Labyrint speelt ‘Kolderkatten’, wandelen tegen kanker

Toneelkring Labyrint van Elewijt speelde voorbije weekend hun eerste productie van het nieuwe toneelseizoen. Een generatie jonge mensen onder de leiding van regisseur Jo Vander Cammen speelde het stuk  ‘Kolderkatten’, naar ‘Cheshire Cats’ van de Britse schrijfster Gail Young. Zij schreef het stuk na haar deelname aan de Londense ‘Moon Walk’, – walking the walk against breast cancer – het jaarlijkse evenement met vele duizenden (voornamelijk vrouwelijke) deelnemers. Omdat enkelen van Labyrint (Goele, Peter, Mon, Patrick) deelnemen aan de 1000km van Kom op tegen Kanker werd beslist om op vrijdagavond een benefietavond te geven waarvan de opbrengst naar hun team gaat.

Het verhaal

Zes jonge vrouwen hebben besloten om deel te nemen aan een 21km lange wandeltocht in Antwerpen waarvan de opbrengst gaat naar de strijd tegen borstkanker. Het sportieve is voor hen eigenlijk bijzaak: het sponsorgeld en een leuk ‘girls-only’ weekend weg van hun mannen en de dagelijkse sleur zijn hun belangrijkste doel.

Wanneer eentje van hen onverwachts en op het laatste moment moet afhaken, moet snel voor vervanging gezorgd worden. De vraag is echter of die vervanging wel bij iedereen even goed in de smaak zal vallen …

Het spel

Heleen (Jolien Van Hamme) coach van het wandelteam profileert zich als de keiharde en doelgerichte aanvoerster van het team. Té schreeuwerig en meedogenloos lijkt het wel maar in  intiemer gesprek met Katrien (Ellen Vermeulen) komt de ware aan het licht. Vicky (Ruth De Keyser) romantische droomster, uit op een nieuwe relatie na haar scheiding, heeft haar oog laten vallen op ‘een charmant heerschap’ Andy (Jeroen Michiels) en vertelt daarover aan haar teammeisjes. Zij is de creatieveling die de leuke pakjes van de Kolderkatten op haar naam schrijft. Sofie (Sofia Bauwens) is net bevallen, wil ook meedoen maar geeft aan niet ‘afgetraind’ te zijn en het dus ook wat rustiger te willen aanpakken. Zij laat voor een kunstopdracht van haar artistieke opleiding het hele team op kaartjes noteren waarom zij aan de wandeltocht deelnemen. En dan is er nog Isabelle (Paulien De Broeck) die absoluut ‘geen mannen in het team’ wil en zich vreselijke blaren loopt omdat ze tegen elk wijs advies in met nieuwe sportschoenen de tocht heeft aangevangen. O, ongeluk der ongelukken … de vervanging van één van de ‘girls‘ wordt een man en dat werkt voor de rest van het spel grappig uit, mede door de vertolking van Isabelle, die als gegoten in haar rol zit.

De luim en de lach – o.a. door het Kolderkatten-staplied, de aerobictraining (Akkelien Ackermans) waarin het publiek betrokken wordt en het korte laconieke optreden van agent-verkeersleider (Fried Merckx) – wordt regelmatig onderbroken door intiemere tweegesprekken die de keerzijde van de situatie en de karakters toont. Soms ook door korte monologen op rijm die functioneren als momenten van introspectie.

Het team wordt een echt team, het doel wordt gezamenlijk bereikt, onenigheden worden bijgelegd, de kaartjes gelezen … inzicht, wijsheid en een laatste introspectieve monoloog van Sofie brengen het stuk tot een onverwacht slot.

Het decor en de kostuums

‘Pink’ of rozerood is de kleur die hier, heel symbolisch, de hoofdtoon voert. Een achttal klapstoeltjes, de oplichtende verkeersstok van de agent, de kattenpakjes … alle rozerood. Voor dit  decor- en kostuumontwerp tekenden Klem Michiels, Daniel Zwertvagher, Fried Merckx en Ger De Broeck. De grime lag in de handen van Els Berbé en Goele Michiels. Voor belichting en geluid zorgden Guy Bessendorffer, Daniel Zwertvagher en Sabrina Bauwens.

Volgende speeldata vrijdag 1 december en zaterdag 2 december 2017 telkens om 20 uur in zaal In den Prins in Elewijt. Toegang 9 EUR.

Alle info: Toneelkring Labyrint

Advertenties

Polyfonie en het verhaal van een pas ontdekt 15de-eeuws muziekmanuscript – Bart Demuyt

1141425517

Zo goed als elke Vlaming heeft weet van de Vlaamse schilderkunst uit de Gouden Eeuw. Topwerken als het Lam Gods in de Sint-Baafskathedraal te Gent, Christus met Zingende en Musicerende Engelen in het KMSKA en namen als Jan Van Eyck, Hans Memling, Rogier van der Weyden, Pieter Bruegel, Peter Paul Rubens zijn maatschappelijk ingebed.

Even monumentaal en sterk bepalend voor de latere ontwikkeling van de muziek in Europa, zijn hun tijdgenoten-musici uit de Lage Landen, meer bepaald de Franco-Vlaamse Polyfonisten.

In 2015 werd een muziekmanuscript in privébezit voor onderzoek naar de Alamire Foundation / KU Leuven Musicology Research Group gebracht. (cfr. Bart Demuyt over uniek liedboek uit 15de eeuw en fragment door Cappilla Flamenca)

foto: De Standaard

Dit voorheen volledig onbekende laat vijftiende-eeuwse meerstemmige liedboek bevat negenenveertig Franse profane liederen samen met één Latijns religieus werk. Samen met composities van toonaangevende vijftiende-eeuwse Frans-Vlaamse meesters – waaronder Gilles Binchois, Johannes Ockeghem en Antoine Busnoys – zijn twaalf stukken in het manuscript uniek en volkomen onbekend.

In juli 2016 werd het manuscript gekocht door de Koning Boudewijnstichting (Fonds Léon Courtin – Marcelle Bouché) en permanent in bruikleen gegeven aan de Alamire Foundation in de Parkabdij van Leuven. Sinds april 2017 is het digitaal beschikbaar op IDEM (Integrated Database for Early Music) voor onderzoek en implementatie. De serie Leuven Library of Music in Facsimile opent met deze prestigieuze uitgave voorzien van een uitvoerige introductie door prof. David J. Burn (Associate Professor Musicology KU Leuven).

De koor- en liedboeken van de Franco-Vlaamse polyfonisten, er worden er ook bewaard in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel en het Stadsarchief in Mechelen, zijn uniek studiemateriaal om Vlaanderen en Europa in die tijd beter te begrijpen. De manuscripten bieden een uniek overzicht van de muziekproductie in de Lage Landen en Noord-Frankrijk. Ze bevatten zowel religieuze als profane muziek die gedurende 70 jaar werd gecomponeerd, en het oeuvre van drie generaties componisten: van Johannes Ockeghem (1410-1497) en Johannes Regis (1425-1496), over Josquin des Prez (1450/1455-1521) en Pierre de la Rue (1452-1518) tot Jean Richafort (1480-1550) en Adriaan Willaert (1490-1562).

Deze Vlaamse polyfonie is van een absoluut uitmuntende kwaliteit maar voor een deel van de internationale cultuurwereld vrijwel onbekend. Meer zelfs, heel wat van de werken uit die tijd zijn nooit bestudeerd (kunnen worden) en de valorisatie ervan is tot op vandaag veel te gering.

In de late Middeleeuwen, toen er nog geen gedrukte boeken bestonden, diende alles wat een scanner en een printer vandaag kunnen, met de hand te gebeuren. Dat doorgedreven monnikenwerk maakt elk van die boeken uniek. Daarenboven werden ze nog eens op magistrale wijze van miniaturen en motieven voorzien.
De afbeeldingen illustreren een politiek of religieus thema of verwijzen naar de vorst, een machtige opdrachtgever of de ontvanger van het handschrift. In heel wat koorboeken zijn de openingspagina’s rijkelijk versierd met randen vol bloemen en dieren. Nog talrijker zijn de sierlijke kalligrafische initialen die het begin van een muziekstuk inluiden of aanduiden waar een stem (sopraan, alt, tenor, bas) moet aanvangen.

Het digitale vergrootglas van het Alamire Digital Lab levert heel wat boeiend materiaal op. We zien niet alleen hoe machthebbers, componisten en musici naar de kunst en naar de wereld keken, we krijgen ook een beter inzicht in hoe die boeken tot stand kwamen en hoe ze gebruikt werden. Er wordt zelfs onderzocht hoe de ‘mise en page’ het zingen beïnvloed zou kunnen hebben.

De Alamire Foundation speelt dus een cruciale rol in het ontginnen van dit schitterende muzikale erfgoed. Met de meest geavanceerde technieken brengt ze muziek van eeuwen geleden waar ook ter wereld in kaart. De recente ontdekking van het 15de-eeuws liedboek bracht het onderzoek en de valorisatie-opdracht van de Alamire Foundation in een stroomversnelling. Onder leiding van Bart Demuyt zal de Alamire Foundation niet rusten voor het gehele oeuvre van het atelier van Petrus Alamire gedigitaliseerd en ontsloten is. Vandaag is dat een verzameling van 51 handschriften, verspreid over heel Europa en door het Alamire Digital Lab verzameld in 15.500 beelden. Daarom trokken ze ook naar de prestigieuze Vaticaanse Bibliotheek om er onder meer de Chigi Codex te fotograferen.

Wie was Petrus Alamire? Niemand weet wanneer Peter Imhoff precies geboren is. Waarschijnlijk omstreeks 1470 in een bekende koopmansfamilie in Neurenberg. Alamire was niet zijn echte naam, eerder een muzikaal merk. De ‘A’ slaat op de toonhoogte en ‘la’, ‘mi’ en ‘re’ verwijzen naar de toonladder. Hij werd vermoedelijk opgeleid als musicus en muziekscribent. Hij reisde naar de Lage Landen waar hij onder andere voor Margareta van Oostenrijk en aartshertog Karel (de latere keizer Karel V) luxueuze muziekhandschriften vervaardigde. Maar hij was ook ondernemer, spion voor Hendrik VIII en koerier voor Erasmus en andere humanisten. Bovendien onderhield hij contacten met verschillende Europese hoven en met machtige handelaars en bankiers. Hij stierf in Mechelen in 1536.

Met videobeelden van o.a. het digitalisatieproject in de Vaticaanse bibliotheek, het Huis van de Polyfonie in de Parkabdij van Leuven en de ontdekking en aankoop van het Leuven Chansonnier trok Bart Demuyt het publiek mee in een wondere muzikale wereld.

Bart Demuyt (1964) studeerde aan het Lemmensinstituut, werd stafmedewerker bij de Onderzoekseenheid Musicologie aan de KU Leuven en was als uitvoerend musicus verbonden aan o.m. Collegium Vocale, La Petite Bande, Capilla Flamenca. Daarna was hij actief als artistiek medewerker bij Musica en was artistiek leider van het Nederlandse ensemble Cappella Pratensis. In 2008 keerde Demuyt terug naar de KU Leuven en werd hij directeur van de Alamire Foundation, Internationaal Centrum voor de Studie van de Muziek in de Lage Landen. In dat jaar neemt hij ook de functie op van artistiek en algemeen directeur van AMUZ [Festival van Vlaanderen-Antwerpen]. In 2016 is hij ook aangesteld als senior research IOF-manager for Musical Heritage KU Leuven. Bart Demuyt is voorzitter van de Adviescommissie Kunsten Vlaanderen en curator van verschillende festivals en tentoonstellingen waaronder ‘Passie van de Stemmen’ en ‘Petrus Alamire, Meerstemmigheid in beeld’.

Zie ook : Leuven Chansonnier – Een vondst van wereldformaat.

EUROPALIA – Ancestors & Rituals – Bozar – Brussels*****

Bij Indonesië denken Europeanen vaak louter aan rijsttafels, pindasaus en Balinese stranden – een exotische en gelimiteerde visie. Vanuit zijn missie om via de kunst bij te dragen aan een breder en dieper wederzijds begrip biedt EUROPALIA INDONESIA nieuwe perspectieven op het gastland – maar ook op onszelf. Dankzij residenties van Indonesische kunstenaars in Europa en vice versa kwam een onderling verrijkende artistieke dialoog tussen beide culturen tot stand.

afbeelding: Peter Fitzgerald

Indonesië is een immense archipel van meer dan 13 000 eilanden, die zich uitstrekken over maar liefst 5 000 kilometer van oost naar west. Er zijn ongeveer 255 miljoen inwoners, 300 etnische groepen en meer dan 700 talen. Dat zegt al iets over de diversiteit van het land en de culturen waaruit het bestaat.

Toch hebben bijna al deze culturen een gemene deler, namelijk het belang dat ze hechten aan de voorouders. Van Sumatra tot Papoea, over Java, Borneo, Sulawesi, de Kleine Soenda-eilanden en de Molukken: de voorouders speelden – en spelen vaak nog – een vooraanstaande rol in Indonesië. De Toraja’s die hun doden opgraven om ze op te maken en te vieren, de indrukwekkende Ana Deo-voorouderbeelden die de
dorpelingen van Flores beschermen.

De voorouders, die biologisch of mythisch kunnen zijn, zijn nauw verbonden met het verleden, het heden en de toekomst. Ze vervullen daarbij drie cruciale functies. Ten eerste zijn ze een directe link tussen de Indonesiërs en hun verleden, waardoor de levenden hun plaats in de stamboom kunnen krijgen en hun status en sociale positie bepalen. Vervolgens garanderen de voorouders het evenwicht in de samenleving en verzekeren ze door hun steun en bescherming een harmonieus heden. Tot slot zijn ze een bron van vruchtbaarheid en zorgen ze voor de toekomst en het voortbestaan van de volkeren en hun culturen.

Status: houten sculptuur die in het midden van het huis werd gezet en verwees naar een verre voorouder van de familie in wiens kracht en hulp men geloofde.

De uitwisselingen met andere culturen en religies hebben in de loop van de millennia grote invloed uitgeoefend op de kunsten, op de identiteitsbeleving en op de manier waarop de Indonesiërs naar eigen land kijken. De meeste culturen van de archipel hebben hun roots in de Austronesische cultuur, die nomadenvolkeren meer dan 5 000 jaar geleden uit Taiwan meebrachten. Verder zien we ook de invloed van de schitterende Dong Son-cultuur van het noorden van Vietnam, bekend om hun meesterlijke bronzen artefacten.

Bronzen rituele trommel met kikkers. Kikkers zorgden voor regen, regen was nodig om de rijst te doen groeien. Rond de trommel werd daartoe gemusiceerd, gezongen en gedanst.

Vaak ligt de handel aan de basis van deze uitwisselingen. In de 5de en 6deeeuw introduceerden Indiase kooplui, monniken en heen en weer reizende studenten het boeddhisme en het hindoeïsme op Sumatra en Java. De bekende tempels Borobudur en Prambanan tonen aan dat deze twee religies snel aan belang wonnen op het Indonesische grondgebied. Het is ook de handel die de eerste bezoekers uit China en het Midden-Oosten (vanaf de 7de eeuw) meebracht. Via het Midden-Oosten kwam de islam naar Indonesië, die vanaf de 13de eeuw op Java en Sumatra een enorme bloei kende. Nog later kwamen de Portugese kolonisten, gevolgd door de Nederlanders, op zoek naar kostbare specerijen. Zij legden respectievelijk het katholicisme en het protestantisme op.

Godin van wijsheid en perfectie – boeddhistische en hindoeïstische invloed

Al deze culturen gaven vorm aan de relatie van de Indonesiërs met hun voorouders. Ze verrijkten de vooroudercultus met eigen accenten of probeerden hen net te vernietigen, zoals gebeurde met de Nederlandse kolonisatie. Ook de vooroudercultus zelf drong binnen in de verschillende nieuwe culturen en religies. Zo ontdekken we in Indonesië hindoeïstische en boeddhistische objecten en verhalen die de belangrijke rol van de voorouders illustreren, evenals een gemengde islam, die openstaat voor de eerder bestaande voorouderlijke culturen.

Tot slot wordt er in de tentoonstelling een uitgebreid luik aan de verbazingwekkende dodenrituelen gewijd. Ze bestaan vaak uit verschillende fasen en meerjarige cycli die een overledene toelaten om voorouder te worden. De achtergeblevenen sparen kosten noch moeite om hem of haar naar de bovenwereld te begeleiden en zo ook het evenwicht en de harmonie in de gemeenschap te bewaren.

Gebatikt doek dat toont hoe voorouders mee in de prauw gaan ter bescherming.

160 archeologische en etnografische schatten werden grotendeels uitgeleend door het Nationaal Museum van Indonesië en werden voor de eerste keer in Europa tentoongesteld. Maar ook musea uit heel Indonesië nemen deel, net als een aantal Europese musea en privécollecties. Audiovisueel materiaal, tekeningen en schilderijen contextualiseren en actualiseren het geheel.

In de tentoonstelling organiseert Barbara Raes op geregelde tijdstippen ook een aantal workshops en bevraagt zij – samen met een reeks kunstenaars – de bezoekers over hun relatie met voorouders en rituelen.

Nog tot 14 januari 2018 – BOZAR – Ravensteinstraat 23 – B-1000 BRUSSEL