Spreek ook jij – Paul Celan

Elk einde is een begin

“Die Würde der Untröstlichkeit” – Fulbert Steffenski

Mater Dolorosa by Rik Poot – Karmelietessen Vilvoorde – foto: fp

Neen, het gaat me niet goed af om uitbundig Opstanding te vieren terwijl we weten dat in België het voorbije jaar 23.045 mensen stierven aan covid-19, wereldwijd zelfs bijna 3 miljoen, dat kinderen in Myanmar zittend op de schoot van hun vader werden doodgeschoten, de militaire junta meedogenloos toeslaat, dat het VK bij monde van Boris Johnson dreigt met het versterken van nucleair oorlogsmateriaal in Zuid-Oostazië en de Stille Oceaan, … Het zijn slechts enkele voorbeelden van het universele lijden, de ongerechtigheid, de ten hemel schreiende wreedheden die mensen overkomen of elkaar en hun omgeving aandoen. Hoe kunnen we dan in het licht van al deze feiten überhaupt opstanding vieren?

Onze dagelijkse ervaring, zo ver het oog reikt is ‘goede vrijdag’. Alleen als we ophouden met het lijden uit de weg te gaan, het goed te praten of ophouden naar de hemel te staren of het weer goed te willen maken, eerst dan kan er iets bewegen.

Als we voor de talrijke ‘goede vrijdagen’ niet vluchten in goedkope troost, in praten over leven na de dood of dergelijke zaken aan de overkant van de werkelijkheid en bij deze ervaringen blijven met hun pijn en machteloosheid, dan kan er iets een aanvang nemen wat zich als ‘levendig’ aanvoelt: als wij in ons ruimte maken voor dat wat Fulbert Steffensky ooit “die Würde der Untröstlichkeit” noemde, als we het wagen het leven met zijn eindigheid in de ogen te kijken, dan kijken we in Gods ogen. Dan begint er iets als opstanding te dagen, niet als een bovennatuurlijk spook, maar eerder als een stille, onopvallende kiemkracht.

De ogen waarin ik dan kijk, zijn niet de ogen van een lieve God. Het is een wilde God. En ja daar zijn we bang voor, dat is uitdagend. De wildheid die we zien is “eremos” (een eenzame, verlaten plek, een woestenij, slechts wilde natuur). In “eremos” staat de tijd stil. In “eremos” is er alleen radikaal hier-en -nu zijn, radikaal zozijn.

Een volwassen spiritualiteit kan de “eremos-kwaliteit” niet ontlopen. Zo kan onze spiritualiteit meer en meer een stille zaterdag spiritualiteit worden. Een spiritualiteit die ruimte laat voor twijfel en vragen, die uitdaagt om zich in antwoorden in te leven. Een houding die dat wat gebeurt, ziet voor wat het is en het waagt er bij te blijven, ook al is het pijnlijk, verschrikkelijk, oneindig treurig. En zo toelaat dat er iets groeit: empathie, solidarteit misschien zelfs liefde.

Een terechte vraag luidt dan: is dat troost? Neen, niets wordt daardoor weer goed, het wordt alleen Anders. En daarin ligt kracht. Zo kunnen we aan de opstanding geloven: dat ze de wonden niet laat verdwijnen maar ze laat oplichten. Niet alleen wanneer alles perfect is, begint deze opstanding, ze begint hier-en-nu en omarmt al het gekweste. Door de kwetsuren heen gebeurt opstanding, ontstaat verbondenheid, laten we ons raken.

Opstanding kan een levenshouding zijn waarin we ons geroepen voelen en die we ook kunnen oefenen zodra we ons in de woestijn wagen en wortel schieten in “eremos”.

Naar een artikel in het magazine Andere Zeiten

Vrouw en moeder

Het verhaal van Maria of hoe volgens Roger Burggraeve ‘het goddelijk oneidige in het menselijk onooglijke zijn inwoning zoekt’.

Gosin-kapel – Nodebais, Waals-Brabant

Aanvankelijk verschijnt Maria in de christelijke traditie als de Moeder-Maagd aan wie volgens Lucas de geboorte van een goddelijke Zoon is aangezegd. Drie eeuwen later zijn maar liefst vier Mariafeesten bekend: Maria Boodschap op 25 maart, Maria ten Hemelopneming op 15 augustus, Maria Geboorte op 8 september en Maria Lichtmis op 2 februari. De oorsprong van deze feesten ligt grotendeels in de apocriefe evangeliën (bepaalde boeken die aanspraak maken om als onderdeel van de Bijbel te worden beschouwd, maar die niet in de canon van de Bijbel zijn opgenomen). Apocriefe auteurs interesseren zich van meet af aan voor de ondergewaardeerde Moeder. Ze staat altijd op het achterplan, wordt onrechtvaardig bejegend en aan het graf van Jezus draait alles om ene Maria van Magdala.

De indruk dringt zich op dat de ontstane Mariafeesten voorzien in de behoefte aan een ‘godin’ naast de zo mannelijk georiënteerde kerk van Rome. Waar blijft de vrouw tenslotte in deze mannenwereld? Waar is het ‘gevoel’ tussen al dat ‘verstand’ en ‘intellectuele geweld’? Het lijkt erop dat het volk de bisschoppen op een bepaald moment tot de orde heeft geroepen en uiteindelijk zijn zin heeft gekregen. Dit terwijl haar bijbelse positie niet overweldigend is. We ontmoeten Maria in de Schrift op haar driedaagse zoektocht naar de zoon, die onder de tempeldienaars verkeert en leert. Fel stelt hij haar onwetendheid aan de kaak. Eerst omdat ze niet schijnt te beseffen dat hij de werken van zijn Vader doet en later als hij haar toeroept: ‘Wat wilt u van me? Mijn tijd is nog niet gekomen’, omdat zij niet weet dat hij in staat is water in wijn te veranderen. Als volstrekt onbelangrijk verdwijnt zij tussen de coulissen van de bijbel, een pretentieloze figurant op het zijtoneel van de godsdiensthistorie. Maar is zij werkelijk zo nietig? De loop van de geschiedenis heeft ons geleerd dat Maria zich niet laat wegretoucheren. Met zachte drang is zij door een achterdeurtje het theologisch bouwwerk binnengekomen en heeft ze de kerkvaders gedwongen hun mannenverbond ook voor vrouwen toegankelijk te maken.

Met zachte drang is zij door een achterdeurtje het theologisch bouwwerk binnengekomen en heeft ze de kerkvaders gedwongen hun mannenverbond ook voor vrouwen toegankelijk te maken.

In de ogen van velen is Maria eerder een hinderpaal dan een hulp voor de eigentijdse geloofsbeleving. Haar naam evoceert beelden van God, Christus, spiritualiteit en vroomheid die eerder irriteren dan stimuleren. Maria roept iets op van een zoetsappige en wereldvreemde vroomheid; van een enkel voor ingewijden gekende ruimte waarbinnen een wondergeloof de boventoon voert; van een weeïge romantiek die niet met beide benen op de grond kan staan; van een wereld vol van vreemde wensdromen en fantasieën. In deze context is Mariadevotie de ontmoetingsplaats van frustraties en complexen. Haar figuur wekt naast verwondering ook vervreemding. Haar maagdelijkheid heeft iets kwezelachtigs, haar onbevlektheid iets wereldvreemds, haar goddelijke moederschap iets fantastisch, haar lichamelijke tenhemelopneming iets van een verouderde kosmologie. Op deze manier lijkt Mariaverering een geloofsbeleving uit de voortijd, ontsproten uit volksdevoties vol verdachte sentimenten, verlangens en verdringingsmechanismen die thuishoren in een kerk die goedkope doekjes voor het bloeden aanbiedt (zie: Wiel Logister, Maria een uitdaging, Averbode, 2009). Anderzijds is Maria heel actueel een mede-arme en lotgenote voor verdrukten over gans de wereld. Met name in Latijns-Amerika heeft de Mariaverering een duidelijk emancipatorische kracht en daagt ze de kerk uit tot bevrijdend handelen. Feministen en bevrijdingstheologen herinneren eraan dat de zoon van God geboren is uit een jonge Palestijnse vrouw, die geen dak boven haar hoofd had. Ze doorprikken de geromantiseerde beeldvorming rond de kerststal en roepen de kerk op tot solidariteit met de armen in hun strijd tegen onderdrukking. Maria is hierbij hun metgezellin.

Bron: kuleuven/thomas.be

%d bloggers liken dit: