Wie gaat er dan de wereld redden ? – Rik Torfs****

Bij de jaarwisseling, terwijl de vuurwerkpijlen je in de buurt om de oren vliegen, een boek van Rik Torfs lezen dat de vraag stelt Wie gaat er dan de wereld redden? (Van Halewyck, 2009) heeft iets surreëels. Het lijkt helemaal geen moment om dat op dat ogenblik te doen en toch. Ik was er namelijk in de vroege vooravond aan begonnen en kon het niet wegleggen. Dan maar over twaalven doorlezen niet zonder ondertussen van een lekker glaasje en een hapje te genieten en mijn gepassioneerde leesactiviteit te onderbreken om door het raam de vuurwerkbloemen zich te zien ontvouwen. 2017! Amper een half uur vroeger maait in een discotheek in Istanbul een terrorist 39 mensen uit het leven en worden 69 mensen verwond. Het nieuws sijpelt door op het ogenblik dat ik wil gaan slapen. Ik ben bij het laatste hoofdstuk Leven en dood in Rik Torfs’ boek beland en wil het morgenavond verder lezen. Voor ik daar de volgende avond aan begin – het bezoek heeft zich net voor het duister en de winterse wegtoestanden naar huis begeven – en terwijl ik opruim, loopt op tv-één de herhaling van de Pano-uitzending Revalideren na 22 maart. Ik ga zitten, kijk en zie bijna onmenselijke weerbaarheid, levenskracht, hoop, liefde, ondanks de zware psychische en fysieke trauma’s. Ik word er helemaal stil van en kijk in de oplaaiende vlammen van de houtkachel. In Istanbul is ook een Belg het slachtoffer geworden van de aanslag. Welk jaar gaan we tegemoet?

Rik Torfs’ visionaire blik over Individualisme, trouw en solidariteit, over Normen en waarden en Leven en dood geeft mijn blik op de gebeurtenissen en het tijdsgewricht een ruime horizon. Met de vragen die gesteld worden – Kun je hondstrouw zijn en toch overspel plegen? Hoe ongezond is gezond verstand? Kun je solidair zijn door in luxe te leven? Is individualisme beter dan collectief egoïsme? Impliceert onze euthanasiewet ook het recht om te blijven leven? Zijn Vlaamse kieskeurige katten de oorzaak van de hongersnood in Afrika? Kun je katholiek zijn zonder te geloven? Wat voelt ons buikgevoel meestal niet? Kunnen we een mooie dood sterven? – en de antwoorden die erop worden geformuleerd gaat de auteur de wereld niet redden maar wat het achterplat van het boek voorzegt nl. Dit boek wantrouwt definitieve antwoorden, maar reikt wel manieren van denken aan om met de grote vragen van vandaag om te gaan. Toevallig zijn dat ook de grote vragen van gisteren, waarschijnlijk ook die van morgen. Hoe belangrijker de vragen, hoe duurzamer ze blijken te zijn. Maar onschuldig zijn ze nooit… maakt het hard.

Enkele passages in pure Torfs-stijl:

Hoe herken je filosofen? Ze zien er niet uit als mensen die nadenken, ze zien eruit als mensen die vroeger veel nagedacht hebben. Daardoor hebben ze rimpels op hun hoofd op plekken waar andere mensen er geen hebben. Maar ze missen ook iets, misschien omdat de rimpels, tekenen van geleerdheid, hen op een of andere manier een stuk vrijheid ontnemen. De vrijheid van een rimpelloos leven. Blz. 126

Gregoriaanse gezangen vragen niets, maar geven veel, want in hun ritme zit de belofte dat de dode vertrouwen mag hebben. Vertrouwen, waarbij het nauwelijks van belang is waarin. Blz. 128

Soms is rouw een maatje te klein voor het echte verdriet. […] Zoals af en toe de wetenschappelijke filosofie, verstikt in haar eigen codes, niet groot genoeg is om plaats te bieden aan het echte denken, dat soms onvermijdelijk wordt, namelijk wanneer onverwacht opduikende gevoelens er direct en ogenblikkelijk om vragen. Blz. 131

Jezus Christus schuwde de controverse niet, durfde de paradox te zien waar ze opdook, en probeerde hem op geen enkel moment op te heffen. Wel zocht hij naar wegen om hem leefbaar te houden. […] Wie geen vijanden heeft, kan ze ook niet beminnen, en is dus niet in staat om christelijk te leven. Blz.142-143

Dat relativiteit het absolute vervangt, is allerminst een probleem. Het is zelf een verschijnsel dat toe te juichen valt. De moeilijkheid bestaat erin dat voor sommigen het relativeren meteen het relativeren van elke inzet impliceert. Blz.160

Sputterende waarden leiden tot een nood aan meer normen.[…] Wil de norm sexy zijn, dan moet hij zichzelf verliezen in de waarde. Blz.175-177

Bij de aanblik van een foto met een koor Canadese seminaristen in soutane anno 1959: Weinig is verraderlijker, staat verder van de werkelijkheid af, dan gelijkheid. Gelijkheid maakt onbelangrijk wat wezenlijk is, in die zin is ze bedrog. Wat natuurlijk geen pleidooi is tegen gelijke kansen en gelijkheid voor de wet, die zijn alleen maar een garantie dat echte verschillen naar boven kunnen komen. Blz.182

Maar vandaag is de dood alomtegenwoordig. Daar zijn twee redenen voor. Omdat er minder leven is. Omdat er meer dood is. Ons vertrouwen in een leven na de dood zijn we kwijt. Dat is sterker dan onszelf. Wellicht zijn er meer mensen die er niet kunnen dan die er niet willen in geloven. Heel graag willen geloven, maar het niet kunnen … Misschien komt het omdat wie graag wil geloven, vaak te veel wil geloven. Blz. 184

Over euthanasie: Iets later doodgaan is niet de goede keuze, iets vroeger doodgaan niet de slechte keuze. Het tegendeel is ook waar. Wie niet bereid is om aan een God het laatste woord te geven, is evenmin superieur.[…] Het gaat niet om de goede keuze of de slechte keuze. Maar wel over hoe iemand probeert om te gaan met de afwezigheid van keuze. Niet spreken in termen van goed en kwaad is het laatste mededogen dat iemand een stervende kan geven. Blz. 191-192

Over therapeutische hardnekkigheid:  In de wereld van de sport is hardnekkigheid een deugd. Klasse zonder hardnekkigheid is geen echte klasse. Maar blijkbaar is hardnekkigheid alleen maar een deugd als het over winnen gaat, niet wanneer wordt geprobeerd het onvermijdelijke verlies uit te stellen. […] Solidariteit met de nutteloze medemens is de toetssteen van de beschaving. Trouwens, wie is nutteloos? De stervende? De gepensioneerde? De gehandicapte? De werkloze? De nuttige? Blz. 193-194

Misschien is het dat wat wij in West-Europa vergeten zijn. De sterkste ideeën zijn subjectief. Tegelijk zijn de gedachten die je kunt veralgemenen minder talrijk dan vroeger. […] Wat niet voor allen geldt, raakt ons meer dan wat wel voor allen geldt. Blz. 197-198

Over twijfel gesproken. Zit daar niet een groot deel van de identiteit van Europa? Europeanen hebben geleerd om te twijfelen. Doe je dat niet, en heb je altijd gelijk dan dreig je de andere die helaas altijd ongelijk heeft, om die reden te vermoorden. […] Als twijfel redt dan is dat omdat hij recht heeft op respect. Twijfel is iets nobels, en verdient om die reden geen mindere behandeling dan schoonheid. Of, zoals in het Romeins recht al gold, in dubio pro reo, bij twijfel wordt er beslist in het voordeel van de beschuldigde. Blz.207

Toch is het belanrijk, wanneer een mening wordt geformuleerd, openlijk te durven discussiëren over de kwaliteit ervan. Misschien is op dat vlak al te vaak een de gustibus non est disputandum-sfeertje waarbij de indruk wordt gewekt dat elke mening evenveel respect verdient. Dat is niet zo. Meer zelfs, juist omdat de intrinsieke kwaliteit van een mening te zeldzaam en te schroomvol wordt beoordeeld, zijn het vooral ongenuanceerde en simplistische meningen die succes boeken, omdat ze helder, duidelijk, en voor iedereen te begrijpen zijn, ook voor mensen die ergens in de loop van het vorige millennium definitief met nadenken zijn gestopt. Blz. 222

Over vrijheid van meningsuiting: Het gesprek is op zichzelf waardevol. Het mag dan niet altijd tot waarheid leiden, volslagen onzin ontmaskert het wel. Het gesprek toont de waarheid niet, maar ontmaskert onwaarheid. Dat is een voorzichtiger aanpak dan vroeger. Toch is het een mooie gedachte:  ook wie niet weet wat waar is, weet vaak wat onwaar is. Daarom heeft discussie, het meningsverschil, met waarheid te maken, in de zekerheid dat ze nooit zal worden gevonden. Blz.231

Wie geen tegenstanders heeft, verliest zijn eigen identiteit. Identiteit blijkt uit wat je wil, maar meer nog uit wat je niet wil. Waarom? Wat je wil moet je zelf proberen op te bouwen. Dat kan enige tijd duren. Wat je niet wil, blijkt vaak uit een reactie tegenover wat je overvalt, wat iemand je door de strot wil duwen, en waartegen je dan, alsof een externe kracht je ertoe dwingt, in verzet komt. Moet komen. Het is sterker dan jezelf.  Blz. 232

Zonder meningsverschil geen identiteit. Zonder uitgesproken, beargumenteerd, doorleefd meningsverschil geen bewuste identiteit. Blz. 232

rik_torfs_1(1956) is Belgisch hoogleraar aan de KU Leuven, kerkjurist, bekend mediafiguur en sinds 1 augustus 2013 rector van de KU Leuven. Hij is een van Vlaanderens bekendste opiniemakers.

Advertisements

Auteur: Blauwkruikje

Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium - Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

4 thoughts on “Wie gaat er dan de wereld redden ? – Rik Torfs****”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s