Dialogues des Carmélites – Francis Poulenc – Salve Regina

Salve, Regina, Mater misericordiæ,
vita, dulcedo, et spes nostra, salve.
Ad te clamamus exsules filii Hevæ,
Ad te suspiramus, gementes et flentes
in hac lacrimarum valle.
Eia, ergo, advocata nostra, illos tuos
misericordes oculos ad nos converte;
Et Jesum, benedictum fructum ventris tui,
nobis post hoc exsilium ostende.
O clemens, O pia, O dulcis Virgo Maria.

Wees gegroet, koningin, moeder van barmhartigheid;
ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet.
Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva;
tot u smeken wij, zuchtend en wenend
in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze voorspreekster,
sla op ons uw barmhartige ogen;
en toon ons, na deze ballingschap,
Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot.
O goedertieren, o liefdevolle, o zoete maagd Maria.

 

 

Advertenties

Kunstenfestival Watou 2018

Over verlangen en troost

Het nog voor de officiële opening beschadigde ‘Verboden Vrucht’, 2018 – DAVID DE POOTER (B) in het Brennepark. Een graffitispuiter nam het RAAK ME AAN wel heel letterlijk. De beschadiging zal blijven deel uitmaken van het werk.

De dag plukken in Watou gedurende de zomermaanden is een must geworden.  Na al die jaren is die  plek in de Westhoek de incarnatie van een verlangen geworden, maar ook van een confrontatie met de maatschappelijke werkelijkheid die tot nadenken aanzet. Uit de spanning tussen beide groeide  iets opbeurends, iets zalvends.

De aanblik van Watou veranderde met de tijd: B & B’s vatten er post, het Douviehuis  werd verbouwd tot een riante vakantiewoning, wandel- en fietsroutes komen er langs, of vertrekken er, tal van  horecazaken verwennen er de bezoeker met heerlijke streekgerechten.

Het altijd weer verrassende Kunstenfestival dat er woord en beeld in een unieke context samenbrengt, belichaamde de voorbije 38 jaar beslist mee de hoop voor ‘het dorp op de Schreve’. De sculpturen, video’s, schilderijen en installaties prikkelen dit jaar  onze gedachten en fantasieën over verlangen en troost. Dichter Bernard Dewulf schreef voor de catalogus het indringende en beklijvende essay Van koffie tot genade. Over ons verlangen naar troost.

Ik deed tien locaties aan – de elfde is off-Watou in Poperinge en reserveerde ik voor een later bezoek.

HET FESTIVALHUIS

Uitgelicht

Dit jaar gewijd aan de Nederlandse dichter Gerrit Kouwenaar (1923 -2014) zijn leven en werk.

Bij een gedicht van Peter Verhelst,  letterkunstenaar Maud Bekaerts  Nooit komt een eind aan ons verlangen, 2018

Whale Spotting

Je kijkt naar de zon boven de zee. De roerloos hangende meeuw.
De ene ademhaling waarin de zon zo trillend, waarin de walvis zo zwart
Uit het diepe duistere zuchten van de zee oprijst, dat ene ogenblik
Waarin de zon zo blikkert dat hij de walvis opslokt.

Dat is de seconde waarin iets in ons zich naar binnen vouwt.

Niet de blinde vlek van de walvis
Maar dat we hierheen gekomen zijn
Omdat we deel willen uitmaken
Van dat wonder

Van niets
Dat we zijn.

Het gat van mij, roetzwart
Rond de walviszwarte vorm
Van jou.
Nooit.

Nooit

Komt een eind aan ons
Verlangen.


Peter Verhelst
uit: Zoo van het denken, Prometheus, 2011
(nieuwe versie voor Kunstenfestival Watou)


zonder titel, 2018 – KATRIN DEKONINCK (B)
When my bones melted I could no longer see the difference between right and wrong, 2011-2017 – TORI WRÅNES (NO)
Voorgrond: Jessica, 2014 – ANTON COTTELEER (B) Achtergrond: 51°03′ 11. 82” N 3°39′ 18. 99″, 2011 – HANNE VAN ROMPAEY (B)

VIJFHOEKSTRAAT 13

Ma (n) donna, 2014 – JOSE COBO (ES)
Magic Mama, 2018 – NADIA NAVEAU (B)

DE KASTEELTUIN

Stolen moments, 2014 – LUK van SOOM (B)

DE DOUVIEHOEVE

De film The Girl, 2017 van HANS OP DE BEECK (B) waarin een meisje een eenzaam leven leidt te midden van dromerige landschappen, duistere wouden en weidse afvalbergen. Ze beweegt zich tijdens de nacht, de vroege ochtend en in wind en regen voort op haar bakfiets en verzamelt het meest noodzakelijke om te over leven in het bos en in industriële gebieden.

De zachte en majestueuze esthetiek, de explosieve kleuren van textielkunstenaar SHEILA HICKS

Escalade beyond chromatic ends, 2017 – SHEILA HICKS, USA

Voor ROIG trekt het licht de figuren aan als motten maar eens dichtbij worden ze erdoor verblind. Voor hem staat licht niet symbool voor kennis maar voor wat ons in onze huidige maatschappij desensibiliseert.

Sperma Infinitum, 2013 – BERNARDI ROIG (ES)
De buitensculpturen van FRAUKE WILKEN (D)

DE GRAANSCHUUR

Determined, 2017 – LUDOVIC LAFINNEUR (B)
My secret rose garden crazy for you 180202, 2018 – ARNE QUINZE (B)
HART

Er is iets gaande in mijn hart,
het vouwt zich open als een bloem.

Ik zag het in een droom, een bloem die voortdurend opengaat
als een stomende waterval
het gaat maar door het lijkt wel een perpetuum mobile
of zo'n trap van Escher.

Vanochtend voelde ik de knop van de bloem
onder mijn huid.
Eerst nog onopvallend maar ze groeit!
Mijn huid barst open.
Ter hoogte van mijn thymus staat nu de frisgroene knop.
Ik draag haar als een parel.

En nu beginnen de blaadjes zacht te openen.

Op een bepaalde manier stelt het me gerust.

Ja ik geloof in buitenissigheden
mensen die door muren lopen, kunnen lezen met hun ogen dicht
contact met planten en bomen,
dit valt in eenzelfde categorie.

Ik kan haar niet meer verstoppen, mijn bloem, mijn hart.


Marije Langelaar
uit: Vonkt, De Arbeiderspers, A'dam, 2017

HET PAROCHIEHUISJE

Somewhere, 2018 – Franz Schmidt (D)

‘Somewhere over the rainbow’ (Judy Garland in 1938) of de hoop op het openen van een deur naar een plek waar problemen verdwijnen.

HET BRENNEPARK

Waarheen en dan terug, 2008 – LUK van SOOM (B)

Wie de kooi binnengaat en het hoofd in de gouden bol steekt, ziet een sterrenhemel en de akoestiek in de bol sluit de aardse wereld buiten. De bezoeker wordt even opgenomen in een universum van rust en ontsnapt aan de gevangenis van het aardse leven.

DE BROUWERIJ

Feux, 2018 – ADEL ABDESSEMED (DZ) Uit Le Chagrin des Belges

Le Chagrin des Belges, geïnspireerd door Hugo Claus’ Het verdriet van België zet een deur open naar een waargebeurde nachtmerrie in het Belgisch Congo van Koning Leopold II die ons land blijft achtervolgen. Hij nodigt de Belgen uit om dergelijke feiten niet te vergeten. Alle werken uit Le Chagrin des Belges zijn gemaakt van houtskool.

SONNET XIV

Als dan het koperen keteltje vol as
van wat ik was wordt leeggeschud
over het geduldig gras,
mijn lief, sta daar niet voor schut

en veeg de rimmel van je wangen.
Denk aan de vingers die deze regels schreven
in onze tijd van verlangen
en die je streelden tijdens hun leven.

En lach om wat ik was, onder meer
het gesnurk in de bioscoop,
de onderbroek die steeds afzakte,

de debiele grap en de logge loop
naar jou keer op keer
toen ik je warme weelde pakte.


Hugo Claus (1929-2008) 
uit: Nu nog (cd)

DE KERK

1000 cups, 2018 – Casper Braat (NL)

De verheerlijking van het bakje troost. Als bezoeker van het Kunstenfestival kan je één van Braats mokken mee naar huis nemen, als je het inwisselt tegen een persoonlijk kopje. De tassen representeren de massaproductie, die ons verleidt om onze eigenheid en ziel te verkopen.

Meer info: Kunstenfestival Watou 2018 nog t.e.m. 03 september 

Het verborgen weefsel – Stefaan Hertmans

Naar aanleiding van wat schrijver en dichter Stefan Hertmans vertelde over feminisme in het vijf uur durend gesprek dat hij aanging met Radio 1 journaliste Ruth Joos, begon ik zijn roman Het verborgen weefsel, De Bezige Bij, 2009 te lezen. Als een man in de huid van een vrouw kruipt, maakt me dat nieuwsgierig.

Laat me, om de inhoud te situeren, uitgaan van de flaptekst van de roman:

Het verborgen weefsel is een verslag van de innerlijke strijd van een veertigjarige vrouw. Wat vraagt haar schrijverschap, waarmee ze overhoop ligt, van haar? En waar is haar verloren zuster gebleven? De kloof tussen haar gedachten en het leven met haar man en dochtertje lijkt nauwelijks meer te overbruggen. Zelfs een reis naar het buitenland en een buitenechtelijke relatie kunnen haar niet tot zichzelf brengen.

Met subtiele toetsen wordt een intrigerend portret geschetst van een vrouw die leeft met alle verworvenheden van de emancipatie. Haar melancholie en haar creatieve vertwijfeling leiden naar een onverwachte ontknoping.

Hertmans vertelt in het gesprek met Joos dat schrijfsters als Ingeborg Bachmann, Marguerite Duras en Elfriede Jelinek hem hielpen toegang te vinden tot de vrouwelijke psyche. Hij noemde zijn protagoniste daarom ook Jelina. Zijn redactrice bij de uitgeverij herkende in haar de  postfeministische single van het begin van de 21ste eeuw.

Bas Groes spreekt in zijn artikel in DW B van ‘een subtiele roman omdat Hertmans een intense beleving van het menselijk bewustzijn en een complex spectrum aan  emoties weergeeft, die door de doorsneelezer zouden kunnen worden afgedaan als het nodeloos zwaarwichtige navelstaren van een verwende, bourgeois schrijfster.’ Bovendien vindt hij het ook een ‘onveilige roman’ omdat de auteur ‘formalistische risico’s neemt’ en de protagoniste ‘een onsympathiek karakter’ is.

Waarom bleef ik dan toch lezen? De problemen die de overgave aan het schrijverschap met zich brengt Niet het schrijven is moeilijk, zegt ze tegen de man in de stampvolle kroeg, maar het verlangen weerstaan om te schrijven als je niets te zeggen hebt. In die uren is de radeloosheid niet te verdragen, het dubbelleven van ontrouw, het geworpen zijn tussen begeerte en schuld, de ervaring van de onmacht van het zelf met betrekking tot het (ontschoten) woord …en het is alsof alle vezels, elke spier, elke zenuw in haar lijf betrokken is bij het vinden van een woord dat haar niet te binnen wil schieten, de vervreemding van  zichzelf, de illusie (het spook) van de hoop en het verlangen worden door Hertmans overtuigend in poëtische bewoordingen gevat. Haar ongerijmde stemming kent grillen en listen.[…] het is zo zwart als de poëzie waarover de dichter zei dat ze eenzaam op je wacht in de vorm van een jas aan de haak, ergens in een lange, lege gang.

En al komt alles fragmentarisch, als brokken dagboeknotities, op de lezer af – het gaat niet om een lineair verhaal en er zit geen ontwikkeling in het karakter van Jelina – de lezer begrijpt, tot in de vorm, dat het hier om een in scherven vallen gaat, om een crisis die misschien wel in een ruimere intellectuele crisis is ingebed.

       Wie nooit met stomheid geslagen was,

       En ik zeg jullie,

       Wie slechts zichzelf weet te helpen,

       En met woorden –

       Die is niet te helpen.

                            Ingeborg Bachmann

Jelina wil zich aan iets ontworstelen, feit is dat ze vooral typisch mannelijke klassiekers leest en citeert, wat de indruk laat ontstaan dat het voor haar als schrijfster om een inhaalmanoever gaat, om het vinden van een eigen soevereine identiteit als vrouw. De wereld daarbuiten lijkt letterlijk weg te vallen. Slechts hier en daar wordt verwezen naar de sociaal-politieke werkelijkheid (de Roma, naweeën van de dictatuur in Roemenië). Haar zesjarig dochtertje wordt gewoon ‘het kind’ genoemd. Vanuit haar depressieve, vaak melodramatische situatie doet ze verwoede pogingen (lezingen in het buitenland, een affaire beginnen) om uit het moeras, uit de rollercoaster van haar paradoxale emoties te komen, maar de heelheid die ze zoekt, lijkt voor haar niet meteen bereikbaar. Daarvoor zal ze haar privédomein moeten verruilen voor het publieke terrein; zal ze de grenzen van haar denken moeten transcenderen en ze verweven met het verborgen weefsel dat zichzelf weeft terwijl het rafelt en vergaat.

In het vertelstandpunt ontdekken we de dubbelheid van een afstandelijke niet nader bepaalde verteller naast het vertelde, de confessies uit de dagboeknotities. Hertmans is zich ervan bewust dat hij, als schrijvende ‘transgender’, slechts naar de intiemste vrouwelijke gedachten en emoties kan gissen.

Het einde van de roman is dan ook onverwacht maar niet helemaal onaangekondigd, men vergelijke het met het hoger aangehaalde motto van Ingeborg Bachmann en met de volgende passage uit het eerste deel van de roman Er moet helemaal niemand sterven aan het eind van een boek, zegt ze. De auteur moet gewoon wegwandelen, midden in het leven van de personages, ze moet hen minzaam overlaten aan hun stomme lot.