Moedervlekken – Arnon Grunberg

Een autobiografisch ‘moederboek’ is Moedervlekken […] niet. Het is ‘gewoon’ een roman. Wel een die gaat over een veertiger die weer bij zijn fysiek aftakelende moeder in Amsterdam woont. De moeder heeft flink wat trekken van Hannelore Grünberg-Klein, of althans van de verhalen en anekdotes die Grunberg de afgelopen twintig jaar verspreid over haar heeft opgeschreven. Ze overleefde het kamp en benadert haar zoon met een agressieve vorm van moederliefde: verwijten en klachten zijn de belangrijkste verschijningsvormen van die liefde.

De hoofdpersoon van deze roman is Otto Kadoke (klemtoon op de laatste lettergreep, BK) ooit vernoemd naar Otto Frank, maar hij laat zich al zijn hele volwassen leven Oscar noemen. Kadoke is een in suïcidepreventie gespecialiseerde psychiater die werkt op de crisisdienst: het is zijn taak om mensen ervan te weerhouden zichzelf iets aan te doen. En hij is een typisch Grunberg-personage dat zo kan aansluiten in de rij bij Jurgen Hofmeester (Tirza), Roland Oberstein (Huid en haar) en al die anderen. Druk rationaliserend meent hij het leven onder controle te hebben, maar al snel wankelt hij. Hij wordt ingehaald door sterkere krachten. Al kan Kadoke dat zelf niet echt geloven: ‘Onrust heeft zich van hem meester gemaakt. Iets sleepte hem mee. Emoties kunnen het niet zijn geweest, die heeft hij onder controle.’

In het geval van Kadoke (dat tegelijk aan cadeautje, kaduuk en k.o. doet denken – en geen van alle ten onrechte) begint het wankelen wanneer hij op een middag in een van de twee Nepalese bejaardenverzorgsters van zijn moeder ineens veel méér ziet als deze slechts gekleed gaat in een handdoek, en hij ziet nog meer als die handdoek van haar is afgegleden. Tijdens de seks voelt hij zich een koloniaal, maar de straf volgt snel. Niet veel later is hij gewond en moet hij op zoek naar nieuwe verzorging voor zijn moeder.

Daar ongeveer, na een pagina of zeventig, neemt Grunberg de laatste twijfels weg over de vraag in hoeverre deze roman een verkapte autobiografie is. Hij gooit de lezers de fictie hard in het gezicht als een nieuwe bejaardenverzorgster de moeder onder de douche wil zetten. Ze gilt en komt ontzet de woonkamer weer binnen: ‘Uw moeder heeft een piemel.’ Kadoke legt rustig uit: ‘Na de dood van mijn moeder raakte mijn vader in een diepe depressie. Hij kwam er niet uit tot hij na weken, maanden, mijn moeders kleren begon aan te trekken, hij werd als het ware zijn vrouw, zijn dode vrouw. Hij deed zijn pakken de deur uit, hij ging anders praten, hij eigende zich haar geschiedenis toe, hij veranderde in zijn dode vrouw.’ Het verhaal kan de zorgprofessional niet overtuigen: zij neemt de benen.

In zijn werk op de crisisdienst functioneert Kadoke behoorlijk (‘Je moet zelf een beetje een noodgeval zijn om de echte noodgevallen te herkennen’), maar hij begint fouten te maken en te twijfelen. Dat brengt hem in contact met Michette, een jonge vrouw die bleekwater drinkt en bedekt is door littekens die het gevolg zijn van zelfverminking. Ze is van de ene kliniek naar de andere gegaan, maar zonder echt resultaat.

Op de achtergrond trekt nog een tweede vrouw aan Kadoke: een jonge zwarte collega van de crisisdienst die ooit onder de indruk is geraakt van diens publicaties over suïcidepreventie. Deze Dekha (een vrouw in een opgeruimd huis) wil met hem de toekomst in. Daar aarzelt Kadoke over, al is het maar omdat hij zijn moeder heeft. En moeder is niet geschikt voor de toekomst.

Demonen

En uiteindelijk is dat waar alles om draait in deze tamelijk plotloze, wrang-geestige, maar allengs steeds droeviger wordende roman. Want wat hebben we uiteindelijk? Een moeder die zegt dat ze niet dood kan gaan omdat niemand van haar zoon kan houden: ‘Je kunt het de mensen niet vragen van je te houden, het is te veel gevraagd. Alleen van je moeder mag je dat vragen.’ Alleen van je moeder kun je dat vragen en die noodzaak was kennelijk zo groot dat bij haar dood Kadokes vader de plaats van zijn vrouw heeft ingenomen.

Kadokes visie op de transformatie van zijn vader is verwant: ‘Hij is de voortzetting van haar trauma’s […] Maar wij zijn allemaal de voortzetting van andermans trauma’s, u, ik, – we zouden moeten ophouden te geloven dat het onze eigen trauma’s zijn die ons op onverwachte momenten komen bezoeken, als geesten, als stemmen, als demonen.’ Zo is er een moeder die wil leven omdat er niemand van haar zoon kan houden en een zoon die wil dat zijn moeder leeft opdat haar trauma’s niet verdwijnen. Het maakt Moedervlekken(Kadoke heeft een aantal vermoedelijk goedaardige plekjes op zijn rug die zijn gaan groeien) tot een boek waarin het behoud van het leven in het teken staat van het verleden – en dan niet eens een vrolijk verleden.

Dat wordt nog extra geaccentueerd door Kadokes beroep. Hij moet niet alleen zijn moeder verleiden om te blijven leven (en om te eten, ook dat element komt in de roman voor), het is ook zijn dagtaak om zich, in Grunbergs woorden, tussen de patiënt en de dood in te wringen. ‘Waarom is uitgerekend hij uitverkoren om propagandist van het leven te worden. Er zijn betere kandidaten denkbaar. Is wat hij ooit aanzag voor uitverkiezing niet gewoon een vervloeking?’

Dat wringen tussen de patiënt en de dood gaat, zowel in het geval van moeder als in dat van Michette, gepaard met een vorm van gevangenschap. De jonge vrouw vol littekens aan de buitenkant en de oude vrouw vol littekens aan de binnenkant staan constant onder controle. Niet zozeer omdat ze moeten leven, maar omdat ze niet mogen sterven. Zo groot is de uitzichtloosheid: een man schreeuwt tegen zijn moeder omdat ze niet dood mag, omdat haar trauma’s – en God weet dat haar trauma’s niet mis zijn – bewaard moeten blijven. Wat Grunberg hier beschrijft is een generationeel doorgegeven verbod op geluk. Dat doet hij niet als eerste en hij doet het ook niet voor het eerst, maar hij doet het zeer indringend.

Zo lukt het niet om los te laten, al doet Kadoke aan het eind van het boek een dappere poging, wat de lezer in elk geval nog een sprankje hoop geeft: ‘Dit niet-sterven kan zo niet langer.’ In de hoopvolle illusie zit de kracht van Moedervlekken echter niet. Wel in het alomtegenwoordige verzet tegen de dood dat uit de roman spreekt. Een verzet dat misschien voortkomt uit de verkeerde motieven en dat uiteindelijk hoe dan ook zinloos is. Behalve dan dat het het verdriet tastbaar maakt. Want één ding is zeker: ondanks alle zorg zal de moeder toch ontsnappen. En zelf je moeder worden, zoals Grunberg eerder schreef, dat kan alleen in romans.

Met dank aan NRC en Arjen Fortuin

Zeer boeiende, diepgravende roman, die zich vlot laat weglezen. De tragi-komische voorvallen (de badkamerscène met de Nepalese verzorgster en de gevolgen ervan, de alternatieve therapie) zijn originele trucs die de spanning erin houden; de moedervlekken als thematiek van de verbondenheid tussen moeder en zoon maar ook tussen psychiater en patiënt bestrijken het brede betekenisspectrum van liefde, (patiënten)zorg en vriendschap. Een aanrader!

Ik zal 20 jaar oud zijn in 2030 – Liège-Guillemins Expo

Op de valreep, want zondag is de laatst mogelijke bezoekdag, beslisten we met een groepje oud-collega’s de Luikse tentoonstelling “Ik zal 20 jaar oud zijn in 2030” te bezoeken. Met het oog op de generatie van mijn kleinzoon, was ik natuurlijk extra geïnteresseerd om een blik in de toekomst te werpen van onze vandaag toch al sterk gedigitaliseerde en gerobotiseerde wereld.

In de loop van het academiejaar 2017-2018 werd deze tentoonstelling zowat het orgelpunt van de 200ste verjaardag (1817-2017) van de ULg, de Universiteit van Luik.

De rode draad doorheen de tentoonstelling wordt gevormd door vier thema’s: de geholpen Mens, de verbonden Mens, de verantwoordelijke Mens, de gewijzigde Mens.

Bij de ingang maakt de bezoeker kennis met de Japanse robot Pepper.

Robot Pepper - Expo Luik-Guillemins

Dat de hersenen de kern van onze creativiteit zijn, hoeft geen betoog maar zal de mens dat potentieel altijd op een ethisch verantwoorde manier aanwenden?

De prangende vraag die zich in dit verband opdringt is: zal de mens zijn vrijheid kunnen vrijwaren of zal hij door de machines en de AI verpletterd worden? We kennen ondertussen  voorbeelden van hoe de machine eigen ongeprogrammeerde keuzes maakt met fatale afloop.

Marie Curie 1867-1934 en het röntgenonderzoek – foto: europaexpo.be

In de kamer waar  een rist uitvinders uit het verleden worden voorgesteld die ons leven grondig veranderd hebben, wordt duidelijk hoe deze uitvindingen aan de basis liggen van de huidige geavanceerde technologieën. Het is belangrijk te weten dat de creativiteit die de mens aanzet tot innoveren niet afhankelijk is van een bepaald hersengebied maar wel van de connectiviteit tussen de zenuwcellen waaruit ons brein is opgebouwd. We blijken daarbij wel degelijk 100 % van onze hersenen te gebruiken maar niet voortdurend. Kan het potentieel van die hersenen worden verhoogd? Denkend aan technologieën als internet, GPS, smartphone en bijvoorbeeld medische verworvenheden als het cochleair implantaat (om doofheid te verhelpen) en het netvliesimplantaat dat blindheid kan genezen, weten we dat het hier niet gaat om fantasie maar om realiteit.

Hoe zal onze woonomgeving en woonklimaat  er in de toekomst uitzien? En hoe bieden we de ondervoeding van ¼ van de wereldbevolking het hoofd?

Het “slimme huis” nu nog de hobby van vlijtige elektronici zal in 2030 wijdverspreid zijn. De interoperabiliteit waarin Google (Google Home) en Amazone (Alexa) momenteel de eerste stappen zetten, zou voor een doorbraak in de domotica kunnen zorgen. Maar vernieuwingen hebben ook bijsturingen nodig. De huidige passiefhuizen die ontworpen zijn om buitensporig energieverbruik tegen te gaan, kampen nog met ventilatienormen en het gebrek aan onderhoud van de ventilatiesystemen. En over het algemeen brengen we bijna 90 % van onze tijd door in gesloten ruimtes. Dat zou een probleem kunnen gaan opleveren voor de volksgezondheid in 2030 als daar geen oplossing voor wordt gevonden. De toekomst zal voorkeur geven aan gebouwen met groene ruimtes, biodiversiteit wordt geïntroduceerd, stedelijke landbouw vereenvoudigd. De korte keten-initiatieven vinden weer ingang. Vandaag wordt geëxperimenteerd met aquaponics, hydroponics, productie van alternatieve eiwitten, insecten als voeding, wier, spirulina, in-vitro vlees, microalgen, voedingssupplementen …

Dat het op het gebied van de klimaatverandering en ecologie al vijf over twaalf is, noopt ons aandacht te hebben voor het afvalbeheer, de vervuiling, de mobiliteit, de overbevolking, het water, de architectuur. Er komt een ware revolutie aan op het gebied van de transportmiddelen. Te land, ter zee en en in de lucht zijn er grondige vernieuwingen op til. De “slimme stad” zal de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën in verschillende sectoren introduceren en gebruiken. Zachte mobiliteit wordt hier het codewoord voor de toekomst. De fotovoltaïsche baan een te perfectioneren realiteit. De eenpersoonsdrone, een mogelijk alternatief voor helikopter en vliegende wagen?

Dat de Universiteit van Luik ook een belangrijke speler is op het gebied van het Europese ruimtevaartonderzoek is genoeglijk bekend. Dat ze bij haar 200ste verjaardag op deze tentoonstelling dan ook uitpakt met wat ze op dit vlak te bieden heeft, moet niet verbazen.

DSC04024
ExoMars de Europese missie die o.a. het oppervlak van Mars bestudeert.

Ook in de geneeskunde worden op het gebied van herstel en verbetering van de mens opzienbarende vernieuwingen voorzien. De thema’s die hier aangekaart worden  gaan over manipulatie van het menselijk genoom, protheses, orgaandonatie, zelfdiagnose, telegeneeskunde en de ziekenhuiskamer van de toekomst. Het was trouwens aan de ULg dat in 2014 de genetische afwijking ontdekt werd die aan de basis ligt van reuzengroei zoals bij “le géant Constantin”, die 2m59 groot werd en in 1902 in Bergen stierf. En wat zich aandient op het gebied van het hart, symbool voor de diepste essentie van de mens, maar op de eerste plaats een fundamenteel orgaan van ons menselijk lichaam, is niet minder spectaculair: creatie van kunstharten voor transplantatie op basis van stamcellen?

Dat bij al deze wetenschappelijke en technologische experimenten en vernieuwingen de ethische vraag over het moreel verantwoorde handelen wordt gesteld, moet niet verbazen. De richting die de vooruitgang inslaat is ook een politieke kwestie. Dat de transhumanistische droom van menselijke onsterfelijkheid de gemiddelde levensduur van de mens heeft kunnen verlengen door allerlei medische strategieën staat buiten kijf. De grenzen van de levensverwachting verleggen is wetenschappelijk verleidelijk maar stopt het ook ergens?

De gegevens op deze tentoonstelling zijn overdonderend. Een paar uur volstaan nauwelijks om doorheen het aangeboden virtuele en andere tentoongestelde materiaal te komen. En de audiogidsen hadden erg te lijden onder elektronische interferenties. Toch is dit een niet te missen gelegenheid om in de nabije en verre toekomst te blikken en gefascineerd te hopen dat de huidige en de komende generaties van het beste uit deze heerlijke nieuwe wereld zullen kunnen genieten.

Meer info: www.europaexpo.be

De mobilisatie van Arcadia – Essays – Stefan Hertmans

Ik heb me de voorbije weken door de intellectuele kluif van Stefan Hertmans’ De mobilisatie van Arcadia, De Bezige Bij, 2012 gekloven. Hier en daar werd mijn leestocht verstoord door filosofische vaktaal waarvoor ik naar het woordenboek moest grijpen. En door de vele referenties leek het wel of Hertmans’ bibliotheek op mijn hoofd was terecht gekomen. Het is echter fijn om als lezer niet onderschat te worden maar veeleer uitgedaagd om stevig na te denken over ideeën en praktijken die het culturele leven momenteel beheersen.  

Zijn intellectuele bereik, van de antieke filosofie en literatuur tot het Franse poststructuralisme, is opvallend groot. Zijn opstellen zijn stevig doortimmerd en verraden diepgang. Ze vragen weliswaar om een geconcentreerde lectuur en een stevige algemene vorming, maar saai, pedant of specialistisch zijn ze nooit. Integendeel, altijd hoort de lezer de zeer betrokken en zeer hedendaagse stem van een intellectueel die allesbehalve wereldvreemd is.

Emotie en denken

Stefan Hertmans opent “De mobilisatie van Arcadia” met een niet mist te verstane en herkenbare kritiek op wat hij “de gevoelloze emotie” of ook “de overspanning van de emotie” noemt, waar ongeveer alle media zich constant aan bezondigen. Als emotie (het voelen en tonen ervan) zo obligaat wordt, dreigt ze zich van het object waar ze bij hoort, los te maken en een leeg projectiel te worden. “Lege” emoties kunnen zo, los van elke logische dialectiek, alle kanten op. Zo’n leeg, hevig maar snel wisselende emotie is ronduit hysterisch, zoals bij de man of vrouw die excessief rouwen om hun dode hondje, het lijkje in een limousine naar het hondenkerkhof vervoeren en niet letten op de bedelaar die bijna onder de wielen verdwijnt. Live Aid programma’s, hoe goed bedoeld, zijn vaak in hetzelfde bedje ziek, zegt Hertmans. Ze dreigen vaak in narcistische wateren te verzeilen. Ook de heilzame seksuele emancipatie van weleer dreigt eenzelfde onpersoonlijke weg op te gaan, zoals Hertmans betoogt in een apart essay over Michel Onfray, de modieuze Franse filosoof van het hedonisme. “Zoals het vroeger verboden was aan seks te doen, is het deze mensen verboden aan verliefdheid te doen”. Vrij zwevende sentimenten kunnen vervolgens gemakkelijk gemanipuleerd worden door een op hol geslagen genotseconomie of een handige maar gewetenloze politicus. (‘doortrapte’, zou ik moeten schrijven. Om voor wat voor reden blijkt Stefan Hertmans een voorkeur voor dat woord te hebben. Hij gebruikt het met grote regelmaat). Kortom, denken en voelen zijn voor Hertmans niet echt van elkaar te onderscheiden.

Europese intellectueel

Stefan Hertmans schrijft over Provençaalse troubadours en cynische filosofen (niet dezelfde als ‘onze’ cynici’), over moderne schrijvers als Michel Houellebecq (zijn werk: “het geëxtrapoleerde gevoel van een gigantische kater”), W.G. Sebald (zijn doel: “het herstellen van de verloren gegane samenhang van wereld en empathie”), Robert Calasso (“die het essay vele malen spannender kan maken dan het vertellen van eender welk verhaal”) en H.C. Pernath (voor hem is “de ontsnapping naar een ethisch veilige plek een illusie, maar wel een noodzakelijke”). De referentiepunten van Hertmans zijn Oud-Griekse en Duitse denkers, en opvallend vaak poststructuralistische Franse filosofen. Hertmans lijkt wat dat betreft een echte Europese intellectueel (vanuit de Franco-Duitse as bekeken), want behalve in een occasionele verwijzing naar George Steiner kwam ik bij voorbeeld weinig of geen Britse schrijvers of denkers tegen.

Rode draden

Telkens gaat Stefan Hertmans dieper in op het werk zonder de eigen rode draden die door de essays lopen, los te laten. Eén rode draad is ons romantisch en christelijk verlangen naar Arcadia, een imaginaire plek die door de moderniteit werd geëxplodeerd. Een statisch paradijs in de hemel of op aarde ligt niet (meer) binnen ons bereik. Een onveranderlijke gemeenschap vormen of afbakenen in onze nomadische tijd is onmogelijk. Maar Stefan Hertmans is geen postmodernist die de chaos of de seriële wegwerpwaarheid predikt. Net als Dante in het Vagevuur van twee kanten wordt bedreigd, is het een menselijke opdracht om soepel en voorzichtig met onze innerlijke tegenstellingen om te gaan. Alles naar mensenmaat zeiden de Grieken, maar de ongeneesbare kwetsuur, het menselijke verlangen naar het exces, het goddelijke dat onkenbaar en onstelpbaar blijft, tegelijk dreigend en aantrekkelijk, laat zich door maatschappij, seksuele verbintenis, of geloof nooit volkomen temmen. Leven met deze schaduwzijde, in blijvende dialoog, nooit berustend, is wat ons overblijft, als mens, als burger en als lezer (het domein waar altijd wat meer mogelijk is).

De essays die er voor mij uitsprongen: De gevoelloze emotie, De taal van de Ander – België voor toeristen, Locus amoenus – Over een mooi maar bedreigd plekje, Echte kippen – Michel Houellebecq als een anti-platoons utopist, Bezieling en verstand – Kierkegaards recensie van twee tijdperken, Literatuur als restitutie – W.G Sebald en het geheugen, If looks could kill – Over Medusa’s blik.

Met dank aan Cobra.be voor deze recensie

Na de bevrijding – J.C. Bloem

Na de bevrijding

I

Schoon en stralend is, gelijk toen, het voorjaar,
Koud des morgens, maar als de dagen verder
Opengaan, is de eeuwige lucht een wonder
Voor de geredden.

In ’t doorzichtig waas over al de brake
Landen ploegen weder de trage paarden
Als altijd, wijl nog de nabije verten
Dreunen van oorlog.

Dit beleefd te hebben, dit heellijfs uit te
Mogen spreken, ieder ontwaken weer te
Weten: heen is, en nu voorgoed, de welhaast
Duldloze knechtschap –

Waard is het, vijf jaren gesmacht te hebben,
Nu opstandig, dan weer gelaten, en niet
Eén van de ongeborenen zal de vrijheid
Ooit zo beseffen.

II

Regelmaat der kerende getijden!
Wat is ’t hart, dat het ooit heeft gevreesd,
Schoon het wist, dat lente ’t kwam bevrijden,
Stralend als zij altijd is geweest.

