De bomen en het bos, de landbouw en het klimaat en Laudato Si’

update

Advertenties

De periode van 1 september tot 4 oktober, feestdag van Franciscus van Assisi, werd voor diverse christelijke kerken  de Scheppingsperiode  . Met de campagne Het klimaat ligt op ons bord. Kies lokaal wil het Netwerk voor Rechtvaardigheid en Vrede (NVR) onze aandacht vestigen op de Korte Keten. De inspiratie gaat uit van de groene encycliek Laudato Si’. Morgen op de Dag van de Landbouw, houden diverse landbouwbedrijven open deur. In onze gemeente de CSA-boerderij De Plukheyde.

CSA-boer Koen van de Plukheyde geeft uitleg over zijn biologische groente-, kruiden- en kleinfruittuin op de Openvelddag.

Een fijne twijg noemt men ook wel eens een ‘teen’,
Of, in het oud-Nederlands: ‘thuun’.
Je kan ze vlechten en er een omheining van maken.
Zo ontstond het woord ‘tuin’.

Tuin, erf, hof, gaard, veld, lochting, akker, weide…
Het zijn eeuwenoude woorden, nauwelijks veranderd,
en met hun betekenis zelfs goed herkenbaar in verwante oude talen
zoals het oud-Noors, oud-Saksisch of Hoogduits
Zoek het maar eens op in een etymologisch woordenboek.

Logisch eigenlijk, want het gaat over de plaatsen
waar mensen hun voedsel winnen, nog steeds.
Plaatsen van levensbelang,
al durfde onze generatie daar wel eens aan te twijfelen.
Is voedsel immers niet spotgoedkoop,
alomtegenwoordig in de supermarkt,
en zelfs in de afvalcontainers?

Maar kijk, we zien nieuwe woorden opduiken,
zoals de Voedselteams, de Korte Keten,
of de CSA (Community Supported Agriculture)
waar mensen uit de buurt de boer bestaanszekerheid geven,
door in het begin van het jaar een vast bedrag te betalen
in ruil voor de levering van groenten gedurende het seizoen.

Of zoals de ‘Buurderij’,
waar buren samen online kopen,
rechtstreeks bij de boeren van de streek.

Nieuwe woorden zei je?
Hetzelfde etymologisch woordenboek levert een verrassing op.
De woorden ‘buur’, ‘boer’ en ‘(land)bouwer’ zijn familie van elkaar.
Ze stammen af van één oud woord.
Het leverde verschillende begrippen op,
zowel voor het samen bewonen als het verbouwen van het land.

De Buurderij is dus geen nieuwe vondst,
maar de herontdekking van een eeuwenoude wijsheid:
Eet van wat de grond opbrengt, daar waar je woont
en samenwerkt en gemeenschap vormt
en bouwt aan een vruchtbare aarde,
ook voor wie na ons komt.


(Uit Van Dale Etymologisch woordenboek: bū(w)āri ‘boer, akkerbouwer’ (mhd. būwaere) is met achtervoegsel -āri als nomen agentis rechtstreeks gevormd bij het werkwoord būan ‘bewonen, verbouwen’ en heeft geleid tot nhd. Bauer ‘boer’. Het is dus homoniem met het tweede lid van Gebauer ‘buur’. Buur heeft als oorspronkelijke betekenis ‘bouwwerk’, vandaar buurt, geburen, bouwen.)


‘Hij ziet door de bomen het bos niet meer’.
Een gekend gezegde. Het gaat vaak ook letterlijk op, helaas.

Bomen zijn zeer gegeerd, althans sommige soorten.
Tropisch hardhout is zeer geschikt
voor ramen, meubels, veranda’s of dakconstructies.

Ander hout is grondstof voor papier, vezelplaat, triplex, fineer,
of eindigt op de brandstapel, als goedkope energiebron.

Er word dan ook veel geld verdiend met bomen,
zoveel dat grote bedrijven alleen nog de bomen zien.
En niet het bos.

Niet de geneeskrachtige planten,
Niet de noten, de vruchten, en de eetbare paddenstoelen.
Niet de voedselgewassen van de boslandbouw.
Niet de productie van compost.
Niet de bladeren en planten die geschikt zijn als veevoer.
Niet de planten die vezels leveren, of olie, of natuurlijke verfstoffen of pesticiden,
Niet de leveranciers van gebruiksvoorwerpen.
Niet de bijen en hun honing, de bloemen en hun parfum
Niet de dieren, eetbare en andere.
En al helemaal niet de kruiden waarvan geen nuttig gebruik gekend is,
en die gewoon mooi zijn.

Ze zien de bomen,
En niet de onderlinge samenhang en afhankelijkheid,
de kwetsbaarheid.

Niet het ondergronds netwerk van wortels
dat de bodem samen houdt,
en het regenwater vasthoudt als een reusachtige spons.

Niet het bladerdek
dat het zonlicht filtert, en de temperatuur regelt
dat water verdampt, zodat het elders opnieuw kan regenen.

Niet de insecten, schimmels en bacteriën
die de afgevallen bladeren recycleren tot humus en voedsel.

Ze zien de bomen,
en niet de mensen die er leven.
Niet de eeuwenlang opgebouwde kennis
over al deze schatten en hun gebruik
en over hoe je moet handelen
om dit alles ongeschonden door te geven
aan de komende generaties.

Ze delen het bos en zijn bewoners op
in ‘bomen’ en ‘onkruid’ en ‘primitieven’.
De bomen zijn om te kappen,
het onkruid om te verbranden,
de primitieven om hun biezen te pakken,
en de bodem om ertsen te ontginnen, stuwdammen te bouwen,
of plantages te maken voor veevoeder en biobrandstof.

Dat noemen ze economische vooruitgang
en ontwikkeling.

“Vorig jaar zijn in de hele wereld ruim 200 mensen vermoord omdat ze zich hadden ingezet voor het milieu. Dat is het hoogste aantal ooit, zegt Global Witness. Bijna 2 op de 3 van die natuuractivisten zijn vermoord in Latijns-Amerika. Ze hadden zich meestal verzet tegen de genadeloze woudkap. De opdrachtgevers voor de moorden zijn te vinden in de grootschalige agro-business. De meeste slachtoffers zijn leiders van lokale gemeenschappen, parkwachters en gewone burgers die zich verzetten tegen woudkap. In Zuid-Amerika moet het oerwoud nog altijd wijken voor de veeteelt, en de productie van katoen, palmolie, soja en rietsuiker. Ook de uitbreiding van de mijnbouw en olie- en gasboringen eisen mensenlevens. De daders zijn dikwijls paramiltaire bendes die hun opdrachten uiteraard elders krijgen, tot uit regeringskringen.” – VRT – 24 juli 2017 – Lucas Vanclooster

Bron: Kerknet

Beamen – Valérie Kabergs in Kerk & leven

Commentaar bij de tweede lezing van vorige zondag

“In aansluiting bij [Johannes 6, 60-61, BK] maant het fragment uit de Brief aan de Efeziërs aan elkaars vlees lief te hebben. Die tekst roept terecht aversie op, omdat hij aan de vrouw een ondergeschikte positie toeschrijft, maar ik wil blijven stilstaan bij de openingszin die allen (man én vrouw) uitdaagt elkaar onderdanig te zijn uit ontzag voor Christus. In een samenleving die zo hamert op het individuele geluk krijgen mensen het benauwd bij een dergelijke uitspraak. Nochtans is het een kenmerk van waarachtig samenleven om je leven in dienst van elkaar te stellen, zij het als partners, religieuzen of alleenstaanden. In het leven zoals het is, bestaat geen liefde zonder offer. De oproep tot onderdanigheid nodigt me uit de liefde te blijven beamen, wanneer het offer op een bepaald moment de bovenhand neemt en aan het twijfelen brengt. Het is wellicht een paradox die eigen is aan de liefde dat ze je terzelfder tijd veel vraagt en bevrijdt. Vrede en vreugde vinden te midden van die spanning is door de Vader gegeven.”

Paulus’ brief aan de Efesiers 5, 21-32

Broeders en zusters,

Weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus. Vrouwen, weest onderdanig aan uw man als aan de Heer. Want de man is het hoofd van de vrouw zoals Christus het hoofd is van de Kerk. Hij is ook de verlosser van zijn lichaam; maar zoals de Kerk onderdanig is aan Christus, zo moet ook de vrouw haar man in alles onderdanig zijn.

Mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de Kerk heeft liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad met het woord. Hij heeft de Kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet. Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben zoals ze hun eigen lichaam liefhebben. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; integendeel, hij voedt en koestert het. En zo doet Christus met de Kerk, omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam.

„Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw en die twee zullen één vlees zijn.” Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de Kerk.

U kunt uw steun voor die uitzendingen kenbaar maken via www.tertio.be/petitie-erediensten

Dialogues des Carmélites – Francis Poulenc – Salve Regina

Salve, Regina, Mater misericordiæ,
vita, dulcedo, et spes nostra, salve.
Ad te clamamus exsules filii Hevæ,
Ad te suspiramus, gementes et flentes
in hac lacrimarum valle.
Eia, ergo, advocata nostra, illos tuos
misericordes oculos ad nos converte;
Et Jesum, benedictum fructum ventris tui,
nobis post hoc exsilium ostende.
O clemens, O pia, O dulcis Virgo Maria.

Wees gegroet, koningin, moeder van barmhartigheid;
ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet.
Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva;
tot u smeken wij, zuchtend en wenend
in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze voorspreekster,
sla op ons uw barmhartige ogen;
en toon ons, na deze ballingschap,
Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot.
O goedertieren, o liefdevolle, o zoete maagd Maria.