Kunstroute – Kunstenfestival WATOU 2017 – Recreatieve wandelroute

Voor al wie nog een kijkje wil gaan nemen op het Kunstenfestival Watou (nog tot 3 september) in de Vlaamse Westhoek, het parcours van de kunstroute 2017. En mocht de bezoeker zich de vraag stellen of kunstenaars zich niet meer moeten engageren – nieuwe verbindingen moeten maken – in Watou zit de kunst niet in een ivoren toren: het spanningsveld tussen vrijheid en morele verantwoordelijkheid is er overal voelbaar zonder dat de kunst het besef verliest kunst te zijn.

Klaartje Lambrechts’ werk in Rewound, 2015 is neergezet in een steriele ruimte waarin alleen het genadeloze licht het decor vormt. Zo is de focus op het essentiële onvermijdelijk: de gracieuze assimilaties van menselijke emoties. Haar beeldtaal roept puurheid en kwetsbaarheid op maar ze zit verborgen onder een gelaagdheid die versterkt wordt door het lichtspel, gestileerd in een esthetische compositie. Alsof terugkijkend in het verleden alsnog de controle wordt gezocht.

 

Advertenties

TAZ# een namiddag cultuur aan zee

Theater aan zee (TAZ# 27/7 – 5/8), Editie 21, kijkt vooruit, met respect voor het verleden. TAZ# maakt zich klaar voor de toekomst. Het wordt geen breuk met het verleden. Er worden accenten verlegd en enkele stevige inhoudelijke lijnen uitgezet. TAZ# is geen themafestival maar biedt een mooi, ruim en divers programma waarvan Dirk Pauwels de ‘inspirator’ en curator is. Daarmee werd iemand binnengehaald die sociaal gevoelig is en artistiek vooruitblikkend. Passend dus bij de visie van TAZ#.

De cultuurkans die TAZ# en KNACK-magazine haar lezers deze zomer bood, maakte deel uit van de omarmende, warme en verzorgende gemeenschap waar het festival de instigator van wenst te zijn.

De KNACK-namiddag ging, na de ontvangst in café Koer, van start met de fantastische voorstelling in CC De Grote Post van het stuk Montaigne, een monoloog. Een tekst van filosoof en schrijver Alexander Roose, auteur van De vrolijke wijsheid. Zoeken, denken en leven met Michel de Montaigne, uitgeverij Polisen grandioos gebracht door Koen De Sutter. Samen met zijn zoon Cesar, zelf muzikant en schrijver van de muziek.

Koen De Sutter en zoon Cesar in Montaigne, een monoloog – CC De Grote Post

Michel de Montaigne schreef niet voor ons. Hij begon zijn gedachten te noteren om greep te krijgen op zichzelf. Zijn Essays behoren tot de boeiendste filosofische teksten ooit. Montaigne leefde in een tijdperk van wetenschappelijke omwentelingen, godsdienstoorlogen en politieke instabiliteit. Zijn ‘probeersels’ zijn een therapie, een zelfportret en een publieke bekentenis. De gentleman-filosoof dialogeert met filosofen uit de oudheid – stoïcijnen, sceptici, epicuristen – voor wie filosofie altijd meer was dan een theorie. Want moedig en waarachtig leven, dat wil Montaigne.- achterflap van het boek

Montaigne, een monoloog – “de geest die [in crisismomententen] te keer gaat als een op hol geslagen paard”
In een interview voor de website Filosofie zegt Koen De Sutter: ’Montaigne leert mij nederig te zijn.’  En Tinneke Beeckman, filosofe, columniste en vrouw van Alexander Roose, verzamelde op haar website een reeks recensies van het stuk.

Na de voorstelling kregen de KNACK-abonnees de kans om in Mu.ZEE de tentoonstellingen Het museum van de eigenzin of Frans Masereel en hedendaagse kunst: verzet in beelden  te gaan bezoeken.

La famille en lecture – Frans Masereel voor de Wereldtentoonstelling in Parijs, 1937

Tussendoor zorgde de KNACK-foodtruck voor een hartige hap en konden we met een digitale consumptiepas van een drankje genieten. Een fijne namiddag en avond die ik afsloot met een wandeling op de Albert-I promenade.

Albert I – promenade – Oostende

OER. De wortels van Vlaanderen – Caermersklooster – Gent *****

Het Patershol, kruispunt Vrouwebroersstraat – Plotersgracht

Het Caermersklooster ligt in het Gentse Patershol. Die wijk is vandaag de dag bekend voor de vele restaurants die achter de historische gevels schuilen. Dat stadsbeeld dateert maar van het einde van de 20ste eeuw. In de 12de eeuw bevolkten vooral ambachtslieden zoals schoenmakers (‘corduwaniers’) deze wijk. Later bouwden advocaten en magistraten hier hun mooie burgerhuizen.Voor hun werk moesten zij immers vaak in het Gravensteen zijn: dat was tot de 18de eeuw de zetel van verschillende bestuursorganen. Tijdens de industriële revolutie verarmde de wijk tot een arbeidersbuurt in de schaduw van detextielfabrieken. Daarna kwam de opwaardering van de wijk.

Restaurant Roots in de Vrouwebroersstraat

De naam Patershol zou teruggaan op een donkere gang die onder de infirmerie van een klooster naar de Plotersgracht liep.Het was het ‘klooster van de geschoeide karmelieten’. De karmelieten waren oorspronkelijk kluizenaars in het Nabije Oosten.De heilige Maagd Maria zou hen op de berg Karmel in Palestina bevolen hebben om een kloosterorde te stichten: vandaar de naam karmelieten of de volksnaam vrouwebroers.

Caermersklooster – Lange Steenstraat

OER is een weerspiegeling van een belangrijk kantelmoment in de Vlaamse kunstgeschiedenis, van ca. 1881 tot 1930. De tentoonstelling brengt een uitzonderlijke selectie van topstukken van de meest invloedrijke schilders uit die periode; de stukken bevinden zich grotendeel in privébezit en worden voor de eerste keer getoond aan het publiek.

Vanaf de 19de eeuw wordt België een van de belangrijkste industriële naties van de wereld. Boeren worden arbeiders. Ze verlaten het platteland voor de stad, en hokken daar dicht op elkaar gepakt in stinkende beluiken. Fabrieksschoorstenen walmen dag en nacht. Geen wonder dat het heimwee naar het verloren boerenverleden steekt.

Kunstenaars als Emile Claus, Gustave Van de Woestyne, George Minne en Valerius De Saedeleer verlaten het vuile Gent. In de Leiestreek kunnen ze vrij ademen, en vinden ze echo’s van de verloren idylle. Elk op hun manier zoeken ze – bewust of onbewust – hun ‘roots’. De een vindt die in rijpe korenvelden, de ander in de bruegeliaanse poëzie van een winterlandschap of in het getaande gezicht van een boer. In hun schilderijen, beelden en tekeningen zweemt een soort collectieve essentie van wat Vlaanderen is. Een monumentale, complexloze en vaak bijna spirituele ode aan de streek en haar bewoners.

DSC03490
Licht en leven, Emile Claus (1849-1924) en het luminisme.

Maar ook buiten Latem wordt geschilderd. In Oostende schippert James Ensor tussen reële vissers en burleske fantasieën – want ook absurde humor blijkt typisch Vlaams.

En bij het begin van de 20ste eeuw voelt Léon Spilliaert zich verloren in een steeds sneller veranderende wereld. En dan moet de oorlog nog beginnen.

Léon Spilliaert (1881-1946) – Solitude

De Eerste Wereldoorlog blijkt een breuklijn. Buitenlandse ballingschappen maken dat kunstenaars als Gust. De Smet, Frits Van den Berghe, Constant Permeke en Edgard Tytgat voeling krijgen met wat internationaal beweegt op de artistieke scène.

Rik Wouters (1882-1916) en zijn geliefde Nel
Constant Permeke (1886 -1952) – Het zwarte brood

Ook zij halen inspiratie uit het volkse leven en vullen deze aan met caféinterieurs, kermissen, circussen en variété. In de kunstwerken verweven zij hun eigen emoties en creëren een hoogst persoonlijke blik op de toenmalige wereld.

Edgard Tytgat 1879-1957

Nog tot 6 augustus 2017 – meer info: www.caermersklooster.be
Tekstbron: brochures van de tentoonstelling en het Caermersklooster