The Divine Dance – Richard Rohr

The Trinity and your transformation.

Humanity, says Richard Rohr, is a perfect rhyme for what Christianity, trying to express the inexpressible, calls the holy trinity. This human dance we’re all in reflects a mysterious divine dance, one that we notice on our best days. Finding the sweet spot where contemporary science meets ancient mysticism, and theology meets poetry, The Divine Dance sketches a beautiful choreography for a life well-lived. In our joy or our pain, true life is always relational, a flow, a dance. (And was always meant to be.) —Praise by Bono, U21

“GINGER ROGERS did everything that Fred Astaire did. She just did it backwards and in high heels.” Ann Richards’s comment pertly reminds us that, though for some dance is a technically demanding occupation, for most of us dance is something we watch, a Strictly spectacle that we either enviously admire or watch at a wedding maybe, embarrassed, with clenched anatomy.

When it comes to imagining God, many envision a being “out there” somewhere, a similarly critical spec­ta­tor of the world with a par­ticular interest in morality. This being can quickly get sabotaged by unowned prejudices and then presented as our personal agenda’s convenient ambassador. Or some, giving up on the lack of traces to be found of such an objective and loving reality, conclude that God is nothing but a word used to externalise and ritual­ise the better parts of the human heart.

In this new book by the interna­tionally acclaimed writer Richard Rohr, with Mike Morrell, we are invited to stop thinking about God as a distant and slightly shifty human-spotter, or as an enchanted but untrue tale told by the weak or uncritical. God, for Rohr and Morrell, is not a panel judge of reality’s dance, nor some airy sprite in the universal arena of what is. God is the very dance itself: Trinity.

The authors begin by asking whether the idea of God as Trinity has been missing in action for about 17 centuries: “If Trinity is supposed to describe the very heart of the nature of God, and yet it has almost no practical or pastoral implications in most of our lives . . . if it’s even possible that we could drop it to­­­mor­­row and it would be a forget­table, throwaway doctrine . . . then either it can’t be true or we don’t understand it.”

They continue on the premise of the latter. Thankfully, they don’t set out to put us all in the right once and for all, but, approaching mys­tery not as something you cannot understand but rather as something you can endlessly understand, they seek to make a faithful contem­porary contribution to our feeble comprehension.

It is said that the political climate at the moment is such that if you’re not at the table you’re probably on the menu. The famous Rublev icon of the Trinity has three figures circ­ling a table, and, some say, there is a place at the front of the table where there used to be a mirror, so that you had a place at the table as well. The authors here argue, however, that history has focused on the sub­stance of things, including God, and we have failed to see that creation, including us, does not exist in isolated substances but only in relationship.

In a divinely created order, there is no such thing as a detached ob­­server. The energy in the universe is not in protons or neutrons, but in the relationship between them, and this is because “God is relationship itself.” All authentic knowledge of God is therefore participatory knowledge.

The image used constantly in these pages is that of God’s “flow”. Trying to make God love you is as pointless as trying to make a water­­fall wet. What St Bonaventure called God’s “fountain fullness” is unstop­pable, relentless, and free in its endless outpouring, and all as part of God’s search for “the deepest possible communion and friendship with every last creature on earth”.

The doctrine of the Trinity should never be dry. It should be drenched with the ocean of love in which we find ourselves. Like a net in the sea, we are ourselves con­­tained in God, even if we are not able to contain God’s full mystery in our limited minds and fractured hearts.

Language, too, is like water. If it isn’t moving, it becomes stagnant. For some, Rohr’s and Morrell’s writing will be suspiciously relevant to some modern thinking. Others will be grateful for fresh and reson­ant talk of an ancient beauty. Either way, here is an imaginative, pro­vocat­ive, and energised invita­­tion to be renewed in the Trinitarian faith of the God who is forever beyond, beside, and within.

Review by The Revd Mark Oakley, Canon Chan­­cellor of St Paul’s Cathedral. His The Splash of Words: Believing in poetry is published by Canterbury Press.

Source: June 9th 2017

  1. Rohr, Richard. The Divine Dance (p. 1). SPCK. Kindle Edition.

Fülle und Nichts – David Steindl-Rast

Von innen her zum Leben erwachen

We zijn in staat ervaringen op te doen van vereniging met de “ultieme realiteit”. Broeder David wijst de weg om wakker te worden en aan te komen – in het hier en nu, want alleen hier en nu is overvloed. – tekst achterflap

David Steindl-Rast (° 1926 in Wenen)
verbindt de mystieke tradities van het christendom met zijn persoonlijke ervaringen met het zenboeddhisme. In de jaren zeventig richtte hij samen met rabbijnen, boeddhisten, hindoeïsten en soefi’s het “Centrum voor Spirituele Studies” op om de interreligieuze dialoog te bevorderen. Tegenwoordig woont hij in het Europese klooster Gut Aich in Oostenrijk.

Het boek is opgebouwd uit verschillende hoofstukken die bondig kunnen worden samengevat met een kernfragment uit elk hoofdstuk.

Leven en wakker zijn

‘Het feit dat je niet dood bent, is niet genoeg om te bewijzen dat je echt leeft. Levendigheid wordt gemeten door de mate van uw wakkerheid.”


“Hiervoor is meer nodig. Het vereist moed, vooral de moed om de dood onder ogen te zien. Alleen iemand die nog kan leven kan sterven. In momenten van opperste levendigheid, zijn we verzoend met de dood. Diep in ons, vertelt ons iets dat we rijpen tot de dood, op het moment dat ons leven vervuld is. Het is de angst voor de dood die ons ervan weerhoudt om echt te leven.”

Verbazing en dankbaarheid

“Wakker worden met de verbazing dat we leven in een “bepaalde” wereld betekent tot leven komen. Het besef van deze verrassing is het begin van dankbaarheid.”


“Onze ogen openen voor dit verrassende karakter van onze wereld op hetzelfde moment dat we wakker worden en stoppen met alles voor lief te nemen. Regenbogen hebben iets in zich waardoor we wakker worden. – Verveelde en saaie volwassenen worden opgewonden kinderen …. Als zoiets gebeurt, is onze spontane reactie een verrassing. Plato erkende die verrassing als het begin van alle filosofie. Het is ook het begin van dankbaarheid… Verrassing is niets meer dan het begin van die overvloed die we dankbaarheid noemen… In momenten van verbazing kunnen we in ieder geval snel kijken naar de vreugde waar dankbaarheid de deur voor ons opent.”

Hart en geest

“Met ons intellect kunnen we herkennen wat ons als een geschenk wordt gegeven. Maar alleen ons hart kan opstaan tot dankbaarheid en betekenis vinden.”


“Dankbaarheid is een zinvol gebaar van het hart. Ons intellect, onze wil, onze gevoelens zijn allemaal betrokken als we dankbaar zijn … Dankbaarheid komt altijd uit mijn hele hart. De hele persoon is erbij betrokken. En dat is precies waar het symbool van het hart voor staat – voor de hele mens… Alleen in ons hart zijn we heel. Het hart vertegenwoordigt dat centrum van ons wezen, waar we één zijn met onszelf, één met alle anderen, één met God. Het hart is rusteloos voor zijn verlangen naar God en toch, diep van binnen is het altijd thuis bij God. Leven vanuit het hart is om volledig te proeven van dit verlangen en dit thuis. Samen betekenen de twee alleen leven in overvloed.”

Gebed en GEBEDEN

‘Het is niet het gebed dat telt, maar gebed, dat in zijn laatste volheid dankbaar leven betekent.’


“Als wat God wordt genoemd moet worden genoemd ‘een bron van betekenis’ in de taal van religieuze ervaring, dan zijn die momenten die de dorst van het hart lessen momenten van gebed. Het zijn momenten waarop we met God communiceren, en dat is de essentie van gebed. Maar zijn we ons ervan bewust dat dit ‘het vinden van betekenis’ gebed is? In dit geval is het antwoord meestal ‘nee’. En vanuit dit oogpunt kunnen we niet aannemen dat iedereen weet wat gebed is … Wakkerheid en onbeperkte aandacht zijn de kenmerken van onze spontane momenten van gebed… Aandacht vereist concentratie. Concentratie is daarom een essentieel onderdeel van de collectie in gebed… De collectie bestaat uit twee delen. Concentratie is er maar één van. De andere staat voor een soort constante verrassing… Het woord collectie hier staat in tegenstelling tot afleiding en wijst op een restauratie van onze collectie, die we ooit bezaten en vervolgens verloren door verstrooidheid … Als we jonge kinderen in hun spel bekijken, zien we hoe naadloos ze concentratie combineren met verbazing… Het kind in ons leeft nog. En dit kind verliest nooit het vermogen om te zien met de ogen van het hart, concentratie te combineren met verwondering, en dus om te bidden zonder ophouden.”

Contemplatie en vrije tijd

“Voor ons allemaal (niet alleen voor zogenaamde contemplatieven), is contemplatie de vervulling van dankbaar leven. Contemplatie is echter de kunst van het leven in vrije tijd.”


“Contemplatie brengt inzicht en actie samen. Contemplatie zet het inzicht in actie… Handelen zonder inzicht zou blind activisme zijn. Inzicht zonder actie zou dor inzicht blijven … Als we onszelf niet willen verliezen, moeten we onze ogen richten op de sterren en onze voeten op de grond houden. Dit betekent dat we allemaal contemplatief moeten zijn.” – “Het moet de deugd zijn van degenen die hun tijd nemen en elke taak zoveel tijd geven als hij verdient. Geven en nemen, spelen en werken, inzicht en aktie houden de balans in de vrijetijdsdans. Voor zover we vrije tijd in ons leven realiseren, putten we uit de volheid van het leven.”

Geloof: vertrouwen in de donor

“Dankbaarheid veronderstelt dat we vertrouwen op het leven dat ons gegeven is. Naast alle overtuigingen is het geloofsgebed het ‘leven van het Woord van God’.”


“Geloof betekent niet in de eerste plaats ergens in geloven, maar eerder in iemand geloven. Geloof is vertrouwen. Vertrouwen vereist moed. Het tegenovergestelde van geloof is geen ongeloof, maar wantrouwen, angst. Angst komt tot uiting in het feit dat we ons vastklampen aan alles wat binnen ons bereik komt. Angst klampt zich zelfs vast aan overtuigingen. Het naleven van overtuigingen spreekt het ware geloof tegen. Wij geloven in God, niet in ons specifieke idee van God. Dit is de reden waarom mensen diep vertrouwen hebben in hun hart, ook als hun overtuigingen kunnen uiteenlopen … Geloof is de moed om dankbaar te zijn voor de gave van elke bepaalde situatie uit vertrouwen in de gever.’

Hoop: Openheid om te verrassen

“Dankbaarheid veronderstelt dat we onszelf open houden voor het leven als een verrassing. Voorbij al onze hoop is het gebed van hoop, inkeren in stilte.”


“Er is een nauw verband tussen hoop en verwachting, maar we moeten de twee niet verwarren. Ons verwachtingsvol verlangen is gericht op iets wat we ons kunnen voorstellen. Onze hoop staat echter open voor het onvoorstelbare. Het tegenovergestelde van verwachting is hopeloosheid. Het voorgestelde werd niet bereikt. Het tegenovergestelde van hoop is wanhoop, vertwijfeling. Men kan vertwijfeld zijn en toch vasthouden aan hoop. En zelfs in hopeloze situaties blijft hoop open voor verrassing. Verrassing combineert hoop met dankbaarheid. Het dankbare hart vindt alles verrassend. Hoop betekent bereidheid om te verrassen.”


“Dankbaarheid veronderstelt dat we onvoorwaardelijk ‘ja’ zeggen tegen geven en nemen. Naast al onze aanterkkingskracht en afwijzing, is het gebed van de liefde is “contemplatio in actione” – contemplatief inzicht in het midden van actie.”


“Als we vragen stellen over de kenmerken van de liefde die van toepassing zijn op elk van haar vormen, vinden we er ten minste twee: een bewustzijn van samenhorigheid en de oprechte aanvaarding van deze coëxistentie met alle gevolgen van dien. Deze twee kenmerken zijn typerend voor elke vorm van liefde, van de liefde van thuis tot de liefde van een huisdier, terwijl gepassioneerde aantrekkingskracht alleen typisch is voor verliefdheid. Liefde is een ‘ja’ uit de grond van mijn hart om bij elkaar te horen. Als we verliefd worden, is ons gevoel om bij elkaar te horen overweldigend, ons ‘ja’ spontaan en gezegend. Maar daarin ligt een uitdaging in het uitbreiden van het bereik van ons ‘ja’, het uitspreken ervan onder minder gunstige omstandigheden, en uiteindelijk zelfs met inbegrip van onze vijanden.”

Geborgen und frei – Pierre Stutz

Mystik als Lebensstil

Voor Pierre Stutz is mystiek geen andere levensvorm dan het “normale” dagelijks leven. Hij is ervan overtuigd dat “een mystieke manier van leven een verrijkende levensondersteuning kan zijn, om de weg van zelfcreatie te gaan, om liefdeskracht te kunnen ontwikkelen en zinvol samen te werken met anderen voor een tederdere wereld. We kunnen allemaal mystieke mensen worden, mensen die in het hier en nu blijven hangen met de ogen van de eeuwigheid.”

Zelf heeft hij in het leven crises ervaren die hij herkent in mystieke teksten “geaarde wijsheden” die hem sindsdien elke dag hebben vergezeld. Deze teksten herinneren hem eraan dat “het van mij afhangt, maar nooit van mij alleen afhangt. Ze maken me duidelijk dat ik meer ben dan mijn verwondingen, mijn angstpatronen, mijn succes en mijn falen.”

De stijl van het boek verraadt een “passie voor schrijven, mystiek, film, en vele momenten van worstelen met twijfel.”

De afzonderlijke hoofdstukken behandelen de volgende levensaspecten: DASEIN-STAUNEN-SELBSTWERDUNG-WIDERSTAND-STILLE-FRIEDEN-EROTIK-TANZ-SCHREI-ALLTAG-TOD-LIEBE. Ze beginnen telkens met uitleg over een film die geschikt is voor het onderwerp, gevolgd door de voorstelling van mystici uit verleden en heden, hun strijd, zoektocht, hun teksten en vaak ook de wederwaardigheden die zij ten gevolge van die keuzes moesten doorstaan. Hun ervaringen en inzichten waren vaak onverenigbaar met de eisen van de georganiseerde religie “die veronderstelt dat ze in staat is om de mens God bij te brengen.”

Pierre Stutz toont parallellen met het heden en eindigt elk hoofdstuk met een korte samenvatting die begint met de woorden “Mystieke mensen zijn …”. Daarin condenseert hij zijn wensen en ideeën voor een “christelijk-mystieke” manier van leven.

“Geborgen und frei” maakt herhaaldelijk duidelijk dat een mystieke levensstijl niets is voor het rustige kamertje, ver weg van de wereld, maar één die de eisen van het dagelijks leven onder ogen ziet en tegelijkertijd zijn eigen antwoorden daarop vindt, antwoorden waarin paradoxen kunnen worden waargenomen, geleefd of overwonnen.

Pierre Stutz’ taal is duidelijk en daarom gemakkelijk te begrijpen. Terwijl je leest, moedigt het boek je aan om te pauzeren, stil te staan en te zien hoe je door je eigen leven trekt, hoe je omgaat met de eisen die het stelt en welke antwoorden je voor jezelf hebt gevonden.

In de bijlage vindt de lezer naast de filmlijst ook verwijzingen naar aanbevolen inleidende boeken over mystiek en een indrukwekkende literatuurlijst die Pierre Stutz raadpleegde bij het schrijven van het boek.

Het is bij uitstek een boek dat traag en gefocust gelezen wil worden.

Mystiek en verzet – Dorothee Sölle

De religie van het derde millennium zal óf mystiek zijn, óf zal afsterven.

In 1998 schreef Alma Dewalsch in MO* over Dorothee Sölles boek “Mystik und Widerstand”, dat net een Nederlandse vertaling had gekregen: Dorothee Sölle samenvatten is haar oneer aandoen. Eigenlijk zouden we u gewoon haar boek ‘Mystiek en Verzet’ moeten toesturen. Dat kon natuurlijk niet en dus werd aan Alma Dewalsch een interview toegestaan waarin Dorothee Sölle een blik wierp op de eeuw die voor ons lag. De KU Leuven nodigde haar toen eveneens uit – de aula Maria-Theresia zat afgeladen vol – en ik ging luisteren. Het heeft dan geduurd tot de voorbije lockdown wegens de coronacrisis voor ik haar opus magnum ben gaan lezen in de Duitse uitgave uit 2014, met een voorwoord van haar man en tochtgenoot Fulbert Steffensky, eveneens theoloog.

Het boek Mystiek en verzet: Gij stil geschreeuw (1997) van ruim vierhonderd pagina’s noemde Sölle zelf haar opus magnum. Hierin tracht zij haar centrale these duidelijk te maken dat mystiek aanzet tot politiek verzet en persoonlijke verandering. Het model van geestelijke ontwikkeling, als een innerlijke en uitwendige reis, in eerdere werken door haar geïntroduceerd, werkt zij in Mystiek en verzet verder uit tot een beweging in drie stappen, bestaande uit ‘zich verwonderen – loslaten – in verzet komen’.

Voor Sölle bestaat mystiek, die zij in de grond van de zaak gelijkstelt aan ‘Godsverlangen’, niet uit bijzondere religieuze ervaringen of uit een ontmoeting met God die zich alleen of vooral in het innerlijk van mensen afspeelt. Mystiek heeft betrekking op het inoefenen van een geloofshouding die tegelijk een levenshouding is: de heenreis (naar het eigen innerlijk) die onlosmakelijk verbonden is met de terugreis (naar de werkelijkheid van alledag). Verder benadrukt Sölle dat deze spiritualiteit individueel wordt vormgegeven en in principe ook voor iedereen toegankelijk en uitvoerbaar is: ‘Wij zijn allen mystici’ zei zij dan ook. Deze democratisering en in zekere zin ook moralisering van de mystiek is een belangrijk onderdeel van Sölles theologische herwaardering van zowel de openbare als de persoonlijke of innerlijke betekenis van het christelijke geloof. Zij wilde de mystiek ontdoen van haar elitaire en naar binnen gekeerde imago, en affectieve en introspectieve elementen toevoegen aan de sterk gerationaliseerde protestantse theologie.

Zes jaar na het verschijnen van Mystiek en verzet overleed Dorothee Sölle op 73-jarige leeftijd op 27 april 2003 aan een hartinfarct. Kort na haar dood verscheen een boek met haar laatste teksten, gewijd aan de omgang met het einde van het leven: Mystik des Todes: Ein Fragment (2003), waaraan ze ook in Mystiek en Verzet een subhoofdstuk wijdt.

Komm doch zu mir engel der schlafenden
in dieser stunde liegen die gefolterten wach
kühl ihre wunden streck die verrenkten glieder
lieber stummer engel der schlafenden ...
leg deine dunkle decke über meine verwachten augen
komm doch zu mir
und grüss den anderen engel
deinen dunkleren bruder

Dorothee Sölle
Ausschnitt aus dem Gedicht "Nachts um vier", in: Dorothee Sölle,
Verrückt nach Licht, Gedichte 1984, © Wolfgang Fietkau Verlag Kleinmachnow

Dorothee Sölle was een omstreden theologe, geliefd bij het grotere publiek doch minder onder theologen. Zij groeide op in Duitsland, voor en tijdens WOII en Auschwitz en trok de conclusie: God is niet almachtig maar heeft mensen nodig. Sölle combineerde een zeer geëngageerde politieke theologie met een mystieke geloofshouding en werd vooral bekend door haar publieke optredens en haar opmerkelijke initiatieven. Zo was zij oprichtster van het ‘Politiek Avondgebed’, gedreven vredesactiviste, charismatisch spreekster bij acties en politieke manifestaties, en kritische opponente van kerkleiders en academische theologen. Ze schreef vele toegankelijke en enthousiasmerende boeken over politieke en bevrijdingstheologie en over lijden en mystiek. Sölle beschreef zelf het ‘democratiseren van mystiek’ als haar belangrijkste doel.

Enkele citaten die me bij het lezen bijbleven:

Je mehr wir die Natur zerstören, desto mehr sehnen wir uns nach ihr.

Wasser, Luft, Wärme und Erde sind den lebendigen Erdbewohnern gemeinsam. Eine Verwandtschaft mit allen Lebewesen zu spüren gehört in die Mystik eines tat tvam asi, er ist wie du, einer anderen Beziehung zur Natur.

Slavenhandel: Die Rolle des Menschen, genauer: des weißen Mannes, in diesem System war die Benutzung und Ausbeutung der Objekte, zu denen keine Verwandtschaft empfunden wurde.

Over de almacht van God maar ook van de mens: Aber Omnipotenz und Mystik schließen sich aus.

Die Schöpfungsmacht der Gottheit verstehen wir richtig, wenn wir sie aus den Bildern patriarchaler Kommandomacht ablösen und vielleicht besser mit Hildegard von Bingen als viriditas oder Grünkraft erfahren, als die Lebensenergie, die sich verteilt. Sie bewirkt, dass alle Geschöpfe in der Schönheit ihrer Vollkommenheit erstrahlen.

Die mystische Empfindlichkeit kennt theistische, atheistische und pantheistische Formen.

Over Franciscus van Assisi: Das Motiv des Nackt-Werdens, des Sich-Entkleidens, der Schutzlosigkeit ist ein Grundmotiv mystischer Freiheit, das sich wie ein roter Faden durch das ganze Leben des Poverello zieht.

Mystisches Denken wurzelt in einem Nicht-unterschieden-Sein von den »Anderen«, den Besitzlosen und den Rechtlosen, den Andersfarbigen oder dem anderen Geschlecht.

Der Widerstand, der aus dem Ekel vor der Reduktion des Lebens auf ein »gut Verdienen und unbegrenzt Konsumieren« kommt, entwickelt neue Formen, in denen ich, auch wenn sie ganz säkular daherkommen, eine Mystik des mittleren Weges entdecke. Dieser Widerstand braucht nicht notwendig die Gestalt radikaler Besitzlosigkeit anzunehmen, aber die Erinnerung an die Verrücktheiten der mystischen Tradition hilft dabei, Wege aufzuspüren, die zumindest ein Verständnis dafür offen halten, dass einiges im Leben nicht besessen, gekauft oder verkauft werden kann.

Die Schöpfung selber ist auf Zusammenspiel, auf gegenseitige Hilfe angewiesen. Wie Ernesto Cardenal seit dem großen »Canto Cosmico« (1989) immer wieder in einer Synthese von Naturwissenschaft, Poesie und Mystik betont hat, hat diese Zusammenarbeit »immer bestanden, auf allen biologischen Ebenen, sie ist so alt wie das Leben selbst«.

Andere Wünsche zu haben als die verordneten ist eine Vorbereitung, eine Art Schule des Gebets, die wir brauchen. Ein mystisch-ökologisches Bewusstsein versteht sich eingebunden in alles, was existiert. Alles, was ist, kann nur in der Koexistenz der Beziehung leben und überleben. Diese Koexistenz verbindet uns mit den Jahrmillionen der Evolution und zugleich mit dem Wasser unserer Enkelkinder. Sie ist nicht ignorierbar, niemand hat das Recht, sie zu kündigen. Sie braucht eine andere Weltfrömmigkeit.

Das Bild vom Leben spricht in schöner mystischer Übertreibung und zugleich durchaus realistisch von drei Qualitäten, die allen offen stehen: grenzenlos glücklich, absolut furchtlos, immer in Schwierigkeiten. Es gibt Menschen, die das »stille Geschrei«, das Gott ist, nicht nur hören, sondern es auch hörbar machen als die Musik der Welt, die den Kosmos und die Seele auch heute erfüllt.

Het is een prachtig boek dat overvloedig zijn licht werpt op “le mystique vécue”, de mystieke ervaring en deze niet als elitaire en besloten navelstaarderij presenteert maar midden in het dagelijkse leven van de betrokkenheid, van het mede-leven, van de compassio, die moeilijkheden met zich brengt, maar die daar zonder angst weerstand aan biedt, er doorheen gaat in volle overgave, ‘ohne warumbe’. ❤❤❤

Mijn tien geboden – Willem Vermandere

De voorbije weken kreeg ik in mijn mailbox een paar keer een uitnodiging om deel te nemen aan een poëzie-uitwisseling via een kettingbrief. Binnen de week liepen ook een paar gedichten / bezinningsteksten binnen aan mijn adres:

25 februari 1997

Door een radioprogramma gevraagd om mijn ‘tien geboden’ op te stellen. Dit zijn ze:

  1. Ontdek de kostbare parel (waarom ge op de wereld rondloopt).
  2. Wees dan ook disponible voor uw talenten.
  3. Verloochen nooit uw wortels (uw afkomst is uw beperking maar ook uw
    rijkdom) …
  4. … maar stel u open voor alle wijsheid en verbeeldingskracht van het
  5. Omhels Moeder Aarde met al uw mannelijke kracht (durf gelukkig zijn) …
  6. … maar streef de ascese na (weer alle ballast om vrij te zijn voor uw
  7. Streef de zuiverheid na (formuleer uw mening, bots desnoods met uw
    medemens, wees op uw hoede voor commercieel succes) …
  8. … maar blijf uw mening en levenswijze corrigeren.
  9. Blijf u ergeren aan de dwaasheid van de wereld …
  10. …. maar wees vooral ontroerd tot tranens toe om de wonderen van de
    schoonheid en de liefde.

uit: Volle dagen – Fragmenten uit mijn brieven, Lannoo, 2015

Meer weten over Willem Vermandere ?


Nu het leven nieuw wordt om ons heen …

Claude Monet – Le jardin japonais à Giverny
Wenn ich ein Kind sehe, das einen Hund mit überwältigtet Freude wahrnimmt, dann befrage ich das Leben nicht mehr. Ich tauche ein ins Staunen. Ich höre das Singen des Kindes, ich sehe am klaren Frühlingshimmel einen Zug Kraniche nach Norden fliegen; all das gehört zur Askese im Sinne des Ich-los-Werdens. Die Dinge selber haben einen Gesang und eine Sprache, sie weisen über sich hinaus und loben Gott in seinen versteckten Namen. Das ichlos gewordene Ich sieht im Staunen, dass im Leben ein Stück Güte liegt. Schönheit heilt und Schönheit macht fromm. Und um sie wahrzunehmen, muss ich das Ego fortschicken, muss ich mit Claude Monets Augen zu sehen lernen.

Als ik een kind zie dat met opperste vreugde naar een hond kijkt, dan stel ik geen vragen meer aan het leven. Ik dompel me onder in het verwonderen. Ik hoor het zingen van het kind, ik zie aan de heldere hemel een vlucht kraanvogels naar het noorden vliegen. De dingen zelf hebben een gezang en een taal, ze wijzen boven zichzelf uit en loven God in zijn verborgen namen. Het ik-loos geworden ik ziet in het verwonderen, dat in het leven veel goedheid besloten ligt. Schoonheid heelt en schoonheid maakt vroom. En om ze te kunnen zien moet ik het ego wegzenden, moet ik met Claude Monets ogen leren kijken.

uit: Dorothee Sölle: Mystik und Widerstand, Kreuz Verlag, 2014

Van alle dingen waarover het geloof of de geloofsbelijdenis spreekt, is voor mij de gemeenschap van de heiligen het belangrijkst. Dat betekent niet dat ik die altijd zie. Dat geldt evenzeer voor andere zaken uit de geloofsbelijdenis. Die zijn niet zomaar aanwezig, ik heb geloof nodig om ze te zien.

Het is een centrale ervaring om met elkaar te leren bidden omdat je ergens voor hebt leren strijden. Ik kan niet beloven dat het gauw beter gaat met de aarde of dat de honger ophoudt. Juist daarom heb ik broeders en zusters nodig, heb ik troost in de nederlagen nodig.

Ik heb ook de traditie nodig omdat die mij verhalen vertelt over bevrijding, omdat het van belang is dat je je kunt beroepen op zoiets als dat al eens een verlamde is gaan dansen, of dat al eens een volk uit de verschrikkelijke consumptie -terreur van Egypte is weggetrokken, dit Egypte achter zich heeft gelaten. Ik herinner mezelf aan dat wat er was voor mijn, voor onze toekomst. Ik heb de hoop (cursief, BK) nodig die groeit uit deze vorm van herinnering. Er is al eens iemand uit de doden opgestaan.

uit: Dorothee Sölle: Wie zich niet weert: gesprekken en toespraken, ten Have/Baarn, 1981

Maria is een sympathisante

Het korte essay in het naar het Nederlands vertaalde werk Sympathie van de luthers-protestantse theologe Dorothee Sölle vangt als volgt aan: Maria – het eerste beeld, dat ik voor me zie is de gipsfiguur, in de grot van Lourdes; neergeslagen ogen, het lichaam omhuld zodat het niet meer herkenbaar is: ontsexualisering plus deemoed, het vrouwelijke ideaal. Een symbool dat geschapen is om de onderdrukten te leren zichzelf te onderdrukken, de onzekeren te leren zelfcensuur toe te passen, de dubbel uitgebuiten te leren zichzelf uit te buiten. blz. 48

Ze vervolgt met een schets van het Mariabeeld waarin ze argumenteert op basis van Bijbelse en andere teksten dat deze alles behalve een ‘gipsfiguur’ was. ‘Was het deze Maria, die aan het boerenmeisje Jeanne d’Arc verscheen en haar het mannelijkste toevertrouwde, dat mannen bezitten, het zwaard? Is onderwerping werkelijk het thema van het lied waarmee Maria in de bijbel haar zwangerschap bezingt? (Magnificat, BK)

Ze herinnert eraan dat de ontmenselijking van het beeld een erfenis is die in de kunstgeschiedenis begint in de renaissance en haar hoogtepunt vindt in de 19de eeuwse burgerlijke maatschappij. De middeleeuwse Maria werd ‘zinnelijker en vrolijker uitgebeeld ‘. Als de Maria uit de legenden en de volksverhalen een neiging tot moraalloze figuren heeft (cfr. Beatrijslegende, een kloosterlinge die ‘valt’ en voor wie Maria plaatsvervangend optreedt, BK) is ze onder klerikale invloed tot in de late Middeleeuwen niet meer geliefd in de liturgie en de literatuur. Sölle stelt dat de Mariafiguur dubbelzinnig is, dat ze ‘fungeert ten dienste van een religieus verheerlijkte onderworpenheid, maar ook ten dienste van troost, bescherming en het redden van slachtoffers. Maria is submissief, onderworpen. Maar ze is ook subversief, in de betekenis waarin de politie in Zuid-Amerika (cfr. de Zuid-Amerikaanse dictaturen van die dagen, BK) dat woord gebruikt. Ze ondergraaft de macht van heersers. […] Maria is een sympathisante. De kleine madonna, die eens het lied van de bevrijding zong, is niet van gips en plastic. Ze is zeer levend. Levend in de geschiedenis van alle onderdrukten, levend in de geschiedenis van de vrouwen.’ En in datzelfde essay lezen we:

‘Daarmee kom ik uit bij een nieuw en veel beter beeld van het meisje Maria: brutaal als Johanna van Orleans, die een aartsbisschop midden in het gezicht durfde te zeggen, dat wat hij zojuist gezegd had ‘zelfs voor hem een ongewoon domme opmerking’ was. In dit licht is Maria niet meer alleen de getemde vrouw, maar ook de rebelse meid. In haar verenigen zich strijdbaarheid en barmhartigheid en worden tot een beeld van hoop voor hen, die men het leven ontstolen heeft. Maar tegelijkertijd was ze ook altijd een repressief voorbeeld, dat bewust ingezet werd om de vrouwen deemoedig en klein te houden. Daarom is men in katholieke kringen snel geneigd een zo dubbelzinnige figuur op te geven en te vergeten. Ik sta echter persoonlijk zeer sceptisch tegen ieder soort wegwerpmaatschappij. Ik vertrouw een zogenaamd bestaan zonder beelden en mythen niet. Het is gebleken, dat waar de oude beelden afgeschaft werden, er nieuwe voor in de plaats komen, die in geen enkel opzicht vrijzinniger zijn: waar vroeger de onbevlekte Madonna in de nis stond, neemt nu mevrouw ‘Schoon en Netjes’ haar plaats in – en deze beide ideologieën dwingen beide vrouwen een rol op, die hen verzwakt en verminkt. Ik ben – evenals veel Christenen in bevrijdingsbewegingen niet bereid Maria aan anderen af te staan. Ik vind de raad, dat we Maria en de religie maar zo snel mogelijk moeten vergeten, te voorbarig en te simpel. Ook de bevrijdingsbewegingen van vandaag hebben beschermelingen en voorbeelden nodig, ook zij hebben wortels in de geschiedenis van node. Als we de Madonna van Lourdes zomaar afschaffen, is daarmee nog niets gebeurd.

Ik vind het moeilijk aan te nemen, dat de miljoenen vrouwen voor mij, die van Maria hebben gehouden, alleen maar blind en bedrogen zouden geweest zijn. Er moet ook verzet geleefd hebben. Verzet, waarvan wij kunnen leren.’

uit: Dorothee Sölle: Sympathie. Theologisch-politische Traktate. Kreuz, Stuttgart 1978 – Dorothee Sölle: Sympathie. Gedachten over geloof en politiek. ten Have/Baarn, 1979

Op 27 april 2003 is Dorothee Sölle overleden in een ziekenhuis in het Zuid-Duitse Göppingen aan de gevolgen van een hartinfarct. Halverwege de jaren negentig was reeds kanker bij haar vastgesteld. Sölle stierf ‘in het harnas’, vlak nadat ze op haar eigen indringende manier nog een volle zaal had toegesproken. Ze werd drieënzeventig jaar.

Dorothee Steffensky-Sölle, geboren Nipperdey (geboren 30 september 1929 in Keulen, † 27 april 2003 in Göppingen) was een Duitse protestantse theologe en dichter. In de academische wereld werd haar erkenning ontzegd. Ze was wereldwijd bekend als theologische schrijver en spreker. Sölle was een van de meest prominente vertegenwoordigers van ‘een ander protestantisme’. Ze bekritiseerde de Almachtsidee over God en probeerde in haar geschriften dagelijkse levenservaringen – vooral lijden, armoede, achterstand en onderdrukking – te koppelen aan theologische inhoud. Ze was politiek betrokken bij de vredes-, vrouwen- en milieubewegingen.

Een Franse Marialegende vertelt over een jongleur die zijn onrustige leven opgeeft en naar het klooster gaat. Maar het leven van de monniken blijft hem vreemd, hij weet noch te bidden, noch te zingen. Hij betreurt zijn lijden bij de Maagd Maria en zij vraagt hem om God te dienen met wat hij kan doen: dansen en springen! Vanaf dat moment miste hij alle koorgebeden om tijdens deze periode te dansen. 
Hij wordt echter bij de abt geroepen en gelooft dat hij zal weggestuurd worden, maar de abt zegt alleen:“In je dans eerde je God met lichaam en ziel. Maar moge hij ons alle goedkope woorden vergeven die over onze lippen komen zonder dat ze door ons hart zijn gegaan'

uit: Mystik und  Widerstand - Mit einer Einleitung von Fulbert Steffensky, Kreuz Verlag, 2014

Kleine biografie van Dorothee Sölle: Een profetische vrouw – Monique Wolf

%d bloggers liken dit: