The Greening of America – Charles Reich

My goal in life is to make people think. If I do that, I’ve been a success. – Charles Reich

Advertenties

Mijn vorige log over de turbulente jaren zestig zette me ertoe aan om opnieuw Charles Reichs The Greening of America te gaan lezen. In een E-bookeditie uit 2012 van Head Butler Books vond ik een verkorte editie, herwerkt door Jesse Kornbluth en voorzien van een nieuw voorwoord en een nieuw laatste hoofdstuk door de op dat ogenblik 83-jarige Charles Reich.

Jesse Kornbluth bezorgde de editie voor Head Butler Books omdat hij meende dat in het verkiezingsjaar 2012 het boek interessant zou kunnen zijn voor alle Amerikanen die zich om politiek bekommeren, want, zo stelde hij, ‘we maken de pijnlijke strijd mee van een presidentiële campagne die zich precies afspeelt rond de thema’s uit dit boek.’  Het ging toen om de herverkiezing van president Barak Obama. Ondertussen is Amerika in het Trumptijdperk beland en hebben we al tal van analyses in de media gepresenteerd gekregen  over hoe dat dan precies is kunnen gebeuren. We hadden toch een democra(a)t(e) verwacht.

There is a revolution coming. It will not be like revolutions of the past. It will originate with the individual and with culture, and it will change the political structure only as its final act. It will not require violence to succeed, and it cannot be successfully resisted by violence. It is now spreading with amazing rapidity, and already our laws, institutions and social structure are changing in consequence. It promises a higher reason, a more human community, and a new and liberated individual. Its ultimate creation will be a new and enduring wholeness and beauty — a renewed relationship of man to himself, to other men, to society, to nature, and to the land. This is the revolution of the new generation. – Chapter I : The Coming American Revolution

Charles Reich herlezen maakt duidelijk hoe Trump de presidentsverkiezing kon winnen door de belofte de klok te zullen terugdraaien. Volgens Reich bestaan er drie types bewustzijn nl. Consciousness I  ziet Amerika zoals het was voor de economische machine haar intrede deed. Het is het 19de eeuwse bewustzijn. Consciousness II ziet die economische machine haar werk doen maar is blind voor de verwoestende neveneffecten ervan, het is het bewustzijn van de eerste helft van de 20ste eeuw. Terwijl Consciousness III buiten het systeem probeert te kijken naar oplossingen voor die neveneffecten. Dit is het bewustzijn van de nieuwe generatie uit de tweede helft van de 20ste eeuw.

In negen hoofdstukken wordt vervolgens uiteengezet welke omwenteling Amerika te wachten staat, hoe Consciousness I alle zin voor de realiteit verliest, hoe door Consciousness II de economische machine aan een trage maar zekere zelfdestructie bezig is en hoe tenslotte Consciousness III die van de nieuwe visionaire generatie is die buiten de lijntjes kleurt, voor zichzelf en de maatschappij verantwoordelijkheid opneemt en zijn creatieve, meest persoonlijke  weg baant,  gebaseerd op een diepe en spontane intuïtie dat het anders moet. Een omwenteling, revolutie zo je wil, volledig gebaseerd op bewustzijn dat zich bottom up en niet top down voortplant en vaste voet aan grond krijgt, bijna onopvallend omdat het een bewustzijn in de richting van het herstel van het individu is en dus ook van de gemeenschap, de maatschappij waarin dat individu leeft en werkt. In een laatste hoofdstuk vertelt Reich hoe de generatie van het einde van de jaren zestig hem wakker schudde uit zijn Consciousness II slaap.

De wapenwedloop (Koude Oorlog) en oorlog (Vietnam), de klimaatcatastrofe die de planeet en de beschaving bedreigt, de value-added-economics  of de economie die rekening houdt met hoe en waar producten geproduceerd worden, het probleem van het woningtekort, de povere sociale zekerheid en het gebrek aan onderwijsondersteuning, de hoge taksen en slechte verkeersinfrastructuur, de stijgende repressie, de achteruitgang van de democratie in het land waren thema’s die toen door de nieuwe generatie op originele manier onder de aandacht werden gebracht. Ze waren en zijn niet alleen in Amerika aan de orde maar ook in Europa.

De vijanden van de vreedzame omwenteling van Consciousness III hebben ongelijk, aldus Reich. Hun vijandschap is blind voor de destructieve aspecten van Consciousness II en slechts gebaseerd op angst voor verlies van macht. Alleen het gestage groeiende getal en de leefstijl van Consciousness III zal uiteindelijk de economische machine doen keren in een nieuwe richting, zo besluit hij.

Nog steeds een actueel en visionair werk dat aanzet tot denken!

Charles A. Reich (geboren 20 mei 1928) is een Amerikaanse jurist, sociale wetenschapper en schrijver die professor was aan de Yale Law School toen hij de 1970-lofzang schreef van de jaren ’60 jongerentegencultuur The Greening of America. Uittreksels van het boek verschenen voor het eerst in The New Yorker, en het overweldigende succes daar hielp het boek toen naar de top van de New York Times bestsellerslijst.

 

Ik was 15 in 1967

In maart 2016 verscheen het bericht dat uitgeverij Suhrkamp de Duitse vertaalrechten al op zak had van ‘De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis’ van Vlaams dichter-literatuurhistoricus Geert Buelens en dit nog voor het boek in september van hetzelfde jaar bij Ambo/Anthos zou verschijnen. Knack-magazine meldde toen:

Het was de laatste tijd stil geworden rond Buelens, dichter én vooral literatuurprof moderne Nederlandse literatuur aan de universiteit van Utrecht. Nu blijkt dus waarom. Hij was al die tijd bezig met het schrijven van een andere, meer globale kijk op de sixties waarin veel meer omging dan alleen maar de opkomst van de pop- en tegencultuur van de 68-ers generatie. Buelens zal in zijn cultuurgeschiedenis natuurlijk ook aandacht hebben voor de iconen van die jeugdige counterculture, zoals Bob Dylan, de provo’s en de minirok. Maar daarnaast laat hij ook zijn licht schijnen over mainstreamcultuur, zoals ‘The sound of music’ dat minstens even belangrijk is om dit decennium te begrijpen. En vooral: niet alleen de westerse ontwikkelingen in San Francisco of Parijs komen aan bod maar ook de culturele dynamiek in Azië, Latijns-Amerika en Afrika.

Vorige week verscheen het artikel Van San Francisco tot Bilzen – Geert Buelens in hetzelfde magazine en dat scherpte mijn appetijt aan om het boek te gaan lezen:

Waar de jeugdcultuur tot dan ofwel controversieel was (Elvis, nozems) of zich vooral in de beslotenheid van huiskamer of danszaal afspeelde (Twist) of in het buitenland (The Beatles) bood de Flower Power het ideale vehikel om de veeleer afwachtende of conservatieve goegemeente mee te krijgen. Want wie kon er nu tegen bloemen of de liefde zijn? De organisatoren maakten duidelijk dat dit om veel meer ging dan het promoten van nieuwe, luide muziek. Op 25 augustus zou het Limburgse Bilzen in zijn geheel omgetoverd worden tot een ‘popdorp’. De bomen werden in fluorescerende kleuren gespoten en ook de straten en de lichamen van wie zich aandiende zouden worden beschilderd. De 35.000 aangevoerde bloemen versierden niet alleen het festivalterrein, maar werden ook uitgedeeld aan bejaarde inwoners die, de zomerse tradities getrouw, op stoelen voor hun eigen huis zaten te breien of keuvelen. In ruil moesten ze dan wel de invasie van hun dorp doorstaan. Maar liefst 10.000 bezoekers trok de happening en wie met de trein arriveerde, werd in een grote Love-optocht door een doedelzakspelende Wannes Van de Velde van het station naar het festivalterrein gebracht. Zo gedemocratiseerd en alomtegenwoordig waren de kunsten zelden of nooit geweest in dit land.

Adolescenten die we waren in die ‘roaring sixties’ beseften we maar al te goed dat er andere tijden zaten aan te komen. We braken uit de schoolmuren, belandden in woelige Leuvense betogingen en trotseerden winterse kou en waterkanonnen, maar moesten terug. De sancties thuis en op school waren niet zacht. We luisterden met gespannen aandacht naar vriendinnen die naar Bilzen trokken en betreurden dat de thuisautoriteit dat verbood. De kleine transistorradio (op zonnebatterij, jawel) ging overal mee en hield ons, wat de internationale popmuziek betrof, via de piratenzenders Radio Veronica en later Mi Amigo (Radio Caroline) geüpdatet. De stijliconen uit die hippietijd, we hadden ze in de Leuvense uniefjaren in onze rangen. We voelden echter dat  we als net iets jongere generatie, die op een scharniermoment balanceerde (The Greening of America, 1970), verder wilden gaan. We trokken de kaart van het brede alternatieve, sociale engagement. Er waren de autoloze zondagen, de derdewereldbeweging kwam op gang en we wilden ‘anders gaan leven’, groener, hoopvoller, bewuster in de omgang met  wat Moeder Aarde ons schonk. We gingen ecologisch tuinieren, legden ons consumeergedrag aan banden, recycleerden en herbruikten dat het een lust was, probeerden in massabetogingen de wapenwedloop te beteugelen en democratiseringsprocessen op studie- en werkterrein aan te sturen. We waren de erfgenamen van de ‘hippietegencultuur’ en geloofden in een alternatief sociaal ideaal.

Het portret dat Geert Buelens van die hippiegeneratie schetst – hoewel hij het levenslicht zag op het ogenblik dat wij midden in de door hem beschreven periode de nieuwe bewustzijnsstroming probeerden vorm te geven – is, verwijzend naar de kern van de songtekst ‘San Francisco 1967’ van Scott McKenzie zo raak:

Hier kwam een generatie aan het woord die ‘in beweging’ was – die zelf richting aan de geschiedenis en haar eigen bestaan wilde geven.

We leken misschien ‘naïeve dromers’ maar hielden ons politiek, economisch, sociaal, cultureel en spiritueel gefocust op ons doel. Niet helemaal zonder succes, stel ik vandaag vast, als ik de brede groene beweging zie die sinds dan op gang kwam.

Pittige toemaat uit Neerlandistiek.nl:

De Louis Peter Grijp-lezing 2017 door prof. dr. Geert Buelens ‘De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde’

De Wereld van De Wachter – Dirk De Wachter*****

In De wereld van De Wachter. Uitgeverij Lannoo Campus, stapt psychiater Dirk De Wachter uit zijn psychiaterstoel  en geeft in 13 hoofdstukken – met vooraf een paar inleidende stukjes en aan het einde een Nawoord en Bronnenlijst- een lucide kijk op ‘zijn wereld’, die ook onze wereld is, ons daarmee binnenloodsend in zijn visie op God?, Stil?, Totaal?, Klein?, Zin?, Economie?, Vlucht?, Tijd?, Moeten?, Jeugd?, Virtueel?, Lichaam?, Kunst? Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een citaat uit . Vasili Grossmans roman Leven & Lot  Volgens De Wachter „de grootste schrijver van de twintigste eeuw, naast Marcel Proust en Thomas Mann”.

Moeten ? „We zijn bang voor verveling, maar vooral van de stilte die ze met zich meebrengt. Die confronteert ons met de tijd, op een andere manier dan de drukte doet. Waar de drukte ons de illusie oplevert dat we de tijd voorbij kunnen lopen, als we maar snel genoeg zijn, haakt de stilte ons vast aan het eindige moment.” blz. 126

De auteur slaagt erin om moeilijke materie toegankelijk weer te geven. Hij stelt zich op als een zoekende met de zoekenden, iemand die durft niet-te-weten maar die in alles wat hij kritiseert de blik hoopvol en liefdevol op de Ander houdt. In Borderline Times diagnosticeerde hij met een klinische blik de maatschappij. In dit boek wil hij echter dat medische kader loslaten om zo ‘in een diepere laag waarin complexe, paradoxale, soms onbegrijpelijke krachten spelen’, te komen. Van die krachten probeert hij een staal te nemen. Daarbij moet de onbegrijpelijkheid van het Zijn, ons niet machteloos of cynisch maken, stelt hij. Het denken zelf heeft zin ook al leidt het niet altijd tot directe en efficiënte oplossingen […]. Het geruststellende kader wordt losgelaten, de onzekerheid neemt terug toe, de gemakkelijke oplossingen worden steeds weer in vraag gesteld.

“De antwoorden voor de wereld kunnen nooit definitief zijn, maar altijd weer zoekend, hortend, corrigerend. Het menselijke wezen zoekt blijvend zin in de worsteling met zijn onbegrijpelijke lot.” blz. 11

De auteur voelt zich ongemakkelijk omdat hij zelf niet ontsnapt aan de wetten van de ikkige tijd maar  beklemtoont dat we zijn in de blik van de Ander, de face-en-face- avoir l’ autre dans sa peau, zoals Levinas dat zo krachtig uitdrukt en hij verklaart zich voor enkele van zijn rijke gedachten ook schatplichtig aan de Nederlandse filosoof Sam Ijsseling en voor meer begrip over de multiculturele wereld in verandering aan de visionaire scherpzinnigheid van  Hind Fraihi.

Dirk De Wachter profileert zich in dit boek als een gids die durft te hopen dat het kleine Goede het grote Kwaad uiteindelijk zal beteugelen. Hij heeft geen pasklare antwoorden voor de ellende en het verdriet van onze tijd en geen specifieke raadgevingen maar kijkt hoopvol naar solidaire bottom-up-initiatieven en schrijft een belangrijke rol toe aan de kunst, die bijzondere aspecten van onze ongrijpbare essentie kan doen oplichten.

In een interview met De Wereld Morgen:

U besteedt veel aandacht aan de rol van kunst en cultuur in uw boeken. Toevallig in tijden waarin die onder vuur liggen en zich voortdurend lijken te moeten bewijzen.

“Kan kunst de wereld redden? Volmondig ja. Ook kunst kan de wereld redden, met de nadruk op ‘ook’. De kunsten zijn geen eiland. Ze bestaan bij gratie van de wereld, de samenleving. De wereld definieert de kunsten. Maar engagement in de kunst kan ook doorslaan. Al te geëngageerde kunst, kunst die een stellige boodschap vertolkt is propaganda, geen kunst. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de nazikunst. De kunstenaar moet blijven vragen stellen.

Ik moet nu spontaan denken aan Bukowski’s gedicht ‘Style’.

“Style is the answer to everything.
A fresh way to approach a dull or dangerous thing
To do a dull thing with style is preferable to doing a dangerous thing without it
To do a dangerous thing with style is what I call art

Bullfighting can be an art
Boxing can be an art
Loving can be an art
Opening a can of sardines can be an art”

Het is niet zozeer wat je doet, maar hoe je dingen doet die ze betekenis geeft.

Kunstenaars zijn visionairen, zij voelen dingen aan die de rest van de wereld (nog) niet ziet. Zij zijn perfect geplaatst om onze ogen te openen voor wat we doorgaans negeren.”

Ondanks uw kritische stem toont u zich erg mild voor het individu. U bent scherp voor structuren, maar ontziet de mensen.

“Dat klopt. Wanneer ik tegenover iemand zit die de meest ondenkbare racistische uitspraken doet, dan keur ik die niet goed, maar probeer ik te begrijpen wat er gaande is. Ieder mens heeft zijn verhaal, zijn achtergrond en geschiedenis. Achter het zichtbare zit veel verborgen wat we niet weten. Ieder mens is kwetsbaar. Tegenover die kwetsbaarheid moet je mededogen stellen.

Voor mij is kwetsbaarheid een talent. Een groot deel van de menselijke creativiteit komt voort uit kwetsbaarheid. Maar onze samenleving heeft maar weinig plaats voor het kwetsbare. Tegelijkertijd worden structuren wel gemaakt door mensen en zijn het ook alleen mensen die ze kunnen veranderen. Structuren zijn geen anonieme entiteiten en ze zijn niet van “de anderen”. We zijn allemaal verantwoordelijk.

“We willen alles perfectioneren, alles lijkt maakbaar, als je maar hard genoeg je best doet. Zelfs in de liefde willen we de ander kneden, zoeken we naar de perfecte relatie op maat. We zijn ziek in maakbaarheid. We hebben God in de hemel afgeschoten en zijn zelf God geworden. Dat is een vergissing. Ik pleit voor zingeving en aandacht voor zorg, maar wel als universele waarden, niet vanuit een conservatieve of religieus geïnspireerde visie. Mijn pleidooi betekent dus niet dat we terug moeten naar hoe het vroeger was, naar de verzuiling en de betutteling, maar wel dat we moeten nadenken hoe we deze nieuwe tijd vorm willen geven.” uit: De Wereld Morgen – Bieke Prunelle