Alomtegenwoordig, onverstoorbaar
Is het leven, dat den dood ontbloeit,
En de kleinste klacht schijnt nauwlijks oorbaar,
Waar de rogge om de ruïnes groeit.

J.C. Bloem (1887-1966)
uit: Sintels (1945)


Vandaag een gedicht van J.C Bloem omdat het zo krachtig het gevoel van overwinning  op verdrukking (het welhaast duldloze knechtschap) weergeeft op een stralende lentedag. De lente (stralend als zij altijd is geweest) is ook de universele topos van (politieke) vernieuwing en/of verandering in onze dagen. In de  lente is alles vol belofte. En ik besef: ik ben één van die toen nog ongeborenen die de vrijheid ooit zo zal beseffen. 

In de landelijke omgeving van Boortmeerbeek (Schiplaken), Kampenhout (Berg) en Zemst (Elewijt) groeien momenteel de landbouwgewassen in een beschermd landschap, op het voormalige slagveld van 1914 -1918; verschijnen langs de veldwegen de klaprozen en neemt de wilde natuur het over langs een relict van WO II:

V-bomkrater WO II – foto: fp

Tijdens WO II keerde de oorlog terug naar het Steentjesbos. Na de bevrijding in 1944 bleven de Duitsers de stad Antwerpen bestoken met V1 en V2-bommen, hun nieuwste vergeldingswapens, in een poging om Antwerpen met de grond gelijk te maken en de geallieerde aanvoer van oorlogsgoederen via de haven te verhinderen. In het najaar van 1944 viel er een V1-bom in het Steentjesbos. Hierbij vielen gelukkig geen slachtoffers. Natuurpunt heeft de bomput hersteld. Nu vormt die een habitat voor libellen en amfibieën. –Erfgoed Groene Vallei – Natuurpunt.

Alomtegenwoordig, onverstoorbaar / Is het leven …

Met dank aan Neërlandistiek en Raymond Noë voor het gedicht

Alle wegen leiden naar Scherpenheuvel: project over pelgrimsroutes van start

Situatie op 20-4-2018

Op 26 april ging het project ‘Langs pelgrimswegen naar Scherpenheuvel’ officieel van start. Interleuven werkt in samenwerking met IGO, Trage Wegen, de stad Scherpenheuvel-Zichem en het Bedevaartsoord O.L.V. van Scherpenheuvel aan het (weer) herkenbaar maken van het netwerk van oude pelgrimswegen naar Scherpenheuvel en het ontsluiten van het bijhorende erfgoed.

Scherpenheuvel is Vlaanderens populairste bedevaartsoord, dat jaarlijks door bijna één miljoen mensen wordt bezocht. De interesse voor een vernieuwde beleving van pelgrimswegen neemt overal in Europa toe. Toch daalt de zichtbaarheid van en de kennis over de paden, routes en ervaringen. Het project ‘Langs pelgrimswegen naar Scherpenheuvel’ inventariseert het netwerk van oude pelgrimsroutes naar Scherpenheuvel én het daaraan gelinkte erfgoed en wil het zichtbaar en tastbaar maken.

LANCERINGSMOMENT

Op 26 april werd in Scherpenheuvel het project voorgesteld, samen met het gloednieuwe logo dat uit de ontwerpwedstrijd werd gekozen. Prof. Dr. Hans Geybels, specialist volksdevotie, gaf een lezing over het fenomeen van de voetbedevaart gevolgd door een lezing van Clara Mertens, auteur van de historische roman ‘De Madonna’s van Scherpenheuvel’. Een uniek bezoek aan het oksaal van de O.L.V.-basiliek was de mooie afsluiter.

RECONSTRUEREN EN COMPILEREN

Omwille van het uitgebreide web van pelgrimswegen in de regio, omvat het project in eerste instantie 4 ‘pilootroutes’, nl. de pelgrimsroutes naar Scherpenheuvel vanuit Attenhoven (Landen), Tremelo, Diest en Herselt. Aan de hand van een participatietraject in deze gemeenten, reconstrueren we samen met de bevolking en lokale organisaties de oude pelgrimswegen en verzamelen we het erfgoed dat daar mee verbonden is: van bedevaartvaantjes, foto’s, (post)kaarten tot medailles maar evengoed getuigenissen en verhalen. Waar wegen in de loop van de tijd veranderd zijn in drukke steenwegen, worden autoloze of autoluwe alternatieven in de buurt gezocht. Het participatietraject start met infoavonden in mei en juni in de gemeenten Diest, Kortenaken, Tremelo, Herselt en Landen. Vervolgens staan er vanaf oktober per gemeente verschillende projectcafés gepland.

INRICHTINGSMAATREGELEN EN ONTSLUITING

De pelgrimswegen en hun bijhorend erfgoed zullen op verschillende manier zichtbaar en tastbaar gemaakt worden. Op het terrein worden verwaarloosde paden terug begaanbaar gemaakt en verfraaid met aanplantingen, informatiepanelen en zitbanken. Het logo zal fungeren als merk- of herkenningsteken. En een interactieve website met erfgoedbank zal zorgen voor een digitale ontsluiting van de trajecten en erfgoedelementen.

Meer info: www.pelgrimswegen.be

Bosbad met een dreumes

Wonen in een buurt die je de mogelijkheid biedt om binnen een afstand van een paar honderd meter dagelijks een deugddoend ‘bosbad’ (Japans shinrin-yoku) te nemen is vandaag een luxe. Wie in Japan zo’n bosbad neemt, gaat met alle zintuigen wandelen in de natuur om er nadien sterker en als herboren uit te komen. De helende en inspirerende kracht van de natuur kan mijns inziens niet onderschat worden. Gebrek aan natuur zou trouwens tot NDD leiden.

NDD (Nature Deficit Disorder) is een overkoepelende term die verwijst naar het verdwijnen van natuurervaringen in ons leven. Het verwijst naar het voortdurend binnen zitten in kunstlicht waar weinig beweging aan te pas komt met fysieke en psychologische klachten als gevolg. Zo kan een gebrek aan regelmatige onderdompeling in de natuur leiden tot paniekaanvallen, aandachtsstoornissen, depressie en zelfs obesitas.(Knack, 30/11/16).

NDD zou daarenboven vooral onze jongeren treffen (maar ook bejaarden, geïsoleerd in een (assistentie)flat of wzc-kamer zonder blik op wat groene natuur, denk ik vaak). De term dook voor het eerst op in 2005 in het boek Last Child in the Woods van Richard Louv. Volgens de auteur brengen we allemaal steeds meer tijd door binnenshuis. Dat doet ons vervreemden van de natuur en maakt ons mogelijk kwetsbaarder voor negatieve gevoelens.

Dat ik dus met mijn kleinzoon, die in een stedelijke omgeving woont, naar buiten trek, de dagen dat hij bij mij is en het weer het toelaat, beschouw ik als een onomstootbare ‘must’. En hij geniet van die wandeluitjes. Hij luistert heel aandachtig naar alle geluiden in de natuur, vocaliseert dat het een lust is, leeft zich uit in zijn typische brabbeltaaltje, wil de woorden voor de dingen kennen ( ‘i tat?’). We ruiken aan de bloemetjes, voelen aan de blaadjes van de spar, de beuk, de hazelaar, houden halt bij grazende paarden (pp..), bestuderen een eendenkoppeltje (oewak) op de bosbeek, zien een blauwe reiger opvliegen, horen de kraaien maar ook de vinkjes en de merels; we bestuderen de meesjes die komen eten en voelen de wind (fffff…). De rust die van zo’n wandeling uitgaat, laat zich ook meteen voelen: aan ’t eind tottert die kleine man gewoon in slaap.

Nu bij mijn kleinzoon de voortalige fase theoretisch voorbij is, en de éénwoordfase aanbreekt, is het fascinerend en boeiend om vast te stellen hoeveel aangeboden woorden hij al begrijpt. Dra worden zijn brabbelklankjes woorden, zij het dan nog in hun protovorm.

Expressief met de handjes draaien en ritmisch meebewegen op muziek, handjes wuiven bij afscheid, gedreven en zelfstandig met de blokkenkar stappen, gaan zitten en uitvissen hoe die kar weer aan het rollen gebracht kan worden als die een hindernis ontmoet,  fotootjes swipen op papa’s of mama’s smarthphone en zichzelf en anderen herkennen. Alles neemt nu in de ontwikkeling van onze dreumes een sprong voorwaarts en daar mag ik, heel dankbaar en heel vaak, getuige van zijn.

%d bloggers liken dit: