Verdraaid! Het nieuws anders bekeken – prof. dr. Baldwin Van Gorp – VAM

De nieuwsmedia krijgen vaak de schuld van wat er misgaat in de wereld. Veel discussies over de journalistiek eindigen in een gescherm met termen als ‘sensatiezucht’, ‘subjectiviteit’ en ‘roddel’, terwijl niemand die begrippen grondig definieert. Ook het begrip framing leidt een heel eigen leven in het publieke debat. Er is nood aan een genuanceerd beeld van de journalistiek: het gaat immers niet op om de nieuwsmedia een gebrek aan nuance te verwijten als die verwijten zelf de nodige nuance missen.

In Verdraaid! Het Nieuws anders bekeken kijkt hoogleraar journalistiek Baldwin Van Gorp met een open blik naar de media. Hij wil weten hoe het precies zit met journalistieke objectiviteit, tabloidjournalistiek en het gebruik van frames in het nieuws. Daarover gaat hij ook “in dialoog” met verschillende gerenommeerde journalisten zoals het ‘Watergate’-duo Carl Bernstein en Bob Woodward, winnaar van World Press Photo 2017 Burhan Özbilici, undercoverjournalist Günter Wallraff en buitenlandverslaggevers, zoals Rudi Vranckx, Robin Ramaekers, Peter Verlinden, Arnold Karskens en Jens Franssen.

In zijn voordracht pleitte Baldwin Van Gorp ervoor om de media niet tot zondebok te maken, als zouden journalisten slechts verspreiders van roddels, subjectiviteit en banaliteiten zijn. Het blijkt dat dit fenomeen al aan de orde was in 1843 volgens het boek ‘Les journalistes’ van Honoré de Balzac. Er gebeuren, gaf de spreker toe, soms zaken die beter niet plaatsvinden zoals het publiceren van foto’s van kinderen zonder de toelating van de ouders (busongeval Sierra, maart 2012) of verhalen verzinnen zonder bronvermelding (Perdiep Ramesan in de Nederlandse krant Trouw). Hier past de nodige zelfregulering om dat te voorkomen. Journalisten moeten werken onder voortdurend  stijgende werkdruk, tegen een deadline. Tijd en kwaliteit functioneren in dit verband als communicerende vaten. Journalisten moeten het lef hebben om achter de informatie aan te gaan zonder opdringerigheid. Zelfs tabloids en roddelbladen vervullen in deze context een maatschappelijke functie. Ze kunnen iets in beweging zetten (cfr. Pulitzer in de VS).

Wat zou wél beter kunnen in de journalistiek? Absolute objectiviteit blijkt niet mogelijk er blijft altijd een subjectief element in een artikel te ontwaren. Duiding, contextualisering, commentariëring vloeien soms door elkaar. Bij de gekende wie? wat? waar? wanneer? waarom? aanzetten voor een artikel blijft de waaromvraag de belangrijkste. Het is de generalisering waarin het management de journalist plaatst die ervoor zorgt dat er minder expertise, en specialisering mogelijk is. Er wordt minder gedubbelcheckt (single confirmed source). De pro- en contrabalans moet in een artikel zo goed mogelijk bewaard blijven (cfr. zomer- wintertijdargumentatie). Verder is het ook zo, volgens de spreker, dat met het alleen maar rapporteren van feiten de journalistiek het status quo bestendigt. Een subjectieve visie kan de zaken in beweging brengen.

Baldwin Van Gorp zou ten slotte graag wat meer framing dan polarisering in de journalistiek zien. Met betrekking tot bijvoorbeeld migratie bestaan er 16 verschillende frames gaande van ‘onschuldige slachtoffers’ tot ‘indringers’. Het is de taak van de journalist om hier de verschillende perspectieven aan bod te laten komen en niet steeds vanuit één frame te communiceren. De effecten van éénzijdige framing in de Vlaamse politiek werden vandaag o.a. in een artikel in De Morgen behandeld. Het betreft hier twee studies van de KU Leuven en de UGent  in opdracht van 11.11.11.

framing-grafiek-v2-640x360

De Vlaamse burger daarentegen denkt genuanceerder:

‘Uit Van Gorps representatieve steekproef bij duizend Vlamingen blijkt namelijk dat we eerder onbeslist staan tegenover migratie. Op een schaal die schakeert van ‘grote aversie’ tot ‘grote sympathie’ blijkt dat de grootste groep onder ons, bijna een kwart, een neutrale houding aanneemt. De op een na grootste groep van bijna een op de vijf is net wat positiever en de op twee na grootste groep nog wat positiever.

En wanneer je Vlamingen vraagt te kiezen tussen de vier meest courante frames, dan kiest de grootste groep (een op de drie) spontaan voor het perspectief van de slachtoffers. “Men voelt intuïtief aan dat het slachtoffers zijn, maar mensen twijfelen wel of hen helpen allemaal wel waar te maken is”, zegt Van Gorp.’ – De Morgen 28/09/2018

Het hoeft dus geen verder betoog dat de voordracht van professor Van Gorp op grote interesse kon rekenen, vooral ook omdat we de genuanceerde, objectieve wetenschapper aan het woord hoorden.

foto: KU Leuven

Baldwin Van Gorp is als hoogleraar journalistiek verbonden aan het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven. Na een journalistieke loopbaan promoveerde hij aan de Universiteit Antwerpen met een proefschrift over de framing van asielzoekers in de Belgische pers. Hij geniet nationaal en internationaal erkenning als framingexpert en verbleef aan de departementen journalistiek van de University of Texas at Austin in de VS en Stellenbosch University in Zuid-Afrika. Baldwin Van Gorp houdt ook een blog bij De passies van Baldwin Van Gorp: woorden, beelden, frames.

Advertenties

De acht bergen – Paolo Cognetti*****

Wat zal ik nog toevoegen aan de lovende recensies die Paolo Cognetti met zijn roman De Acht Bergen, De Bezige Bij, 2017 ten deel vielen. De man sleepte bovendien een rist literaire prijzen in de wacht met name de Premio Strega, 2017 de Premio Strega Giovani, 2017 en de Prix Médicis étranger, 2017.

Ik begon dit prachtige verhaal over vriendschap en de relatie tussen mens en natuur en las het in één ruk uit. Zo helder en elegant ingehouden de beschrijving van de relaties tussen de familieleden onderling en de bewoners van het bergdorp Grana (Val d’Aosta); zo raak de observaties gedurende de talloze bergwandelingen in de Westelijke Italiaanse Alpen en later in de Himalaya, de lezer ontwaart er moeiteloos de auteur-documentairemaker; zo ontroerend de ontwikkeling van de vriendschap tussen de hoofdpersonages: de stadsjongen Pietro en de boerenjongen Bruno. Een vriendschap die een geheim inhoudt dat alleen zij beiden delen.

Maar wie had hij buiten mij dan wel gekend op deze wereld? Vroeg ik me af. En wie had mij gekend, behalve Bruno? Blz. 238

Het hele verhaal straalt een oprechte authenticiteit uit en telt structureel een inleidend hoofdstuk en drie delen (I. De bergen uit mijn kindertijd II. Het huis van verzoening III. De winter van een vriend) en twaalf hoofdstukken. Hoofdstuk Acht, acht symbolisch het getal van de overgang van het oude naar het nieuwe (beiden verloren hun vader) is meteen ook het einde van het tweede deel. In hoofdstuk Negen vernemen we dan een verhaal van een Nepalese sherpa, het verhaal van de acht bergen. Het is dit wijsheidsverhaal van een oude bergbewoner dat Pietro in de laatste vier hoofdstukken op zijn en Bruno’s bestaan legt.

De man pakte een stokje en tekende er een cirkel mee op de grond. Het was een volmaakte cirkel, je kon zien dat hij het vaker deed. Daarna tekende hij een diameter in de cirkel, toen een tweede haaks op de eerste, en toen nog twee deellijnen, zodat hij een cirkel met acht stralen kreeg. […] ‘Wij zeggen dat er in  het centrum van de wereld een heel hoge berg staat, de Sumeru. Rond de Sumeru bevinden zich acht bergen en acht zeeën. Dat is voor ons de wereld.’ […] ‘En we zeggen: wie zal meer hebben geleerd, hij die de tocht langs de acht bergen heeft gemaakt of hij die de top van de Sumeru heeft bereikt?’ Blz. 186

Cognetti lijkt in dit boek een pleidooi te houden voor het in hun waardigheid en authenticiteit laten bestaan van mens, milieu en bedrijvigheid. De metafoor van het jonge lariksboompje dat volgens Bruno niet zomaar te verplanten is, wijst ook in die richting. In de bergwereld heeft alles een eigen plek! Ook het inzicht … dat er in sommige levens bergen bestaan waar je niet naar terug kunt keren.

Een absolute aanrader!

 

De bomen en het bos, de landbouw en het klimaat en Laudato Si’

update

De periode van 1 september tot 4 oktober, feestdag van Franciscus van Assisi, werd voor diverse christelijke kerken  de Scheppingsperiode  . Met de campagne Het klimaat ligt op ons bord. Kies lokaal wil het Netwerk voor Rechtvaardigheid en Vrede (NVR) onze aandacht vestigen op de Korte Keten. De inspiratie gaat uit van de groene encycliek Laudato Si’. Morgen op de Dag van de Landbouw, houden diverse landbouwbedrijven open deur. In onze gemeente de CSA-boerderij De Plukheyde.

CSA-boer Koen van de Plukheyde geeft uitleg over zijn biologische groente-, kruiden- en kleinfruittuin op de Openvelddag.

Een fijne twijg noemt men ook wel eens een ‘teen’,
Of, in het oud-Nederlands: ‘thuun’.
Je kan ze vlechten en er een omheining van maken.
Zo ontstond het woord ‘tuin’.

Tuin, erf, hof, gaard, veld, lochting, akker, weide…
Het zijn eeuwenoude woorden, nauwelijks veranderd,
en met hun betekenis zelfs goed herkenbaar in verwante oude talen
zoals het oud-Noors, oud-Saksisch of Hoogduits
Zoek het maar eens op in een etymologisch woordenboek.

Logisch eigenlijk, want het gaat over de plaatsen
waar mensen hun voedsel winnen, nog steeds.
Plaatsen van levensbelang,
al durfde onze generatie daar wel eens aan te twijfelen.
Is voedsel immers niet spotgoedkoop,
alomtegenwoordig in de supermarkt,
en zelfs in de afvalcontainers?

Maar kijk, we zien nieuwe woorden opduiken,
zoals de Voedselteams, de Korte Keten,
of de CSA (Community Supported Agriculture)
waar mensen uit de buurt de boer bestaanszekerheid geven,
door in het begin van het jaar een vast bedrag te betalen
in ruil voor de levering van groenten gedurende het seizoen.

Of zoals de ‘Buurderij’,
waar buren samen online kopen,
rechtstreeks bij de boeren van de streek.

Nieuwe woorden zei je?
Hetzelfde etymologisch woordenboek levert een verrassing op.
De woorden ‘buur’, ‘boer’ en ‘(land)bouwer’ zijn familie van elkaar.
Ze stammen af van één oud woord.
Het leverde verschillende begrippen op,
zowel voor het samen bewonen als het verbouwen van het land.

De Buurderij is dus geen nieuwe vondst,
maar de herontdekking van een eeuwenoude wijsheid:
Eet van wat de grond opbrengt, daar waar je woont
en samenwerkt en gemeenschap vormt
en bouwt aan een vruchtbare aarde,
ook voor wie na ons komt.


(Uit Van Dale Etymologisch woordenboek: bū(w)āri ‘boer, akkerbouwer’ (mhd. būwaere) is met achtervoegsel -āri als nomen agentis rechtstreeks gevormd bij het werkwoord būan ‘bewonen, verbouwen’ en heeft geleid tot nhd. Bauer ‘boer’. Het is dus homoniem met het tweede lid van Gebauer ‘buur’. Buur heeft als oorspronkelijke betekenis ‘bouwwerk’, vandaar buurt, geburen, bouwen.)


‘Hij ziet door de bomen het bos niet meer’.
Een gekend gezegde. Het gaat vaak ook letterlijk op, helaas.

Bomen zijn zeer gegeerd, althans sommige soorten.
Tropisch hardhout is zeer geschikt
voor ramen, meubels, veranda’s of dakconstructies.

Ander hout is grondstof voor papier, vezelplaat, triplex, fineer,
of eindigt op de brandstapel, als goedkope energiebron.

Er word dan ook veel geld verdiend met bomen,
zoveel dat grote bedrijven alleen nog de bomen zien.
En niet het bos.

Niet de geneeskrachtige planten,
Niet de noten, de vruchten, en de eetbare paddenstoelen.
Niet de voedselgewassen van de boslandbouw.
Niet de productie van compost.
Niet de bladeren en planten die geschikt zijn als veevoer.
Niet de planten die vezels leveren, of olie, of natuurlijke verfstoffen of pesticiden,
Niet de leveranciers van gebruiksvoorwerpen.
Niet de bijen en hun honing, de bloemen en hun parfum
Niet de dieren, eetbare en andere.
En al helemaal niet de kruiden waarvan geen nuttig gebruik gekend is,
en die gewoon mooi zijn.

Ze zien de bomen,
En niet de onderlinge samenhang en afhankelijkheid,
de kwetsbaarheid.

Niet het ondergronds netwerk van wortels
dat de bodem samen houdt,
en het regenwater vasthoudt als een reusachtige spons.

Niet het bladerdek
dat het zonlicht filtert, en de temperatuur regelt
dat water verdampt, zodat het elders opnieuw kan regenen.

Niet de insecten, schimmels en bacteriën
die de afgevallen bladeren recycleren tot humus en voedsel.

Ze zien de bomen,
en niet de mensen die er leven.
Niet de eeuwenlang opgebouwde kennis
over al deze schatten en hun gebruik
en over hoe je moet handelen
om dit alles ongeschonden door te geven
aan de komende generaties.

Ze delen het bos en zijn bewoners op
in ‘bomen’ en ‘onkruid’ en ‘primitieven’.
De bomen zijn om te kappen,
het onkruid om te verbranden,
de primitieven om hun biezen te pakken,
en de bodem om ertsen te ontginnen, stuwdammen te bouwen,
of plantages te maken voor veevoeder en biobrandstof.

Dat noemen ze economische vooruitgang
en ontwikkeling.

“Vorig jaar zijn in de hele wereld ruim 200 mensen vermoord omdat ze zich hadden ingezet voor het milieu. Dat is het hoogste aantal ooit, zegt Global Witness. Bijna 2 op de 3 van die natuuractivisten zijn vermoord in Latijns-Amerika. Ze hadden zich meestal verzet tegen de genadeloze woudkap. De opdrachtgevers voor de moorden zijn te vinden in de grootschalige agro-business. De meeste slachtoffers zijn leiders van lokale gemeenschappen, parkwachters en gewone burgers die zich verzetten tegen woudkap. In Zuid-Amerika moet het oerwoud nog altijd wijken voor de veeteelt, en de productie van katoen, palmolie, soja en rietsuiker. Ook de uitbreiding van de mijnbouw en olie- en gasboringen eisen mensenlevens. De daders zijn dikwijls paramiltaire bendes die hun opdrachten uiteraard elders krijgen, tot uit regeringskringen.” – VRT – 24 juli 2017 – Lucas Vanclooster

Bron: Kerknet