Whodunnits, televisieseries en filmtoerisme

Eén van mijn passies is Duitse krimi’s kijken als SOKO Leipzig, Der Staatsanwalt, Ein Fall für zwei, Die Spezialisten, Letzte Spur Berlin, Wilsberg … Maar sinds vorige herfst komen Canvas en één-tv met werk van eigen bodem dat deze series overklast. La trêve, Ennemi public en Beau Séjour  halen ook bijzonder hoge kijkcijfers, zo blijkt en al moet ik af en toe wel de ondertiteling inschakelen om te begrijpen wat er gebeurt- het Limburgs uit het Maasland, hindert niet maar ik beheers het niet- ook de verschillende Duitse accenten in de genoemde series zijn voor mij slechts begrijpbaar via die Untertiteln.

Whodunnits kijken is tegelijk spannend en ontspannend vooral als de red herring niet te opvallend opgevoerd wordt. De Duitse series leveren niet altijd de hoogste suspense maar hebben toch meestal een intrigerende plot. Het zijn geen vervolgseries zoals de genoemde Belgische misdaadreeksen. Elke aflevering is een afgewerkt feuilleton er zijn geen cliffhangers dus die je doen haken naar de volgende aflevering. Dat deze krimi’s in verschillende steden en regio’s in Duitsland gesitueerd zijn waardoor ze ook een zekere toeristische attractiviteit hebben, is deel van hun charme. Tv- en filmmakers spreken in dit verband van Film Induced Tourism (FIT) of “Tourist visits to a destination or attraction as a result of the destination’s being featured on television, video, or the cinema screen” (Hudson & Ritchie, 2006). Dat geldt ook voor de Belgische tv-series. Beau Séjour is een bekend hotel in Lanklaar en de Maasstreek,  in Ennemi Public vormen onze Ardennen het indrukwekkende decor:

De serie werd opgenomen van oktober tot einde december 2015 verspreid over verschillende locaties in Wallonië, in een herberg in Nollevaux (in de buurt van Paliseul), in Daverdisse (ten westen van de provincie Luxemburg), in de Abdij van Marche-les-Dames (voor de buitenopnamen van de abdij), het huis Stassart in Thirimont (Weismes), in de Ardense bossen in de buurt van Bertrix, Paliseul en Libramont en in de abdij van Val-Dieu (binnenopnamen). Ze kreeg positieve kritieken van de Franstalige pers en het publiek en won drie internationale onderscheidingen, de Coup de coeur-prijs op de MipDrama Awards in Cannes, de prijs voor beste acteur voor Angelo Bison op het Festival Séries Mania in Parijs en een eervolle vermelding op de Prix Europa in Berlijn – Wikipedia

On location verfilmingen kunnen zelfs celebrity-filmtoerisme voor gevolg hebben dat op de idolatrie voor bekende figuren focust, waarbij een reis In the footsteps of … naar bijvoorbeeld het huis of de streek van het idool wordt ondernemen. Een fenomeen dat zijn oorsprong vond in de literatuur die lezers aanzette tot het reizen naar de plekken waar de auteur had geleefd of waar zijn verhalen zich afspeelden. De 20ste en 21ste eeuwse media riepen het filmtoerisme in het leven. Zo pakt de Vlaams-Brabantse stad Halle graag uit met politiecommissaris Witse.

“We zijn dan binnen beginnen nadenken over een manier om het WITSE-effect te laten afstralen op de toeristische troeven van onze stad. Het uitgangspunt van onze WITSE-strategie is dat de reeks gedurende de voorbije 9 jaar niet alleen onze stad meer naambekendheid heeft bezorgd, maar ook de miljoenen kijkers doorheen onze stad en streek heeft rondgeleid. Het gegeven van WITSE als gids wordt centraal in onze aanpak” – Johan Vencken, voorzitter Toerisme Halle (2012)

Wanneer een serie of een film een toeristische bestemming als locatie uitkiest kan dat dus een positief effect hebben op het imago van die bestemming. Denk ook aan de toeristische ontsluiting van de Limburgse fruitstreek door een serie als  Katarakt. Schoolvoorbeeld van destination branding.

Nog geen echte idolen maar toch opmerkelijk in hun soort zijn in Beau Séjour, Lynn Royen alias Kato, het karakter dat de reeks een magisch-realistisch trekje geeft en in Ennemi Public, Stéphanie Blanchoud, die schittert in de rol van Chloé Muller, de politievrouw die de voorwaardelijke vrijlating van kindermoordenaar Béranger begeleidt en die een innemend geheim kantje heeft dat ze tot vorige week niet prijsgaf. Dat Ennemi Public en La trêve in 2016 de Jury Award van de Internationale Pers en Beau Séjour de Publieksprijs kregen op het Séries Mania-festival, hoeft niet te verwonderen. Het zijn topseries.

Ook Duitsland neemt meer en meer deel aan internationale festivals voor tv-producties en dat bevestigt dat ‘made in Germany’ het goed doet. Tv-series, meestal twee-of drieledig, die ik op de Duitse zenders ARD en ZDF zag zoals Unsere Mütter, unsere Väter (2013), Nackt unter Wölfen (2015), Tannbach – Schicksal eines Dorfes (2015), handelend over de Duitse geschiedenis gedurende en ommiddellijk na WO II en NSU German History X (2016), over de golf van racisme in Duitsland in het begin van het tweede millennium en de radicalisering van een deel van de Duitse jeugd, Die Himmelsleiter (2015), een tv-film over het smokkelen, het stelen en de bloeiende zwarte markt in het in puin liggende Keulen dat in 1947/48 toch ook weer voorzichtig de draad van het beroemde karnaval probeert op te nemen, brengen Duitslands recente geschiedenisbeleving en politieke realiteit op indringende wijze in beeld. Ennemi Public, duidelijk geïnspireerd op de Belgische Dutroux-affaire, een ondertussen internationaal geworden thema van kinderverdwijningen en -misbruik, is daarom ook ontegensprekelijk Belgisch.

En last but not least was er vorige maand de canvas-serie Midnight sun of Midnattssol, een mix van misdaadverhaal, psychologische thriller en ecologisch drama,  die zich afspeelt in Zweeds Lapland,  in het mijnstadje Kiruna. Prachtige fotografie en verbazingwekkend mooie locaties. Voeg daarbij de mystieke flair van de inheemse bevolking, de sterke plot van elke aflevering met weliswaar erg tragische gebeurtenissen (16+), het optreden en de psychologie van de mysterieuze zichzelf verminkende Franse politieagente Kahina Zadi (Leïla Bekhti) en haar helper de Sami politieagent Anders Harnesk (Gustaf Hammarsten) en je hebt de ingrediënten voor een topserie, met hoog FIT-gehalte, opgenomen in vijf verschillende talen.

Kanker. Toch een geneesbare ziekte? – prof. dr. Frédéric Amant, MD – VAM*****

Rondom ons zien we kanker op alle leeftijden toeslaan. Mensen blijven vaak het onderspit delven omdat de kankerbehandeling ontoereikend is. En toch gaat massaal veel geld naar kankerbehandeling en kankeronderzoek.

Vertrekkend vanuit drie oriëntatiepunten – iedere patiënt, iedere tumor is uniek; de huidige behandelingen, de technologische innovatie en de vooruitzichten – hield prof. Frédéric Amant een zeer verhelderende en goed gestructureerde en gedocumenteerde presentatie over de kankertherapieën uit het verleden, maakte hij een stand van zaken op over het heden en wierp hij een blik in de toekomst waarbij hij niet alleen stilstond bij het grensverleggend onderzoek van het Fonds voor Innovatief Kankeronderzoek (KU Leuven) maar ook pleitte voor een intelligente strategie bij de strijd tegen kanker door een combinatie van factoren: een betere preventie, een efficiënte screening, de ontwikkeling van gerichte therapieën en de strijd tegen resistentie.

