Het geknetter in de sterren – Jón Kalman Stefánsson

Het geknetter in de sterren is een roman die Ijslands bekendste auteur Jón Kalman Stefánsson reeds in 2003 schreef maar die pas in de lente van 2021 door uitgeverij Ambo|Anthos in het Nederlands werd uitgegeven in een vertaling van Marcel Otten.

Wanneer een zevenjarige jongen zijn moeder verliest, is het verdriet groot. Op een dag stapt er een vrouw uit de slaapkamer van zijn vader en maakt ontbijt voor hem. De vrouw gaat niet meer weg en wordt zijn stiefmoeder. De band tussen de twee verloopt stroef. De stiefmoeder is een autoritaire vrouw van weinig woorden. De jongen is vaak eenzaam, maar vindt troost bij zijn tinnen soldaatjes. Een bont gezelschap aan vrienden en bekenden rondom de flat waarin hij woont zorgen voor de nodige spanning in zijn leven. In deze roman wordt de lezer meegenomen in het leven van vier generaties van een IJslandse familie. De jeugd van de jongen, de markante overgrootvader die door zijn overmatige alcoholgebruik zijn gezin regelmatig naar de rand van de afgrond loodst en een bijzonder liefdesverhaal voeren de boventoon.1

Het is een roman die om slow reading vraagt omwille van de poëtische, fantasierijke taal en die hoofdzakelijk vanuit het vertelperspectief van een zevenjarige jongen wordt verteld. Over vier verhaaldelen lopen achttien hoofdstukken die elk uit korte subhoofdstukken zijn samengesteld met titels die de lezers aandacht en nieuwsgierigheid op scherp stellen (De schaar, Overgrootvader, Alsof iemand haar vergeten heeft, De macht van het zwijgen, …). Door de verschillende Ijslandse plaats- en persoonsnamen wordt het soms wel moeilijk om zowel plaatsen als personen – slechts buitenstaanders dragen namen, familieleden steevast ‘de moeder’,’de stiefmoeder’, ‘de overgrootmoeder’, ‘de opa’, ‘de oud-tante’ … – uit elkaar te houden. Dat de roman autobiografische trekken heeft, wordt ook duidelijk als Stefánsson op zijn persoonlijke familie-en voornaam toespelingen maakt in het verhaal (hij heet natuurlijk Jón, een onbeduidender naam kun je nauwelijks hebben). Hij kruipt helemaal in de gevoels- en gedachtenwereld van de jongen en weet op treffende wijze de emotie door het verlies op jonge leeftijd van ‘de moeder’ weer te geven. De tinnen soldaatjes, de Britse en de Duitse, worden regelmatig in stelling gebracht, zijn helpers bij huiswerk, troosters wanneer die emoties zich aandienen vb. bij het verschijnen van ‘de stiefmoeder’ op een ochtend uit vaders slaapkamer. Van deze noordelijke Ijslandse weet de auteur heel nauwkeurig de zwijgzame ingekeerdheid en stugheid via de gedachten van de jongen ‘in de taal te trekken’.

Rode draad is de verhaallijn van de overgrootouders, en van de overgrootmoeder die een verhouding begint met een kapitein waar grootvader, -oom en -tantes pas ten volle weet van krijgen op het ogenblik dat overgrootmoeder overlijdt.

In het twaalfde hoofdstuk, wanneer de verteller in 2002 inbreekt in de flat waar hij opgroeiede, vindt hij alles veranderd. De vader en de stiefmoeder zijn afwezig. Op een blaadje schrijft hij hen over zijn bezoek en dat hij op zoek was naar zijn thuis maar ‘ik vond alleen maar een appel, whisky en een cd.‘ En hij geeft zijn interpretatie van het woord thuis en vraagt of die klopt. ‘Ik weet het niet maar naar alle waarschijnlijkheid is thuis het meest duistere maar tevens het meest heldere woord van onze taal. We zouden het woord voorzichtig moeten gebruiken.

Het sterrenmotief doorspekt het hele verhaal. Ze verschijnen en verdwijnen aan de hemel. Zo worden ‘de vader’ en ‘de zevenjarige’ ‘twee sterren en ertussen een oceaan van duisternis’ zittend op de ‘knorrige’ rode sofa destijds door ‘de moeder’ aangeschaft.

Zes levens, hondervijftig jaar en een roodharige zeeman. Ik heb natuurlijk de hele taal uit de kast moeten halen om zo goed als het ging over hen te vertellen‘ zegt de verteller op het einde. En dat heeft Jón Kalman Stefánsson op poëtisch gevoelige, soms geestige maar vaak melancholische ondertoon (Het voelt als een vage maar diepliggende pijn) virtuoos gedaan.

  1. NBD Biblion L. Kester

Saša Stanišić onderzoekt zijn wortels in ‘Herkomst’- Saša Stanišić over ‘Herkunft’

Saša Stanišić (1978) vluchtte op zijn veertiende met zijn ouders naar Duitsland. Hij debuteerde in 2006 en schrijft verhalen, essays en romans. Met zijn vierde roman, ‘Herkunft’, won hij in 2019 de Deutsche Buchpreis. Afgelopen najaar bracht uitgeverij Ambo|Anthos ‘Herkomst’ uit, de Nederlandse vertaling van die roman, door Annemarie Vlaming. Karolien Berkvens – zelf ook auteur – stelde Stanišić per mail enkele vragen.

© Luchterhand/Ambo|Anthos
De Duitse cover van Herkunft en de Nederlandse cover van Herkomst.

Het is maart 2008. De schrijver Saša Stanišić moet voor de aanvraag van het Duitse staatsburgerschap zijn levensloop beschrijven. Riesenstress! Hij neemt pen en papier en noteert eerst maar eens zijn geboortedatum: 7 maart 1978. Het regende die dag in zijn geboorteplaats Višegrad. En verder? Hij maakt een tabel, dat kunnen ze bij de vreemdelingendienst vast waarderen, en vult gegevens in over zijn schooltijd in Joegoslavië en zijn studie Slavistiek in Heidelberg. Maar nee, een leven als een geordend lijstje, dat komt hem onbetrouwbaar voor. Telkens begint de schrijver opnieuw, maar met ieder antwoord ontstaan nieuwe vragen.
 
Het is oktober 2019. Bij de opening van de Frankfurter Buchmesse ontvangt Saša Stanišić de prestigieuze Deutscher Buchpreis voor zijn roman ‘Herkunft’. De jury looft de grote fantasie en onconventionele aanpak van de schrijver. Met ‘Herkunft’ geeft Stanišić op geheel eigen wijze een antwoord op de vraag, die hem sinds zijn vlucht naar Duitsland (1992) zo vaak is gesteld: waar kom je vandaan?
 
Herkomst, schrijft Stanišić in dit boek, is vaak slechts een constructie, een soort kostuum dat je voor eeuwig moet dragen. Daarom leiden beschrijvingen regelmatig tot gemeenplaatsen, tot Zugehörigkeitskitsch. En dat past noch bij zijn levensverhaal noch bij zijn schrijverschap.
‘Literatuur is voor mij alles, behalve eenduidigheid. Ook het onbegrijpelijke, begrijp ik beter, of laat ik eerder toe, wanneer ik het uit verschillende perspectieven kan bekijken of het verschillende stemmen verleen.’
 
In Herkunft verzamelt Stanišić niet alleen zijn eigen herinneringen aan zijn jeugd in Joegoslavië en zijn puberteit in een Duitse nieuwbouwwijk, maar ook die van zijn ouders – zijn moeder komt uit een familie van seculiere moslims, zijn vader is een Bosnische Serviër – en grootouders.

Sinds de Joegoslavische oorlogen leven de leden van zijn familie verspreid over de wereld, op grootmoeder Kristina na. Zij is altijd in Višegrad (Bosnië en Herzegovina) gebleven. Toen bij haar dementie vastgesteld werd, begreep Stanišić dat de tijd begon te dringen. ‘Terwijl zij meer en meer vergat, probeerde ik zoveel mogelijk over haar leven te weten te komen. Niet alles is voor mij begrijpelijk geworden, maar dat is niet erg. Het was ook een manier om dicht bij haar te zijn in haar laatste jaren.’

‘Herkomst is vaak slechts een constructie, een soort kostuum dat je voor eeuwig moet dragen.’

Zoals er in Kristina’s geheugen gaten ontstaan, zo laat ook Stanišić een zekere speelruimte in zijn boek toe. ‘De onbetrouwbaarheid van onze herinneringen en het verstrijken van de tijd zijn belangrijke thema’s in mijn teksten. Het verleden grijpt in het heden, dat op zichzelf bestaat uit een mozaïek aan verschillende gebeurtenissen die tegelijkertijd plaatsvinden. Zoiets laat zich niet in een lineaire vertelling vatten en daarom dwaal ik bewust af, speel ik met verschillende tijden, onderbreek en weerspreek ik mezelf. Literatuur is voor mij steeds een spel met verschillende variabelen, die ik, door middel van een hopelijk goed verhaal, met elkaar probeer te verbinden’, aldus Stanišić.

Het boek is niet alleen meermaals bekroond, het heeft ook ontzettend veel reacties losgemaakt. ‘Ik vind het heel mooi wanneer mensen die niets met Joegoslavië te maken hebben of die zelf geen oorlogs- of vluchtervaringen hebben, me vertellen dat ze die dingen door mijn boek beter begrijpen.’
 
Want voor Stanišić gaat dit verhaal niet alleen over het verleden. Het restrictieve Europese vluchtelingenbeleid vormde een belangrijke drijfveer tijdens het schrijven. ‘Ik schrijf over identiteit, grenzen en uitsluiting, onderwerpen waar vluchtelingen vandaag de dag ook mee te maken hebben en die een grote rol spelen in het huidige debat. Delen van deze roman zijn mijn persoonlijke, verhalende bijdragen daaraan.’
 
Uit eigen ervaring weet hij dat een behulpzame docent of een toeschietelijke beambte een wereld van verschil kan maken. Maar levensbepalende besluiten zouden niet van toevallige welwillendheid af mogen hangen, vindt Stanišić. ‘Mensenrechten moeten serieus genomen worden en zo snel mogelijk worden omgezet. Alles om dat te doen, is voorhanden.’
 
Zelf kreeg Saša Stanišić overigens in 2013 het Duitse staatsburgerschap.  1

1 . Duitslandinstituut.nl

___________________________________________

Een paar lovende recensies:

Praten over het conflict in ex-Joegoslavië is nog altijd aartsmoeilijk. Stanišić vertaalt dit heikele onderwerp in een persoonlijk verhaal dat tegelijk ontroert en aan het lachen brengt, en daarbovenop veel inzichten biedt. – Karen Billiet in De Standaard 21/11/2020

De blik van Stanišić is poëtisch, met gevoel voor het mythische en het melancholische. Zijn werk doet denken aan dat van andere Slavische rasvertellers van nu, zoals de Poolse Olga Tokarczuk en de Tsjech Jáchym Topol. ‘Een poëet en revolutionair’, noemde het maandblad Rolling Stone hem. Ook in Herkomst, het semi-autobiografische relaas van een ontheemde jongen, is Stanišić lekker op dreef. Dit ‘semi’ vanwege de fantasierijke herinneringen die hij laat doorsijpelen, maar tegelijk confronteert met de werkelijkheid die hij soms liever niet wilde zien. – Annemieke Hendriks in Trouw 31/10/2020

Een ontwikkelingsroman die laat voelen en doet inzien wat het betekent om je land te moeten ontvluchten wegens niets ontziende oorlogsterreur. Dat Stanišić dit moeilijke thema en deze moeilijke herinneringen tegelijk met zoveel lichtheid heeft weten te beschrijven is werkelijk buitengewoon. Dit boek is een absolute ‘must read’ in tijden waarin het oorlogsgeweld en de vluchtelingenproblematiek in Europa en bij uitbreiding op veel andere plekken in deze wereld nog steeds ‘hot issues’ zijn.- BK 16/7/2022

Antoine de Saint-Exupéry. De Kleine Prins tussen de mensen – Heizel – Brussel

On ne voit bien qu’avec le coeur. L’essentiel est invisible pour les yeux. – Le Petit Prince

Vergezel de Kleine Prins in Brussel en ontdek het spannende leven van zijn bedenker! Zo vangt de brochure aan die de bezoeker van deze tentoonstelling warm wil maken voor een biografische wandeling door het leven van Antoine de Saint-Exupéry, de auteur van dit alom bekende en vertaalde werk.

Het moet 1969 geweest zijn toen voor schrijster dezes dit werkje als verplichte lectuur voor het vak Frans gelezen diende te worden. Het feit dat we met een groepje oud-collega’s een bezoek hadden gepland aan de tentoonstelling, zette me ertoe aan het werk te gaan herlezen. De cover van het 96 pagina’s tellende boekje met originele tekeningen van de auteur was ondertussen al wat vergeeld, de sprookjesachtige spirituele inhoud echter verrassend actueel. Wat in die zestiger jaren vooral op het eerste niveau werd begrepen, kwam in de context van de huidige actualiteit, tot zijn volle filosofische betekenis.

De avontuurlijke heldhaftigheid van de auteur in WO II, die erg zakelijk en documentair (en met typisch Frans pattriotisme) uit de doeken wordt gedaan in de tentoonstelling, haalt ook de minder bekende visionaire humanist St. Exupéry naar voren die in zijn leven en werk spirituele waarden als liefde, trouw, vriendschap, solidariteit, verbondenheid, verantwoordelijkheid, schoonheid als bakens van hoop laat stralen. Het zijn waarden die met het huidige conflict tussen Rusland en Oekraïne weer brandend actueel zijn.

Scholieren uit de basisschool zullen het eerder zakelijke -documentaire gedeelte wellicht minder kunnen smaken maar voor 12-jarigen en ouder die De Kleine Prins gelezen hebben, is dit een boeiende wandeling door het leven van de auteur met in de eerste ruimte een introductie tot de inhoud van het verhaal en in de laatste een samenvattende audiovisuele immersieve beleving van De Kleine Prins.

Meer info: De Kleine Prins tussen de mensen

Mijn lieve gunsteling – Marieke Lucas Rijneveld

De wreedheid van Marieke Lucas Rijneveld is gegroeid, recensie van Marie-José Klaver in Neerlandistiek

Marieke Lucas Rijneveld kan het. Ze kan het echt. Mijn lieve gunsteling is vele malen beter dan haar debuut waarvoor ze de International Booker Prize won. Rijneveld is voor haar tweede roman in de hoofden van een 49-jarige veearts en een 14-jarige boerendochter gekropen die elkaar bij de wekelijkse koeiencontrole op de boerderij van de vader van het meisje hebben leren kennen.

Omslag Mijn lieve gunsteling

Onlangs werden de Grote Drie, zoals criticus Kees Fens Harry Mulisch, Gerard Reve en Willem Frederik Hermans noemde, in de media ten grave gedragen, zonder enige discussie over de kwaliteit van hun werk. Jan Wolkers hoorde eigenlijk ook bij de Grote Drie. Over Wolkers kun je ook moeiteloos beweren dat hij een egocentrische, witte man was die seksistisch schreef. Maar zonder Wolkers zouden we geen Rijneveld hebben. Rijneveld is gaan schrijven toen ze Wolkers ontdekte op de lerarenopleiding Nederlands. Ze werd geraakt door ‘de natuur, het geloof, de seksualiteit, de dieren en vooral zijn prachtige taal’, zei ze in een interview met NRC Handelsblad. De echo van Wolkers klinkt ook in Rijnevelds nieuwe roman door. Dat beperkt zich niet tot de inhoud, het omslag van Mijn lieve gunsteling lijkt veel op dat van De walgvogel (1974) van Wolkers. De onmogelijkheid van de liefdes en de rol van de vaders in Mijn lieve gunsteling en De walgvogel tonen ook overeenkomsten. Mijn lieve gunsteling is met het vele malen voorkomende ‘praaldier’ en de verwijzingen naar ‘lieve jongens’ ook een ode aan Reve, wiens werk de veearts aan zijn ‘lieve gunsteling’ voorleest om haar ervan te overtuigen dat onmogelijke en verboden liefdes de mooiste zijn.

Mijn lieve gunsteling is prachtig geschreven. Rijnevelds stijl en en haar beeldrijke taalgebruik, kenmerkend voor De avond is ongemak (2018) en haar dichtbundels Kalfsvlies (2015) en Fantoommerrie (2019), zijn nog veel beter geworden. De vergelijkingen in Mijn lieve gunsteling zijn subliem. Kwets nooit het leven en snijd nooit in levend vlees, leerde de veearts tijdens zijn opleiding. Toch schendt hij het jonge meisje dat hij vergelijkt met een zweer die hij met een ‘hoefmes uit de klauwlederhuid’ had moeten verwijderen en misschien slechts had moeten ‘reinigen en droogwrijven’. Later omschrijft de veearts het meisje als ‘een kalf in stuitligging in de kraamkamer van mijn verziekte verlangens’. De  manier waarop Rijneveld over koeien schrijft, is ongeëvenaard. De blaarkoppen spelen op vrijwel elke bladzijde een rol, en dat wordt nooit saai.

Rijneveld vertelt een wreed verhaal dat wordt ingeleid door drie regels uit psalm 139, in een vertaling van Anton Korteweg.

Ken me dan maar

weet wie ik ben

en doe maar

-Psalm 139

Psalm 139 staat bekend als een pleidooi van onschuld waarin om vrijspraak wordt gevraagd. Tegelijkertijd kan dit citaat gelezen worden als de wens van de 14-jarige boerendochter om vleselijk gekend te worden door de veearts en zich aan hem over te geven.

Uit de innerlijke monologen van de verliefde pedofiel blijkt dat hij al jaren geobsedeerd is door het meisje. Hij is aan het groomen en rechtvaardigt zijn seksuele obsessie door steeds te wijzen op de door hem waargenomen seksuele behoeftes van het kind, dat nog Roald Dahl en Harry Potter leest en een buitenboordbeugel en een ringetje met een lieveheersbeestje heeft. Hij denkt dat zij voortdurend met seks bezig is. De veearts denkt vaak voor anderen: voor de boerenknechten die het meisje met rust laten en voor de vader.

Waar het allesoverheersende kindperspectief mij in De avond is ongemak soms iets te veel werd, snakte ik in Mijn lieve gunsteling naar de visie van het kind. Wat de veearts wil, is duidelijk, maar wat wil zij? En wie vertelt wat zij wil?

Mijn lieve gunsteling is niet alleen een gruwelijk goed boek, het is ook gedurfd. Bij de introductie werd aangekondigd dat het boek snel in het Engels vertaald wordt. Je vraagt je meteen af hoe dit buitengewoon expliciete boek over pedofilie vol wreedheden jegens mens en dier op de Angelsaksische markt zal worden ontvangen. Het relatief onschuldige De avond is ongemak vormde al een probleem voor de sensitivity readers die Engelse en Amerikaanse uitgevers inhuren om te voorkomen dat lezers overstuur raken door fictie. Hopelijk gaan Rijneveld en haar uitgever pal staan voor een ongecensureerde vertaling van Mijn lieve gunsteling. Iedereen verdient het dit boek in zijn geheel te lezen.

bron: Neerlandistiek – Online tijdschrift voor taal- en letterkunde, 5 november 2020

Zonder meer virtuoos in taal en stijl!

Al het blauw – Peter Terrin****

Enkele maanden geleden werd ik door een artikel in Knack aangezet om deze roman te gaan lezen. De recensie bleef maanden op mijn bureau liggen: een nieuwe van Peter Terrin die een lovende beoordeling kreeg. Ik had hem ook het boek zien voorstellen op De afspraak. Welaan dan, deze week was het eindelijk zover.

Mijn eerste indruk was bevreemding: wie was wie? [Om te weten wat je nog niet weet moet je gaan langs de weg van het niet-weten, BK] In welke romantijd was ik beland? De tachtiger jaren van vorige eeuw bleek even later. De romanruimte: een zwembad, annex café Azzura, een verlaten fabrieksterrein in de buurt en een sociale woonwijk. De personages: Simon, een twintiger en zijn familie en vrienden; Carla, een barmeid en haar John, trucker-eigenaar van Azurra.

Eens doorheen de eerste bevreemdende bladzijden bleek Al het blauw een pageturner die me bleef verrassen, die hoofdstuk na hoofdstuk mijn mening over de personages bijstelde en met name over het hoofdpersonage Simon, de twintiger met een sterke moederbinding die de smaak van de vrijheid proeft en in zijn beslissingen, of het nu om studeren of de liefde gaat, vrij radikaal en onherroepelijk is.

Over het slot van de roman heb ik verbaasd gestaan. Het laat je wat onvoldaan achter en toch … onderschat de auteur niet. Waarom zegt de persoon die op het fabrieksterrein lag/zit wat hij zegt? Waarom zegt/doet Carla wat ze zegt/doet? En Simon?

Geen grootse klassieke tragedie speelt zich hier af, al is de spanning nooit weg en stevent de verhaallijn af op een mogelijke catastrofe voor de hoofdpersoon. Het gaat veeleer om een probleemsituatie in mineur, waarin de hoofdspelers, gedreven door de egocentrische driften van passionele liefde en haat, uiteindelijk elk een uitweg moeten zoeken.

Wat anderen over de roman schreven:

Al het blauw is meer geworteld in een wereld die ook de onze zou kunnen zijn, in tegenstelling tot veel van Terrins andere werk, waarin de wereld opmerkelijk grauw, hard en onverschillig is – tot in de details. De personages ondergaan nu eens niet de extreemste dingen (zoals een brute moord in Blanco, een persoonsverwisseling in Patricia of een dochtertje in coma in Post Mortem), maar hebben alledaagsere zorgen: een slecht huwelijk, een heimelijke verliefdheid, een kinderwens. – de Volkskrant 12/02/2021

Peter Terrin wil naar eigen zeggen zijn verhalen niet laten bezoedelen door zijn ‘schrijvende, formulerende ego’. Hij is de kok die zijn gerechten niet kruidt om zo de pure smaak van de ingrediënten te bewaren. Maar als die niet van topkwaliteit zijn, hou je gewoon zoutloos eten over.

Wat dus, als het verhaal het soapniveau niet overstijgt? Wat als het een simpel affaire-scenario over een zoekende bijna-twintiger, een barvrouw van 41 en haar echtgenoot met losse handjes betreft? Dan volstaat het niet om in de eerste zin een lichaam te droppen op het parkeerterrein van een verlaten fabrieksgebouw en de hele roman te laten drijven op de vraag wie van de drie plat op de rug eindigt. Dan heb je talige bravoure nodig om de lezer bij de liefdesles te houden.

Nu is de westerse literatuur grotendeels gebouwd op het soort amoureuze driehoek die Terrin in Al het blauw beschrijft. Daar mogen we Terrins voorgangers dankbaar voor zijn, maar dat we hun verhalen over onstuimige liefde, gekrenkte eer en andere al te menselijke aangelegenheden vandaag nog lezen, heeft meer te maken met hun stijlgevoel dan met de precieze constellatie van de drie lichamen in hun verhalen.

Helder schrijven is niet hetzelfde als stijlloos schrijven. Af en toe rijgt de man die in 2012 met Post mortem de AKO Literatuurprijs won, zijn bijzinnen aaneen tot een herkenbaar, troostend of onheilspellend beeld. Terrins romans komen tot leven in de sfeer die de schrijver steeds weet te creëren. Ook deze in de jaren 80 gesitueerde vertelling over liefde aan de rand van een zwembad en van het maatschappelijk aanvaarde krijgt kleur wanneer Terrin de omgevingsgeluiden opsomt die zijn hoofdpersonage hoort in de avondzon, of wanneer hij de geur van een zwembadcafé en de witte aanslag op de ramen omschrijft. Op de momenten waarop Terrin zichzelf toestaat om buiten de grenzen van het strikt verhalende te treden, krijgt zijn roman een in de klare lijn opgetekend gezicht.

Terrins uitgepuurde stijl en zijn fotografenblik lenen zich perfect voor het detail van een momentopname, maar de al te zuivere zinnen zorgen ook om de zoveel bladzijden voor een banaal stukje dialoog, een al te letterlijke explicitering van een gevoel of een weinigzeggende karakterbeschrijving. Aan het einde ken je de lievelingskleur van de hoofdpersonages, maar weet je nog steeds niet wat hen nu zo onherroepelijk in elkaars armen dreef.

Peter Terrin schrijft steevast volgens het ‘stille waters hebben diepe gronden’-principe. Hij weet vakkundig de indruk te wekken dat er heel wat sluimert onder het spiegelende blauwe oppervlak van zijn vertelling, maar je kunt sfeer scheppen tot het putje leeg is, af en toe wil een lezer ook simpelweg kopje-onder gaan in een overdonderende zin. – De Standaard 13/02/2021

Dankzij de boeiende personages, de geslaagde perspectiefwissels en Terrins prikkelende stijl staat Al het blauw garant voor een intense leeservaring. Al het blauw is onmiskenbaar Terrin, maar toch ook weer anders. Het is zowel een talige als visuele trip, werelds en onwerelds tegelijkertijd, het vertelt een intiem, melancholisch verhaal op een bijna zuiver, afstandelijk wijze. Al het blauw doet verlangen naar ‘al het blauw’een glimp van het goddelijke gedurende één ogenblik. Achteraf zal het lijken alsof twee levens elkaar kort schampten, zoals de auto’s in de aanrijding uit de epiloog, voor ze de richtingaanwijzer aanzetten en elk een andere richting uit rijden. Maar ook wat kennelijk geen impact heeft gehad, vormt een onmiskenbaar deel van wie of wat we zijn: ‘In haar achterhoofd daagt een verre herinnering, aan liggen op de grond en staren naar het blauw, aan het gevoel op te stijgen in een duizelingwekkende vrijheid.’ – de Reactor 10/05/2021

In Al het blauw legt Peter Terrin de nadruk op wat we zien en voelen, niet op wat we zouden moeten zien en moeten voelen, niet op de expliciete emoties van zijn figuren. – De Groene 24/02/2021

Eternal Echoes – John O’Donohue

Celtic Reflections on Our Yearning to Belong

“Longing is the transfiguration of aloneness,”  schreef David Whyte. De alchemie van die transfiguratie is wat de grote Ierse dichter en filosoof  John O ‘Donohue (1956 -20008) onderzoekt in Eternal Echoes, een immens inzichtelijke blik op de eeuwige turbulenties van het menselijke hart, gevoed door oude wijsheid en gericht op de moderne levenservaring.

O’ Donohue:

We live in a world that responds to our longing; it is a place where the echoes always return, even if sometimes slowly… The hunger to belong is at the heart of our nature. Cut off from others, we atrophy and turn in on ourselves. The sense of belonging is the natural balance of our lives… There is some innocent childlike side to the human heart that is always deeply hurt when we are excluded… When we become isolated, we are prone to being damaged; our minds lose their flexibility and natural kindness; we become vulnerable to fear and negativity.

[…]

The ancient and eternal values of human life — truth, unity, goodness, justice, beauty, and love — are all statements of true belonging; they are the also the secret intention and dream of human longing.

En hoewel we verlangen naar integrate, we zijn toch fundamenteel gefragmenteerd. De dynamische interactie tussen deze beide polen, argumenteert O’Donnohue, is een animerende centrale kracht voor de menselijke ervaring.

No thing is ultimately at one with itself. Everything that is alive holds distance within itself. This is especially true of the human self. It is the deepest intimacy which is nevertheless infused with infinite distance. There is some strange sense in which distance and closeness are sisters, the two sides of the one experience. Distance awakens longing; closeness is belonging. Yet they are always in a dynamic interflow with each other.

[…]

Our hunger to belong is the longing to find a bridge across the distance from isolation to intimacy.

Zoals onze behoefte de kaart van onze onvolkomenheid uittekent, voorziet ze tegelijk de essentiele emotionele intelligentie voor echte menselijke verbondenheid. Ons verlangen om erbij te horen brengt ons dichter bij onszelf en uiteindelijk ook bij elkaar.

O’Donohue schrijft:

There is a huge abyss within every mind. When we belong, we have an outside mooring to prevent us from falling into ourselves.

[…]

There is a lovely balance at the heart of our nature: each of us is utterly unique and yet we live in the most intimate kinship with everyone and everything else… Our hunger to belong is the desire to awaken this hidden affinity.

En toch is erbij horen altijd overanderlijk onvolledig. Het subtiele gevoel van thuisloosheid die deze onvolkomenheid in ons zaait, is het begin van elke creatieve impuls. O’Donohue overweegt hoe we interpoleren tussen ons verlangen naar verbondenheid en de noodzakelijke eenzaamheid die de creatieve impuls doet ontstaan:

There is a divine restlessness in the human heart. Though our bodies maintain an outer stability and consistency, the heart is an eternal nomad. No circle of belonging can ever contain all the longings of the human heart. As Shakespeare said, we have “immortal longings.” All human creativity issues from the urgency of longing.

The restlessness in the human heart will never be finally stilled by any person, project, or place. The longing is eternal. This is what constantly qualifies and enlarges our circles of belonging. There is a constant and vital tension between longing and belonging. Without the shelter of belonging, our longings would lack direction, focus, and context; they would be aimless and haunted, constantly tugging the heart in a myriad of opposing directions. Without belonging, our longing would be demented. As memory gathers and anchors time, so does belonging shelter longing.

Als het verlangen sterft, houdt de creativiteit op. De zware taak van het mens-zijn is om verlangen en verbondenheid in evenwicht te brengen, zodat ze met en tegen elkaar werken om ervoor te zorgen dat alle mogelijkheden en gaven die in de klei van het hart slapen, in dit ene leven kunnen worden gewekt en gerealiseerd.

Hoe dat kan, onderzoekt hij verder in dit zeer inspirerende en mystiek-poëtische boek. Het staat garant voor uren boeiende literatuur die in alle eenvoud naar de diepste verlangens en behoeften peilt van elke mens. Het is een boek dat vanuit de ervaring van moederlijke geborgenheid op fenomenale wijze de link legt naar verbonden- en geborgenheid met en in de Natuur en de hele ons omringende Kosmos.

Meer weten over John O’Donohue ? klik dan hier

Poëzieweek 2022 – bloesemingen en overvloed – Vlaanderen & Nederland

Op donderdag 27 januari 2022 start de tiende editie van de Poëzieweek in Vlaanderen en Nederland. Het thema van deze lustrumeditie is natuur. Niemand minder dan Ramsey Nasr schrijft het Poëziegeschenk met als titel Wij waren onder de betovering. Tot en met woensdag 2 februari kun je zowel in Vlaanderen als in Nederland genieten van extra veel poëzie-activiteiten.

OVER RAMSEY NASR

Ramsey Nasr (Rotterdam, 1974) is dichter, schrijver, acteur en regisseur. In het jaar 2000 debuteerde hij als dichter met de bundel 27 gedichten & Geen lied. Vijf jaar later werd Nasr stadsdichter van Antwerpen. In 2009 werd hij voor een periode van vier jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands. Alleen al in 2021 verschenen er twee nieuwe boeken bij De Bezige Bij. In zijn essaybundel De fundamenten roept Ramsey na een coronajaar op tot radicale verandering. Nasr Compacter bundelt dan weer een persoonlijke keuze uit zijn gedichten. In 2022 komt daar ook nog het Poëziegeschenk bij!

Ramsey Nasr is binnenkort te gast in de januariaflevering van de podcast Beeldspraak (Poëziecentrum) en hij vertelt je nog meer geheimen over het dichterschap in het januarinummer van Poëziekrant en Awater. Mis het niet!

OVER HET POËZIEGESCHENK

Voor deze lustrumeditie van de Poëzieweek schreef Nasr tien gedichten die hij bundelde tot Poëziegeschenk met als titel Wij waren onder de betovering. Nasr liet zich daarbij leiden door het verlangen om de natuur in de trekken. Niet voor niets is het motto van deze Poëzieweek ‘bloesemingen en overvloed.’ Het Poëziegeschenk is gebaseerd op de honderden brieven die Vincent van Gogh schreef. Nasr plaatste Van Goghs woorden in een nieuwe context en herschikte deze tot meeslepende poëzie.

Het Poëziegeschenk verschijnt in januari 2022 bij PoëzieCentrum. De cover van het Poëziegeschenk is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen Ramsey Nasr en vormgever Jelle Jespers.

Koop je tijdens de Poëzieweek voor 12,50 euro aan poëzie bij je deelnemende boekhandel, dan krijg je er gratis het unieke Poëziegeschenk bij. Haast je met andere woorden naar jouw Vlaamse of Nederlandse boekhandel om de poëziebundels die nog op jouw verlanglijstje staan te kopen.  Luisterpuntbibliotheek en Passend Lezen zorgen voor een Daisy-versie, brailleversie en een luisterversie van het Poëziegeschenk.

%d bloggers liken dit: