De mobilisatie van Arcadia – Essays – Stefan Hertmans

Ik heb me de voorbije weken door de intellectuele kluif van Stefan Hertmans’ De mobilisatie van Arcadia, De Bezige Bij, 2012 gekloven. Hier en daar werd mijn leestocht verstoord door filosofische vaktaal waarvoor ik naar het woordenboek moest grijpen. En door de vele referenties leek het wel of Hertmans’ bibliotheek op mijn hoofd was terecht gekomen. Het is echter fijn om als lezer niet onderschat te worden maar veeleer uitgedaagd om stevig na te denken over ideeën en praktijken die het culturele leven momenteel beheersen.  

Zijn intellectuele bereik, van de antieke filosofie en literatuur tot het Franse poststructuralisme, is opvallend groot. Zijn opstellen zijn stevig doortimmerd en verraden diepgang. Ze vragen weliswaar om een geconcentreerde lectuur en een stevige algemene vorming, maar saai, pedant of specialistisch zijn ze nooit. Integendeel, altijd hoort de lezer de zeer betrokken en zeer hedendaagse stem van een intellectueel die allesbehalve wereldvreemd is.

Emotie en denken

Stefan Hertmans opent “De mobilisatie van Arcadia” met een niet mist te verstane en herkenbare kritiek op wat hij “de gevoelloze emotie” of ook “de overspanning van de emotie” noemt, waar ongeveer alle media zich constant aan bezondigen. Als emotie (het voelen en tonen ervan) zo obligaat wordt, dreigt ze zich van het object waar ze bij hoort, los te maken en een leeg projectiel te worden. “Lege” emoties kunnen zo, los van elke logische dialectiek, alle kanten op. Zo’n leeg, hevig maar snel wisselende emotie is ronduit hysterisch, zoals bij de man of vrouw die excessief rouwen om hun dode hondje, het lijkje in een limousine naar het hondenkerkhof vervoeren en niet letten op de bedelaar die bijna onder de wielen verdwijnt. Live Aid programma’s, hoe goed bedoeld, zijn vaak in hetzelfde bedje ziek, zegt Hertmans. Ze dreigen vaak in narcistische wateren te verzeilen. Ook de heilzame seksuele emancipatie van weleer dreigt eenzelfde onpersoonlijke weg op te gaan, zoals Hertmans betoogt in een apart essay over Michel Onfray, de modieuze Franse filosoof van het hedonisme. “Zoals het vroeger verboden was aan seks te doen, is het deze mensen verboden aan verliefdheid te doen”. Vrij zwevende sentimenten kunnen vervolgens gemakkelijk gemanipuleerd worden door een op hol geslagen genotseconomie of een handige maar gewetenloze politicus. (‘doortrapte’, zou ik moeten schrijven. Om voor wat voor reden blijkt Stefan Hertmans een voorkeur voor dat woord te hebben. Hij gebruikt het met grote regelmaat). Kortom, denken en voelen zijn voor Hertmans niet echt van elkaar te onderscheiden.

Europese intellectueel

Stefan Hertmans schrijft over Provençaalse troubadours en cynische filosofen (niet dezelfde als ‘onze’ cynici’), over moderne schrijvers als Michel Houellebecq (zijn werk: “het geëxtrapoleerde gevoel van een gigantische kater”), W.G. Sebald (zijn doel: “het herstellen van de verloren gegane samenhang van wereld en empathie”), Robert Calasso (“die het essay vele malen spannender kan maken dan het vertellen van eender welk verhaal”) en H.C. Pernath (voor hem is “de ontsnapping naar een ethisch veilige plek een illusie, maar wel een noodzakelijke”). De referentiepunten van Hertmans zijn Oud-Griekse en Duitse denkers, en opvallend vaak poststructuralistische Franse filosofen. Hertmans lijkt wat dat betreft een echte Europese intellectueel (vanuit de Franco-Duitse as bekeken), want behalve in een occasionele verwijzing naar George Steiner kwam ik bij voorbeeld weinig of geen Britse schrijvers of denkers tegen.

Rode draden

Telkens gaat Stefan Hertmans dieper in op het werk zonder de eigen rode draden die door de essays lopen, los te laten. Eén rode draad is ons romantisch en christelijk verlangen naar Arcadia, een imaginaire plek die door de moderniteit werd geëxplodeerd. Een statisch paradijs in de hemel of op aarde ligt niet (meer) binnen ons bereik. Een onveranderlijke gemeenschap vormen of afbakenen in onze nomadische tijd is onmogelijk. Maar Stefan Hertmans is geen postmodernist die de chaos of de seriële wegwerpwaarheid predikt. Net als Dante in het Vagevuur van twee kanten wordt bedreigd, is het een menselijke opdracht om soepel en voorzichtig met onze innerlijke tegenstellingen om te gaan. Alles naar mensenmaat zeiden de Grieken, maar de ongeneesbare kwetsuur, het menselijke verlangen naar het exces, het goddelijke dat onkenbaar en onstelpbaar blijft, tegelijk dreigend en aantrekkelijk, laat zich door maatschappij, seksuele verbintenis, of geloof nooit volkomen temmen. Leven met deze schaduwzijde, in blijvende dialoog, nooit berustend, is wat ons overblijft, als mens, als burger en als lezer (het domein waar altijd wat meer mogelijk is).

De essays die er voor mij uitsprongen: De gevoelloze emotie, De taal van de Ander – België voor toeristen, Locus amoenus – Over een mooi maar bedreigd plekje, Echte kippen – Michel Houellebecq als een anti-platoons utopist, Bezieling en verstand – Kierkegaards recensie van twee tijdperken, Literatuur als restitutie – W.G Sebald en het geheugen, If looks could kill – Over Medusa’s blik.

Met dank aan Cobra.be voor deze recensie

%d bloggers liken dit: