Vlaanderen wandelde in aspergedorp Puurs Sint-Amands

Puurs-Sint-Amands is een fusiegemeente in de Belgische provincie Antwerpen, die ontstond door het samengaan van de voormalige fusiegemeenten Puurs (bestaande uit Puurs, Breendonk, Liezele, Ruisbroek en Kalfort) en Sint-Amands (bestaande uit Sint-Amands, Oppuurs en Lippelo) op 1 januari 2019.

Tijdens Vlaanderen wandelt legde ik door dit dorp een kort traject van 5.33 km af.

De Sint-Pieterskerk van Sint Amands staat bekend als de mooiste parochiekerk uit de wijde omgeving. Ze is sinds 1974 beschermd en werd in 1988 volledig gerestaureerd en opnieuw ingehuldigd. In 2002 werden heel wat beelden en ornamenten uit het interieur van de kerk gerestaureerd. In 2017 bestond de gemeente 725 jaar. Hoogtepunt werd de installatie van een beiaard met vijftig klokken in de kerktoren. Tijdens de Zomer van Puurs vinden er op zondag en donderdag regelmatig beiaardconcerten plaats.

Sint-Pieterskerk van op het Hof te Berghpad

New York heeft zijn Central Park. Berlijn zijn Tiergarten. Antwerpen zijn Park Spoor Noord. En Puurs? Puurs heeft óók een landschapspark: tussen JOC WIJland en Fort Liezele. Het is een groene oase waar je met plezier je vrije tijd doorbrengt.

In het Aspergedorp met tal van kraampjes in het Dorpshart van de gemeente vindt de komende weken het Aspergefestival plaats waaraan tal van activiteiten verbonden zijn.  Ook het Emiel Verhaeren Museum kreeg een plek in deze groene fusiegemeente.

Wilde hyacinten

Nature never betrayed the heart that loved her – William Wordsworth

Wilde hyacinten 

hemelsblauwe zee
onder boom en struik
vertederend elke blik
vangend elke bries
uitdijend jaar na jaar
in wilde vreugde
buitelend over het tuinpad
fragiel gewas dat zegt
let op je tred
dan blijf ik
je verbazen.


Het stille weten

Scheppingsnacht
en heilig vuur.
Uit dode resten wordt het aangeblazen,
met het ongrijpbare vermoeden
dat leven niet kan uitgewist.

De sintels van datzelfde vuur
moeten gesmeuld hebben
in de gedachten van de vrouwen,
die kille ochtend
toen zij naar het graf teruggingen.
De leegte die zij vonden
was niet leeg.
Ze kreeg betekenis.
Er was een vreemd onschendbaar licht.
De pas ontloken tuin
begon te bloeien.

Voeg je bij hen.
Ga zonder vrees de weg van dit bestaan.
En straal het stille weten uit
van opstanding.
Omwille van een oeverloze liefde.

Kris Gelaude


uit: Voor wie verstilling zoekt - Impressies en gedachten

Drie nagels – Jan Vanriet

Het schone is niet alleen een vorm van hoop, het is de metamorfose van de hoop. Het schone is praktisch synoniem met hoop en gratuïteit. Ik ben er innerlijk van overtuigd dat het schone therapeutisch is. Het is een therapie aangepast aan onze tijd. – Godfried Danneels

In een bijdrage op Kerknet van 16 maart ll. en naar aanleiding van het overlijden van Kardinaal Godfried Danneels (1933-2019) gaf Lieve Wouters inzage in zes werken uit zijn privékunstcollectie zoals die zijn opgenomen in het boek Uit de kunst – De keuze van de kardinaal, Halewijn, 2009. en in zijn visie op schoonheid. Tot die collectie behoort o.a. het werk Drie nagels van Jan Vanriet.

Jan Vanriet (o1948) is de kunstenaar van de paradox. Vaak wordt hij omschreven als een ‘literair schilder’ – een titel die hij met trots voert, als was het een geuzennaam. Stijl en verhaal zijn voor hem van even groot belang. Vanriet zegt nadrukkelijk dat zijn werk een boodschap heeft, een woord dat volgens hem te lang weggehoond werd.


‘Drie nagels’ van Jan Vanriet. Zijn ‘Testamenta’ is een reeks schilderijen met het Oude en Nieuwe Testament als onderwerp. © Halewijn

De Tweede Wereldoorlog, Auschwitz, pogroms, fatale liefdes, stalinisme en nazisme zijn vaak terugkerende onderwerpen in zijn oeuvre van de laatste twintig jaar. Toch is het lang niet altijd meteen duidelijk ‘waar een schilderij over gaat’. De tekens zijn meerduidig, de beelden ontwrichtend. Hij nodigt ons uit om langzaam te kijken. Vanriet mengt, transformeert en assembleert beelden tot er nieuwe betekenissen ontstaan. Er woelt veel onder het oppervlak van verf en doek.

Vanriet etaleert zijn boodschap niet, schreeuwt zijn ongenoegen of zijn gelijk niet uit. In zijn schilderijen heerst een vaak oorverdovende stilte, hoeveel volk er ook op de been is. Zijn werk is vaak van een bevreemdende, poëtische schoonheid. De schoonheid van de gruwel, de poëzie van het onheil. – Eric Rinckhout in DBNL

Dwarsbomen

Op mijn vertrouwde wandelpad gisteren, ‘dwarsbomen’. Dingen die je belemmeren vooruit te komen, je pad doorkruisen, je nopen stil te staan en een uitweg te zoeken of een ommekeer te maken. De eerste kolos liet gelukkig wat lage ruimte bij de grond om er onderdoor te kruipen, bij de tweede was al een weggetje erlangs gebaand. Van dwarsbomen naar dwarsbalken en alle pijn en frustratie die ze kunnen veroorzaken in een mensenleven, een kleine gedachtesprong, een mindful moment.

Democratie = particratie ? – prof. em. Emmanuel Gerard

Is onze democratie gekaapt door de politieke partijen?

Particratie behoort, als we de media moeten geloven, tot de pathologie van de Belgische politiek en alles wat misloopt in dit land, wordt op een of andere manier tot de particratie teruggebracht. Wat moeten we precies onder dat begrip verstaan?
Onder welke historische omstandigheden kwam het verschijnsel dat achter deze term schuilgaat, tot leven? Welke factoren werkten het in de hand en hoe drukte het zich uit in de vormgeving van de Belgische politiek?
Was de particratie altijd even sterk of kent ze een geschiedenis van ups en downs? Zijn er ook positieve aspecten aan verbonden? Vormt ons land een uitzondering in Europa?

Al deze vragen die prof. em. Gerard aan de hand van de Belgische politieke geschiedenis van de afgelopen honderd jaar probeerde te beantwoorden mondden uit in een evaluatie van de particratie vandaag.

Vertrekkend van de actualiteit (vb. Ivan De Vadder in De Standaard: “De macht van de voorzitters is gigantische groot.”) kwam hij tot de volgende definitie of omschrijving van particratie: een politiek systeem waarin de politieke partijen de grondwettelijke instellingen (parlement, regering, … ) overvleugelen. Waarbij onder een partij een strak geleide buitenparlementaire organisatie wordt verstaan die niet in de grondwet is ingeschreven. Het woord particratie heeft een negatieve lading gekregen maar is een verschijnsel dat zich als het ware diep geworteld heeft in onze politieke cultuur en structuur.

Het is een illusie het parlement als centrum van de politieke macht te beschouwen. In het stelsel van de scheiding der machten wordt de wetgevende macht als basis gezien vandaar de idee dat het parlement het centrum van de macht herbergt. Die macht zit echter bij de regering (uitvoerende macht). Het is de koning en zijn ministers die de macht bezitten en daarom moet het parlement zich organiseren. Dit leidt na de onafhankelijkheid van 1830 tot het ontstaan van de partijen. Historisch gezien gaat het parlement (de meerderheid stelt de regering aan) regeren maar het heeft tegelijkertijd zo zijn vrijheid verloren. De regering wordt de emanatie van de parlementaire meerderheid tegenover de oppositie. De wetten zijn van de regering afkomstig die aanvankelijk uit slechts twee partijen bestond.

We kunnen spreken van een drietrapsraket: de partijen groeien in macht tussen 1894 en 1919 wanneer het algemeen stemrecht van 100.000 burgers naar meer dan een miljoen kiezers wordt uitgebreid. Dat is tevens de oorzaak dat de partijen zo sterk gaan groeien. Ze beginnen de kiezers buiten het parlement te organiseren. In 1945 ontstaan er ernstige problemen in België (koningskwestie, repressie na de oorlog, de schoolkwestie) die de bevolking polariseren. In 1971 was er het probleem van de institutionele complexiteit van België door de staatshervorming. Polarisering kan alleen overbrugd worden door de samenwerking tussen de partijvoorzitters, overigens de enige instantie die in dergelijke gevallen nog enig overzicht bewaart en die zo via interne debatten en onderhandelingen tot een pact komt dat misschien niet iedereen bevalt maar wel in een onderhandelde beslissing resulteert.

Verder is er ook ons kiestelsel. Meerderheidsstelsels (1830-1900) verschillen grondig van stelsels met evenredige vertegenwoordiging. België (1900) was het eerste land met een evenredige vertegenwoordiging.
De neutralisering van de lijststem (2000) om te berekenen welke kandidaten het “verkiesbaarheidcijfer” behalen, maakte dat de lijststemmen maar half zo zwaar gingen doorwegen als de voorkeurstemmen. Populaire kandidaten konden op die manier de lijstvolgorde doorbreken en van op een lagere plaats verkozen worden. Die beslissing kwam er door de kritiek op de particratie en zou het kiesstelsel democratischer en transparanter maken.

En het coalitiesysteem? Vanaf 1918 (evenredige vertegenwoordiging) is er geen homogene meerderheidsregering meer maar een coalitieregering en groeit de mogelijkheid van onstabiele regeringen . Er is een verschil tussen de periode voor en na WO II. Tussen 1918 en 1940 krijgen we 22 regeringen. De politieke instabiliteit neemt toe en de wens ontstaat naar meer stabiliteit. Die wens resulteert in het opbouwen van een sterke partijdiscipline en sterke partijfracties in het parlement. Sinds 1945 worden daardoor de partijen het structurerend element in België.

Hoogtepunten in dit verband zijn de Koningskwestie (1950), het Schoolpact (1958), de communautaire akkoorden van Hertoginnedal (1963), het Egmontpact (1977) dat gesloten werd door de zogenaamde ‘junta van de partijvoorzitters’. Het moet duidelijk zijn dat het hier ook om een kwestie van individuen gaat, partijvoorzitters kunnen zwaargewichten zijn of ook niet. Vandaag worden o.a. staatshervormingen onderhandeld onder de partijvoorzitters.

Tenslotte ziet prof. em. Gerard een aantal disfuncties van de particratie die te situeren zijn in de extreme fractiediscipline, de ministeriële kabinetten, de politieke benoemingen, de partijfinanciering, het kiezersbedrog en de opvolging. De disfuncties op deze punten worden sterker aangevoeld naarmate de partijen kleiner worden. We leven in geen gemakkelijke tijden. Overal merken we dat de democratie onder druk staat. Volgens de spreker moet het parlement niet altijd in het centrum staan; het wordt ook niet altijd buiten spel gezet; het heeft wél een belangrijke controlerende functie. Hij pleit ook voor een vorm van politieke zelfbeheersing: minder politieke benoemingen, ontslag van een minister wordt best door de minister-president aangekondigd i.p.v de partijtop; het parlement mag ook niet voor schut gezet worden. Het is de illusie van het verloren paradijs die ervoor zorgt dat het parlement zich in het centrum van de macht probeert te werken daar waar die eigenlijk bij de uitvoerende macht, de regering ligt (cfr. UK).

Emmanuel Gerard (Roeselare, 1952) is emeritus professor van de KU Leuven, gewezen decaan van de Faculteit Sociale Wetenschappen, erevoorzitter van KADOC Documentatie- en onderzoekscentrum Religie, Cultuur en Samenleving, en voorzitter van de Senaat KU Leuven.
Hij is historicus en publiceerde over het interbellum, de christendemocratie, de monarchie, het parlement, de moord op Julien Lahaut en de Congocrisis. Zijn meest recente boeken handelen over de tussenoorlogse periode in België: “De schaduw van het interbellum. België van euforie tot crisis 1918-1939”, en samen met Mark Van den Wijngaert, “Boudewijn, koning met een missie”..

Proficiat, Bart Moeyaert !

Bart Moeyaert heeft op de Bologna Children’s Book Fair de Astrid Lindgren Memorial Award 2019 ontvangen, ook bekend als de ‘Nobelprijs voor Jeugdliteratuur’ en goed voor bijna 480.000 euro. ‘Zijn gecondenseerde en muzikale taal trilt van onderdrukte emoties en onuitgesproken verlangen’, zegt de jury.

Vijf jaar geleden, toen Moeyaert dertig jaar schrijverschap vierde, publiceerde Mirjam Noorduijn een mooi portret van de auteur in Ons Erfdeel. Daarin schreef ze onder meer dit:

Wat en waarover Bart Moeyaert ook schrijft – en dat varieert van alledaagse verhalen voor beginnende lezers tot impressionistische romans voor jongeren en volwassenen, sprookjesachtige vertellingen, gedichten en theaterteksten –, het gaat hem nooit om de plot of het avontuur. Taal is voor hem geen middel om situaties te duiden, lijnen te trekken, verbanden te leggen en gevoelens te benoemen. Taal is voor Moeyaert wat een stuk hout, een blok marmer, of een bonk klei voor de beeldhouwer is. Hij zaagt, hij beitelt, hij gutst, hij kneedt, hij schrapt, hij schaaft. Hij kleedt de taal uit. Hij ontdoet haar van alle overbodige franje. Net zolang totdat de overgebleven letters heldere woorden vormen en de heldere woorden krachtige zinnen en de krachtige zinnen indringende beelden, die bovenal een suggestieve werking hebben. – het volledige artikel.

bron: de lage landen

%d bloggers liken dit: