcert in Bozar. Maar er zit een vuiltje aan de lucht meent het team van Terzake, een deel van de leden van de koninklijke familie zal op het defilé niet aanwezig zijn en dat legt volgens kenners een diepe kloof in de familie bloot. Het komt inderdaad in de beste families voor maar het staat wel een beetje haaks op de inhoud van de koninklijke toepsraak dit jaar. In het verleden placht ik wel eens Brigitte Balfoorts website te bezoeken en haar blog te lezen maar het laatste artikel dat daar verscheen over de koninklijke familie ging over prins Amedeo’s verloofde Elisabetta ‘Lili’ Rosboch von Wolkenstein. Vandaag heeft Balfoort het blijkbaar hoofdzakelijk druk met etiquetterie, bestemd voor dames en heren ‘zonder kroontje’. Marlène de Wouters achterna? Nu, de regels van het spel kennen, hoffelijkheid en omgangsvormen, altijd mooi meegenomen als het maar niet al te stijfjes wordt. Waar zijn de internaatdagen dat we als meisjes met een paar boeken op het hoofd kaarsrecht de trappen moesten leren oplopen. Met dat kaarsrecht heeft Premier Theresa May het een beetje moeilijk stelde ik onlangs vast. Maar goed, alle etiquettegekheid op een stokje, bezocht je al eens de website van onze monarchie? Daar leidt de laatste link je naar een leuke kinderpagina die op eenvoudige wijze de geschiedenis en het functioneren van ons koninklijk huis uit de doeken doet. Kinderen kunnen hun tekeningen over de koninklijke familie opsturen en die worden dan misschien op een flickr – link van de website gepubliceerd. Mooi. Toch?

Prettige nationale feestdag. Joyeuse fête nationale. Glücklicher Nationalfeiertag.

Identiteit, diversiteit en mededogen | Kunstenfestival Watou 2016

 

Requiem voor Watou kopte  De Tijd, Geen mededogen voor Watou lezen we in nrc.nl, Alleen maar verliezers in dit verhaal meent Het Laatste Nieuws,  Afscheid in schoonheid  weet Knack. Echter, deze week dook in de pers plots een ander bericht op namelijk Kunstenfestival Watou naar Raad van State na verlies erkenning. Hoop voor Watou dus want bij de beoordeling van het dossier liep een en ander fout. Donderdag 14 juli, trok ik naar Watou, het kleine kunstdorpje aan de Schreve. Daar was het op een doordeweekse dag om 11 u. al behoorlijk druk. Het weer zat mee, zonnig met een lichte bries, fijn wandelweer om de kunstroute langs 11 locaties te lopen, poëzie te proeven, de kunstwerken op me te laten inwerken en ook wat foto’s te maken. De laatste editie van Watou: de mooiste ooit  las ik in De Morgen en ik was uiteraard benieuwd of ze het bij het rechte eind hadden. Maar om het met Fred Eerdekens , Belgisch beeldend kunstenaar, te zeggen: I hate words, 2005. Omwille van de frustratie die ontstaat  als je niet de geschikte woorden vindt om de realiteit van het verhaal achter de mens weer te geven. Als we met taal de wereld konden doorgronden dan zouden beide elkaar perfect spiegelen. Niet zo. Ik laat het woord dus aan mijn imperfecte foto’s op de onderstaande wandellink (een klik op de foto’s vergroot de weergave) en bij dit inleidende stukje. Ze proberen een beeld op te hangen van mijn verwondering.

Toen ik die avond het nieuws over Nice  vernam in het late journaal, dacht ik aan Cleon Petersons  Masters of Death, 2016.  Hij pint zijn strijdende figuren vast middenin een brutale daad. Door de overkill aan geweld in de media treedt gewenning op, er ontstaat een afstand tussen ons en de gebeurtenissen die resulteert in een gebrek aan mededogen dat groeit omdat veel mensen zich in onze maatschappij outsider voelen. Volgens hem kan kunst in dit verband een belangrijke verbindende rol spelen. De Poezienema-documentaire op het festival toont precies hoe een multiculturele tienergroep poetry slammers We are poets uit Leeds zich via hun teksten een plek in de wereld veroveren en blijk geven van een bijzondere maatschappelijke betrokkenheid.

Bron: Recreatieve wandelroute: Kunstroute – Kunstenfestival Watou 2016

Over grenzen gesproken …

Coloma – De Rozentuin – Sint-Pieters-Leeuw (B)

In de nabeschouwing over de Vlaamse feestdag gisteren schrijft Marc Hooghe een opiniestuk in De Morgen van vandaag. De splijtende woorden van Minister-President Bourgois wierpen een schaduw over het feest, zoveel is zeker. Villa Politica, deze keer vanuit de gotische zaal in het Brusselse stadhuis, bracht dat duidelijk onder woorden en in beeld. Lichtpunten van deze feestelijke zitting waren de toespraak van Ans Persoons, Schepen van Nederlandstalige aangelegenheden, Wijkcontracten en Participatie; het spontane, recht uit het hart en bij de kern optreden van Stef Bos en de vriendelijk-zakelijke maar toch klauwende leeuwenrede van ‘pater familias’ van het Vlaamse Parlement, Jan Peumans. De erudiete Bart Stouten wist elk optreden vlot en aangenaam aan elkaar te praten.

Marc Hooghe distantieert zich in zijn opiniestuk van wat hij noemt ‘het kaakslagnationalisme’ en breekt een lans voor het ‘modern inclusief nationalisme’, ‘het soort Vlaamse identiteit dat Jozef Deleu altijd heeft uitgedragen’.

Ik plukte in dat verband van Jef Deleus website een paar citaten uit prof. dr. Dirk De Geests ‘Uitleiding’  in de verzamelbundel ‘HET GAAT VOORBIJ, poëzie, lyrisch proza, redevoeringen van Jozef Deleu’, Uitgeverij Van Halewyck, Leuven & Meulenhoff, Amsterdam, 440 p., 2007.

“In de loop der jaren is ‘Ons Erfdeel’ uitgegroeid tot een waar begrip tot buiten het Nederlandse taalgebied, met tal van publicaties in het Nederlands, maar ook in het Frans en het Engels: het tijdschrift Septentrion, en de jaarboeken De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français en The Low Countries. Daarbij komen nog de brochures over de cultuur, taal en geschiedenis van de Lage Landen, die in een groot aantal talen hun weg hebben gevonden. Door al die succesrijke initiatieven is Deleu – als individu, maar vooral als leider van een hecht team – erin geslaagd om, meer dan politici en andere gezagsdragers, de binnenkant van ‘onze’ cultuur (‘onze’ identiteit) complexloos open te plooien naar het buitenland. De wat aftands en plechtstatig klinkende titel Ons Erfdeel staat dus niet voor een eng nationaal reservaat van de eigen (superieur geachte) cultuur, maar is integendeel opgevat als een eigentijds eerbetoon aan een boeiend verleden en een rijke traditie. Begrippen als ‘taal’, ‘geschiedenis’, ‘identiteit’ en ‘cultuur’ zijn geen afgesloten gegevens – laat staan biologisch ingeprente patronen of wezenskenmerken –, maar open, complexe en bij uitstek dynamische factoren. Eigenheid en kosmopolitisme vormen bijgevolg elkaars complement: het een kan niet zonder het ander.”

“Als er één element is dat zijn hele werk – en ik zou zelfs zeggen, zijn hele leven – doorkruist en stuwt, dan is het immers het thema van de grens.

Die grens heeft allereerst een autobiografische, haast lijfelijke betekenis. Deleu woont en werkt letterlijk op de grens tussen Vlaanderen en Frans-Vlaanderen, twee naburige maar niettemin verschillende territoria, op de grens van twee naties en twee staten, twee taalgemeenschappen. Ook in zijn persoonlijke familiegeschiedenis speelt die spanning tussen enerzijds de Franse, Romaanse en anderzijds de Vlaamse, Germaanse wereld een aanzienlijke rol. Zijn vader was een Fransman die Belg werd, zijn moeder een West-Vlaamse. Zelf heeft Deleu zich doorlopend ingezet om die grens niet mythisch te bevestigen of te neutraliseren als wel te thematiseren. Alle definities om een volk af te bakenen en te definiëren – of het nu om het criterium van de taal gaat, of om ras, historisch verleden of grond – schieten fundamenteel tekort. Van meet af aan schurkt Deleu zich daarom tegen die grens aan, schrijft hij de grens voorbij, maar net daardoor is hij zich des te sterker van haar prangende aanwezigheid bewust.” Bron: Welkom bij Jozef Deleu

The long hot summer of 1976 …

Deze slideshow vereist JavaScript.

‘Legendarisch was de zomer van 1976 in elk geval. In mei en juni werd België al verwend door de zon, met nu en dan een weerkundige inzinking. Maar vanaf 21 juni stond er op de zon geen maat meer. Onder regie van een ongekend sterke hogedrukblokkade boven onze streken, kregen we te maken met de op een na langste hittegolf van de 20ste eeuw. En met de laatste Belgische Tourzege.[ …] Het was de zomer dat Armand Pien het weer voorspelde met zijn voeten in een waterbadje, dat honderden boerengezinnen naar Scherpenheuvel trokken om voor regen te bidden, dat 160 hectare Kalmthoutse heide afbrandde, dat wie water verspilde boetes riskeerde van 4000 tot vier miljoen frank en dat de Boerenbond op het einde van augustus vroeg om heel België uit te roepen tot rampgebied’, schrijft De Standaard.Behalve dat het dus een in het geheugen gegrifte hete zomer was, was het ook een zomer van calamiteiten vlooide ook Stijn Tormans in zijn boek ‘De Zomer van 1976’ uit waarover hij in Knack-magazine zegt: “De wereld draaide goed door, in die dagen. Toch heeft nog nooit iemand me aangesproken over ‘de legendarische herfst van 1976’. Alleen de zon van de zomer, die was niemand vergeten.”  Zeven jaar geleden was ik op precies deze dag – 10 juli – in Kaunas (Lt) getuige van bovenstaande bijzonder luisterrijke huwelijksceremoniën: bittersweet memories aan die zonzilte zomer van 1976.

%d bloggers liken dit: