Psalmen – Hirsch Grunstein***

Een Joodse geschiedenis op een Vlaamse zolderkamer

Advertenties

Psalmen (vertaald uit het Engels voor Altiora Averbode door Mary Bodson) speelt zich af in Vlaanderen en is een ongewone Holocaust autobiografie. Het gaat om een overlevingsverhaal, niet gesitueerd in een concentratiekamp of op de vlucht door de velden en bossen van Oost-Europa. Het zijn de herinneringen van een Joodse jongen gedurende de vier jaar Duitse nazibezetting. De herinneringen aan een leven vol stress en angst op de onderduikadressen. Grunstein dwingt bewondering af voor de nauwkeurigheid waarmee hij de feiten en gevoelens van 60 tot 70 jaar geleden uit zijn geheugen weet op te diepen en weer te geven in levendige beschrijvingen. Dit verschijnsel van het haarfijn herinneren werpt een bijzonder licht op de functie die het lezen van de psalmen voor hem hadden. Vandaar de keuze van de titel.

Terwijl 25.000 tot 60.000 Joden in ons land naar het concentratiekamp van Auschwitz gedeporteerd werden en niet terugkeerden, laat dit boek toch de indruk na dat er in ons land veel mensen zich om het lot van de Joden bekommerden en ze daardoor ook minder de verschrikkingen moesten ondergaan, die de Oost-Europese Joden ten deel viel.

In het hele boek komt slechts één cruciaal moment voor waar het fataal dreigt af te lopen maar het tij keert, er groeit weer hoop en de Grunsteins kunnen als familie elkaar weervinden.

De Grunsteins, oorspronkelijk afkomstig uit Polen, emigreerden in 1930 naar België en waren vrij goed ingeburgerd in de bloeiende diamantindustrie van Antwerpen tegen de tijd dat de Wehrmacht binnenviel in mei 1940. Ze vluchtten eerst naar Frankrijk, maar daar was geen haven en ze keerden snel naar huis terug. Vreemd genoeg met de aanmoediging van de winnende nazi’s. In het begin leek alles bijna normaal, maar de nazi’s hebben hun wurggreep geleidelijk aangescherpt, met het bannen van de Joden uit bedrijven, scholen en een groot deel van de stad. In 1942 werden invallen in de Joodse wijk gevolgd door deportaties, ogenschijnlijk om te gaan werken in Duitsland.

Ten slotte werd in september 1942 besloten om de jonge Henri (hij was 14) en zijn jongere broer Sylvain te plaatsen in Belsele. Hun gastheren, Adrienne en Gaston, verborgen Hirsch (Henri) in een kleine zolderkamer. En het daaropvolgende anderhalf jaar bracht Grunstein het grootste deel van zijn dagen door met onder te duiken, uit het raam te kijken of te lezen uit het kleine boek Psalmen dat zijn vader hem had laten meenemen.

Dit deel in het boek is het meest fascinerende en provocerende van het verhaal – men kan zien waarom hij het boek “Psalmen” noemde. Verbazingwekkend hoe hij zich herinnert welke impact de psalmen op hem hadden, hoe ze herinneringen ophalen aan zijn jeugd in synagoge en school, en inspirerende visies op verschillende aspecten van het jodendom geven. Het gezin was orthodox, heel plichtbewust en Henri probeert op zijn minst enige schijn van die orthodoxie te behouden in de volledig niet-Joodse omgeving van Belsele. Hij slaagde er zelfs in om één Yom Kippoervasten te houden. En, wanneer hij de Psalmen niet leest, brengt hij veel van zijn tijd door met fantaseren, uit het raam staren en die scènes en zijn fantasieën beschrijven.

In dit boek trof mij vooral de vastberadenheid, de volharding, de positieve levenshouding van de jonge Hirsch en het fenomenale geheugen van de 70 jaar oudere ingenieur-autobiograaf. Ook de grootmoedigheid van de betrokken Vlaamse families die voor deze mensen in de bres sprongen en daardoor o.a. zelf in Ravensbrück belandden, dwingt veel meer dan respect af. Om het met de woorden van Hirsch’s moeder te zeggen: “Ik zou nooit voor anderen gedaan hebben wat zij voor ons gedaan hebben. We waren tenslotte volkomen vreemden voor hen.” 

De Van Dammes, Van Pouckes en Grunsteins bleven dan ook vrienden voor het leven.

Martin Luther King en wij. Een emancipatie zonder einde – Paul Scheffer e.a.

Martin Luther King jr. en wij. Een emancipatie zonder einde. (uitgeverij VU, Amsterdam, 2010) is een essaybundel waarin Paul Scheffers lezing door vier auteurs met name Frans Verhagen (publicist – hoofdredacteur van amerika.nl), Halleh Gorashi (professor VU Amsterdam), James Kennedy (professor UvA) en Ad Verbrugge (professor VU Amsterdam) nu eens bevestigend dan weer kritisch becommentarieerd wordt.

Uit het voorwoord door Bart Voorsluis en  Theo Wierema:

Ongetwijfeld verschilt de situatie van Martin Luther King van de problemen van onze complexe multi-etnische samenleving. […] Toch zijn er overeenkomsten tussen het door King geschetste perspectief en onze omstandigheden. King leert ons dat een samnleving zich kan vernieuwen door zich de vraag voor te houden: ’Wat is het om een burger te zijn?’ Die vraag geldt eerst de eigen ingezetenen. Die zijn zelf onderdeel van de vraag die ze stellen en dat brengt ze in verlegenheid. Ze moeten zich gaan realiseren dat hun verbondenheid en identiteit tot uitdrukking komen in de verdediging van de grondrechten van hun samenleving. Maar het dient niet te blijven bij het bestrijden van discriminatie van minderheden, hoe belangrijk dat op zichzelf ook is. Discriminatie van minderheden bestrijden betekent tevens discriminatie door minderheden tegengaan. Aan al onze medeburgers moet de vraag worden gesteld ‘Wat is het om een burger te zijn?’ of ‘Wat verbindt ons?’ en in dat opzicht mag van hen een antwoord worden verwacht omdat het gaat om een gemeenschappelijke zoektocht naar burgerschap. De vraag vat dus beknopt de  verantwoordelijkheid én de zoektocht samen. De zoektocht is een emancipatie zonder einde, die gezamenlijk wordt ondernomen.

Ik heb deze essaybundel met interesse gelezen en de aanvullingen op Paul Scheffers gedachtegoed erg gewaardeerd evenals de kritiek erop. Ik werd ervan overtuigd  dat een nieuwe droom zich kan aandienen als alle burgers van onze samenleving  de dialoog, het debat, de discussie over migratie en integratie niet opgeven, zich niet langer fixeren op het verschil maar het belang gaan inzien van een positieve retoriek, in staat zijn een veilige tussenruimte te creëren waarin het beste uit spanningen wordt gehaald. Dan creëren we de voedingsbodem voor een gedeelde toekomst. We leven in een gebroken wereld die een grote nood blootlegt aan begenadigde, eigenzinnige zieners. Mensen met een visie die ‘door hun aanstekelijk geloof in de toekomst perspectief kunnen bieden aan groepen die hun hoop verloren hebben’. Het siert elke burger om hierbij ook even stil te staan bij de staat van de democratie vandaag die via de weg van de bevrijding door de Verlichting, de culturele revolutie van de jaren zestig en de subjectivering van het individu terecht gekomen is in de globalisering, de crisis van de politieke vertegenwoordiging die tot depolitisering leidde en van de liberaal-kapitalistische democratie een technocratische ‘plutocratie’ (macht in handen van de rijksten) maakte waarin het kapitaal ontaardde. Een context waarin ‘het revolutionaire verlangen naar iets anders’ groeit. De laatste essayist eindigt dan ook zijn betoog met de bedenking:‘Of de liberale democratie daarbinnen zelf nog een centrale waarde blijft, is de vraag waarop slechts de tijd ons een antwoord kan geven.’

 

Moslims in een open samenleving – prof. dr. Paul Scheffer – VAM

De komst van een nieuwe gelovige gemeenschap is nauw verbonden met de geschiedenis van de migratie in West-Europa. Sommige van de botsingen die daar het resultaat van zijn herkennen we uit het verleden, maar andere vormen van conflict zijn nieuw.
Er zijn grofweg vier mogelijke reacties binnen de moslimgemeenschap op de aanwezigheid in een open samenleving waar godsdienstvrijheid de norm is: secularisering, liberalisering, orthodoxie en radicalisering. Het is dus van belang om op basis van onderzoek iets te begrijpen van het gewicht van deze mogelijke richtingen, welke houding domineert? Het roept het beeld op van een ten diepst door breuklijnen van geloofsinterpretatie, etniciteit, opleidingsniveau en generaties verdeelde gemeenschap. Dat op zich al complexe beeld wordt nog eens versterkt door de dreiging van terrorisme, die verbonden is met de conflicten buiten onze grenzen, bijvoorbeeld in Syrië.

Waarom is het conflict begrijpelijk?

Professor Scheffer constateert dat onze samenleving ‘van God is losgeraakt’ in diepte, omvang en snelheid. Hoe kwetsbaarder een samenleving wordt/is hoe meer religiositeit m.a.w. de bestaanszekerheid van het Westen is de oorzaak van de secularisering. In zo’n samenleving worden ook minder kinderen geboren; een constatering die ook voor het het omgekeerde opgaat. Als geheel blijkt de wereld religieuzer te worden: op de vraag Is religie belangrijk? kon worden geconstateerd dat Nederlanders religie steeds minder belangrijk vinden terwijl Marokkanen en Turken hun godsdienst zeer belangrijk vinden. Hoe gingen we tot hiertoe met deze gegevens om? We praktiseerden een cultuur van tolerantie maar stelden nooit vragen aan de betrokkenen, conflictsituaties werden vermeden. Conflict moet echter eerder gezien worden als een (noodzakelijke) fase, een schakel in een migratiebeweging. We kunnen hier ook niet spreken van winnaars of verliezers want de beweging begint met een verlies aan beide kanten. De vraag wordt dan: hoe ons denken afstemmen op de fase voorbij dit verlies.

Wat leren we uit beschikbaar onderzoek?

Er bestaat een groot onderscheid tussen opinies en het uiteindelijk gedrag van migranten. De verhoudingen tussen de 1ste – 2de -generatie migranten en de 3de generatie op het vlak van bvb. gemengde huwelijken en homoseksualiteit verandert. De islamitische geloofsgemeenschap is verdeeld met betrekking tot ethische kwesties als: op welke leeftijd een kind krijgen en het moskeebezoek. De normatieve afstand tussen migranten en autochtonen is groot. Die afstand speelt een rol en is objectiveerbaar.

Patronen van radicalisering ?

De vraag waarom moslims gemotiveerd raken door een geradicaliseerde vorm van islam werd eigenlijk nooit gesteld. Van de orthodoxie ging het naar de radicalisering, van groeiende bestaansonzekerheid, volgens onderzoek, naar groeiende religiositeit.

Schuld is altijd individueel

Collectieve schuld bestaat niet, aldus professor Scheffer. Er is de inconsistente houding van het Westen in het Midden-Oosten die we hier niet uit het oog mogen verliezen.

Afrondend stelde Paul Scheffer dan dat deradicalisering een zeer moeilijk proces is. Een overtuiging breken is niet gemakkelijk. Normatieve omgang begint met juridische grondslagen. Moet salafisme ja dan neen verboden worden en buiten de wet geplaatst? Sommigen beroepen zich in dit debat op de vrijheid van meningsuiting. De normatieve onzekerheid is momenteel zeer sterk. In een open samenleving blijkt wettelijke gelijkwaardigheid echter onmogelijk en moeten we het hebben over het moreel hogere ideaal, de hogere norm van ‘ideaal’ die verder reikt dan de wettelijke en wel op basis van wederkerigheid.

De aanwezigheid van een omvangrijke moslimgemeenschap dwingt onze samenlevingen tot meer normatieve uitspraken over godsdienstvrijheid en godsdienstkritiek: de rechtsstaat is een goed vertrekpunt maar biedt onvoldoende houvast als het gaat om de kunst van het samenleven.

foto: wikipedia

Paul Scheffer is hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Amsterdam. Hij was hoogleraar grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam en correspondent in Parijs en Warschau. Zijn meer recente publicaties zijn onder meer: Het land van aankomst (2007), een vergelijkende studie over immigratie in Amerika en Europa, Alles doet mee aan de werkelijkheid: Herman Wolf 1893-1942 (2013), een tijdsbeeld van Amsterdam tussen de oorlogen aan de hand van het levensverhaal van mijn grootvader, en De vrijheid van de grens (2016), een verkenning van het belang van grenzen voor een open samenleving.