Twee ogen ‘in de sacoche’ – Martine Croonen in Kerk & Leven

In Scherpenheuvel vinden volksheiligen een nieuw onderkomen

Advertenties

Doet u dit voorjaar het bedevaartsoord Scherpenheuvel aan, daalt u dan via de trap achter de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek even de heuvel af. Een ondergrondse toegang leidt u naar de witgekalkte Barokgang, gewezen verbindingsroute tussen het klooster en de sacristie van de basiliek.

De tentoonstelling die dit voorjaar in die Barokgang huist, vormt het sluitstuk van vijf edities over heiligen en tradities en focust ditmaal op herfst- en winterheiligen. „De getoonde collectie maakt deel uit van onze studie”, zegt theoloog Hans Geybels, die aan de KU Leuven onderzoek doet naar de geschiedenis van de religieuze volkscultuur.

Treft u bij uw bezoek aan de Barokgang Jan Dierckx en Stephan Van Schoonbeek aan, dan ontbreekt het u wellicht niet aan verhalen. We houden halt bij de glazen kast met attributen van Sint-Hubertus, patroonheilige van de jacht. „Deze brandstaaf, met een stempel in de vorm van een hert, werd gebruikt om de wonde bij slachtoffers van hondsdolheid dicht te schroeien om infectie te voorkomen”, legt Van Schoonbeek uit. De legende over Sint-Nicolaas en zijn munten vertelt hij er in één adem bij.

Verderop zien we beelden van de gebroeders Cosmos en Damiaan, de aartsengel Michaël en bidprentjes van de heilige Leonardus. Heel wat heiligen blijken bovendien streekgebonden. De heilige Odrada bijvoorbeeld. Dit adellijke meisje uit Balen-Scheps in de Antwerpse Kempen werd aangeroepen tegen veeziekten en heeft tot op de dag van vandaag een eigen processie. Sint-Antonius is u vast beter bekend. Hij werd omgekeerd of in de regen gezet wanneer mensen iets kwijtspeelden, om het sneller terug te vinden, leren we. Voorts vernemen we dat de ‘vallende ziekte’ haar naam dankt aan de heilige Valentinus en dat de pijl in de borst van de heilige Sebastiaan een belangrijk punt voor acupuncturisten werd.

Oude gebruiken, gestoeld op legenden? „Toch zijn ze vandaag nog voor heel wat mensen belangrijk”, zegt Hans Geybels. „De elitaire pastoraal die ingang vond na het Tweede Vaticaans Concilie dreef volksdevotie echter naar de achtertuin. Via onderzoek willen we nieuwe informatie vrijgeven. Zo maakten we twee edities terug een studie over de geschiedenis van heiligenbeeldjes. Die kleinoden vielen immers altijd tussen de mazen van het net.”

Stephan Van Schoonbeek toont het beeld van Lucia van Syracuse, die een schaal met ogen vasthoudt. „Als patroonheilige van de blinden wordt ze ook wel eens ‘sacocheheilige’ genoemd, omdat heel wat vrouwen een paar ogen in hun handtas meedroegen om boze ogen af te weren en geluk te brengen”, luidt het.
We sluiten ons bezoek af bij het beeld van Sint-Jozef. „Wist je dat boeren die indertijd hun eigendom wilden verkopen, een Jozefbeeld in de grond stopten om een goede prijs te verwerven?”

Heiligen en tradities in Vlaanderen. Herfst & winter. Tot en met 1 juli in de barokgang in Scherpenheuvel. Gratis toegang. Open op zaterdag en zondag van 13.30 tot 17.30 uur. Groepen zijn welkom op weekdagen na afspraak met Hans Geybels (0472 74 97 60). De expo leunt aan bij het boek Heiligen en tradities in Vlaanderen Herfst & Winter (redactie Hans Geybels, Davidsfonds, 2018).

Nieuwjaarsconcert Vlaamse Academici Mechelen met Marc Erkens – Music, Maestro! – VAM

Waar muziek echt over gaat

Wie Marc Erkens niet kent is een cultuurbarbaar 🙂 . Via o.a. zijn optreden in Culture Club op Canvas kennen we onderhand allemaal deze pianopedagoog die op hoogst onconventionele wijze zijn publiek in talrijke ‘babbelconcerten’ overal te lande onderhoudt. De leden van de Vlaamse Academici Mechelen mochten hem gisteren meemaken in wat hij zelf een ‘muzieklezing’ noemt. Een werkelijk onvolprezen geestige wandeling door de geschiedenis van de muziek en het waarom van de impact die ze op ons heeft.   

Er is muziek die we aangenaam vinden om naar te luisteren zoals er ook muziek is die ons koud laat. Sommige muziek vinden we hemels, andere werkt ons op de zenuwen. Waar dat aan ligt, bepalen we lang niet altijd zelf, ook al denken we vaak van wel. Marc Erkens nam ons mee op ontdekkingstocht naar de muziek: haar geschiedenis, de bouwstenen waarmee ze wordt gemaakt, de emoties die ze bij ons losmaakt, de gelaagdheid die haar al dan niet kenmerkt.

“Waar muziek écht over gaat” is het verhaal van een communicatieve kunst die ons vertelt wie we diep van binnen zijn of eventueel zouden kunnen worden. We merkten dat een melodie, ondanks de weinige woorden die ze bevat, veel kan vertellen, dat sommige melodieën moeten geholpen worden door hun begeleiding om open te kunnen bloeien, dat ons ritmegevoel in feite heel rudimentair is en dat er klanken in de muziek zijn waar we doorgaans nooit bewust naar luisteren terwijl ze net heel veel impact hebben op onze muzikale en emotionele ervaring. We konden ervaren dat “horen” een veel diepere impact heeft op onze perceptie van de realiteit dan we doorgaans denken en we leerden waarom muziek ons niet meer loslaat als we ze eenmaal hebben begrepen.

Na het concert konden alle talrijk opgekomen aanwezigen nog genieten van een verzorgde nieuwjaarsreceptie.

Marc Erkens studeerde piano aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen. Sinds 1980 werkt hij aan het Lemmensinstituut te Leuven dat enkele jaren geleden is opgegaan in de grootste kunsthogeschool van Vlaanderen: LUCA School of Arts. Sinds 10 jaar is hij in die hogeschool opleidingshoofd muziek. U kent hem misschien van zijn muzikale en verbale bijdragen voor de radio en tv van onze nationale omroep VRT. Door over de muziek die hij speelt te vertellen, brengt hij zijn publiek in een luisterhouding die kan leiden tot een intensere muzikale beleving.

Polyfonie en het verhaal van een pas ontdekt 15de-eeuws muziekmanuscript – Bart Demuyt

1141425517

Zo goed als elke Vlaming heeft weet van de Vlaamse schilderkunst uit de Gouden Eeuw. Topwerken als het Lam Gods in de Sint-Baafskathedraal te Gent, Christus met Zingende en Musicerende Engelen in het KMSKA en namen als Jan Van Eyck, Hans Memling, Rogier van der Weyden, Pieter Bruegel, Peter Paul Rubens zijn maatschappelijk ingebed.

Even monumentaal en sterk bepalend voor de latere ontwikkeling van de muziek in Europa, zijn hun tijdgenoten-musici uit de Lage Landen, meer bepaald de Franco-Vlaamse Polyfonisten.

In 2015 werd een muziekmanuscript in privébezit voor onderzoek naar de Alamire Foundation / KU Leuven Musicology Research Group gebracht. (cfr. Bart Demuyt over uniek liedboek uit 15de eeuw en fragment door Cappilla Flamenca)

foto: De Standaard

Dit voorheen volledig onbekende laat vijftiende-eeuwse meerstemmige liedboek bevat negenenveertig Franse profane liederen samen met één Latijns religieus werk. Samen met composities van toonaangevende vijftiende-eeuwse Frans-Vlaamse meesters – waaronder Gilles Binchois, Johannes Ockeghem en Antoine Busnoys – zijn twaalf stukken in het manuscript uniek en volkomen onbekend.

In juli 2016 werd het manuscript gekocht door de Koning Boudewijnstichting (Fonds Léon Courtin – Marcelle Bouché) en permanent in bruikleen gegeven aan de Alamire Foundation in de Parkabdij van Leuven. Sinds april 2017 is het digitaal beschikbaar op IDEM (Integrated Database for Early Music) voor onderzoek en implementatie. De serie Leuven Library of Music in Facsimile opent met deze prestigieuze uitgave voorzien van een uitvoerige introductie door prof. David J. Burn (Associate Professor Musicology KU Leuven).

De koor- en liedboeken van de Franco-Vlaamse polyfonisten, er worden er ook bewaard in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel en het Stadsarchief in Mechelen, zijn uniek studiemateriaal om Vlaanderen en Europa in die tijd beter te begrijpen. De manuscripten bieden een uniek overzicht van de muziekproductie in de Lage Landen en Noord-Frankrijk. Ze bevatten zowel religieuze als profane muziek die gedurende 70 jaar werd gecomponeerd, en het oeuvre van drie generaties componisten: van Johannes Ockeghem (1410-1497) en Johannes Regis (1425-1496), over Josquin des Prez (1450/1455-1521) en Pierre de la Rue (1452-1518) tot Jean Richafort (1480-1550) en Adriaan Willaert (1490-1562).

Deze Vlaamse polyfonie is van een absoluut uitmuntende kwaliteit maar voor een deel van de internationale cultuurwereld vrijwel onbekend. Meer zelfs, heel wat van de werken uit die tijd zijn nooit bestudeerd (kunnen worden) en de valorisatie ervan is tot op vandaag veel te gering.

In de late Middeleeuwen, toen er nog geen gedrukte boeken bestonden, diende alles wat een scanner en een printer vandaag kunnen, met de hand te gebeuren. Dat doorgedreven monnikenwerk maakt elk van die boeken uniek. Daarenboven werden ze nog eens op magistrale wijze van miniaturen en motieven voorzien.
De afbeeldingen illustreren een politiek of religieus thema of verwijzen naar de vorst, een machtige opdrachtgever of de ontvanger van het handschrift. In heel wat koorboeken zijn de openingspagina’s rijkelijk versierd met randen vol bloemen en dieren. Nog talrijker zijn de sierlijke kalligrafische initialen die het begin van een muziekstuk inluiden of aanduiden waar een stem (sopraan, alt, tenor, bas) moet aanvangen.

Het digitale vergrootglas van het Alamire Digital Lab levert heel wat boeiend materiaal op. We zien niet alleen hoe machthebbers, componisten en musici naar de kunst en naar de wereld keken, we krijgen ook een beter inzicht in hoe die boeken tot stand kwamen en hoe ze gebruikt werden. Er wordt zelfs onderzocht hoe de ‘mise en page’ het zingen beïnvloed zou kunnen hebben.

De Alamire Foundation speelt dus een cruciale rol in het ontginnen van dit schitterende muzikale erfgoed. Met de meest geavanceerde technieken brengt ze muziek van eeuwen geleden waar ook ter wereld in kaart. De recente ontdekking van het 15de-eeuws liedboek bracht het onderzoek en de valorisatie-opdracht van de Alamire Foundation in een stroomversnelling. Onder leiding van Bart Demuyt zal de Alamire Foundation niet rusten voor het gehele oeuvre van het atelier van Petrus Alamire gedigitaliseerd en ontsloten is. Vandaag is dat een verzameling van 51 handschriften, verspreid over heel Europa en door het Alamire Digital Lab verzameld in 15.500 beelden. Daarom trokken ze ook naar de prestigieuze Vaticaanse Bibliotheek om er onder meer de Chigi Codex te fotograferen.

Wie was Petrus Alamire? Niemand weet wanneer Peter Imhoff precies geboren is. Waarschijnlijk omstreeks 1470 in een bekende koopmansfamilie in Neurenberg. Alamire was niet zijn echte naam, eerder een muzikaal merk. De ‘A’ slaat op de toonhoogte en ‘la’, ‘mi’ en ‘re’ verwijzen naar de toonladder. Hij werd vermoedelijk opgeleid als musicus en muziekscribent. Hij reisde naar de Lage Landen waar hij onder andere voor Margareta van Oostenrijk en aartshertog Karel (de latere keizer Karel V) luxueuze muziekhandschriften vervaardigde. Maar hij was ook ondernemer, spion voor Hendrik VIII en koerier voor Erasmus en andere humanisten. Bovendien onderhield hij contacten met verschillende Europese hoven en met machtige handelaars en bankiers. Hij stierf in Mechelen in 1536.

Met videobeelden van o.a. het digitalisatieproject in de Vaticaanse bibliotheek, het Huis van de Polyfonie in de Parkabdij van Leuven en de ontdekking en aankoop van het Leuven Chansonnier trok Bart Demuyt het publiek mee in een wondere muzikale wereld.

Bart Demuyt (1964) studeerde aan het Lemmensinstituut, werd stafmedewerker bij de Onderzoekseenheid Musicologie aan de KU Leuven en was als uitvoerend musicus verbonden aan o.m. Collegium Vocale, La Petite Bande, Capilla Flamenca. Daarna was hij actief als artistiek medewerker bij Musica en was artistiek leider van het Nederlandse ensemble Cappella Pratensis. In 2008 keerde Demuyt terug naar de KU Leuven en werd hij directeur van de Alamire Foundation, Internationaal Centrum voor de Studie van de Muziek in de Lage Landen. In dat jaar neemt hij ook de functie op van artistiek en algemeen directeur van AMUZ [Festival van Vlaanderen-Antwerpen]. In 2016 is hij ook aangesteld als senior research IOF-manager for Musical Heritage KU Leuven. Bart Demuyt is voorzitter van de Adviescommissie Kunsten Vlaanderen en curator van verschillende festivals en tentoonstellingen waaronder ‘Passie van de Stemmen’ en ‘Petrus Alamire, Meerstemmigheid in beeld’.

Zie ook : Leuven Chansonnier – Een vondst van wereldformaat.