Het Kunstuur 2 – Mechelen *****

In de Heilige Geestkapel tegenover de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen loopt momenteel het toch wel unieke kunstconcept Het Kunstuur 2. Wie de eerste editie vorig jaar bezocht, hoeft niet meer overtuigd te worden van de innovatieve, creatieve en boeiende format van deze tentoonstelling. De topwerken van Belgische kunstenaars komen uit de periode 1880-1950. Een periode die heel rijk was aan diverse kunststromingen. Meer dan de helft van de werken komt uit privébezit en werden zelden eerder vertoond. Het feit dat bekende en minder bekende Vlamingen hun licht werpen op de schilderijen waarmee ze een link hebben, geeft de audiovisuele rondleiding een verrassende persoonlijke toets. Je luistert er onder anderen naar Bart Somers over ‘Kaai te Mechelen’ van Anna Boch of Arno over ‘De dronkaards’ van James Ensor, Elodie Ouedrago bij ‘De tenor’ en ‘De Soprano’ van Alfred Ost en Dirk De Wachter bij het prachtige ‘De Wiedster’ van Constant Permeke.

De Dronkaards, 1883 – James Ensor

In de historische Heilige Geestkapel uit de 13de eeuw, vertelt Jo De Meyere tenslotte levensverhalen bij werken van Xavier Mellery, Eugène Laermans, Prosper De Troyer, Léon De Smet, Floris Jespers, Frits van den Berghe en Emile Claus. Van deze laatste het onlangs in de kelder van het kasteel van Potegem (Waregem) teruggevonden ‘Het Hanengevecht’ uit 1882.

Het Hanengevecht, 1882 – Emile Claus

Wat de kunstbeleving in dit kunstuur nog aangenamer maakt is de door Dirk Brossé gecomponeerde muziek die naast de verhalen, via je eigen oortjes of de koptelefoon van het museum, te beluisteren is.

Nadien nog wat gezellig en coronaproof (per vier aan tafel) napraten op het terras van cultuurcafé KUUB kan een leuke afsluiter zijn. Wij, een groepje oud-collega’s, moesten er donderdagmiddag een koude meiwind trotseren. Dat namen we er echter, na al die maanden, wel even bij. Hoop op beter weer en iets meer versoepeling, doet leven!

Meer info: Het Kunstuur 2 – Mechelen

Het verschrikkelijke mooie leven – Retrospectieve Roger Raveel – Bozar – Brussel*****

Bozar – Baron Hortastraat – Brussel

Het universele in het alledaagse aan het licht brengen: zo zou je het voortdurende artistieke streven van Roger Raveel beknopt kunnen samenvatten. Hij onderscheidde zich radicaal van zijn generatiegenoten door een geheel eigen beeldtaal te ontwikkelen, balancerend tussen figuratie en abstractie en geïnspireerd op zijn dagelijkse omgeving. Roger Raveel werd op 15 juli 1921 geboren in Machelen-aan-de-Leie, een dorp nabij Gent waar hij altijd heeft gewoond en gewerkt tot zijn overlijden op 30 januari 2013. Een eigenzinnige keuze in een tijd waarin de kunstwereld alsmaar internationaler werd.

Hij studeerde aan de Stedelijke Academie van Deinze en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent. Zijn leraren waren onder meer Hubert Malfait en Jos Verdeghem. Via zijn vriend Hugo Claus leerde hij in het begin van de jaren 1950 schilders van de Cobragroep zoals Karel Appel en Corneille kennen. Hij wil echter heel andere wegen op met zijn schilderkunst. In 1962 verblijft hij drie maanden in Albisola Mare (Italië) waar hij werkt en tentoonstelt met kunstenaars als Lucio Fontana en Asger Jorn.

Zelfportret met sigaret, 1952 – foto: fp

In de tweede helft van de jaren 1950 evolueerde hij naar een meer abstracte schilderkunst die haar wortels heeft in het beleven van het organische, het vegetatieve, het animale. Maar omstreeks 1962 schildert hij het drieluik ‘Neerhof’ met in het midden een kooi met levende duif. Hij wil een directe dialoog tot stand brengen tussen kunst en werkelijkheid, zijn ‘Nieuwe Visie’.

Het verschrikkelijke mooie leven, 1965 – foto: fp

In 1966-67 transformeert Raveel de keldergangen van het kasteel te Beervelde, nabij Gent, tot een picturaal environment. Hierbij krijgt hij de medewerking van Etienne Elias, Raoul De Keyser en Reinier Lucassen.

Na de schilderingen te Beervelde ontstaan een aantal beschilderde objecten zoals ‘Illusiegroep’ en ‘Tuintje met karretje om de hemel te vervoeren’. Zijn alert milieubewustzijn brengt de kunstenaar er toe zijn engagement te visualiseren door middel van manifestaties als ‘De Zwanen van Brugge’ en ‘Raveel op de Leie’ (1971). Bijna 20 jaar later, in 1990, herdenkt Roger Raveel het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door met een op wielen gemonteerde beschilderde kleerkast doorheen het stadscentrum van Brussel te rijden.

Met een op wielen gemonteerde beschilderde kleerkast doorheen het stadscentrum van Brussel, 1990 – foto’s: fp

Voor zijn artistieke bedrijvigheid en zijn bijdrage aan de kunstgeschiedenis ontvangt Roger Raveel eervolle vermeldingen bij de Prijs voor de Jonge Belgische Schilderkunst (1958 en 1960) en een onderscheiding in de Europaprijs (1962), de Internationale Joost vanden Vondelprijs (1983), de Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad (1992), de adellijke titel van Ridder (1995) en de Van Ackerprijs (1996).

Raveel en ik, 3 april 2021 – foto: fp

De tentoonstelling start in 1948, het jaar waarin Raveels karakteristieke realisme begint vorm te krijgen. Doorheen tien thematische hoofdstukken tracht ze Raveels unieke manier van kijken en zijn bijzondere visie op de relatie tussen kunst en werkelijkheid te ontleden. De thema’s zien we in Raveels hele oeuvre, in verschillende combinaties, telkens weer opduiken. Het zijn als het ware referentiekaders die Raveels artistieke zoektocht een richting geven, als variaties op zijn overkoepelend onderwerp: de mens in zijn alledaagse beslommeringen en als universeel gegeven.

Het venster, 1962 – foto: fp

Vanaf 1965 werkt Raveel aan een uitgebreid grafisch oeuvre. Aanvankelijk hoofszakelijk lithografieën en etsen vanaf 1980 experimenteert hij ook met houtsnede. Het atelier van meesterdrukker Piet Clement in Amsterdam speelt daarbij een grote rol. Raveel wil zijn artistieke visie vertalen naar de prentkunst en deze laat hem ook toe zijn Nieuwe Visie zo ruim mogelijk te laten circuleren.

We vinden dan ook vele thema’s van zijn tekeningen en schilderijen in de grafiek terug. De evolutie van de leitmotoeven (o.a. de dubbende man, het vierkant, de stap enz.) doorheen de jaren en doorheen de verschillende motieven onthullen de complexiteit van de kunstenaars manier van kijken en denken.

uit: Genesis 1966 – 1968, Hugo Claus – Roger Raveel, 1996

Raveel werkt regelmatig samen met dichters en schrijvers aan bibliofiele uitgaven en grafiekmappen. De belangrijkste samenwerkingen zijn met Hugo Claus en Roland Jooris. Met de eerste deelt hij niet een gelijkaardige levensstijl maar wel een gelijkaardige artistieke attitude: een open blik op de internationale kunstwereld met een stevige lokale verankering. Roland Jooris werkt niet enkel artistiek samen met Raveel, hij schrijft ook essays over zijn werk en was van 1999 tot 2005 conservator van het RR-Museum in Machelen aan-de-Leie.

De tentoonstelling loopt nog tot 21 juli 2021

Meer info: Roger Raveel, een retrospectieve

Met dank aan het RR-Museum en de Bezoekersgids van de tentoonstelling.

Feux, 2018 – uit Le Chagrin des Belges van Adel Abdessemed

Een opiniestuk van prof. emeritus Leo Neels op de website van de VRT Standbeelden kunnen goede symbolen worden van wat we niet meer willen, maar dan moeten ze wel zichtbaar blijven, zette me aan het denken.

Zou dit werk van Adel Abdessemed (°1971, Algerije) dat te zien was op Watou 2018 niet beter duidelijk maken ‘wat we niet meer willen’ omdat het keihard binnenkomt, omdat het ons confronteert met onze sociale handicaps: structureel geweld, racisme en discriminatie, openlijk of verdoken ?

Het is Hugo Claus’ Het verdriet van België dat de kunstenaar inspireerde om een reeks werken samen te stellen, vertrekkend van treffende verhalen over Belgisch Congo onder Leopold II, die de kolonie 24 jaar lang als persoonlijk bezit behandelde. Alle werken uit de reeks kregen de titel Feux en zijn gemaakt van houtskool, een natuurlijk element dat voortkomt uit verwoesting maar ook dient als tekenmateriaal.

Een verzameling afgehakte handen wijst duidelijk op de vreselijk grote hoeveelheid slachtoffers die destijd geteisterd werden door afschuwelijk leed en verlies.

Feux, 2018 by Adel Abdessemed – Watou 2018

Le Chagrin des Belges zet een deur open naar een waar gebeurde nachtmerrie die ons land blijft achtervolgen. Abdessemed nodigt hiermee de Belgen uit om dergelijke feiten niet te vergeten en kritisch te blijven nadenken over onze eigen terreur.

of de literatuur nog een toekomst heeft – van #boeken en #bomen dream dream #dream — The Sausage Machine

In een Noors woud groeit ze en groeit en groeit een bibliotheek vol fictie, de Framtidsbiblioteket. Poëzie. Storytelling. Geen ‘sprookjesbos’, neen, een groots kunstwerk van Katie Paterson. This is the place for the making of true history. Nature. Slow space. Slow time. Mysterieus. Inspirerend. Fascinerend. Zoals alleen een kunstenaar het kan bedenken. Jaar na jaar […]

of de literatuur nog een toekomst heeft – van #boeken en #bomen dream dream #dream — The Sausage Machine

Christus en de Samaritaanse vrouw, 1585 – Paolo Veronese

Paolo Veronese was een Italiaanse schilder uit de Renaissance; een van de grote meesters van de Venetiaanse school. Oorspronkelijk heette hij Paolo Caliari, hij heette Veronese naar zijn geboortestad Verona. Hij leerde schilderen in Verona van Antonio Badile, een bekwaam vertegenwoordiger van de conservatieve lokale traditie. Die traditie bleef gedurende zijn hele carrière fundamenteel voor Veronese’s stijl, zelfs nadat hij in 1553 naar Venetië was verhuisd.

Vroeg werk

De schilders van Verona tussen ongeveer 1510 en 1540 waren voorstander van stevige, regelmatige volumes, sterke kleuren die grotendeels functioneerden in termen van contrasten en conventionele figuren. Veronese combineerde deze elementen van de lokale stijl uit de hoge renaissance met maniëristische elementen, waaronder complexe compositieschema’s die vaak een ‘worm’s eye view’-perspectief gebruiken en Michelangeleske figuren in krachtige verkorte of verwrongen houdingen. Het resulterende amalgaam werd met toenemende beheersing behandeld in de Temptation of St Anthony, gedaan voor de kathedraal van Mantua in 1552 (Musée des Beaux-Arts, Caen, Frankrijk), en plafondschilderingen (1553-54) voor het Palazzo Ducale, Venetië.

Christus en de Samaritaanse vrouw , 1585 – rond 1613 behorend tot de kunstcollectie Charles de Croy, Hertog van Aarschot, Kasteel van Beaumont (cfr. Macht en schoonheid van de Arenbergs)

Mature stijl

Het werk van Veronese’s volledige rijpheid, van omstreeks 1565 tot 1580, wordt gekenmerkt door stillere, meer klassieke composities, een nog grotere ceremoniële klank en nog meer oogverblindende licht- en kleurharmonieën. Deze schitterende stijl wordt af en toe gemoduleerd in een verlaagde tonaliteit, zoals wanneer de kunstenaar onderwerpen als The Crucifixion (c. 1582, Louvre) behandelde. Dergelijke schilderijen, waarin een nieuwe emotionele toewijding aan het onderwerp verschijnt, vermenigvuldigden zich tegen het einde van zijn carrière. Rond 1583 verving de lichtgevende schemering de pracht van de middag als norm en werd het feest vervangen door ernst. De maanverlichte Pietà; (c. 1581, Hermitage, St. Petersburg) is een extreem voorbeeld. Uit deze periode komt echter de meest overweldigende van zijn plafonds, de apotheose van Venetië in het Palazzo Ducale. Venetië, gepersonifieerd, drijft op wolken halverwege een torenhoge, tweelaagse architectonische constructie vol mensen, allemaal van onderaf gezien in een steil perspectief tegen een saffierhemel.

Veronese stierf op 9 april 1588 in Venetië. Hoewel hij zeer succesvol was, had hij weinig directe invloed. Voor de Vlaamse barokmeester Peter Paul Rubens en voor de 18e-eeuwse Venetiaanse schilders, vooral Giovanni Battista Tiepolo, vormde Veronese’s omgang met kleur en perspectief echter een onmisbaar vertrekpunt.

Keith Haring – Bozar Brussels*****

Deze tentoonstelling is niet de eerste maar wel de meest volledige retrospectieve in België. Bozar wilde Haring absoluut nu tonen en wel omdat zijn werk tot op vandaag brandend actueel blijft. De zoektocht naar een genderidentiteit, de roep naar een duurzame wereld en – helaas- racisme zijn aan de orde van de dag. Ook de strijd tegen AIDS is op wereldschaal nog lang niet gestreden. Kunst op zich kan de wereld niet redden. Kunstenaars kunnen wel laten zien hoe we ons de vaak sombere werkelijkheid anders kunnen voorstellen. Het is die levenskrachtige spiegel die Haring ons voorhoudt, van zijn eerste collages tot zijn laatste muurschilderingen.

De naam en de stijl van Keith Haring maken deel uit van het culturele erfgoed van het einde van de 20ste eeuw – zijn oeuvre straalt zoveel levensenergie uit dat het zich in ons collectief geheugen heeft gegrift. Haring zelf vertelde hoe tekenen deel uitmaakte van zijn leven sinds zijn kindertijd.: “Ik tekende al sinds mijn vierde. Ik heb leren tekenen dankzij mijn vader, die spelenderwijs zelfbedachte dieren tekende. Hoewel hij nooit carrière maakte in de kunstwereld, moedigde hij me toch aan om tijdens mijn schooljaren te blijven tekenen.”

Later kiest hij voor de School of Arts in New York. Hij waagt zich aan verschillende disciplines, want leergierig als hij is, wil hij alles uitproberen. Het is vanuit diezelfde motivatie dat hij steeds blijft vasthouden aan een genre-overschrijdende aanpak, ook al blijft tekenen heel zijn leven zijn favoriete manier om zich uit te drukken. Hij tekent snel en precies, krachtig en expressief, flitsend en met een treffende eenvoud. Hij tekent en schildert motieven zoals baby’s, dolfijnen, televisies, honden, silhouetten en vliegende schotels. Hij zet zijn tanden in zijn tijdperk en belichaamt helemaal de tijdsgeest.

“Ik ben misschien veel dingen, maar ik ben tenminste zeker dat ik goed gezelschap ben geweest voor tal van kinderen. Misschien heb ik hun leven op een blijvende manier beïnvloed.” – Keith Haring in zijn dagboek.

Art should be something that liberates the soul, provokes the imagination and encourages people to go further. – Keith Haring

Visueel Activist

Haring beschouwde de kunstenaar als “een woordvoerder van de maatschappij op een bepaald moment”. De onderstaande affiche creëerde hij als eerbetoon voor Nelson Mandela op diens 70ste verjaardag. Met zijn affiches kon hij zich openlijk als activist opwerpen. Hij liet ze vaak op eigen kosten drukken en verspreidde ze op manifestaties.

Nelson Mandela 70th Birtday Tribute , 1988
Protest tegen de atoomwapenwedloop en de Koude Oorlog

Kunst in Transit

Haring vond dat kunst er moest zijn voor iedereen. Toen hij in New York aankwam wist hij meteen dat de straten een zinvolle ruimte waren om kunst te tonen.

“The public has a right to art … Art is for everyone.” – Keith Haring

Zijn tekeningen in de metro waren een kans om naast de graffitikunstenaars die hij zo bewonderde te werken. Zijn kunst vult er de publieke ruimte waar de stad bruist van leven. Het openbaar vervoer wordt de allegorie van zijn ‘transitkunst’. Met zijn zo makkelijk te herkennen motieven illustreert hij de voor reclame voorbehouden ruimten op de weg van pendelaars en urban reizigers.

Keith Haring en de New Yorkse underground

Club 57 en Alternatieve Kunstruimten

Harings uitvalsbasis in New York was de East Village in downtown Manhattan. Door de goedkope huurprijzen trok de wijk als een magneet een diverse kunstenaarsgemeenschap aan. Aangezien ze weinig gelegenheden hadden om tentoon te stellen in conventionele galerieën, creëerden deze kunstenaars alternatieve kunstruimten en toonden ze hun werken tegen de achtergrond van een bruisende partyscene. Ze bouwden voort op de DIY-attitude van de pioniers van de punk met hun fotokopieën. De amateuristische zwart-wit look leek een uitdrukking van zowel de economie als de sfeer van die tijd. Haring ontwierp uitgewerkte affiches en flyers voor zijn eigen activiteiten en die van zijn vrienden kunstenaars.

Een van zijn grootste bijdragen was de organisatie van tentoonstellingen in Club 57, in de kelder van een Poolse kerk op St. Mark’s Place. In het begin van de jaren 80 organiseerde hij ook streetarttentoonstellingen in de Mudd Club en werd verliefd op disco en house in de legendarische nachtclub Paradise Garage.

Keith Haring ontwerpt platenhoezen voor artiesten als Malcolm McLaren, The Peech Boys en Sylvester

If commercialization is putting my art on a shirt so that a kid who can’t afford a $ 30,000 painting can buy one, then I’m all for it. – Keith Haring

Pop Art Life

Haring kan als geen ander bezit nemen van tentoonstellingsruimten, die hij naar eigen beleven vorm geeft en transformeert. Vanaf 1982 krijgt hij steeds meer internationale tentoonstellingen en in 1986 opent hij in SoHo zijn Pop Shop waar hij zelf geïllustreerde kleren en affiches verkoopt. Het is onder de begeleiding van Andy Warhol dat hij erin slaagt om zijn Pop Shop uit te bouwen tot een verlengstuk van zijn artistieke praktijk.

Act up for Life

De roze driehoek in Silence = Death van 1989 werd in de jaren 70 een symbool van de LGBTQ beweging, die besloot het terug te claimen van de nazi’s in Duitsland, die het gebruikten om homo’s biseksuele mannen en transvrouwen in de concentratiekampen te identificeren. De driehoek met de slogan Silence = Death werd al snel één van de iconen van de activistengroep Act Up. Haring sloot zich bij hun protest aan en ontwierp enkele affiches voor hen. Hij creëerde veel sterke beelden die bijdroegen tot het bewustzijn, de voorlichting en het activisme rond AIDS/HIV.

Poëzie voor Keith Haring

BOZAR vroeg de Amerikaanse auteur Chris Kraus als curator van een literaire bezoekersgids rond Keith Haring. Hoewel hun werk totaal verschillend is, maakten Kraus en Haring beide deel uit van de artistieke underground in het New York van de jaren 1980. Naar aanleiding van de tentoonstelling rond Keith Haring, selecteerde Kraus vroeg vijf jonge dichters om zich te laten inspireren door de kunst en ideeën van de artiest. 

Eén van hen was Cecilia Pavón. Ze heeft vijf dichtbundels en drie verhalenbundels op haar naam staan en woont sinds 1992 in Buenos Aires, toen ze er student was. Tussen 1999 en 2007, tijdens het isolement van de economische crisis, baatte Pavón samen met Fernanda Laguna, Argentijnse schijfster, een soort alles-aan-99 cent- winkel uit. Zij waren de curators en het pand was een oude apotheek. De naam van de winkel, Belleza y Felicidad, Schoonheid en Geluk, was ook de naam van een magazine dat ze uitgaven. Zoals César Aira, Argentijns schrijver en vertaler, al opmerkte, schept haar werk een parallelle wereld die zich laat zien “als een droom, net als de realiteit.”

Zonder titel

De manier waarop kunst je raakt kun je altijd herleiden tot je jeugd.
Ik ben geboren in een plattelandsprovincie zonder musea aan de voet van de Andes.
In mijn jeugd was kunst iets uit de boeken,
en in die boeken stond alleen Europese kunst,
(de grote Europese kunst uit het Parijs van het begin van de 20ste eeuw).
Toen ik op mijn dertiende voor het eerst een tekening van Keith Haring zag
op een ansichtkaart in het huis van een vriendin, vond ik dat geen kunst.
Kunst die geen kunst is:
Nu denk ik dat dat de fantasie is van elke artiest
kunst maken die geen kunst is
dat is tenminste mijn droom als dichter:
poëzie maken die geen poëzie is.
Ik zit thuis te werken en moet naar de bank
om het geld te innen dat me vanuit België is gestuurd
voor het schrijven van een gedicht geïnspireerd door Keith Haring.
Nooit eerder den ik betaald voor het schrijven van een gedicht.
Ik woon in Once, een wijk vergelijkbaar met het Brooklyn van 1983.
Ik vertrek tijdens de siësta, de zon blakert in de lucht
er staat een busje dubbel geparkeerd op de calle Alberti
het is bedolven met tags, mijn wijk zit onder de graffiti.
De zwarte, met de stift getrokken lijnen vormen nesten om in te vluchten,
of een regelloos pentagram, de graffiti vormt pentagrammen voor een dans zonder muziek.
Ik loop naar de supermarkt in de calle Alberti,
een paar duizend kilometer verder staat de Amazone in brand.
De prijzen van de levensmiddelen stijgen alarmerend snel sinds de verkiezingen.
Maar de mensen lachen, een enorm mysterie, ze drinken samen koffie, kussen elkaar, kletsen, lachen, omhelzen elkaar, het is een enorm mysterie hoe ze nog lachen.
Ik denk aan kunst die geen kunst is, kunst die geen kunst is, kunst die geen kunst is, aan poëzie die geen poëzie is.
Ik weet het zeker:als hij nog zou leven, noemde Keith Haring zijn kunst religie.



Cecilia Pavón

Chris Kraus zelf schrijft: “Ik herinner me dat ik elke nieuwe Keith Haring krijttekening in het Astor Palace metrostation met vrees tegemoet zag. Harings vrolijke en cartooneske persoonlijke lexicon – het schitterende hart, het stralende kind, de dansende stokventjes -voelden aan als het einde en het begin van iets.”

De tentoonstelling loopt nog tot 19 april 2020

Brancusi (1876 – 1957) – Bozar Brussel*****

“Eenvoud is in de kunst geen doel. Je bereikt ze ongewild wanneer je op zoek gaat naar de ware zin van de dingen.” – Brancusi

De grootste Roemeense kunstenaar is beeldhouwer Constantin Brancusi (1876 – 1957). Doorheen de geschiedenis inspireerde hij tal van andere artiesten en vandaag wordt hij beschouwd als één van de eerste abstracte beeldhouwers in West-Europa en een pionier van het modernisme. Zijn beelden kenmerken zich door strakke, eenvoudige vormen, met geslepen of gepolijste vlakken. Brancusi ging altijd op zoek naar de essentie van de dingen en creeërde zo “uitgepuurde” sculpturen, waarin het originele idee of model vaak niet meer herkenbaar is. Zijn werk Vis, bijvoorbeeld, heeft enkel de contouren van een vis. Om deze reden wordt Brancusi soms ook wel de vader van de abstracte sculptuur genoemd, iets waar hij het niet mee eens was.

“Er zijn idioten, die mijn werk abstract noemen. Dat wat zij abstract noemen is het meest realistische. Het echte is niet het zichtbare, maar de idee, de essentie van dingen.” – Brancusi

Zwaan – Brancusi

LEVEN

Als arme Roemeense boerenzoon verlaat Brancusi op elfjarige leeftijd zijn ouderlijk huis en trekt hij de wijde wereld in. In 1894 kan hij in Craiova aan de slag bij een tonnenmaker die hem hout leert bewerken en op zijn achttiende schrijft hij zich in aan de nabijgelegen school. Hier leert hij houtsculpturen maken. Al snel wordt zijn artistiek talent opgemerkt. Wanneer hij tweeëntwintig is trekt hij dankzij een studiebeurs naar de School voor Schone Kunsten in Boekarest, waar hij beeldhouwkunst studeert. Zes jaar later besluit de kunstenaar dat er voor hem geen toekomst is in Roemenië; hij wil naar Parijs, het kunstcentrum van Europa. Wegens geldgebrek zou Brancusi te voet naar de Franse hoofdstad gereisd zijn, maar dit is een zelf gecreëerde legende. Hij begon te studeren in het atelier van beeldhouwer Antonin Mercié en binnen de kortste tijd vertoefde hij in de kring van plaatselijke kunstenaars. Zo leerde hij later de beroemde beeldhouwer Auguste Rodin kennen. Brancusi wordt zijn assistent, maar omdat hij zich geremd voelt in zijn creativiteit beslist hij al na één maand om alleen verder te gaan.

Wijsheid – Brancusi

“Er kan niets groeien in de schaduw van een grote boom.” – Brancusi

Om zijn talent ten volle te ontwikkelen, moest hij zijn eigen weg gaan. Dit is het moment waarop Brancusi zijn eerste eigen werk begint te maken. Brancusi zou snel uitgroeien tot éénvan de belangrijkste kunstenaars in het Parijs van het begin van de twintigste eeuw. Onder anderen Fernand Léger, Amedeo Modigliani, Man Ray en Marcel Duchamp behoorden tot zijn vriendenkring. Zijn eerste solotentoonstelling vond plaats in 1914 in New York, in de galerie van Alfred Stieglitz. Zo wordt de Europese avant-garde van de moderne kunst geïntroduceerd in de Verenigde Staten.

KUNST

Slapende Muze – Brancusi

In het begin van zijn carrière werkte Brancusi vooral in hout, maar in 1907
verandert hij drastisch zijn manier van werken. Voor het eerst gaat hij
rechtstreeks in steen werken. Binnen zijn oeuvre komt de eivorm en afgeleide vormen daarvan opvallend vaak voor. Zoals in het liggende hoofd van zijn Slapende muze. Ook zijn iconische Oorsprong van de wereld lijkt op een eivorm. Het meest beroemde werk van Brancusi is Vogel in de ruimte, waarvan hij tussen 1923 en 1940 ongeveer vijftien versies maakte. Het beeld heeft niet letterlijk de vorm van een vogel; het is een soort poëtische versie van de gestroomlijnde opgaande beweging van het wegvliegen. Brancusi ging altijd ambachtelijk, met de hand, te werk. Volgens hem was dit een belangrijke voorwaarde voor beeldhouwkunst. Twintig jaar lang zou Brancusi in Frankrijk zijn beste werken maken. Hierna werd hij minder productief. Maar zijn populariteit bleef groeien, vooral in Amerika. Brancusi overleed op 81-jarige leeftijd in Parijs.

BRANCUSI VANDAAG

Schuchterheid met boeket in overdruk, 1928 – Brancusi

Na zijn dood liet Brancusi 215 beeldhouwwerken na, maar ook 1200 foto’s en negatieven. De kunstenaar fotografeerde zijn sculpturen om ze te tonen op de manier waarop Brancusi wilde dat ze gezien werden: vanuit een bepaalde ooghoek, met een precieze lichtinval… Ook nam hij foto’s van zichzelf in zijn atelier, als trotse kunstenaar tussen zijn werken. Vandaag kan je de werken van Brancusi in musea over de hele wereld vinden; het merendeel bevindt zich in Frankrijk en de Verenigde Staten. Een reconstructie van zijn atelier kan je bezoeken in Parijs, naast het bekende Centre Pompidou. De impact van de kunstenaar op de wereld was zo groot dat de man zelfs een eigen feestdag heeft; op 19 februari vieren de Roemenen jaarlijks Brancusi dag. Maar als je tegen een Roemeen over Brancusi begint is de kans groot dat hij geen flauw idee heeft over wie je het hebt. De Roemeense uitspraak is helemaal anders. De ‘I’ op het einde is namelijk helemaal niet onze klinker ‘i’, maar eerder een accent dat de uitspraak van de ‘s’ bepaalt. Roemenen noemen hem ‘Brankoesj’.

De tentoonstelling loopt nog tot en met 2 februari 2020.

%d bloggers liken dit: