Denk’ es ! – Adolf Hitler

Over de reset van het imago van een dictator

Reset (Vienna 1909, 20-year old Adolf Hitler is Homeless), 2016 by Roy Villevoye, 2016 – foto: frie peeters

 

Het Kunstenfestival Watou 2016 en Karl Ove Knausgårds roman Vrouw, hebben  voor mij deze week iets van een opmerkelijke synchroniciteit doen oplichten.

Ik lees al gedurende een paar weken in deze roman, die zo’n 1080 bladzijden dik is, en net als de voorgaande delen oogt als een bijbel, jawel, en het is niet dat je er doorheen vliegt tegen een hoog leestempo. De auteur schrijft er over identiteit, menselijkheid, kunst, literatuur en over zijn familie, gezin en vrienden op een ontroerend realistische wijze. Bij de essayistische passages is lezen en overdenken aan de orde. Er zijn nog 380 bladzijden te gaan maar met deze tussentijdse bedenking over mijn leeservaring kon ik niet wachten.

De reeks waartoe Vrouw behoort nl. Mijn Strijd bestaat uit zes delen: Vader, Liefde, Zoon, Nacht, Schrijver en VrouwVrouw is dus het laatste en recentste deel. Knausgård raakte in juridische moeilijkheden met zijn oom verwikkeld omdat hij in zijn bijzonder realistische stijl een beeld van zijn autoritaire vader en de familie Knausgård had opgehangen dat volgens die oom absoluut niet strookte met de werkelijkheid. Daarover gaat onder andere het eerste deel van deze roman. Hij voert dus  zijn strijd als schrijver en heeft af te rekenen met scherpe kritiek. Inspiratie voor dit literaire opus magnum werd ondermeer gevonden en heeft wellicht te maken met een vondst bij het ruimen van de woning na het overlijden van oma Knausgård. Een exemplaar van Hitlers Mein Kampf  wordt uit een oude koffer opgediept en een ijzeren reversspeldje met de Duitse arend waarvan hij zich afvraagt of zijn vader dit ooit heeft opgespeld. Er is ook de vage herinnering dat hij opa Knausgård ooit over een Noorse politicus die op het tv-scherm verscheen hoorde zeggen ‘wat doet die jood daar?’.  Hij leest Mein Kampf  maar niet publiek. Hij is op dat ogenblik al een beroemd schrijver en hij wil met het boek niet geassocieerd worden. Ook zijn mening over Mein Kampf , waaruit hij ettelijke passages citeert, en zijn analyse van het opkomende nationaal-socialisme in de eerste helft van vorige eeuw maken deel uit van dit eerste deel van Vrouw want 2011 is het jaar dat hij Mein Kampf leest terwijl hij aan het laatste deel van Mijn Strijd werkt.

Even terug naar het Kunstenfestival Watou 2016.  In de Douviehoeve staat in de smalle gang voor je de eregalerij, gewijd aan Patti Smith, instapt een wassen beeld rechts tegen de muur geleund Reset (Vienna 1909, 20-year old Adolf Hitler is Homeless), 2016 van Roy Villevoye (NL). Een verwaaide haveloze figuur in zwarte lange winterjas. Aan de muur ertegenover het volgende gedicht: Denk’ es! / Wenn deine Mutter alt geworden / Und älter du geworden bist, / Wenn ihr, was früher leicht und mühelos, / nun mehr zum Last geworden ist, / Wenn Ihre lieben, treuen Augen / nicht mehr, wie einst, ins leben seh’n / Wenn ihr müd’ gewordnen Füsse, / Sie nicht mehr tragen woll’n bien Geh’n, / Dann reiche ihr den Arm zur Stütze / Geleite sie mit froher Lust – / Die Stunde kommt da du sie weinend / Zum letzten Gang begleiten musst ! / Und fragt sie dich, so gib ihr Antwort, / Und fragt sie wieder, sprich auch du! / Und fragt sie nogmals, steh’ ihr Rede, / Nicht ungestüm, in sanfter Ruh! / Und kann sie dich nicht recht verstehen / Erklär’ ihr alles frohbewegt; / Die Stunde kommt, die bitt’re Stunde, / da dich ihr Mund nach nichts mehr fragt ! – Adolf Hitler. Ik zag eerst het beeld, las nadien het gedicht en dacht ‘ja, hij is wellicht ook meedogenloos voor zijn moeder geweest en hier spelt hij ons nu de les’. Het gedicht werd in 1923 geschreven. Hitlers moeder, Klara Hitler-Pöltz stierf in 1907.

Het is uit deze periode van Hitlers jeugd dat Knausgård  – August Kubizek, de enige Oostenrijkse jeugdvriend van Hitler citerend en hem confronterend met de Engelse biograaf van Hitler Ian Kershaw – vertelt. Hitler heeft een autoritaire vader die zijn koppige wil om kunstenaar te worden probeert te breken ten gunste van een ‘fatsoenlijke’ toekomst. Zijn vader overlijdt en zijn moeder geeft toe. Maar zij sterft en in 1909, als zijn erfenis is opgeleefd, is hij een gemankeerde kunstenaar die aanschuift in de daklozenrijen van Wenen. Hij is op de bodem van de maatschappij belandt na de dood van zijn moeder die hem altijd financieel steunde. Hij had geen weet van de aard van haar ziekte als hij voor haar dood van Linz naar Wenen vertrekt om er aan de kunstacademie te gaan studeren waar hij wordt afgewezen. Knausgård vermoedt dat het zijn portfolio aan identiteit mangelde want hij onderneemt later nog twee pogingen om toegelaten te worden maar zonder succes. Als hij bij een bezoek aan zijn moeder verneemt dat ze terminale borstkanker heeft, raast hij furieus tegen de onkunde van de artsen maar blijft de laatste weken van haar leven bij haar om haar te verzorgen. Nadien trekt hij weer naar Wenen, leeft van zijn kleine erfenis en deelt er aanvankelijk een kamer met zijn vriend ‘Gustl’ Kubizek, die wel als musicus aan de kunstacademie wordt toegelaten, maar komt, als Kubizek naar het buitenland moet, snel in het uitzichtloze straatje van de dakloosheid terecht, slaapt op de banken van de Weense parken. Tot hij vanuit München, waar hij zonder iemand een bericht na te laten naartoe was verdwenen, gedurende de mobilisatie van WOI als enthousiasteling naar het front trekt. De rest van de geschiedenis is een wraakoperatie voor Duitslands capitulatie, een vergelding voor de zinloze massaslachting van een generatie jonge Duitse ‘helden’ in ’14 -’18.

Toen ik dus deze week bij Knausgård dit geresette beeld van de jonge Hitler tegenkwam in het kader van de identiteitskwestie van de man en de etnische diversiteit van de industriële maatschappij in het Oostenrijks-Hongaarse Europa van het begin van vorige eeuw met de focus op mechanisatie en productie en de verpaupering van het arbeidersvolk, constateerde ik dat het leven van de jonge kleinburgerlijke Hitler begrip kon opwekken en dan wel door Knausgårds  genuanceerde hermeneutisch kritische blik.

Het gedicht aan de muur in Watou verraste me in eerder negatieve zin, de toelichting bij de wassen figuur die met de rug naar de naderende bezoeker staat, maakt duidelijk dat de kunstenaar ons beeld van Hitler ‘terugzet’,  naar een periode dat de toekomst nog alle kanten uit kon, daarmee verwijzend, net als Knausgård, naar de omstandigheden die mee het pad dat iemand inslaat, bepalen. Het is  via Knausgårds gevoelige lezing van Hitlers jeugd dat Roy Villevoyes werk voor mij betekenis krijgt en dat  de confrontatie met het belerende moedergedicht Denk’ es! van de 34-jarige NSDAP-leider, in de gevangenis wegens poging tot staatsgreep,  werkt als een ‘wassen neus’ wat het ook  is. Het gedicht zou namelijk niet door Hitler zelf geschreven zijn zoals Menno Wigman in zijn woord vooraf van de door Paul Damen samengestelde bundel ‘Bloemen van het kwaad’ aanneemt.

De latere Führer is voor Knausgård ,  een bizarre buitenstaander met een grootheidswaan die door zijn gespleten innerlijk in de spiegel keek van een al even gespleten maatschappij en handig wist te appelleren aan de gespletenheid van de toenmalige volksmassa,  door een duivels retorisch charisma dat een tot dan ongeëvenaard haatdiscours bezigde en zo een massa mensen mee de afgrond in sleurde.

Denk daaraan, lieve lezer.

 

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s