Chirurgen zoals William Halsted voerden eind van de 19de eeuw ingrijpende operaties uit om de genezingskansen voor kankerpatiënten zo groot mogelijk te maken. Maar vaak keerde de ziekte toch terug. Artsen begrepen dat heelkunde alleen tekort schoot. Het inzicht dat cellen specifieke kenmerken hadden, kwam er nadat Paul Ehrlich, een Duits chemicus en arts, erin slaagde om bacteriën te visualiseren met een specifieke kleur. Hij ging ervan uit dat deze ‘kleuring’ ook voor kankercellen kon en bedacht het concept van de ‘magic bullet’, de magische kogel waarmee specifieke kankercellen gedood konden worden. Ehrlich legde hiermee de basis van de chemotherapie. Hij kreeg er in 1908 de Nobelprijs Geneeskunde voor. Maar de geneeskunde had twee oorlogen nodig om écht vooruitgang te boeken. De meeste soldaten die tijdens WOI aan mosterdgas werden blootgesteld, stierven een snelle en vreselijke dood. De enkelen die bleven leven, kampten met bloedarmoede en infecties. Edward and Helen Krumbhaar, Amerikaanse artsenpathologen, waren hierdoor gefascineerd en beschreven in 1919 dat in het bijzonder de sneldelende cellen van het beenmerg schade ondervonden. In WOII werden soldaten opnieuw getroffen door mosterdgas en het onderzoek hiernaar kwam hierdoor in een stroomversnelling. In een lage dosis bleek mosterdgas werkzaam tegen lymfoom. Het eerste chemotherapeuticum werd bijgevolg gebruikt tijdens WOII. Andere artsen werden zich intussen bewust van de celdodende eigenschappen van radioactieve straling. Marie Curie en collega’s voerden experimenteel onderzoek naar het medisch gebruik ervan en legden de basis voor de behandeling van tumoren met radioactieve straling.

Vandaag proberen we de drie pijlers van kankerbehandeling – heelkunde, chemotherapie en bestraling – zo goed mogelijk af te stemmen op elke individuele patiënt. We houden rekening met de grootte van de tumor, de aanwezigheid van uitzaaiingen en de algemene gezondheid van de patiënt.

Om persoonsgerichte therapieën te kunnen ontwikkelen, hebben we een onderzoeksmodel nodig dat dicht bij de patiënt staat. We hebben zoveel mogelijk informatie nodig over de tumor zelf. Daarom hebben we aan de KU Leuven een ‘tumor xenograftproject’ opgestart. De mogelijkheden van het ‘tumor xenograftmodel’ zijn veelbelovend. We willen zoveel mogelijk tumortypes onderzoeken. Met deze nieuwe kennis kunnen we therapieën ‘op maat’ ontwikkelen, therapieën die elke patiënt de beste kansen bieden en minder bijwerkingen hebben. Het xenograftmodel stelt ons ook in staat om te onderzoeken hoe resistentie, weerbaarheid, tegen medicatie ontstaat. Het zoeken naar een manier om die resistentie tegen te gaan, speelt een grote rol in de strijd tegen de creatieve kankercel. – Frédéric Amant

Samenvattend kunnen we stellen dat de eerste inzichten als zou chemotherapie een optie kunnen zijn voor de behandeling van kanker, kwamen door het gebruik van mosterdgas tijdens de eerste wereldoorlog. Tot in het recente verleden werd kanker meer radicaal en met meer bijwerkingen behandeld. Precisiechirurgie en -radiotherapie alsook meer gerichte kankermedicijnen zijn even efficiënt, hebben minder bijwerkingen en zijn heden ten dage de standaard. In de toekomst zullen technologische innovaties en digitale vooruitgang een cruciale rol spelen in de kankerbehandeling.

foto: The Lancet

Frédéric Amant (°1967) behaalde in 1992 zijn doctoraat in de Medische Wetenschappen aan de KULeuven en werd in 2000 specialist in de gynaecologische oncologie. Naast specialist en professor aan de KULeuven (UZ Gasthuisberg) is hij ook verbonden aan het Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek (Centrum Gynaecologische Oncologie Amsterdam).

Frédéric Amant staat aan het hoofd van het International Network on ‘Cancer, Infertility and Pregnancy’ (INCIP) van de European Society of Gynecologic Oncology (ESGO) en tal van andere organisaties. Hij leidt het PDX-platform voor patiënt-gebaseerde tumor xenograften (Trace) aan de KULeuven en is lid van het Europees consortium inzake xenograften (EurOPDX).

‘Woorden die geëtst moeten worden in het hart en de geest van elke levende, ademende mens’- Maria Popova over John Steinbecks brief aan zijn verliefde zoon

foto: Elaine (Anderson) Steinbeck poseert voor een schilderij van haar overleden echtgenoot John in de bibliotheek/studio van haar New York appartement, 7 mei 1998. Het is de plek waar de auteur schreef. – wikitree

Op een dag als vandaag kan ik als blogger niet aan een logje over de liefde verzaken. Als ouder heb je het meegemaakt dat je kinderen door de adolescentenjaren geloodst moesten worden. De nodige liefdesperikelen en liefdespijn en de begeleidende onzekerheid bij verliefdheid. John en Elaine Steinbeck maakten het ook mee. Johns wijze raad aan zijn zoon kreeg eeuwige roem.  Daarom deze keuze uit John Steinbeck  A Life in Letters by Elaine Steinbeck and Robert Wallsten, London, 2001 waarin hij een brief van zijn zoon beantwoordt die op kostschool verliefd geworden is en niet precies weet hoe hij met dat gevoel moet omgaan. Het boek bevat een verzameling van 850 brieven aan vrienden, familie, zijn uitgever en een gevarieerde kring van bekende en invloedrijke publieke figuren. Het opent met brieven die tijdens de vroege jaren in Californië werden geschreven, en sluit met een onafgewerkte 1968-notitie geschreven in Sag Harbor, New York. Maria Popova  noemt de brieven  thoughtful, witty, honest, opinionated, vulnerable, and revealing. Over de brief van 1958  aan zijn zoon Thom zegt ze:

Steinbeck’s words of wisdom — tender, optimistic, timeless, infinitely sagacious — should be etched onto the heart and mind of every living, breathing human being.

New York
November 10, 1958

Dear Thom:

We had your letter this morning. I will answer it from my point of view and of course Elaine will from hers.

First — if you are in love — that’s a good thing — that’s about the best thing that can happen to anyone. Don’t let anyone make it small or light to you.

Second — There are several kinds of love. One is a selfish, mean, grasping, egotistical thing which uses love for self-importance. This is the ugly and crippling kind. The other is an outpouring of everything good in you — of kindness and consideration and respect — not only the social respect of manners but the greater respect which is recognition of another person as unique and valuable. The first kind can make you sick and small and weak but the second can release in you strength, and courage and goodness and even wisdom you didn’t know you had.

You say this is not puppy love. If you feel so deeply — of course it isn’t puppy love.

But I don’t think you were asking me what you feel. You know better than anyone. What you wanted me to help you with is what to do about it — and that I can tell you.

Glory in it for one thing and be very glad and grateful for it.

The object of love is the best and most beautiful. Try to live up to it.

If you love someone — there is no possible harm in saying so — only you must remember that some people are very shy and sometimes the saying must take that shyness into consideration.

Girls have a way of knowing or feeling what you feel, but they usually like to hear it also.

It sometimes happens that what you feel is not returned for one reason or another — but that does not make your feeling less valuable and good.

Lastly, I know your feeling because I have it and I’m glad you have it.

We will be glad to meet Susan. She will be very welcome. But Elaine will make all such arrangements because that is her province and she will be very glad to. She knows about love too and maybe she can give you more help than I can.

And don’t worry about losing. If it is right, it happens — The main thing is not to hurry. Nothing good gets away.

Love,

Fa

Een teder, optimistisch, tijdloos, scherpzinnig en wijs advies van een vader aan zijn zoon! 

Onderzoeksjournalisten aan het werk over authenticiteit van het vermeende ‘Hitlergedicht’ Denk’es! – Denk daaraan!

Vanochtend vond ik een bericht in mijn mailbox van onderzoeksjournalist en dichter BartFMDroog meldend dat hij met interesse mijn log Denk’es! – Adolf Hitler over o.a. het wassen Hitlerbeeld, Reset (Vienna 1909, 20-year old Adolf Hitler is Homeless), van de Nederlandse kunstenaar Roy Villevoye op Watou 2016 en het aan Hitler toegeschreven moedergedicht, gelezen had. Hij wees me erop dat in het kader van het onderzoeksdossier dat is ontstaan over de authenticiteit van het Mutti-gedicht, Menno Wigman zijn essay  bij de dichtbundel Bloemen van het kwaad door Paul Damen, terugtrekt. In een artikel in Trouw van 8 februari jl. lezen we:

Het gedicht ‘Denk daaraan!’ is niet van de hand van Adolf Hitler. Het is vaak abusievelijk aan de dictator toegeschreven, ook door de Amerikaanse Hitlerbiograaf John Willard Toland. Volgens de Emmense dichter Bart FM Droog is het rond 1906 onder de Duitse titel ‘Wenn deine Mutter alt geworden’ geschreven door de Duitse dichter en toneelschrijver Georg Runsky.- Trouw

Mijn hartelijke dank aan dichter BartFMDroog voor dit onderzoekswerk dat ook mij in staat stelde mijn log met betrekking tot dichter Menno Wigmans aanname bij te stellen.

Is de protestsong passé ?

foto: charlestontoday.net

Bestaan er nog protestsongs, worden ze nog gezongen, geschreven? Dat was de vraag die Annemie Peeters in De Bende van Annemie(Radio1) zichzelf en een deskundige terzake vanochtend stelden. Verrast was ik want gisteravond deelde ik op mijn facebook een interview met Joan Baez in RollingStone, protestzangeres en lief van Bob Dylan in de zestiger zeventiger jaren. Zij opende de San Francisco Vrouwenmars vorige maand met de Spaanse  versie van We Shall Overcome  nl. No Nos Moveran of We Shall Not Be Moved. Ze droeg Dylan’s nummer Forever Young op aan Barack en Michelle Obama en zei: “Women, we need to be empathetic when there is no empathy. We need to be kind when kindness is not at the forefront.” Vrouwen, we moeten empatisch zijn waar de empathie ontbreekt. We moeten vriendelijk zijn waar de vriendelijkheid ontbreekt. Baez is zesenzeventig en is nog steeds on tour in Europa en de wereld.

De interviewer blijkt in het weer voortekenen te ontwaren want hij stelt haar de vraag hoe vaak ze in de gutsende regen (de mars in San Francisco startte in heftig donderweer) optrad en dat telde op, al bood het podium natuurlijk altijd de nodige shelter. Op de vraag of Trump het linkse kamp in America samendrijft, luidt haar antwoord dat je zoiets niet zomaar uit je hoed tovert. Het staat als het ware in de sterren geschreven en de mensen hebben het zien aankomen. De quintessence van het protest is dat we moeten zorgen voor elkaar en op dat punt is rechts tamelijk hard uit de hoek gekomen; dat kwam aan bij velen.

Hoe belangrijk is de protestsong vandaag nog? De oude anthems  doen het nu niet meer we moeten op zoek naar nieuwe, de tijden zijn veranderd maar muziek brings out the light in donkere tijden. Samen met Josh Ritter werkt ze aan een song I Carry The Light. Op de vraag hoe en welke thema’s ze uitkiest voor haar activisme antwoordt ze eenvoudig dat de mensen eruit moeten pikken wat hen het meest emotioneel beweegt. Haar advies aan de huidige activisten is keep your eyes on the prize wat zoveel betekent in dit geval als maak het verschil maar blijf menselijk, ook dus voor Donald Trump.

Heeft ze slotbedenkingen voor het huidige verzet? Waar geen empathie is, moeten we die lacune compenseren met een overvloed aan empathie; dat is de enige manier om te slagen. Vecht. Kom naar buiten, jullie hebben elkaar. Dat is authentiek, niet nep. Wees dapper. Dapperheid is besmettelijk.

Ook al hebben internet, facebook, twitter als dragers van verzet veel van de protestsong overgenomen een goede protesthymne doet het nog steeds (Lady Gaga bij de opening van de Super Bowl). Bij Wannes Van de Veldes Oorlogshelden (naar Bob Dylans Masters of War), Joan Baez’ We Shall Overcome, Van Morrisons I Shall Sing, e.a.  pleegde ik deze log en vertoefde in retro-sferen d.i. forever young.

Vibes speak louder than words.

Beste spirituele boek van het jaar 2017 – Rusteloosheid – Ignaas Devisch

Dat zat er echt aan te komen. Jacobine op Zondag  – een wekelijks levensbeschouwelijke praatprogramma bij KRO-NCRV – kende Ignaas Devisch’ boek Rusteloosheid de prijs van het Beste Spirituele Boek van het Jaar 2017 toe. Na zijn lezing voor de Vlaamse Academici Mechelen vorig jaar schreef ik daar een logje over. Ik nam me na de lezing voor het boek te lezen. Dat is ondertussen gebeurd en ik kan elke toekomstige lezer verzekeren dat er een sterke stimulans uitgaat van wat Ignaas Devisch schrijft.

Er zou ook al een Engelse vertaling van het boek in de pipeline zitten. Dat moet niet verwonderen want Devisch stapt moeiteloos van zijn Vlaamse roots nl. die van een intelligente bedrijvige West-Vlaamse grootmoeder die tien kinderen grootbracht op een bescheiden Vlaamse boerderij, over naar de eenentwintigste – eeuwse hectische bedrijvigheid van de hedendaagse vrouw die (betaalde) arbeid combineert met een gezin en een carrière om te besluiten dat beiden niet vergelijkbaar zijn en dat die zogenaamd ‘langzame’ tijd  ophemelen of het telkens weer voor verlangzaming pleiten hoegenaamd geen steek houdt. Want ‘om iets te bereiken is een vorm van mateloosheid nodig; dat geldt evengoed voor mijn grootmoeder die tien kinderen grootbracht als voor een uitvinder die het ene project na het andere ontwerpt.’

En om zijn hele betoog nog maar eens bondig samen te vatten: dynamisch leven en rusteloosheid kunnen leiden tot mateloosheid en mateloosheid kan leiden tot voldoening, erkenning en zelfwaarde. Het woordje ‘kan’ is hier van belang want rusteloosheid is iets helemaal anders dan onrust  en het is zeker geen maatschappelijke plicht of norm. Soms kunnen externe factoren (vb. ziekte) tot verlangzaming nopen. Het gaat er in wezen om een zinvol leven uit te bouwen, kleine of grote zinvolle projecten op te zetten met de ons beschikbare tijd en middelen.Het is pas wanneer de zinvolheid van ons handelen zoek is dat de klachten de overhand krijgen en we onze drive in wat we doen verliezen.

Patroonsfeest 2017 – Eredoctoraten KU Leuven

foto: KU Leuven

Naar aanleiding van haar Patroonsfeest – sinds vorig jaar niet meer op het feest van Maria Lichtmis (2 februari) maar op de eerste woensdag na de lesvrije week aan het einde van het eerste semester – reikt KU Leuven jaarlijks een aantal eredoctoraten uit aan personen met bijzondere verdiensten op wetenschappelijk, maatschappelijk of cultureel vlak. Tijdens de viering op woensdag 15 februari 2017 worden dit jaar vier eredoctoraten uitgereikt, waaronder één gedeeld tussen de professoren Allison en June.

Wie is wie? (v.l.n.r.)

De toekomst van patiënten met kanker kan een stuk rozer kleuren dankzij professor James P. Allison (1) en professor Carl H. June (5). De twee immunologen – de eerste verbonden aan University of Texas, de andere aan University of Pennsylvania – ontketenden een revolutie in de behandeling van kanker, waarbij ze het immuunsysteem van de patiënt inschakelen als krachtig wapen. Junes team slaagde er als eerste in om T-cellen, de dirigenten van het immuunsysteem, genetisch  te modificeren zodat ze de kwaadaardige ziekte in de patiënt trefzeker kunnen herkennen en aanvallen. Allison ontrafelde dan weer de ingebouwde remmingsmechanismes van T-cellen en ontwikkelde middelen om die uit te schakelen. Zo wordt het immuunsysteem actiever in alweer het herkennen en aanvallen van kankercellen. In 2013 riep Science hun verwezenlijkingen in de kankerimmunologie uit tot Breakthrough of the Year. Allison benadrukte daarbij dat hun inzichten moeten leiden tot resultaten in het ziekenhuis. “It is important to not just use your knowledge for the joy of learning and knowing something”, zegt hij, “but to help people too.” Promotor van het eredoctoraat is professor Peter Vandenberghe, copromotor is professor Peter Carmeliet. Interview eredoctores: Binnenkort zullen we veel kankers weten te verslaan

Europees Commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager (2) [voorheen Deense politica Radikale Venstre, BK] voert een daadkrachtig beleid inzake mededinging en staatssteun binnen de Europese Unie. Zo onderzoekt ze het marktgedrag van bedrijven als Google, Apple, Starbucks en Fiat en aarzelt ze niet om maatregelen te nemen als dat nodig is. Dankzij haar visie en beleid slaagt Europa erin de Europese markt en markttoegang open en transparant te houden. Eurocommissaris Vestager heeft ook bijzondere aandacht voor de ethische dimensie van het gedrag van bedrijven en overheden. Promotor van het eredoctoraat is professor Koen Debackere. Artikel in De Standaard: Het domste wat je kunt doen is Vestager onderschatten.

Vijfhonderd jaar na het begin van de Reformatie in oktober 1517 kent KU Leuven een eredoctoraat toe aan professor Theodor Dieter (3). Hij is specialist in de Lutherstudie en de reformatiegeschiedenis, en spilfiguur in de dialoog tussen katholieken en lutheranen. Hij maakte vooral naam met zijn inzichten in het intellectuele profiel van de jonge Luther, waarbij Aristoteles en de scholastieke wijsbegeerte een belangrijke rol speelden. Hij is de belangrijkste architect van zowat alle lutheraans-katholieke dialoogteksten van de voorbije twintig jaar. Hij leidt het Institute for Ecumenical Research in Straatsburg, dat een belangrijke rol speelt in de oecumenische vorming van lutherse pastores. Promotoren van het eredoctoraat zijn professoren Peter De Mey, Andrea Aldo Robiglio en Violet Soen. Interview eredoctor: Waarom de verschillen benadrukken? Protestantisme en katholicisme zijn net heel nauw met elkaar verwant.

De Nederlandse hoogleraar Louise O. Fresco (4) is een unieke en geëngageerde stem in het academisch én in het maatschappelijk debat over duurzame voedselvoorziening. Als één van de eersten benadrukte ze dat ons voedsel nood heeft aan een doordacht en gedragen beleid dat de raakvlakken met andere grote maatschappelijke uitdagingen incorporeert: onder- en overgewicht, impact op het milieu, klimaatverandering, biodiversiteit, economische en sociale ontwikkelingen. Fresco vuurt het debat rond voedsel aan bij internationale organisaties, via columns, op televisie en in populair-wetenschappelijke boeken. “Eten is vandaag een bron van intense verwarring”, zo stelt ze in haar bekendste boek, Hamburgers in het Paradijs (2012), maar ook: “We zijn wie we zijn door wat we eten en met wie. In eten en in ons begrip daarvan balt zich ons mens-zijn samen”. Sinds 2014 is Fresco voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen University & Research. Promotoren van het eredoctoraat zijn professoren Wannes Keulemans en Annemie Geeraerd. Interview eredoctor: Nostalgie naar een onbestaand verleden.

Bron: Campuskrant KU Leuven / Nieuws

%d bloggers liken dit: