De heilige Rita – Tommy Wieringa

In zijn roman De heilige Rita, De Bezige Bij, 2017 zet Tommy Wieringa een virtuoos verhaal neer over een Twents dorp, Mariënveen. Tegelijk is de geschiedenis van deze kleine provinciale gemeenschap verbonden met die van het oude continent Europa, waardoor het uitstijgt boven het plaatselijke en een universeel, algemeen menselijk karakter krijgt.

In drieëndertig (!) hoofdstukjes vernemen we dat Paul Krüzen al zijn leven lang in een Saksische spookboerderij woont aan de Duitse grens. Eens zorgde zijn vader voor hem toen zijn moeder hen verliet voor een Russische piloot, die met een sproeivliegtuigje in het hartje van de Koude Oorlog ontsnapte uit de Sovjet-Unie en neerstortte in het maïsveld achter de boerderij. Nu zorgde Paul Krüzen voor zijn vader. In de halve eeuw die intussen verstreken is, hebben ze hun dorp sterk zien veranderen. De wereld is in beweging gekomen: Chinezen hebben de horeca van Mariënveen overgenomen, Russen, Polen en Roemenen zijn in het dorp vertrouwde verschijningen geworden. Het neerstorten van de Russische piloot betekende een kentering. Het zette een keten van gebeurtenissen  in werking waarvan Paul Krüzen en zijn vader nooit zijn bekomen.

Enkele passages

Startzin: “Paul Krüzen spuwde in zijn handen, greep de steel vast en hief de bijl boven zijn hoofd.” Blz. 7

“Negenenveertig jaar waren ze nu in elkaars leven, zijn vader en hij. Op een dag niet ver van nu zou hij alleen achterblijven in de Saksische boerderij op de Muldershoek, waar hij tot vreemdheid en gesprekken met zichzelf zou vervallen.” Blz.11

“Paul schudde zijn hoofd. Klein blijven, hij had het hem vaker gezegd, altijd kleiner en dommer lijken dan de anderen. Niks hebben en niks kunnen, dat kennen ze daar kunnen ze mee leven. Maar zo’n avond was het niet vor Hedwiges Johannes Geerdink, die wilde nu eens uit zijn schrale bleke vel stappen en genieten van de twijfel die hij had gezaaid. Hedwiges de mil-jo-nair, jazeker!” Blz. 16

“Alles moest zijn loop hebben. In het leven van de dieren, in dat van hemzelf, Paul Krüzen – meer haas dan kraai. Solitair levend prooidier. Hazenhart.” Blz. 42

Paul had een heldere herinnering aan de dag dat ze het bord aan de weg zetten.’Wat heb je nou opgeschreven, druif,’ had Paul ten langen leste gezegd.’Wat dan?’  vroeg Hedwiges. ‘Curosia …‘ ‘Wat is daarmee?’ ‘Het is fout, dat is daarmee.’ ‘Wat dan?’ vroeg Hedwiges opnieuw.’’t Is curiosa, geen curosia.’ ‘Ach, verdomme’, zei Hedwiges en knikte of hij het altijd al geweten had. ‘Wil je dat ik het overdoe?’ vroeg hij tenslotte. Paul schudde zijn hoofd. ‘Laat ze maar denken dat we dom zijn hier. Goed voor de onderhandelingsruimte.’ Een windvlaag ging door de eiken in de bocht van de weg, eikels ratelden op het asfalt. Ze keken nog een tijdje naar de witte sierletters op de donkergroene ondergrond. ‘Maar verder is het goed?’ vroeg Hedwiges. ‘De andere helft is top.’ Ze liepen over de oprit terug naar huis. Het grind knarste. Paul sloeg hem op zijn schouder en zei: ‘Ik ben blij dat ik je geen ‘parafernalia’ heb laten schrijven.’ Blz.68

Samen op vakantie in Boracay geeft Hedwiges hem grinnikend een medaillon van de heilige Rita dat hij op straat gekocht had.[…] Later die middag wees Hedwiges hem het stalletje met katholieke parafernalia, waar Paul eenzelfde medaillon voor Rita [zijn hoertje uit café Pasha over de Duitse grens, BK] kocht. Ze droeg het hangertje van haar naamheilige altijd. Blz.125

Ook Rita van Cascia had er, net als zijn eigen moeder, geen graten in gezien haar nageslacht te offeren voor haar grote liefde, dacht Paul schamper. Blz. 129

Als kind vindt Paul een oude munt die volgens de pastoor misschien een pauselijke gedenkpenning is. Hij zal hem moeten achterlaten om zekerheid te krijgen. Hij vertrouwt blind op de goedertierenheid van het kindeke Jezus en zijn moeder Maria, maar met de dienaren Gods kon je het niet weten. Blz. 148

Hij dacht aan de lindeboom achter zijn slaapkamer, die oude geweldenaar die gelijkmatig de seizoenen doorstond. Het was belangrijk een boom in de buurt te hebben waartoe je je kon verhouden; binnenkort bereikten ook mensen de leeftijd van bomen, maar zonder de wijsheid van hun zwijgzaamheid. Blz. 172

Met het kind dat het ouderlijk huis nooit verlaten had, was iets niet in orde. Nooit konden de ouders hun ogen sluiten voor hun mislukking. Afkeer, soms uitmondend in haat, zette zich tussen hen vast. Blz.255

Blazend in het duralex glas dacht hij aan zijn moeder die vandaag vijfenzeventig jaar geworden was. Een oude vrouw, ergens. In haar schoot was hij geweven maar ze had hem als een weeffout beschouwd. Blz.283

Enkele recensies

Aan deze minuscule, gehavende  levens onttrekt Tommy Wieringa een erg zintuigelijk boek, beroezend van taal. – Dirk Leyman, De Morgen, 25/10/ 17

Hoewel je de schrijver bij monde van zijn hoofdpersoon met huivering hoort spreken over de nieuwe tijd, waarin de dieren uit de wei zijn verdwenen en zelfs de zieken enkel oog hebben voor hun smartphone, zwelgt deze roman niet in nostalgie. ‘De heilige Rita’ is een ode aan het Twentse land, maar boven alles is het een grappig en ontroerend pleidooi voor mededogen. Mededogen met hen die geworteld zijn en niet meer kunnen bewegen in een snel veranderende wereld – de hopeloze gevallen. – Gerwin Van Der Werf, Trouw, 27/10/17

Wieringa schetst met een goed oog voor opmerkelijke verhalen en scherpe dialogen een inktzwart beeld van een armoedig gevoelsleven en een perverse plattelandscultuur. Hij treft het benauwende leven van Paul en de zijnen feilloos en wendt zich soepel door het dorp, de camera losjes op de schouder. Soms slaat zijn sombere wereldbeeld door naar retoriek en wordt hij sentimenteel. De lezer móet weten hoe hopeloos het ervoor staat op het vergeten platteland aan de grens: ‘Dat was de stand van zaken in dit deel van het land: wel een wolf maar geen pinautomaat.’ Je kunt er maar beter overheen vliegen. – Maria Vlaar, DS, 27/10/17

De heilige Rita knettert van ambitie. Raak getroffen taferelen in uitbundig coloriet, gebracht met achteloos vertelplezier en grimmig komische toetsen. Een grootse zintuigelijke roman, geschreven met jaloersmakende stilistische precisie en in hallucinerende taal – De Volkskrant

Dit is een boek over een Nederland dat ik niet kende, een achtergebleven gebied ver van de Randstad, een bijna niemandsland tegen Duitsland aan. Wieringa schrijft erover met groot vakmanschap, of het nu over Russische vliegtuigen, de loop van een beek, de samenstelling van de grond of over de technische details van wapens gaat, alles is tot op het bot gerechercheerd. Maar het is vooral een boek over eenzaamheid die via twee mannenfiguren zo tot in het merg beschreven wordt dat deze twee je nog lang bijblijven. – Cees Nooteboom

Of het nu een immigratieroman is, een liefdesverhaal, een vader-zoonboek, een roman van de grensstreek en de zandgronden, deze roman is vooral Wieringa’s persoonlijkste boek. Dichter bij hemzelf is deze schrijver nog nooit geweest. – Jan van Mersbergen, Revisor

Laura De Coninck en Kunstenfestival Watou

Over tien dagen kunnen we er weer naartoe, naar het Kunstenfestival Watou. Altijd een verlangend uitkijken naar wat dichters en kunstenaars ons duidelijk willen maken, of gewoon met ons willen delen, op welke confrontatie ze aansturen, over welke grenzen ze ons gebeurlijk zullen duwen. Het was in de edities van 2013 en 2017 dat we konden kennismaken met het werk van Laura De Coninck (°1978), dochter van de in 1997 in Lissabon overleden Herman De Coninck. In 2013 stond Herman De Coninck centraal in de Eregalerij in de Douviehoeve. Op vraag van het Kunstenfestival maakte Laura De Coninck toen tekeningen bij een selectie van zijn gedichten uit de bundel De Lenige Liefde.

Eregalerij Herman De Coninck, 2013 – tekeningen Laura De Coninck

De werken van Laura De Coninck kijken de toeschouwer vaak aan met grote ogen. Over onderstaand werk if eyes could speak, 2017 zegt ze: “Dat is waarschijnlijk hetgeen waar je mijn tekeningen het best aan herkent: aan de wat ruwe, primitieve maar expressieve gezichten, met hoekige ogen, grote neuzen en grote monden. Als ik gezichten maak die teveel op gewone mensen lijken, dan wringt er iets of ziet het er allemaal te braaf uit.” De catalogus meent dat het werk van Laura De Coninck soms grappig en ludiek is, dan weer zwaar op handen. Zelf beweert ze geen grote tragedies te willen uitbeelden. Ze beschouwt haar eigen werk dan ook niet als confronterend, maar eerder als beweeglijk en relativerend.

if eyes could speak, 2017, Laura De Coninck – foto: fp

Dit jaar werd haar gevraagd om de affiche van de 39ste editie van het Kunstenfestival te tekenen. Het overkoepelende thema van het parcours is “SAUDADE – Niets bestaat dat niets iets anders aanraakt”.

“Het thema van deze editie is tweeledig maar onlosmakelijk verbonden. Het tot nu toe onvertaalbare ‘Saudade’ is Portugees en staat voor een manier van zijn. Het omvat de voortdurende onzichtbare aanwezigheid van onbestemde weemoed en de eindeloze zoektocht naar iets waaraan we niet eens een welomschreven herinnering hebben. De mijmeringen die het woord oproept, komen neer op heimwee, nostalgie en weemoed met een niet concreet aanwijsbare oorsprong. De Portugese cultuur en het dagelijkse leven van de Portugezen is ervan doordrongen. Zij zijn er fier op en claimen het als een nationale trots”, vertelt intendant Jan Moeyaert van vzw Kunst aan de krant HLN. De quote “Niets bestaat dat niet iets ander aanraakt” voegde vzw Kunst toe en komt uit de roman Bezonken rood van Jeroen Brouwers.

Als beeldend kunstenaar met veel aandacht voor de verbinding tussen taal en beeld weet Laura woorden om te zetten naar sprekend beeld. De emotionele werelden die haar vader, Herman de Coninck, op zijn unieke manier met de juiste woorden kon oproepen, roept Laura op met eenzelfde authenticiteit aan de hand van een ingetogen samenspel van lijnen, beelden, inkt, verf en papier, aldus Jan Moeyaert.

Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. Wie Bezonken rood las, weet dat deze quote een cluster van associaties oproept die in verband staan met een traumatisch verleden dat zijn schaduw werpt op het heden. Nieuwsgierig dus naar wat deze 39ste editie in petto houdt.

Kleine apologie van het wandelen

Het weer van de voorbije dagen nodigde niet meteen uit om te wandelen maar toch lukte het me om tussen de buien door een paar lussen in Vlaams Brabant en Limburg te stappen. Wandelen, soms tegen pijn in, blijft zijn helende kracht bewijzen en geleidelijk aan wordt het zelfs een licht verslavende activiteit. Wandelen is de beste medicijn, wist Hippocrates al. Wat je al wandelend ervaart en ontdekt is soms zo intens dat je het wil vatten in een foto of een beschrijving van het ogenblik. De emoties en gedachten die ermee gepaard gaan griffen zich diep in je geheugen en geven impulsen om telkens weer op een nieuwe ontdekkingstocht te trekken. Ze hebben niets spectaculairs en toch scherpen ze je verwondering aan voor alles wat je ziet, voelt, hoort, proeft. Je komt altijd rijker terug dan dat je vertrok en stappenderwijs verleggen zich ook je fysieke en mentale grenzen. Geuren, geluiden, kleuren … al je zintuigen openen zich en oefenen een weldadige werking uit. Prettige weetjes komen onder je aandacht. Ik laat je graag mee genieten van enkele impressies en wetenswaardigheden.

Zwarte populier is de meest zeldzame en bedreigde boomsoort in ons land. Recent ontdekten de wetenschappers in Affligem een raszuiver exemplaar met een in Vlaanderen nog onbekend genetisch profiel. Hij werd lang geleden aangeplant op de hoek van drie percelen om grensbetwistingen te voorkomen.

De inwoners van Essene (Vlaams Brabant) danken hun spotnaam ‘papeters’ aan hun rijke hopverleden. Volgens de overlevering was het de regel dat tegen de kleine kermis een teil (rijst)pap werd gemaakt voor elke hopstaak waarop tegen 29 juni, de feestdag van Sint-Pieter en Sint-Paulus, de hop was gegroeid tot een meter van het eindpunt. Het beeld bevindt zich op het Kerkplein en is van de hand van kunstenaar Patrick Van Craenenbroeck.

Het landleven lacht je langs wegen en wegeltjes meestal uitbundig toe.

Het Heiderbos in As (Limburg) kreeg nog net geen erkenning als UNESCO Werelderfgoed omdat “de uitzonderlijke universele waarde van het nationaal park (Hoge Kempen) als ruraal en industrieel transitielandschap nog onvoldoende bewezen is.” De stuurgroep achter de aanvraag, Regionaal landschap Kempen & Maasland, geeft het nog niet op en werkt aan een aanpassing van het dossier.

Heiderbos is al generaties lang gekend als de plek met de meeste jeneverbessen in heel Vlaanderen. De laatste decennia heeft de jeneverbes, een streekeigen naaldboom, het moeilijk om te verjongen. Agentschap Natuur en Bos wil een handje helpen door stekken te nemen om later uit te zetten in het gebied en door het uitzaaien van jeneverbeszaad. De jeneverbes heeft licht nodig om goed te kunnen groeien en daarom vindt er momenteel kapping plaats van exoten zoals Corsicaanse den.

De bosbessen in Heiderbos waren net geplukt, vermoed ik, want de bosbessentaart bij het einde van de wandeling was overheerlijk.

%d bloggers liken dit: