Vacare

Rustplek – Lintbos, Grimbergen

Misschien luister je ook wel eens naar het Klara-radioprogramma Espresso en hoorde je daar Greet Van Thienen de voorbije vrijdagochtenden boeken voorstellen van wandelende schrijvers, voor wie stappen de vanzelfsprekende weg naar een soort vrijheid is/was. Na Alicja Gescinska’s tv-reeks Wanderlust op Canvas waarin ze haar geliefde denkers, kunstenaars, schrijvers opzocht, krijgen we op Klara een leeslijst geserveerd die een rist van pittige pleidooien voor en literaire verslagen van wandelervaringen en hun effecten bevat. Naast bekende schrijvers als Robert Macfarlane , Frédéric Gros, Henry David Thoreau worden ook Robert Walser, Annie Dillard, John Muir en Pieter Kikkert onder de aandacht gebracht.

Vredesbrug, Willebroek
Ook volgens George Steiner, een van de grootste essayisten en filosofen van de afgelopen decennia, kunnen we het belang van wandelen moeilijk overschatten. In zijn essay 'The Idea of Europe' (2015) betoogt hij dat het Europese continent vier pijlers heeft; vier wezenskenmerken van de Europese cultuur, of de Europese ziel, zo men wil. Eén van die pijlers is wandelen. Europa is een continent van wandelaars. Dit wandelen is niet louter een manier om ons van punt A naar punt B te verplaatsen. Wandelen is een existentiële aangelegenheid, soms zelfs een metafysische materie. Steiner verwijst daarbij naar verschillende fenomenen uit de Europese culturele geschiedenis waarin wandelen een centrale rol speelt: het concept van de pelgrimstocht bijvoorbeeld, of de verheerlijking van de Wanderer in de Duitse 19de-eeuwse romantische traditie. Denk maar aan Schuberts muziek of Friedrichs schilderijen: steevast is wandelen van het grootste belang, omdat het meer een geestelijke dan een lichamelijke activiteit is. Al wandelend ontvouwt zich de wil en het verlangen om de wereld te ontdekken: Wanderlust. - Alicja Gescinska

Nog zo’n begeester(en)de auteur als het over wandelen gaat, is Paolo Cognetti met zijn roman De acht bergen. Wie veel wandelt heeft de impact ervan op lichaam en geest ervaren, en kan op de duur niet meer zonder, wil zijn horizon verruimen, laat al wandelend ideeën rijpen, wordt geïnspireerd, oefent doorzettingsvermogen, ervaart de meest onverwachte gebeurtenissen, leeft met wisselende weersomstandigheden en seizoenen, beweegt in een sprekende stilte, wordt deel van zijn omgeving, kiest om vacare te zijn, vrij, open, leeg voor wat zich voor de zintuigen en de geest ontvouwt.

Advertenties

Het kan wel: wandelen tussen akkers en weiland

Het tragewegennetwerk staat door verschillende ruimteclaims op sommige plaatsen onder druk, ook in landbouwgebied. Historische voetwegen zijn er niet altijd toegankelijk of dreigen te verdwijnen. Soms door gebrekkig onderhoud, omdat ze in onbruik zijn geraakt of (geleidelijk) werden ingenomen. Soms omdat doorheen de jaren de perceelstructuur gewijzigd werd of paden niet degelijk werden aangeduid. Maar constructief overleg met eigenaars en landbouwers, verleggingen langs de grenzen van percelen, samen met een deftige inrichting en/of bewegwijzering, leiden tot prachtige oplossingen voor ongeëvenaard wandelplezier.

beeld juni 1

Wandelen dwars door een akker hoeft geen grote hinder voor de landbouwer te betekenen: er kan vrij geploegd, gezaaid en geoogst worden, zolang het smalle wandelpad nadien maar terug zichtbaar wordt gemaakt door het spoor vlak te trekken of in te wandelen. Of door de lokale mountainbikeclub in te schakelen.

beeld juni 2

Op de perceelgrenzen is de inrichting van een smal wandelpad meestal geen onoverkomelijke zaak, eventueel mooi afgerasterd met weideafsluitingen. En door de installatie van draaipoortjes of opstapjes is het zelfs mogelijk om door weilanden van afsluiting naar afsluiting te wandelen, in ware Engelse way-of-right-stijl. In Scherpenheuvel laten ze zien hoe het wel kan.

Uiteraard gaan we ervan uit dat wandelaars van het landschap genieten met respect voor de omgeving, niet van de paden afwijken en geen afval achterlaten. bron: www.tragewegen.be

BK – Als wandelaar kom je regelmatig ‘verdwenen’ trage wegen op je traject tegen ook al zijn ze aangeduid met officiële naamplaatjes. Laatst wandelden we met de wandelclub zo’n lokale trage weg opnieuw in.

De heilige Rita – Tommy Wieringa

In zijn roman De heilige Rita, De Bezige Bij, 2017 zet Tommy Wieringa een virtuoos verhaal neer over een Twents dorp, Mariënveen. Tegelijk is de geschiedenis van deze kleine provinciale gemeenschap verbonden met die van het oude continent Europa, waardoor het uitstijgt boven het plaatselijke en een universeel, algemeen menselijk karakter krijgt.

In drieëndertig (!) hoofdstukjes vernemen we dat Paul Krüzen al zijn leven lang in een Saksische spookboerderij woont aan de Duitse grens. Eens zorgde zijn vader voor hem toen zijn moeder hen verliet voor een Russische piloot, die met een sproeivliegtuigje in het hartje van de Koude Oorlog ontsnapte uit de Sovjet-Unie en neerstortte in het maïsveld achter de boerderij. Nu zorgde Paul Krüzen voor zijn vader. In de halve eeuw die intussen verstreken is, hebben ze hun dorp sterk zien veranderen. De wereld is in beweging gekomen: Chinezen hebben de horeca van Mariënveen overgenomen, Russen, Polen en Roemenen zijn in het dorp vertrouwde verschijningen geworden. Het neerstorten van de Russische piloot betekende een kentering. Het zette een keten van gebeurtenissen  in werking waarvan Paul Krüzen en zijn vader nooit zijn bekomen.

Enkele passages

Startzin: “Paul Krüzen spuwde in zijn handen, greep de steel vast en hief de bijl boven zijn hoofd.” Blz. 7

“Negenenveertig jaar waren ze nu in elkaars leven, zijn vader en hij. Op een dag niet ver van nu zou hij alleen achterblijven in de Saksische boerderij op de Muldershoek, waar hij tot vreemdheid en gesprekken met zichzelf zou vervallen.” Blz.11

“Paul schudde zijn hoofd. Klein blijven, hij had het hem vaker gezegd, altijd kleiner en dommer lijken dan de anderen. Niks hebben en niks kunnen, dat kennen ze daar kunnen ze mee leven. Maar zo’n avond was het niet vor Hedwiges Johannes Geerdink, die wilde nu eens uit zijn schrale bleke vel stappen en genieten van de twijfel die hij had gezaaid. Hedwiges de mil-jo-nair, jazeker!” Blz. 16

“Alles moest zijn loop hebben. In het leven van de dieren, in dat van hemzelf, Paul Krüzen – meer haas dan kraai. Solitair levend prooidier. Hazenhart.” Blz. 42

Paul had een heldere herinnering aan de dag dat ze het bord aan de weg zetten.’Wat heb je nou opgeschreven, druif,’ had Paul ten langen leste gezegd.’Wat dan?’  vroeg Hedwiges. ‘Curosia …‘ ‘Wat is daarmee?’ ‘Het is fout, dat is daarmee.’ ‘Wat dan?’ vroeg Hedwiges opnieuw.’’t Is curiosa, geen curosia.’ ‘Ach, verdomme’, zei Hedwiges en knikte of hij het altijd al geweten had. ‘Wil je dat ik het overdoe?’ vroeg hij tenslotte. Paul schudde zijn hoofd. ‘Laat ze maar denken dat we dom zijn hier. Goed voor de onderhandelingsruimte.’ Een windvlaag ging door de eiken in de bocht van de weg, eikels ratelden op het asfalt. Ze keken nog een tijdje naar de witte sierletters op de donkergroene ondergrond. ‘Maar verder is het goed?’ vroeg Hedwiges. ‘De andere helft is top.’ Ze liepen over de oprit terug naar huis. Het grind knarste. Paul sloeg hem op zijn schouder en zei: ‘Ik ben blij dat ik je geen ‘parafernalia’ heb laten schrijven.’ Blz.68

Samen op vakantie in Boracay geeft Hedwiges hem grinnikend een medaillon van de heilige Rita dat hij op straat gekocht had.[…] Later die middag wees Hedwiges hem het stalletje met katholieke parafernalia, waar Paul eenzelfde medaillon voor Rita [zijn hoertje uit café Pasha over de Duitse grens, BK] kocht. Ze droeg het hangertje van haar naamheilige altijd. Blz.125

Ook Rita van Cascia had er, net als zijn eigen moeder, geen graten in gezien haar nageslacht te offeren voor haar grote liefde, dacht Paul schamper. Blz. 129

Als kind vindt Paul een oude munt die volgens de pastoor misschien een pauselijke gedenkpenning is. Hij zal hem moeten achterlaten om zekerheid te krijgen. Hij vertrouwt blind op de goedertierenheid van het kindeke Jezus en zijn moeder Maria, maar met de dienaren Gods kon je het niet weten. Blz. 148

Hij dacht aan de lindeboom achter zijn slaapkamer, die oude geweldenaar die gelijkmatig de seizoenen doorstond. Het was belangrijk een boom in de buurt te hebben waartoe je je kon verhouden; binnenkort bereikten ook mensen de leeftijd van bomen, maar zonder de wijsheid van hun zwijgzaamheid. Blz. 172

Met het kind dat het ouderlijk huis nooit verlaten had, was iets niet in orde. Nooit konden de ouders hun ogen sluiten voor hun mislukking. Afkeer, soms uitmondend in haat, zette zich tussen hen vast. Blz.255

Blazend in het duralex glas dacht hij aan zijn moeder die vandaag vijfenzeventig jaar geworden was. Een oude vrouw, ergens. In haar schoot was hij geweven maar ze had hem als een weeffout beschouwd. Blz.283

Enkele recensies

Aan deze minuscule, gehavende  levens onttrekt Tommy Wieringa een erg zintuigelijk boek, beroezend van taal. – Dirk Leyman, De Morgen, 25/10/ 17

Hoewel je de schrijver bij monde van zijn hoofdpersoon met huivering hoort spreken over de nieuwe tijd, waarin de dieren uit de wei zijn verdwenen en zelfs de zieken enkel oog hebben voor hun smartphone, zwelgt deze roman niet in nostalgie. ‘De heilige Rita’ is een ode aan het Twentse land, maar boven alles is het een grappig en ontroerend pleidooi voor mededogen. Mededogen met hen die geworteld zijn en niet meer kunnen bewegen in een snel veranderende wereld – de hopeloze gevallen. – Gerwin Van Der Werf, Trouw, 27/10/17

Wieringa schetst met een goed oog voor opmerkelijke verhalen en scherpe dialogen een inktzwart beeld van een armoedig gevoelsleven en een perverse plattelandscultuur. Hij treft het benauwende leven van Paul en de zijnen feilloos en wendt zich soepel door het dorp, de camera losjes op de schouder. Soms slaat zijn sombere wereldbeeld door naar retoriek en wordt hij sentimenteel. De lezer móet weten hoe hopeloos het ervoor staat op het vergeten platteland aan de grens: ‘Dat was de stand van zaken in dit deel van het land: wel een wolf maar geen pinautomaat.’ Je kunt er maar beter overheen vliegen. – Maria Vlaar, DS, 27/10/17

De heilige Rita knettert van ambitie. Raak getroffen taferelen in uitbundig coloriet, gebracht met achteloos vertelplezier en grimmig komische toetsen. Een grootse zintuigelijke roman, geschreven met jaloersmakende stilistische precisie en in hallucinerende taal – De Volkskrant

Dit is een boek over een Nederland dat ik niet kende, een achtergebleven gebied ver van de Randstad, een bijna niemandsland tegen Duitsland aan. Wieringa schrijft erover met groot vakmanschap, of het nu over Russische vliegtuigen, de loop van een beek, de samenstelling van de grond of over de technische details van wapens gaat, alles is tot op het bot gerechercheerd. Maar het is vooral een boek over eenzaamheid die via twee mannenfiguren zo tot in het merg beschreven wordt dat deze twee je nog lang bijblijven. – Cees Nooteboom

Of het nu een immigratieroman is, een liefdesverhaal, een vader-zoonboek, een roman van de grensstreek en de zandgronden, deze roman is vooral Wieringa’s persoonlijkste boek. Dichter bij hemzelf is deze schrijver nog nooit geweest. – Jan van Mersbergen, Revisor