Wat alleen wij horen – Saskia de Coster

Wat alleen wij horen, Prometheus, 2015 van Saskia de Coster lijkt aan te vangen waar haar roman Wij en ik, Prometheus, 2013 eindigde. Sarah uit Wij en ik ontvlucht de familie en de villawijk van de de social climbers, voor wie vooral het in stand houden van hun status telt, naar de Amerikaanse metropool New York. Deze grootstad is voor haar de plek van continue vooruitgang waar een individu gered wordt van de stilstand en dus de achteruitgang en zo zichzelf het best kan ontplooien. Of dat inderdaad zo is, lijkt Saskia de Coster in Wat alleen wij horen aan een onderzoek te onderwerpen wanneer zij 120 mensen volgt in een vervallen appartementsgebouw in een niet nader genoemde groeiende Europese metropool (Brussel) die door de Firma, eigenaar van het complex, over zeven maanden zullen worden uitgezet, omdat het Atlasgebouw gesloopt wordt.

Alles woont door elkaar in dit voor de sloop bestemde gebouw: oud en jong, ongeschoold en intellectueel, autochtoon en immigrant, kunstenaar en supermarktbewaker maar anders dan in een gezin waar iedereen alles met elkaar deelt, hebben de Atlasbewoners weinig met elkaar te maken behalve de geluiden van het verval: verstopte wc’s, kapotte rioleringen, krakende vloeren, piepende deuren, versleten verwarmingsbuizen en ‘de piep’ die plots opduikt en door iedereen wordt gehoord nadat ze het bericht hebben ontvangen over de sloop van hun gebouw.

In hoofdstukken die aftellen van zeven maanden voor de afbraak tot het moment dat de springstof tot ontploffing wordt gebracht en het gebouw instort, focust De Coster op vijf personages: Anton, de eenzame, een beetje autistische conciërge en bewaker in een warenhuis; Erin, zijn zus, die aan haar tweede roman werkt en verliefd wordt op buurvrouw Lou; Melanie, die bij de openbare omroep research doet voor een praatprogramma maar wegens een mogelijke burn-out aan de kant wordt geschoven; Claus, haar zoontje, dat de veranderende wereld met reuzenogen gadeslaat; en zijn opa George, die in feite zijn opa niet is maar de dementerende buurman, die hem iedere dag van school afhaalt en die nog een keer zijn oude geliefde wil ontmoeten.

Over de aftelling  naar de sloop zegt de auteur:

“Dat was een grote uitdaging. Het aftellen legt een dwingend verloop op, als een tikkende tijdbom. Het leven is één en al aftellen. Vanaf de dag van je geboorte tel je af naar je dood en veel anders dan verval staat je niet te wachten. Een gebouw vervalt en verdwijnt ooit, samen met alle verhalen die het heeft voortgebracht. Dat is een natuurlijke, organische cyclus. Iets tegen heug en meug in stand willen houden, is niet altijd positief. Dat wijst er alleen maar op dat je de realiteit niet aankunt. Want er komt ook iets nieuws voor in de plaats. Het leven is een cyclus en ieder einde kan een nieuw begin zijn. Ik vind dat mooi en hoopvol. Voor mij is er dan ook eerder sprake van verandering dan van verval.” – in De Morgen

En over het motto ‘Go, go, go, said the bird: human kind cannot bear very much reality’  van T.S.Eliot:

“Er zijn veel mensen die zich realistisch en nuchter noemen en daar ook trots op zijn. Voor mij zijn ze maar halve mensen. Er bestaat een hiërarchie in menselijkheid, en zij die zeggen dat ze niet pessimistisch zijn maar wel realistisch, zijn voor mij mensen die iets hebben losgelaten. Ze durven niet meer buiten het bestaande te treden, en dat is jammer.” – in De Morgen

Dat doet De Coster juist wel. De verbeelding is aan de macht in de verhalen over Claus, het zoontje van Melanie, die wil leren vliegen en in de beschrijving van Melanie zelf, die  na haar scheiding haar hele appartement met ballonnen vult om te weten ‘hoe lang het zou duren voor haar verlangen zijn kracht verloor’; in de beschrijving van de dolle liefdesduik van George voor zijn Mooie Miranda en zijn escapade op het einde samen met Claus; in de typering van de Nigeriaanse Abi, de verhalenverstelster,  die zonder moeite in de fantasiewereld van haar dementerende George stapt en samen met hem hoort wat alleen zij horen; in de ‘count down’ van de sloop van het Atlasgebouw waaruit een  kanarie, als het symbool van de individuele vrijheid, op het nippertje weet te ontsnappen.

Saskia de Coster zet onze oren op scherp in deze literair vormgegeven antropologische studie naar de invloed van maatschappelijke veranderingen op het individu, gepresenteerd als een optimistisch stemmende hedendaagse soapopera. – Elsbeth Etty in Ons Erfdeel

 

Auteur: Blauwkruikje

Nature, fiction, theater, poetry, philosophy and art lover. Master of Germanic Philology - KULeuven - Belgium. Photo: Ostend (B) - Japanese Deep Sea Garden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: