Wil – Jeroen Olyslaegers*****

Jeroen Olyslaegers schreef met Wil een ijzersterke oorlogsroman waarin tempo en taligheid hand in hand gaan. Een roman waarin de stad Antwerpen een etterende wond is die nooit volledig heelt zolang haar inwoners zich nog herinneren wat ooit passeerde. Het boek kan niet niet los gezien worden van een actuele, maatschappelijke context. Het is een boek dat binnen die context onontkoombaar wil zijn en daarin slaagt. Een boek vol ambitie en morele complexiteit, verwoord in een lucide taal, waaruit een literaire en politieke oerschreeuw klinkt.

Met die woorden kende de vakjury de Fintro Literatuurprijs 2017 toe aan Jeroen Olyslaegers voor zijn roman Wil, De Bezige Bij, 2016. Hij kreeg ook de publieksprijs.

De F. Bordewijkprijs 2017 en de Confituur Boekhandelsprijs 2017 volgden. Dit jaar won hij de literaire jongerenprijs De Inktvinger, in Vlaanderen de opvolger van De Inktaap.

Enkele recensenten over het boek:

De complexiteit van de karaktertekening, de naturalistische schetsen van het absurde volksleven in de stad, de huichelarij, de gespleten liefde voor Antwerpen, de laconieke humor, de sarcastische ondertoon en de ambigue gelaagdheid van de vertelling maken van Wil een meesterlijke roman die ons duidelijk maakt dat zijn wie je wilt zijn misschien wel moeilijk is, maar in elk geval heel wat minder onheil veroorzaakt dan niets te willen.- Jan Lensen  in Ons Erfdeel

Wil  is een strak in de hand gehouden boek. Het is zijn Grote Roman, zoals elke goede schrijver er een in zich heeft. Er gingen jaren arbeid en studie aan vooraf. Hij liet zich grondig adviseren, door onder anderen Herman Van Goethem, historicus en gewezen directeur van Kazerne Dossin. – Filip Rogiers in De Standaard

Een onstuimige roman over ambiguïteit en boter op het hoofd tijdens WO II. Jeroen Olyslaegers overtreft de verwachtingen met pageturner Wil. De romancier triomfeert over de activist, en daar mogen we blij om zijn. – Dirk Leyman in De Morgen

‘WIL’ evoceert Antwerpen tijdens de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. De roman reconstrueert niet alleen voortreffelijk de periode, maar is ook een lyrische meditatie over schuld en kwaad. – MH in De Tijd

Deze sterke roman is meer dan ‘[over-, BK] grootvader vertelt’, meer dan de zoveelste verkenning van goed en kwaad. Het is een bewijs dat er aan de overweldigende hoeveelheid oorlogsliteratuur nog altijd iets waardevols kan worden toegevoegd. – Bo van Houwelingen  in De Volkskrant

‘Het verdriet van Antwerpen’ was een goeie titel van deze roman geweest. De invloed van Hugo Claus’ meesterwerk is duidelijk merkbaar, al zocht die het meer in beschrijvingen van de mensen thuis en van hun benepen gedachtewerelden. Olyslaegers wilde meer actie, meer geraaskal, meer lawaai en meer bloed aan de paal. En dat kreeg hij voor elkaar. In een snel geschreven verhaal dat zich geen enkele rustpauze permitteert. Antwerpen in oorlogstijd, hij wilde dat we het voelden. En ik voelde het. – Kees ’t Hart in De Groene Amsterdammer

Volgens de jongerenjury verdient “Wil”de allereerste Inktvinger omdat de roman authentiek is en een originele invalshoek kiest voor een oorlogsverhaal. De roman speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog in Antwerpen. Hoofdpersonage is een twijfelende naïeve hulpagent van politie, een “tweezak”. Hij kan niet kiezen tussen solidariteit met de slachtoffers van de vervolging en sympathie voor de collaboratie. Tegelijk wil hij zijn hachje redden en aan de toekomst met zijn vriendin denken. De jongeren van de jury zeggen dat de beklijvende roman de lezer dwingt om zelf een keuze te maken.  Sommige jongeren stoorden zich wel aan de vele Antwerpse straat- en plaatsnamen en de onvertaalde Duitse fragmenten. – VRT Nieuws

Wanneer een boek de favoriet wordt van jong en al wat ouder dan is het beslist een must read, toch? Warm aanbevolen dus in deze dagen van herinnering.

De actuele wijsheid van Michel de Montaigne – prof. dr. Alexander Roose – UGent

Het meest zekere teken van wijsheid is vrolijkheid – Michel de Montaigne in ‘Essais’

In 2017 motiveerde de jury het toekennen van de Prijs van het Spirituele Boek van het jaar aan Alexander Rooses De vrolijke wijsheid. Zoeken, denken en leven met Montaigne als volgt: “De 16°- eeuwse filosoof Michel de Montaigne is maar voor een beperkte groep bekend als denker, als eerste moderne mens, als eerste schrijver van filosofische essays. Dit boek van Alexander Roose is een erg interessante en toegankelijke kennismaking met een groot filosoof en met de actualiteitswaarde van zijn denken. Dat Montaigne leefde in een tijd van grote omwentelingen en van wereldbeelden die kantelden is hier absoluut niet vreemd aan.

Gisterenavond was professor Roose te gast bij de Vlaamse Academici van Mechelen voor een auteurslezing over Michel de Montaigne. Wie Koen De Sutters monoloog Montaigne zag, eveneens door Alexander Roose geschreven, had weliswaar op theatrale wijze al kunnen kennismaken met het heel bijzondere leven van Montaigne en de vrolijkheid van diens wijsheid maar vooral ook met de moderniteit ervan.

Michel de Montaigne, de gentleman-filosoof uit de Franse Renaissance (1533-1592), leefde in een tijd van burgeroorlogen en religieuze twisten, van grandioze ontdekkingen en verwoestend fanatisme. Midden in die onrust werkte Montaigne aan zijn Essais. Het beroemde boek is een autobiografie, een filosofisch traktaat, een geestelijke oefening.

Het proces van Montaignes denken is een bijwijlen harde, moeizame, persoonlijke filosofische queeste naar het goede leven en naar wijsheid. Montaigne streefde voortdurend naar een evenwicht tussen engagement en innerlijke rust, tussen gemeenschapszin en individualiteit, tussen religiositeit en secularisatie. Filosofie was voor Montaigne zoveel meer dan een systematische, theoretische uiteenzetting. Montaignes denken kan ons ook vandaag helpen om te overleven in een wereld van wankelende zekerheden, van wrede intolerantie en nihilisme.

De lezing werd een absolute smaakmaker om het boek van professor Roose te gaan lezen. Eric Palmen recenseerde het als volgt:

Ik bewonder de wil van Alexander Roose om het werk van Montaigne zo mooi en zo helder mogelijk aan het grote publiek uit te leggen. Hoe uitzonderlijk goed is hij daarin geslaagd. U hoeft niet eens de intentie te hebben – als u dat nog niet heeft gedaan – om de Essais van Montaigne te gaan lezen, al kan ik me moeilijk voorstellen dat u de verleiding kunt weerstaan nadat u kennis heeft genomen van deze prachtige leidraad. Roose heeft een sprankelend essay geschreven, dat met verve op eigen benen kan staan. Doe uzelf een plezier. Lees De vrolijke wijsheid. Zoeken, denken en leven met Michel de Montaigne. Het is een troostrijk boek in donkere dagen. – Biografieportaal.nl

Alexander Roose doceerde vier jaar aan de universiteit van Cambridge, was fellow in Clare College. Thans doceert hij Franse literatuur en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Gent. Hij schreef de monoloog Montaigne voor acteur Koen De Sutter en is de auteur van La Curiosité de Montaigne (Parijs, 2015) en van De Vrolijke Wijsheid. Zoeken, denken en leven met Montaigne (Antwerpen, 2016). Dit boek werd bekroond met de Prijs voor het Spirituele Boek 2017. Hij werkt nu aan een boek over Blaise Pascal.

Verdriet is het ding met veren – Max Porter*****

Dit ontroerende verhaal van een weduwnaar en zijn jonge zonen is een diepgaande meditatie over liefde, verlies en Ted Hughes, schreef The Guardian in 2015. Max Porter, de auteur, kreeg de Dylan Thomasprijs 2016 voor beste debuutroman. Het boek werd ook bekroond met de Sunday Times Young Writer of the Year Award, 2016 en met de Europese literatuurprijs, 2017. Saskia van der Lingen bezorgde voor De Bezige Bij een prachtige Nederlandse vertaling van deze fabelnovelle.

In drie hoofdstukken – 1. Een vlaag nacht – 2. Verdediging van het nest 3. Verlof om op te krassen -waarin afwisselend  Jongens, Vader en Kraai aan het woord zijn, worden we als lezer geconfronteerd met een intens maar tegelijk grappig verwarrend en ontroerend rouwproces van een vader die achterblijft met twee jonge zonen na de dood van zijn vrouw. Het is een poëtisch kleinood dat krast en knispert van  creativiteit en taalvirtuositeit en een erg gevat beeld ophangt van een lange rouwperiode.

Enkele recensies

Misschien is literatuur slechts dit: een levenslang verzet tegen de dood. Met de immer nakende dood in het achterhoofd moét er wel geschreven worden, al was het maar om een pover testament van ons vluchtige bestaan na te laten. Maar over de dood schrijven is geen sinecure — er valt weinig zinnigs over te zeggen en het vergt al een heel scherpe pen om al dat zwart tot behapbare woorden te versnijden. Max Porter slaagt er wonderwel in. […] Dat Porter een Ted Hughes-kenner is, blijft niet onopgemerkt, maar hij overstelpt de lezer niet met slimmigheden en hij houdt het bondig, wat de sprookjesachtige zeggingskracht alleen maar vergroot. Een extra zwarte pluim voor de humor, trouwens, want misschien is dat ons sterkste wapen: de wrange lach in het aanschijn van de dood. – R.S. in Knack van 30 maart 2016

De titel verwijst niet naar een gedicht van Ted Hughes, wel naar Emily Dickinsons ‘Hoop is het ding met veren’. Dit vernuftige debuut laat zien dat verdriet veelvormig is en dat het een lange adem heeft. Porter ontroert en verrast met zijn fabelnovelle. – Kathy Mathys in De Standaard van 8 april 2016

Op Klara beoordeelde Christophe Vekeman op 20 april 2016 de novelle als ‘onaantrekkelijk kunstwerkje van hoog niveau’.

Compassie. De geschiedenis van het machinegeweer – Milo Rau – NTGent****

We moeten de mensen geven  wat ze niet willen zien, meent theatermaker Milo Rau. Zijn stuk Compassie. De geschiedenis van het machinegeweer was woensdagavond te gast in de Stadsschouwburg van Leuven. Gommer Van Rousselt, ex-dramaturg van het NTGent, gaf  in de foyer een inleiding op de voorstelling. Hij beklemtoonde de internationale faam van en waardering voor Milo Rau en had het over zijn stukken Five Easy Pieces (over Marc Dutroux) en La Reprise (de moord op een homoseksuele moslim in Liége). Hij meende dat Viktor E. Frankl’s boek Man’s search for meaning op de leeslijst van de middelbare scholen zou moeten staan en maakte duidelijk dat juist die zoektocht naar zin de passie uitmaakt van Milo Rau. Zijn stukken zijn politiek geëngageerd en een scherpe aanklacht tegen alle vormen van geweld in de wereld. Het gaat Rau om de toestand waarin de wereld zich bevindt, een Global Reality, waarbij hij o.a. in Compassie de vraag stelt Waarom één dode aan de grenzen van Europa (Aylan Kurdi) zwaarder weegt dan duizend doden in de Congolese burgeroorlog? Hij tast de grenzen van ons medeleven af maar ook de grenzen van het Europese humanisme. Hij wil aanzetten tot actie, richtte het International Institute of Political Murder (IIPM) op waarin een wereldwijde democratie wordt voorbereid en mogelijke aspecten van een toekomstig wereldparlement vorm krijgen.

In het Manifest van Gent, van het NTGent waar hij als artistiek directeur een breed stadstheater wil uitbouwen, lezen we:

Eén: Het gaat er niet alleen meer om de wereld voor te stellen, het gaat erom die wereld te veranderen. Doel is niet om de realiteit voor te stellen, maar om de voorstelling zelf reëel te maken.

Met dit uitgangspunt in het achterhoofd keek ik naar Compassie. De geschiedenis van het machinegeweer.

foto: NTGent

Rau bouwt zijn voorstelling op rondom twee personages. De een is een achtentwintigjarige, gevluchte Hutu uit Rwanda, Olga Mouak. Zij is aan het woord in de proloog  en de epiloog. Ze verloor haar ouders  bij een massaslachting. Ze overleefde en werd via de jezuïeten geadopteerd door een zwart Frans koppel uit een dorp vlakbij Orléans. Van achter haar bureau vertelt Olga Mouak die geschiedenis voor een camera, zodat we haar gezichtsuitdrukkingen goed kunnen zien. Het bureau staat links. Ervoor een grote hoop (aangespoelde? achtergelaten?) rommel, waarachter rechts een katheder is geplaatst. Daarachter verschijnt niet veel later Els Dottermans. In haar lange monoloog vertelt ze de geschiedenis van de actrice die ze is en het proces van de totstandkoming van de voorstelling.

In de vorm van een lezing introduceert ze beelden van Syrische en Afghaanse vluchtelingenkampen, die ze bezocht met haar regisseur. Dottermans’ gezicht is eveneens uitvergroot op het scherm, net als de foto’s die ze soms toont en die haar ‘naïeve’ verhaal ondersteunen. Daarop onder andere jonge, goed in de kleren zittende mannelijke vluchtelingen. Ook het beeld van het aan de kust van  Bodrum verdronken Syrische jongetje Aylan Kurdi komt voorbij. Dottermans vertelt over het repetitieproces met haar regisseur, die de vader van Aylan live had willen bellen in de voorstelling. Handig koketteert Rau hier met zijn renommée. Het voedt de cynische ondertoon in het spel van Dottermans: ‘Hij kan dat, deze regisseur.’

foto: NTGent

Het persoonlijke leven van Dottermans krijgt een plek in het verhaal als ze vertelt over een oude liefde, regisseur Luk Perceval, en de voorstelling Oedipus waarin ze speelde. Rau – en zijn vaste dramaturg Stefan Bläske – vermengen haar werkelijke biografie met het verhaal van een Vlaamse jonge ngo-medewerkster die door de organisatie ‘Teachers in Conflict’ wordt uitgezonden naar Goma, een Congolese stad aan het Kivumeer aan de grens met Rwanda. Zo raken we geleidelijk aan verzeild in de Rwandese burgeroorlog en wordt het verhaal van Mouak en Dottermans met elkaar in verband gebracht. Rau verwijst hier voor beter begrip naar Quentin Tarantino’s film Inglourious Basterds en zo komt het machinegeweer tevoorschijn.

Vooral Dottermans is aan het woord. In de epiloog krijgen we heel even een glimp van het toneelleven van Mouak,  die ook licht cynisch vertelt over haar recente repetitieproces met Robert Wilson. Jammer eigenlijk, dat ze zo zelden aan het woord is, want vooral haar inbreng heeft iets lichts, humoristisch en verfrissends. We moeten het doen met het functionele, monotone cynisme van Dottermans’ relaas, die sterk en subtiel acteert en alles bij elkaar brengt tot een cruciaal moment, waarin ze de angst van het verwarrende geweld waarin ze als ngo-medewerkster in het vluchtelingenkamp terechtkomt, theatraal toch nog verrassend vorm geeft.

Heel aangrijpend is de scène waarin ze vertelt en acteert hoe ze de geluidsknop opdraaide en de 7de Symfonie van Beethoven het geluid van de machinegeweren  en de massacre liet overstemmen. Hier wordt de voorstelling heel reëel en komt die realiteit keihard binnen. Hier hoort, ziet en voelt de toeschouwer het debacle van de hulpverlening in een meedogenloze wereld die nog slechts gelooft in ‘de macht van het machinegeweer’,  in de spiraal van het geweld.  Via het beeld van de op gruwelijke wijze vermoorde jezuïeten komt het inzicht: de puinhopen van de haat trekken een spoor van lijden in deze wereld waartegen alleen mensen die dertig, veertig, soms vijftig jaar van hun leven op dezelfde plaats werken iets positiefs in beweging kunnen zetten.

“Er is eigenlijk maar één mogelijkheid om werkelijk zinvol bezig te zijn. Dat is: je hele leven iets doen. Ik bedoel: hetzelfde doen. Je aan één zaak geven een leven lang”, horen we Els Dottermans  zeggen.

Als toeschouwer keken we honderdtien minuten in de spiegel en zagen  een ongemakkelijke, bittere, scherpe en wrange realiteit die schreeuwt om verandering. Milo Rau en het NTGent zetten daarom theaterprojecten, politieke discussies en lezingen op het programma en roepen op tot actie met The Art of Organizing Hope door Dominique Willaert en Victoria Deluxe, De staat van de waarheid, de schoonheid en het geloof door Lara Staal en tenslotte The General Assembly door Milo Rau en het IIPM.

Meer info: www. ntgent. be

Met dank aan de Theaterkrant

Op een grote paddenstoel, rood met witte stippen …

Du bist ein Glückspilz! zeggen de Duitsers als ze vinden dat je een geluksvogel bent. Daar moest ik zondagnamiddag aan denken toen we met Natuurpunt Kampenhout op Paddenstoelentocht door het Hellebos trokken. Dat geluk zat in het feit dat we Roosmarijn Steeman, wetenschappelijk medewerker Planten en Paddenstoelen, als gids hadden. Het Hellebos, voor alle duidelijkheid, heeft niets te maken met de hel maar met het nabijgelegen Lelleveld (Berg) dat zijn naam kreeg door regressieve assimilatie van de [t] aan de [l] in  ‘litle veld’, het kleine veld dat in het hoefijzervormige Hellebos lag. Het bos staat er al eeuwen, zo vertellen ons de oude Ferrariskaarten, en het wordt als natuurbos beheerd.

Roosmarijn Steeman voor Natuurpunt Kampenhout

Gewapend met notitieboekjes, fototoestellen en naslagwerken volgde een zeer divers gezelschap Roosmarijns deskundige uitleg. En werkelijk … nooit gedacht dat er zoveel soorten paddenstoelen in dit bos te ontdekken vielen. We vernamen alles over o.a. russula’s, vliegenzwammen, eikeldopzwammetjes, meniezwammetjes, porseleinzwammetjes, bovisten, de plooivoetstuifzwam, stinkzwammen, champignons, parasolzwammen, inktzwammen, de rodekoolzwam, eikenhaaszwammen, de ridderzwam, waslakzwammen, tonderzwammen, biefstukzwammen…

Met spiegeltje het hymenium of de sporenproducerende laag controleren.

Kortom Roosmarijn leerde ons de wondere wereld van de paddenstoelen kennen. Een buitengewoon veelzijdige wereld. We besteedden niet alleen aandacht aan de verschillende soorten tijdens de wandeling, maar gingen ook dieper in op de standplaats, het samenleven met andere organismen (bomen) en de manier waarop men ze kan herkennen. Verder werd het niet alleen kijken, maar ook betasten, proeven en ruiken. Ook de al dan niet eetbaarheid of giftigheid werden extra belicht.

Vliegenzwam – Hellebos – Kampenhout (B)

Een boeiende namiddag was het, waarop klein en groot verrassende vondsten deed en deskundig werd bijgestaan met het op naam brengen van alle gevonden soorten.

 

%d bloggers liken dit: