‘Frontland Ukraine – Reportage aus der roten Zone I auslandsjournal’ – ZDF

Weerbaarheid, kracht, moed, ziel … Oekraïense burgers en soldaten leven er iedere dag op de smalle weg tussen leven en dood en getuigen van onverzettelijkheid, doelgerichtheid en verbondenheid.

Dwaaltocht doorheen Gent met prof. em. Jean-Paul Van Bendegem

Een filosofische stadswandeling doorheen Gent met niet minder dan prof.em. Jean-Paul Van Bendegem, dat lieten we ons geen tweemaal vragen.

We spraken af aan het Sint-Pietersstation en tram 1 bracht ons naar de halte Savaanstraat. Via een korte wandeling voorbij aan de Opera bereikten we dan de brasserie van de Handelsbeurs waar we samen (15 deelnemers) lunchten. Na de lunch zou prof. Van Bendegem ons daar komen ophalen. En zo geschiedde.

Op de Kouter werd ons bij wijze van inleiding duidelijk gemaakt welke invalshoek JPVB voor deze wandeling gekozen had:

Deze wandeling wil een filosofische dwaaltocht doorheen een concrete stad [zijn] maar meer nog een mentale verkennings- en ontdekkingsreis van een universum waar het gaat om het geheugen, natuur versus cultuur, het verzamelen en ordenen, het maken van kennis en het bewaren en herstellen van wat was. Het eindpunt is een verrassend nieuwe blik op een omgeving die men dacht te kennen.1

We leren monumenten lezen, oppervlaktestructuur van dieptelaag te onderscheiden. Er wordt verteld over de Wereldtentoonstelling van 1913 en welk monument aan die grootse gebeurtenis nog herinnert in het de Smet De Naeyerpark nabij het Sint-Pietersstation. Waarom juist het monument ‘Wijsheid, kracht en schoonheid’? Dat heeft te maken met de financiering van die Wereldtentoonstelling door de vrijmetselaars. De stad Gent is ook onlosmakelijk verbonden met het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck. Het inspireerde de Amerikaanse kunstenares Jessica Diamond om ‘Mystic leaves’ te maken: het werk bestaat uit achttien bladeren uit brons, messing en gietijzer die voorkomen op het altaarstuk en verspreid zijn over de Kouter. Tussen de nerven van de bladen lees je de namen van de planten en de bloemen in het Middelnederlands, de taal van de gebroeders Van Eyck.

Soms ontstaan er ook stadslegendes in verband met monumenten als niemand het geheim van het monument weet te ontsluieren. Een voorbeeld is de haan op de luifel van Ons Huis op de Vrijdagmarkt. Een geschenk van Waalse arbeiders aan Gentse arbeiders voor hun hulp? Neen! De haan staat symbool voor de nieuwe dageraad, de nieuwe wereld waarin iedereen gelijkberechtigd zal zijn, een socialistische droom dus. En de drie cijfers 8 op de sokkel? ‘Acht ure wirke, acht ure sloape, acht ure vrij, da willen wij!’2

Met de centrale bibliotheek De Krook op de achtergrond, vernemen we dat deze verloren hoek van Gent een mooie invulling heeft gekregen. Over het ontwerp van de bibliotheek is JPVB minder enthousiast. Kunnen wij er de gelaagdheid, de stapeling van boeken in zien? Deze infrastructuur aan een bocht (‘krook’) in de Schelde omvat onder meer de nieuwe stadsbibliotheek, labo’s en kantoren van de Universiteit Gent en imec. Ze noemt zich de inspiratieplek voor kennis, cultuur en innovatie, een bibliotheek die klaar is voor de 21ste eeuw. De plek waar kennis gemaakt wordt dus en opgeslagen: een plek voor jonge, oude en belegen wetenschappen.3

Het gaat op deze plek over het verzamelen in een gebouw (museum, Wunderkammer, collecties: subjectieve en objectieve, compleetheid of juist de onmogelijkheid daarvan) en over het Citadelpark met het S.M.A.K en het Museum voor Schone Kunsten (MSK). Wat is de functie van een park in een stad? Hoe is de ‘plezante mikmak van het Citadelpark’4 ontstaan en waar haalden de ontwerpers hun inspiratie?

Langs de Reep trekken we vervolgens naar de Bisdomskaai en in de buurt van de Rijksmiddelbare school bevindt zich het standbeeld van koning Willem I van Oranje. Onder Hollands bewind krijgt Gent in 1816 een eigen universiteit. Als herinnering hieraan werd hier op de reep een standbeeld van koning Willem I, stichter van de universiteit, onthuld en bij de onafhankelijkheidsstrijd van België kiezen vele inwoners de zijde van het Nederlandse Huis van Oranje.5 Willem I heeft bijzondere aandacht voor het onderwijs. De universiteiten van Leuven, Leiden, Utrecht en Groningen worden opnieuw opgericht. In Gent en Luik komt er een nieuwe universiteit. Ook het lager- en middelbaar onderwijs worden verbeterd naar Willems wensen. Culturele en wetenschappelijke activiteiten kunnen zich verheugen in de steun van de vorst. Een kleine terzijde over de rangen (docent, hoofddocent, hoogleraar, gewoon hoogleraar en buitengewoon hoogleraar) die men vandaag op de universiteit kent en hoe universiteiten hun wortels hebben in kloostergemeenschappen was hier zeker op z’n plaats.

Langs het Maaseikplein, een kleine groene oase met een knipoog naar het Lam Gods, waar 1400 vierkante meter asfalt plaats ruimde voor een bloemrijke graszone en een fruitgaard. Hier groeien perelaars, appelaars, een vijgenboom, een kerselaar, een amandelboom en een moerbeiboom.  Ook soorten als lievevrouwbedstro, bosaardbeitjes en madonnalelies bloeien er kleurig en geurig. Al dit groen dat ook voorkomt op het Lam Gods, kreeg hier een plek bij het standbeeld van de gebroeders Van Eyck, die afkomstig waren van Maaseik.

We zijn nu aangekomen op het Sint-Baafsplein waar zich het NTG bevindt en ook de Lakenhalle en het Belfort. Hier heeft JPVB het over de romantische middeleeuwen en de gereconstrueerde stad die helemaal niet authentiek meer is. In dit verband werkt het verhaal van de ‘goedendag’ uit de Guldensporenslag op de Groeningekouter bijzonder verhelderend. De verwarring die ook over dit krijgstuig is ontstaan (een stok met een ketting waaraan een metalen bol met pinnen) moet op de rekening van Hendrik Conscience geplaatst worden en zijn roman De leeuw van Vlaanderen. Eigenlijk was de goedendag een stok met een metalen punt op het einde. Romantiek is hier dus heel waarschijnlijk de dader van de verwarring. Men leze er in professor Van Bendegems boek ‘Verdwaalde stad’ het stukje Een kleine encyclopedie van de restauratie en Er was eens een gebouw6 op na en je komt te weten waarom we over een aantal Gentse ‘gerestaureerde’ historische monumenten kunnen spreken van ‘nep’.

Het spreekt vanzelf dat in het bestek van dit korte blogbericht niet alles wat verteld werd aan bod komt. Wat we echter meekregen was inderdaad verrassend nieuw. Professor Van Bendegems erudiete kennis van het onderwerp weet hij te laten samengaan met veel zin voor humor, persoonlijke associaties en filosofische uitweidingen, die alles samen, zorgen voor een zeer boeiende rondleiding.

We sloten de goed gevulde dag af met een terrasje bij café-restaurant ’t Voske op het Sint-Baafsplein.

Noten:

  1. Van Bendegem, J.P. (2017) Verdwaalde stad. Filosoferen langs straten en pleinen. Antwerpen/Amsterdam: Houtekiet
  2. Van Bendegem, J.P. (2017) Verdwaalde stad. Filosoferen langs straten en pleinen. Antwerpen/Amsterdam: Houtekiet, p. 55
  3. Van Bendegem, J.P. (2017) Verdwaalde stad. Filosoferen langs straten en pleinen. Antwerpen/Amsterdam: Houtekiet, p. 158
  4. Van Bendegem, J.P. (2017) Verdwaalde stad. Filosoferen langs straten en pleinen. Antwerpen/Amsterdam: Houtekiet, p. 73
  5. https://visit.gent.be/nl/zien-doen/bezienswaardigheden?
  6. Van Bendegem, J.P. (2017) Verdwaalde stad. Filosoferen langs straten en pleinen. Antwerpen/Amsterdam: Houtekiet, p. 208,209,210

Het Kunstuur 2 – Mechelen *****

In de Heilige Geestkapel tegenover de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen loopt momenteel het toch wel unieke kunstconcept Het Kunstuur 2. Wie de eerste editie vorig jaar bezocht, hoeft niet meer overtuigd te worden van de innovatieve, creatieve en boeiende format van deze tentoonstelling. De topwerken van Belgische kunstenaars komen uit de periode 1880-1950. Een periode die heel rijk was aan diverse kunststromingen. Meer dan de helft van de werken komt uit privébezit en werden zelden eerder vertoond. Het feit dat bekende en minder bekende Vlamingen hun licht werpen op de schilderijen waarmee ze een link hebben, geeft de audiovisuele rondleiding een verrassende persoonlijke toets. Je luistert er onder anderen naar Bart Somers over ‘Kaai te Mechelen’ van Anna Boch of Arno over ‘De dronkaards’ van James Ensor, Elodie Ouedrago bij ‘De tenor’ en ‘De Soprano’ van Alfred Ost en Dirk De Wachter bij het prachtige ‘De Wiedster’ van Constant Permeke.

De Dronkaards, 1883 – James Ensor

In de historische Heilige Geestkapel uit de 13de eeuw, vertelt Jo De Meyere tenslotte levensverhalen bij werken van Xavier Mellery, Eugène Laermans, Prosper De Troyer, Léon De Smet, Floris Jespers, Frits van den Berghe en Emile Claus. Van deze laatste het onlangs in de kelder van het kasteel van Potegem (Waregem) teruggevonden ‘Het Hanengevecht’ uit 1882.

Het Hanengevecht, 1882 – Emile Claus

Wat de kunstbeleving in dit kunstuur nog aangenamer maakt is de door Dirk Brossé gecomponeerde muziek die naast de verhalen, via je eigen oortjes of de koptelefoon van het museum, te beluisteren is.

Nadien nog wat gezellig en coronaproof (per vier aan tafel) napraten op het terras van cultuurcafé KUUB kan een leuke afsluiter zijn. Wij, een groepje oud-collega’s, moesten er donderdagmiddag een koude meiwind trotseren. Dat namen we er echter, na al die maanden, wel even bij. Hoop op beter weer en iets meer versoepeling, doet leven!

Meer info: Het Kunstuur 2 – Mechelen

Vijf vrouwelijke eredoctores op Patroonsfeest 2020 – KU Leuven Nieuws

Naar aanleiding van haar Patroonsfeest bekroont de KU Leuven jaarlijks personen met bijzondere verdiensten op wetenschappelijk, maatschappelijk of cultureel vlak. Op 3 februari 2020 reikt de universiteit een eredoctoraat uit aan Kimberlé Crenshaw, Liv Hatle, Mae Jemison, Valérie Masson-Delmotte en Nasrin Sotoudeh.

Bron: Vijf vrouwelijke eredoctores op Patroonsfeest 2020 – KU Leuven Nieuws

Arenbergkasteelwandeling – Heverlee

Footballspelers

M.en M., afzichtelijk jong in clubtrui, met rubberen
bekkens en schouders van staal, de penis in een buis,
de wenkbrauwen éénlijnnig met de helm,
tweelingvalken, Mors en Mars.

Het stadium bidt en balkt hun gewijde namen,
waar zij in tanden slaan en het gordijn der Giants dwarsen
als de modder van hun tuin.
Een halfback wordt tweedelig gedrukt, daar kraakt
een denkspel stuk, hurrah voor de
gebroeders tegen het kroostrijk gezin der tegenstrevers
en der pezewevers die na de veertig-urenweek hun namen bezweren,
Man en Macht, Yeah, Yeah, Ja.

's Avonds na het overhoop regeren en het avondmaal
vol bier en hymnen
heft de ene de andere boven het hoofd.

En bij het slapen scheidt zich wak van
het builenveld der huid een droomgebeente vol koploze soldaten,
glimlachend fluisteren ze aan de nacht
de tactiek van kniestoot en geplette kaken.

Hugo Claus

uit: Een geverfde ruiter, 1961

Een wandeling die vertrekt van bij het Heilig Hartinstituut naar het Kasteelpark Arenberg, nu Campus Arenberg, en de wandelaar informeert over het geslacht Arenberg en het erfgoed van beide sites. Bij het rugbyveld van het ‘Sportkot’ bevindt zich het bovenstaande gedicht van Hugo Claus ingehuldigd op 27 januari 2006 tijdens Gedichtendag. In mei worden in het park je geurpapillen overvloedig geprikkeld door het fijne, delicate en frisse aroma van de boerenjasmijn. Nog tot 1 september bevindt zich tijdens het Arenbergfestival het beeldhouwwerk Pliny’s Sorrow van Johan Creten in de binnentuin van het kasteel.

‘Arenbergkasteelwandeling – Heverlee’ van Blauwkruikje (8.28 km): Arenbergkasteelwandeling – Heverlee – Recreatieve wandelroute

Duizend namen – Rita Ghesquière

Het beeld van Maria in de Europese literatuur.

In de lente van dit jaar (12 maart) overleed prof. em. Rita Ghesquière (1947-2018), van 1970 tot 2009 verbonden aan de afdeling Algemene Literatuurwetenschap van de Faculteit Letteren van de KU Leuven. Ik herinner me haar uit mijn eerste jaar aan de unief als een zachtmoedige en behulpzame repetitor van het monitoraat, die ons met studietips en voorbereidende mondelinge oefeningen voorbereidde op onze eerste partiële examens.

Van haar verscheen net na haar onverwachte overlijden het boek  ‘Duizend Namen. Het beeld van Maria in de Europese literatuur’, uitgeverij Averbode|Erasme, 2018. De aanzet was een essay voor een Scherpenheuvellezing ‘Maria in de literatuur’ in oktober 2017 die uiteraard beperkt moest blijven maar het onderwerp boeide haar en groeide uit tot dit boek dat in de herfst van dit jaar de Publieksprijs van het religieuze en spirituele boek 2018 won.

coverbeeld: Annunciation – George Hitchcock

Commentaar van de jury:

Het beeld van Maria in de Europese literatuur is een heerlijk en origineel boek over poëzie. Ghesquière, die zelf een zwierige pen hanteerde, reikt hier de ene ontdekking na de andere aan van vergeten gedichten. Wie weet er nog dat Lord Byron een prachtig Ave Maria schreef? Het is een gedurfd en geslaagd boek, waarin de auteur het op heden niet zo ‘trendy’ Mariale thema op een originele en niet-klassieke wijze benadert via literatuur, liedteksten en poëzie. Ze opent voor een breed lezerspubliek een ongekende wereld van een gekend thema, systematische en chronologische, zonder dat het de onderzoeksmethodiek de vlotte leesbaarheid en toegankelijkheid schaadt, noch de lezer verveelt.

Ik kan deze woorden alleen maar volmondig onderschrijven. Het boek bracht me in contact met bekende auteurs maar vanuit een compleet onverwachte focus namelijk die van hun mariale gevoeligheid of eerder sceptische afstandelijkheid of zelfs van hun creatieve invulling van lacunes in het overgeleverde relaas van de moeder van Jezus. Rita Ghesquière loodste me opnieuw door de Europese literatuur haar licht werpend op het middeleeuwse Mariabeeld en dat  van de renaissance tot de verlichting. Met auteurs als Goethe, William Wordsworth, Alphonse de Lamartine, Samuel Coleridge, Lord Byron, Paul Verlaine, Charles Baudelaire, Oscar Wilde, Guido Gezelle e.a. laat ze het Mariagevoel uit de romantiek oplichten om tenslotte met de auteurs van het katholieke reveil zoals Paul Claudel en Charles Péguy , T.S.Eliot , W.B. Yeats, Rainer Maria Rilke, Beltold Brecht e.a de mariale poëzie uit de eerste helft van de twintigste eeuw onder de korenmaat uit te halen. Haar aandacht gaat ook naar Jezusromans en Mariaromans en naar Nederlandse en Vlaamse auteurs als Gery Helderenberg, Albe, Guillaume van der Graft, Gabriël Smit, Paul Van Ostaijen, Felix Timmermans, Gerard Walschap, Anton Van Duinkerken, Anton Van Wilderode, Maurice Gilliams. In een  samenvattend besluit rondt ze haar studieonderwerp als volgt af:

De zoektocht naar het beeld van Maria doorheen de Europese literatuur was een verademing. Terwijl onze samenleving Maria nog maar weinig ruimte biedt, toont de literatuur hoe sterk zij verankerd is en deel uitmaakt van ons culturele erfgoed. De brede waaier van teksten verwoordt wat Maria voor vele dichters en schrijvers en hun generatiegenoten betekend heeft. De moeder van Jezus biedt niet alleen troost en houvast voor moeilijke momenten in het leven, zij houdt ook een spiegel voor van belangrijke christelijke waarden: eenvoud, dienstbaarheid, barmhartigheid, vergevensgezindheid, … De rijke schat aan beelden, verhalen en bij momenten ook kritische toon, openen zo een weg om de afstandelijkheid, de schroom en de schaamte van onze tijd te overwinnen en met andere nieuwe ogen naar Maria te kijken.

Op deze vierde adventszondag bracht dit boek me een erg persoonlijke en innemende leeservaring.

 

Macht en schoonheid. De Arenbergs – M – Museum Leuven*****

Al sinds de 16de eeuw kan de familie Arenberg zich tot de hoge Europese adel rekenen. Vanuit die positie speelde het geslacht op verschillende vlakken een leidersrol in Europa. Met hun enorm grondbezit, uitgekiende huwelijkspolitiek en actieve rol op het slagveld breidden ze hun politieke macht steeds verder uit. De combinatie van hun financiële welstand en passie voor kunst en cultuur resulteerde dan weer in een reeks collecties die zowel qua omvang als kwaliteit ronduit indrukwekkend te noemen zijn. De expo in M brengt topstukken uit die collectie opnieuw samen om het verhaal van de Arenbergs te vertellen.

Prinsen en hertogen

In de eerste zaal (1. G) van de expo kom je terecht in de portrettengalerij van de familie Arenberg, geïnspireerd op de galerij die gasten in de vestibule van het kasteel van Arenberg in Heverlee begroette. Kunst verzamelen en kunstenaars begunstigen was een manier van edelen om zich te onderscheiden. De familie investeerde dan ook royaal in kunst die de status, weelde en vooral de stamboom van de familie vereeuwigde. Ze schuwden daarbij de grote namen niet: het iconische ruiterportret van Albrecht van Arenberg dat je in deze zaal ziet, is van niemand minder dan Anthony van Dyck.

Alle portretten tonen de leden van de familie op hun best: de dames in indrukwekkende gewaden, de heren in harnas, met sjerpen, strikken en linten. Aan bravoure en panache geen gebrek. Familieportretten moeten getuigen van een geslaagde voorplanting en dynastieke samenhang. Het voorbeeld bij uitstek is hier dat van Karel van Arenberg (1550 – 1616) en Anna van Croÿ (1564 – 1635) met vijf van hun twaalf kinderen.

Karel van Arenberg (1550 – 1616) en Anna van Croÿ (1564 – 1635) met vijf van hun twaalf kinderen.

Maar niet enkel portretten moesten de status van het huis uitdragen. Op de tafel in het midden van de zaal liggen de ware kroonjuwelen van de familie: de oorkonden met de verheffing tot rijksvorst (1576) en tot hertog (1644). Ze vormen de ultieme legitimatie van hun macht. Verder getuigen een brief van keizerin Maria Theresia en een hoge onderscheiding van Napoleon van de band van de familie met de hoogste kringen van de Europese aristocratie.

Rijke en ondernemende landadel (zaal 1.H)

De familie Arenberg was lange tijd een schoolvoorbeeld van de machtige Europese landadel. Naast bezittingen in de Nederlanden en de Duitse landen, verwierven ze landgoederen in Frankrijk, Oostenrijk, Bohemen en Italië. De familie verplaatste zich dan ook met een verbazend gemak door Europa. Toch bleef er altijd een sterke verbondenheid met de Nederlanden. Daarvan getuigt de Driestedensalon in het Arenbergkasteel in Heverlee, waar drie adembenemende gezichten op Brussel, Antwerpen en Asterdam prijken. De panorama’s zijn nu zij aan zij te zien in de expo in M.

Driestedensalon v.l.n.r .Antwerpen, Amsterdam, Brussel

Zoals het de ‘oude’ adel betaamde, leefden de Arenbergs van hun land. Dat in tegenstelling tot de derde stand en de nouveaux riches, voor wie het wel geoorloofd was geld te verdienen met bankzaken en koophandel. Voor de Arenbergs kwamen de inkomsten uit landbouw, mijnbouw en bosbouw. Zo werd de familie puissant rijk toen in de 19de eeuw in hun nieuwe domeinen op de rechteroever van de Rijn – in wat we nu het Ruhrgebied noemen – steenkool gevonden werd. In de 19de eeuw waren ze de kampioenen van het grootgrondbezit in België. De Franse tak van de familie lag rond dezelfde periode mee aan de basis van Compagnie de Suez, de maatschappij die het Suezkanaal mee heeft aangelegd, en die later uitgroeide tot een van de belangrijkste spelers op de energiemarkt.

Huwelijkspolitiek

Om hun territorium uit te breiden, voerden de Arenbergs een strategische huwelijkspolitiek. De erfgoederen die de Arenbergs dankzij Anna van Croÿ verwierven, maakten hen in één klap tot de belangrijkste adellijke grootgrondbezitters van de Habsburgse Nederlanden. Met die erfenis verwierven ze ook de titel van hertog van Aarschot, die door keizer Karel aan Croÿ was verleend. Het aanzien van het geslacht en de identificatie met de Habsburgse zaak leidden tot een almaar internationalere huwelijkspolitiek. Steeds vaker verrijkten de namen van andere rijksvorsten en van Spaanse, Italiaanse of Oostenrijkse aristocraten de stamboom van Arenberg.

Veldheren

Maar nieuw land veroveren ging lang niet altijd via strategische huwelijken. Boven alles waren de Arenbergs namelijk actief op het slagveld. Als doorgewinterde legeraanvoerders waren ze betrokken bij zowat elk gewapend conflict in Europa tussen de 16de en het begin van de 19de eeuw. Ze vochten veelal in dienst van Habsburg: De Habsburgse dynastie deed in de 16de tot 18de eeuw voortdurend een beroep op de graven en hertogen van Arenberg, zowel op politiek, militair als diplomatiek vlak. Ze droegen trots de titels van admiraal van de Vlaamse vloot, kapitein-generaal van Henegouwen, veldmaarschalk van de keizerlijke troepen.

De actieve rol van de mannelijke Arenbergs op het slagveld bleef niet zonder gevolgen. Het betekende dat hun echtgenotes achterbleven om de zakelijke belangen van de familie te behartigen. Bij die veldslagen lieten de mannelijke telgen van het geslacht trouwens niet zelden het leven. Het beheer van de landgoederen door de vrouwen was in die gevallen geen tijdelijke zaak. Wanneer een echtgenoot niet terugkeerde van het slagveld, diende de weduwe, de douairière, het bewind te voeren over kinderen en goederen. We kunnen gerust stellen dat de vrouwen van de familie Arenberg op die manier vaak uitgroeiden tot erg machtige dames. Zo zou Margaretha van der Mark, gravin van Arenberg, haar man, die sneuvelde aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568), nog drie decennia overleven.

Diplomaten

De mannelijke Arenbergs die wel enkele veldtochten wisten te overleven, kregen na verloop van tijd vaak diplomatieke opdrachten. Op die manier breidden ze hun politieke en maatschappelijke macht nog verder uit. Ze namen een stevige positie in aan de onderhandelingstafel en werden daardoor eeuwenlang gezien als de voornaamste edellieden van de Lage Landen. In de expo zie je bijvoorbeeld een schilderij van de ondertekening van het verdrag van Londen (1604) tijdens de Somerset House Conference. Het werk toont Karel van Arenberg als een van de gezanten die mee het einde van de Spaans-Engelse oorlog onderhandelde. De familie Arenberg behoorde tot het selecte clubje dat mee over het lot van Europa besliste.

Macht vergaren, kunst verzamelen

Geen macht zonder decorum. Want wie machtig is en dat wil blijven, moet die macht ook uitstralen. Pronk, pracht en praal waren dan ook een belangrijk onderdeel van het leven van een adellijke familie als Arenberg. Kunstvoorwerpen moesten hun welstand etaleren, hun aanzien vergroten en hun macht bestendigen en legitimeren. De Arenbergs waren dan ook lange tijd toonaangevend als het ging over het goede leven en de goede smaak. Die goede smaak manifesteerde zich op het vlak van lifestyle en mode, beeldende kunst, architectuur enzovoort.

Parken en kastelen

De Arenbergs bezaten in de 19de eeuw verschillende kastelen en landgoederen in Europa. Al sinds de 17de eeuw behoorden Edingen en Heverlee tot de geliefde verblijfplaatsen in de Lage Landen. Edingen kochten ze van de Franse kroon. Het barokke park kennen we door de etsen van Romeyn de Hooghe uit een 17de-eeuws ‘tuinboek’ dat was opgedragen aan de hertog. Heverlee erfden de Arenbergs van de Croÿ’s, samen met het hertogdom Aarschot dat een van de meest winstgevende domeinen werd voor de familie. In deze zaal (1.I) zie je de tekeningen die dit hertogdom in beeld brengen en aan de basis lagen van de beroemde Albums van Croÿ. Overal drukten de Arenbergs hun stempel op het landschap. De verbondenheid met de lokale gemeenschap blijkt uit hun steun aan kloosters en begijnhoven. Een typisch staaltje van lokaal mecenaat zijn de breuken waarmee ze schuttersgilden begunstigden, wat ongetwijfeld de populariteit van het huis Arenberg ten goede kwam.

Garderobe en decor 

Portret van hertogin Hedwige van Ligne (1877-1938)

Deze zaal (1.J) biedt een inkijk in het leven van een Europese hoogadellijke familie. Centraal staat een catwalk met authentieke kostuums, maskeradepakjes en etnografische stukken. De opstelling ademt de sfeer van maskerades zoals ze in het achttiende-eeuwse Brussel werden georganiseerd. De garderobe belandde nadien in de verkleedkoffer en dook aan het einde van de negentiende eeuw op als theaterkostuum.

Toneel en theater waren prominent aanwezig in de wereld van de Arenbergs. Er heerste in de 18de eeuw een echte theatermanie onder de adel. Ze namen vaak zelf de rol van acteur op zich en voerden toneelstukken op in de eigen privévertrekken met bijbehorende kostuums en decors. Theater speelde in het bijzonder een belangrijke rol in het leven van Leopold Filips van Arenberg. Samen met de hertog van Ursel en de markies van Deinze baatte hij in het midden van de 18de eeuw enige jaren de Muntschouwburg in Brussel uit. Hij nodigde de acteurs ook uit om voorstellingen te geven in het privétheater van het kasteel van Edingen. Kort voor zijn dood liet Leopold Filips zijn theater in Heverlee herinrichten. Daar organiseerde de familie tot aan het begin van de 20ste eeuw voorstellingen in besloten kring.

Een passie voor stoffen, interieurtextiel en technologie bracht hertog Leopold Filips ertoe in Edingen omstreeks 1720 een eigen zijdemanufactuur op te richten voor de productie van luxueuze zijden kwaliteitsstoffen. Geschilderde binnenaanzichten uit de negentiende eeuw geven een beeld van adellijke woonverblijven en hier en daar vang je een glimp van het dagelijkse leven. Die aquarellen vormden toen een nieuw genre in de adellijke zelfrepresentatie en werden vervaardigd door professionele schilders of door aquarellerende prinsessen.

Erven van Croÿ en Van der Mark (zaal 1.K.a)

Onderscheidingsdrang is van alle tijden. Adellijke families toonden graag hun bevoorrechte positie door kunst te verzamelen en kunstenaars te begunstigen. De Arenbergs volgden daarbij Croÿ en Van der Mark als voorbeeld. Als mecenas en bibliofiel had renaissanceprins Karel van Croÿ de toon gezet. Albasten beelden uit het celestijnenklooster in Heverlee worden in deze zaal gecombineerd met twee schilderijen van Veronese en een doek van Frans Floris. Ook zijn bibliotheek was legendarisch en werd verkocht in 1614, dit werd vastgelegd in één van de oudste veilingcatalogi.

Het wandtapijt Honor uit de reeks Gloria Immortalis stamt uit het bezit van het geslacht Van der Mark. Jan van Lignes huwelijk met Margaretha van der Mark bracht hem de naam Arenberg en gelijk ook het wandtapijt. Wandtapijten waren een vertrouwd statussymbool in adellijke kring. De reeks zou deze rol met glans vervullen in het Brusselse Arenbergpaleis tot aan het begin van de twintigste eeuw.

Wandtapijt Honor uit de reeks Gloria Immortalis (links) – Christus en de Samaritaanse vrouw, Paolo Veronese (1585) (rechts)

Galerij en kabinet (zaal 1.K.b)

De Arenbergs verwierven in de zeventiende en achttiende eeuw niet alleen bekendheid als veldheren, maar ook als liefhebbers van kunst. Ze bestelden werk bij tijdgenoten als Rubens en Van Dyck en legden daarnaast een collectie antiek beeldhouwwerk aan. In de negentiende eeuw liet hertog Prosper Lodewijk in zijn Brusselse paleis een galerij inrichten voor de schilderijenverzameling. Die stond bekend om haar Vlaamse en Hollandse meesters en werd als particulier museum aanbevolen in Europese reisgidsen. De sfeer van de galerij wordt opgeroepen door een wand met meesterwerken: portretten, genretaferelen en landschappen. In een kabinet bevonden zich Egyptische stèles, Griekse en Etruskische vazen en Keltische sieraden. In en bij de paleiskapel werden religieuze werken uit de Lage Landen getoond. De aankoop van het Duitse slot Nordkirchen zorgt in 1903 voor een heuse uitbreiding van de collecties. Het grote doek met de vondst van Mozes is daar een getuige van.

De bibliotheek (zaal 1.L)

Het verbaasde de Franse schrijver Voltaire dat hij geen boeken aantrof in het Arenbergkasteel in Edingen. Maar dat was een jachtslot; de echte bibliotheek van het huis Arenberg bevond zich in het Arenbergpaleis, het huidige Egmondpaleis in Brussel. Hier wordt een staal uit het boekenbezit gepresenteerd, met rubrieken als geslacht- en wapenkunde, atlassen en topografie, antieke cultuur en geschiedenis van de Nederlanden. Andere favoriete onderwerpen uit de Europese adelscultuur waren: ridderorden, vestingbouw, schermkunst en paardendressuur.

De vier bibliotheekdeuren 

Ook verzamelden de Arenbergs muziekhandschriften zoals de unieke partituur van Vivaldi. Sommige hertogen ontpopten zich als bibliofielen. Bijzonder is de grote collectie Middelnederlandse letterkunde, met wiegendrukken en andere kostbare werken in de collection spéciale. Bij een bibliotheek hoorde traditioneel ook een prentenkabinet dat hier vertegenwoordigd wordt door een uitzonderlijk zestiende-eeuws verzamelalbum met nagenoeg het volledige werk van Albrecht Dürer.

Het keurmerk Arenberg (zaal 1.M)

De collecties van de Arenbergs waren zo vermaard dat de naam Arenberg een keurmerk werd. Stukken die vandaag over heel de wereld verspreid zijn en waarvan er hier enkele zijn samengebracht in deze eregalerij, dragen nog steeds de naam Arenberg. Het zijn kunstvoorwerpen van zeer uiteenlopende aard en herkomst, gaande van een evangeliarium uit de Ottoonse tijd, tot een exotische colcha (kunstig versierd kleed waarmee een opgemaakt bed afgedekt wordt) met een Indo-Portugese interpretatie van verhalen uit de klassieke oudheid. De tentoonstelling maakt de bezoeker tot getuige van de geschiedenis, status en levensstijl van het huis Arenberg. Het is een familie die vijf eeuwen lang een stempel wist te drukken op de politieke en culturele ontwikkeling van Europa. Via het keurmerk Arenberg worden de objecten in deze zaal deel van die illustere geschiedenis en krijgen zo een diepere betekenis, een extra aura verbonden aan een breder Europees verhaal.

Ik bracht zondagochtend op deze werkelijk unieke tentoonstelling  ruim 2.5 uur door en kreeg zo voor het eerst een zeer indringend beeld van de levenswandel van deze adellijke familie.  De expo is nog te bezoeken tot 20 januari 2019.

Met dank aan het M-museum voor de informatie en de foto’s

%d bloggers liken dit: