The Disappearing Women – Rae Langton – NYT

download (1)Deze week trok een artikel van prof. Rae Langton in The New York Times mijn aandacht. Ze zet  er op een heldere en pittige manier in uiteen waarom er zo weinig vrouwelijke filosofen in de geschiedenis van de filosofie te vinden zijn en vooral ook waarom de pertinente vragen die ze aan grote filosofen stelden tot op heden onbeantwoord bleven. Een gemiste kans voor de filosofie van verleden, heden en toekomst, noemt ze dat. 

Philosophy is often introduced through its history, beginning with Socrates, who banished the weeping women, as prelude to the real business of philosophizing. Other banishments followed, so it can be tempting to see an unbroken all-male succession, as course lists (including my own) still testify.  That part too is misleading. Princess Elisabeth of Bohemia, in her notable correspondence with Descartes, offered the most enduring objection to Descartes’ dualism: How can immaterial mind and material body interact? She is puzzlingly absent from standard editions that include his contemporary critics. Maria von Herbert provoked a deep question for Kant: is moral perfection compatible with utter apathy? She is puzzlingly absent from the latest Kant biography  and her letters survive elsewhere for their gossip value (sex! suicide!). With omissions like these we let down philosophers of past, present and future. We feed the stereotype, and the biases Descartes despised. One more joke then: “How many feminists does it take to change a light bulb?” “It’s not the light bulb that needs changing.” via The New York Times

Rae Langton is a professor of philosophy at the University of Cambridge and a fellow of Newnham College. She taught at Massachusetts Institute of Technology from 2004 to 2012. Her most recent book, “Sexual Solipsism: Philosophical Essays on Pornography and Objectification,” was published by Oxford University Press in 2009.
Advertenties

Romantiek, een dubbele affaire – prof. dr. Maarten Doorman | VAM

Vorig jaar was het driehonderd jaar geleden dat Jean-Jacques Rousseau, vader van de romantiek, in Genève werd geboren (1712-1778).

In zijn voordracht voor de Vlaamse Academici Mechelen stelt Maarten Doorman dat de romantiek echter niet alleen een kunststroming of een tijdperk is, zij is ook een wereldbeeld dat de politiek, de moraal en de wetenschap betreft. Dat wereldbeeld is nog altijd niet voorbij. Volgens Maarten Doorman zitten we nog altijd gevangen in de romantische orde. Onze cultuur is bezeten van het verlangen naar echtheid. Het verleden fascineert ons en we zoeken naar roes en het exotische. Romantisch nationalisme bloeit weer als ooit tevoren. Maarten Doorman zet uiteen dat de kracht van de romantiek schuilt in haar dynamiek en haar tegenstellingen: het zelf en de ander, gevoel en verstand, wetenschap en kunst. Zo werpt Doorman een nieuw licht op de hedendaagse cultuur. En op onszelf. (Bron: VAM)

Rousseau en ikWat heeft Rousseau ons nog te vertellen? Deze vraag stelt filosoof Maarten Doorman zich in het recent verschenen boekje ‘Rousseau en ik’. Rousseau is de filosoof van de radicale eerlijkheid en authenticiteit en van het tegendeel, de menselijke vervreemding, een opvatting die zowel het marxisme als het existentialisme heeft beïnvloed. Doorman constateert dat de hedendaagse filosofen weinig heel hebben gelaten van het begrip authenticiteit. Authentiek spreken of handelen verliest zijn authenticiteit, zijn “onschuld” zodra er over wordt nagedacht. Het streven naar echtheid en natuurlijke goedheid is een paradox.

Rousseau was zich daarvan bewust en de tegenstellingen en paradoxen in zijn leven en in zijn werk zijn daar het pijnlijke en fascinerende bewijs van. Toch is het verlangen naar authenticiteit nooit zo groot geweest. Doorman verwijst naar uiteenlopende fenomenen als de bekentenisliteratuur, het toerisme, de moderne reclame en het politieke populisme. Hierover schrijft Doorman: “De mateloze behoefte aan authenticiteit produceert een wereld van kunstmatigheid, vol berekenend vertoon van eerlijkheid, spontaniteit en natuurlijk gedrag dat het vertrouwen in de politiek alleen maar ondergraaft”.  

Authenticiteit is een onhoudbaar ideaal, maar dat is nog geen reden, betoogt Maarten Doorman, om het kind met het badwater weg te gooien. Doorman verwijst onder andere naar de filosoof Charles Taylor. Taylor erkent vanuit het pijnlijke besef van de vervreemding die het moderne leven veroorzaakt, het verlangen naar authenticiteit, gemeenschapszin en traditie, maar waarschuwt voor het gevaar van nostalgie en sentimentaliteit, die authenticiteit in een “vervalst” verleden opsluiten.

Rousseau was zeker voorbarig in zijn afscheid van vooruitgangsbegrippen, maar het “ontmaskerende” postmodernisme dreigt ons nu in een weerloos cynisme te storten, waarbij wij steeds sneller over een bodemloze oppervlakte surfen. Is Rousseau een “ontmaskerd” romanticus, dan zijn de zere plekken die hij aanwees en de paradoxen waarop hij stuitte, nog altijd de onze. (Bron: Johan De Haes – Cobra.be)

Prof. dr. Maarten Doorman is bijzonder hoogleraar Kunstkritiek aan de Universiteit van Amsterdam en doceert cultuurfilosofie aan de Universiteit Maastricht. Hij is verder essayist, dichter en medewerker van de Volkskrant. Van hem verschenen de afgelopen jaren De romantische orde (derde druk 2012), Paralipomena.  ParalipomenaOpstellen over kunst, filosofie en literatuur (2007)Denkers in de grond. Een homerun langs 40 graven (2010) en Rousseau en ik. Over de erfzonde van de authenticteit (vijfde druk 2012), alle bij uitgeverij Bert Bakker. Onlangs verscheen ook zijn nieuwe dichtbundel Je kunt bellen bij uitgeverij Prometheus. (Bron: VAM)

.

Leven we onbewust verder in een romantisch verlangen naar een onhaalbaar ideaal van ‘echtheid’? Lopen we daarbij het gevaar te vervallen in nostalgie, sentimentaliteit, in alles wat ‘fake’, of ‘vervalste echtheid’ is? Is romantiek in die zin paradoxaal: een zo overtrokken verlangen naar ‘echtheid’ dat het onechtheid voortbrengt? Terwijl ik na de lezing in mijn wagen naar huis reed stelde ik mezelf de volgende vragen: wat is nu precies authenticiteit ? Is het niet de mate waarin iemand trouw is aan zijn eigen persoonlijkheid, geest, of karakter, ondanks alle externe invloeden? Is ons leven pas authentiek als de impuls tot handelen vanuit onszelf komt, en niet extern wordt geïnspireerd? Is authenticiteit dan überhaupt mogelijk want wie kan/wil zich afschermen van beïnvloeding door externe factoren? We leven in een tijd waarin je geacht wordt je eigen ik te exploreren en te realiseren. Jezelf zijn is evenwel onmogelijk”, aldus Maarten Doorman in een artikel in RektoVersoJuist deze authenticiteitsparadox is terug te voeren tot de romantische paradox à la Rousseau. En verder in het artikel: ‘Ik geloof namelijk dat dialectiek ín romantiek zit. De romantische omwenteling impliceert niet alleen dat verlichting en romantiek elkaars tegenpolen zijn, maar ook dat beide polen een synthese vormen in de romantiek zelf. Ik geloof dat je romantiek enkel vanuit de paradox kan begrijpen.’ Romantiek, een dubbele affaire dus.

  

Hij denkt, zij ook – Over vrouwelijke filosofen – Christophe Van Eecke | VAM

Donderdagavond een lezing van Christophe Van Eecke, filosoof en schrijver, bijgewoond die georganiseerd werd door de Vlaamse Academici van Mechelen. “Denkende vrouwen zijn gevaarlijk: dat werd althans lange tijd gedacht. In de 20ste eeuw hebben vrouwen echter hun plaats veroverd in de filosofie. In deze voordracht staat Christophe van Eecke stil bij een aantal dames die ons in hun denken een aantal instrumenten aanreiken om de relatie tussen mens en wereld beter te begrijpen. We nemen Hannah Ahrendt, een monument van de filosofie, als uitgangspunt. Haar onderscheid tussen arbeid, werk en handelen wordt de basis voor een filosofische rondleiding doorheen het denken van de mens over de mens in relatie tot de wereld. Twee andere vrouwelijke denkers functioneren daarbij als wegwijzers. Enerzijds is er Elaine Scarry’s filosofie over pijn en schoonheid. Zij stelt de vraag of er een verband is tussen die twee, en tussen die twee en de relatie tot de wereld. Anderzijds is er Susanne K. Langer‘s kunstfilosofie die vertrekt vanuit de idee van levende vorm. Door deze  drie denkers in contact te brengen met elkaar, opent zich een opmerkelijk filosofisch veld om onze relatie met de wereld opnieuw te denken”, aldus de inleiding tot een absoluut boeiende avond die vooral aanzette tot verkenning van de werken van deze vrouwen.

www.christophevaneecke.be