Erfgoedwandeling De Spaanse Kroonweg – Leuven

DSC03674

Open Monumentendag  werd een wandeldag dit jaar. De keuze viel op een Erfgoedwandeling De Spaanse Kroonweg (14.4 km) bereikbaar vanuit het NMBS-station in Leuven. Via de Martelarenlaan (achteruitgang van het station) rechts naar de Tiensesteenweg vervolgens verder rechts over de spoorwegbrug en links de Tivolistraat in. De eigenlijke start van de route is het Heilig Hartinstituut, aan de Naamsesteenweg 355 in Heverlee (Leuven) maar het was op de Tiensesteenweg dat ik inpikte op het wandeltraject. De route verbindt twee prachtige sites met name die van het Heilig Hartinstituut en van de Parkabdij.  Dat de eerste site mij dierbaar is, heeft te maken met de studietijd (1962/1963 -1970) die ik er doorbracht en de leefgemeenschap van het internaat waar ik gedurende diezelfde jaren deel van mocht uitmaken. Maar laat ik een aantal foto’s van de route delen dan wordt duidelijk hoe in het ruime gebied tussen klooster en abdij  ‘het gezag van het hart nog steeds kleine en grote wonderen doet’. De bovenstaande  routelink geeft dan weer alle wetenswaardigheden over de belangrijke historische locaties van dit traject tussen de invalswegen van Tienen en Namen naar Leuven.

Stedelijke begraafplaats – Oorlogsgedenkteken Augustusdagen 1914 – Louis Jotthier (1866 -1934)

Het oorlogsgedenkteken is centraal in een rond plantsoen gelegen en opgetrokken in Euvillesteen in de vorm van een pseudo-obelisk met hoge basis en op de licht-konische zijden taferelen in half- en hoogreliëf, kwaliteitsvol en realistisch uitgewerkt, de hulde aan de slachtoffers, het leven aan het front en de brand van Leuven verbeeldend, en symbool voor moed, zelfopoffering en overwinning.

Dat Leuven dappere verzetsmannen en -vrouwen had gedurende de oorlog 1940 -1945 leert je de informatie over de Pleinstraat die eigenlijk Damanstraat zou moeten heten. Via de Philipssite, de Sportoase, de Geldenaaksebaan (de Sint-Norbertusschool), de Pakenstraat (O.-L-Vrouw van de Troostkerk), de Leeuwerikenstraat, de Hertogstraat en de Parkboslaan brengt rechts een voetweg je bij de hoofdingang van het Heilig Hartinstituut met onthaal in het Helleputgebouw (1894) een ontwerp van de Leuvense architect en politicus Joris Helleputte.

Helleputgebouw (1894) – neogotische stijl.
Helleputgebouw – kloostervleugel (1901)
Flos Campi (Veldbloem) in 1953 ontworpen door de Leuvense architect Victor Broos

Het gebouw was bestemd voor de Landbouwhuishoudschool. Vandaag zijn er de leslokalen van het Departement Lerarenopleiding en een gedeelte van het internaat in ondergebracht.

De Boodschapkapel (1932) een klassevol erfgoed in het hart van de site.

De Boodschapkapel, een ontwerp van Flor Van Reeth, samen met glazenier Eugeen Yoors en interieurontwerper Rie Haan, allen van de Pelgrimbeweging, onlokte in 1932 meteen zeer lovende woorden aan de pers. Terecht want wie deze oase van zuiders, warm licht binnengaat weet zich meteen opgenomen in een harmonieus samenspel van vormen en kleuren dat verstilt en ontroert. Albert Servaes schilderde voor de kapel in 1938 een unieke kruisweg. Ook het schilderij de ‘Boodschap’ in de ontvangstruimte van het onthaal is van zijn hand.

De Calvarielaan, een dreef met lindebomen sinds 1995 beschermd als landschappelijk erfgoed.

Voorbij aan de hoeve, het moderne wetenschapsblok met de de labo’s voor fysica en scheikunde (166 zonnepanelen op de zuidelijke dakhelling zorgen hier vandaag voor groene stroom) en de lokalen voor het internaat leidt de route naar de lindendreef en het kerkhof van de zusters. Langs de linkerkant van de dreef bevindt zich de campus van de Departementen Lerarenopleiding en Economisch Hoger Onderwijs van de Katholieke Hogeschool van Leuven.

Kerkhof van de zusters.

Achter het kerkhof verlaat de route het domein van het Heilig Hartinstituut. Op de grens bevindt zich langs de Kerspelstraat een Kapelletje gewijd aan O.-L.-Vrouw van Banneux hier gebouwd na de behouden afloop van WO II. Rechts van de Kerspelstraat, in de verte, zicht op het klooster van de missiezusters van De Jacht die het domein (12 ha) in 1928 kochten van de gesekwestreerde goederen van de hertog van Arenberg.

Kapel O.-L.-Vrouw van Banneux met in de verte het klooster De Jacht.

Aan het einde van de Kerspelstraat links de Bierbeekpleindreef inslaan langs het Commonwealth oorlogskerkhof voor geallieerde soldaten, vooral bemanning van de luchtvloot die rond Leuven sneuvelde. Een vijftigtal van deze slachtoffers overleed in het 101 British General Hospital dat 1944 -1945 in het Heilig Hartinstituut was ondergebracht.

Commonwealth War Graves – links één van de twee schuilhuisjes bij de ingang.

Verder langs de Bierbeekpleindreef loopt het traject rechts voorbij aan de stadsbegraafplaats van Heverlee De Jacht (Leuven) en links de Kazerne de Hemptinne. Op het kruispunt met de Hertogstraat oversteken en het geasfalteerde smalle fietspaadje nemen naar de Milseweg.

Fietspaadje dat eindigt op de Milseweg.

Verder de Milseweg aflopen en rechts de Abdijdreef instappen naar de site van de Abdij van het Park met de vijvers, de watermolen, het neerhof, de tiendenschuur, de biowinkel ‘De wikke‘ en de abdijkerk.

De watermolen en de vijvers van de abdij.
De Sint-Janspoort toegang tot het neerhof van de abdij.

Via de Norbertijnenweg en de vijvers terug naar de Abdijstraat en onder de spoorwegtunnel door naar de Hoegaardenstraat (Duivelshoeve) en rechts de Ziekelingenstraat in naar de Oude Baan

Ziekelingenstraat

De overlevering vertelt dat de Hertog van Alva (Spaanse generaal en landvoogd van den Nederlanden) hier zijn tegenstanders ophing en vervolgens in het moeras, het gebied tussen de grote en de kleine beek, gooide. Het was ook de plek waar zich aan het einde bij de Oude Baan (naar Tienen) een leprozerie bevond. Melaatsen werden in de middeleeuwen ver van de stadskern ondergebracht.
Via de Molweg waar in ‘de Root’, arbeidershuizen die in ’14-’18 in brand werden gestoken, veel burgerslachtoffers vielen en nu de C&A is, naar Kasteel Bunswyck en afspanning De Mol, nu restaurant Zita (Tiensesteenweg), terug langs de Molstraat naar de Oude Baan, de Philipsstraat en de Hoegaardenstraat (oude heirbaan Leuven-Hoegaarden) waar zich rechts de afspanning De Spaanse Kroon (1777) bevindt.

Afspanning De Spaanse Kroon 1777 in de Hoegaardenstraat.

Het verlengde van de Hoegaardenstraat is de Brugstraat waarvan men het laatste stuk de Adjudant Harboortstraat noemde als eerbetoon aan Adjudant Harboort die in de Brugstraat, 1 woonde en zwaar gewond werd in Sallenelles (Frankrijk) in augustus 1944 terwijl hij op kop van zijn peleton de weg vrijmaakte van mijnen. Dit alles gebeurde onder het vuur van de vijand en had als bedoeling een ander peleton met pantserauto’s en infanterie door te laten. Zijn rechterhand, pols en rechterbeen werden afgerukt door de ontploffing van een mijn nadat hij al meer dan 12 andere mijnen had uitgeschakeld. Ondanks deze afgrijselijke verwondingen bleef hij nog verder instructies geven aan zijn peleton om de opmars te vergemakkelijken.

Deze wandeling confronteerde me met een ver en nabij verleden van oorlog, verdriet en verlies maar ook met hoop, troost, vertrouwen en veerkracht.  Wie deze zuidoostelijke hoek van Groot-Leuven wil leren kennen moet deze wandeling beslist op zijn wandellijst zetten.

 

Advertenties

OER. De wortels van Vlaanderen – Caermersklooster – Gent *****

Het Patershol, kruispunt Vrouwebroersstraat – Plotersgracht

Het Caermersklooster ligt in het Gentse Patershol. Die wijk is vandaag de dag bekend voor de vele restaurants die achter de historische gevels schuilen. Dat stadsbeeld dateert maar van het einde van de 20ste eeuw. In de 12de eeuw bevolkten vooral ambachtslieden zoals schoenmakers (‘corduwaniers’) deze wijk. Later bouwden advocaten en magistraten hier hun mooie burgerhuizen.Voor hun werk moesten zij immers vaak in het Gravensteen zijn: dat was tot de 18de eeuw de zetel van verschillende bestuursorganen. Tijdens de industriële revolutie verarmde de wijk tot een arbeidersbuurt in de schaduw van detextielfabrieken. Daarna kwam de opwaardering van de wijk.

Restaurant Roots in de Vrouwebroersstraat

De naam Patershol zou teruggaan op een donkere gang die onder de infirmerie van een klooster naar de Plotersgracht liep.Het was het ‘klooster van de geschoeide karmelieten’. De karmelieten waren oorspronkelijk kluizenaars in het Nabije Oosten.De heilige Maagd Maria zou hen op de berg Karmel in Palestina bevolen hebben om een kloosterorde te stichten: vandaar de naam karmelieten of de volksnaam vrouwebroers.

Caermersklooster – Lange Steenstraat

OER is een weerspiegeling van een belangrijk kantelmoment in de Vlaamse kunstgeschiedenis, van ca. 1881 tot 1930. De tentoonstelling brengt een uitzonderlijke selectie van topstukken van de meest invloedrijke schilders uit die periode; de stukken bevinden zich grotendeel in privébezit en worden voor de eerste keer getoond aan het publiek.

Vanaf de 19de eeuw wordt België een van de belangrijkste industriële naties van de wereld. Boeren worden arbeiders. Ze verlaten het platteland voor de stad, en hokken daar dicht op elkaar gepakt in stinkende beluiken. Fabrieksschoorstenen walmen dag en nacht. Geen wonder dat het heimwee naar het verloren boerenverleden steekt.

Kunstenaars als Emile Claus, Gustave Van de Woestyne, George Minne en Valerius De Saedeleer verlaten het vuile Gent. In de Leiestreek kunnen ze vrij ademen, en vinden ze echo’s van de verloren idylle. Elk op hun manier zoeken ze – bewust of onbewust – hun ‘roots’. De een vindt die in rijpe korenvelden, de ander in de bruegeliaanse poëzie van een winterlandschap of in het getaande gezicht van een boer. In hun schilderijen, beelden en tekeningen zweemt een soort collectieve essentie van wat Vlaanderen is. Een monumentale, complexloze en vaak bijna spirituele ode aan de streek en haar bewoners.

DSC03490
Licht en leven, Emile Claus (1849-1924) en het luminisme.

Maar ook buiten Latem wordt geschilderd. In Oostende schippert James Ensor tussen reële vissers en burleske fantasieën – want ook absurde humor blijkt typisch Vlaams.

En bij het begin van de 20ste eeuw voelt Léon Spilliaert zich verloren in een steeds sneller veranderende wereld. En dan moet de oorlog nog beginnen.

Léon Spilliaert (1881-1946) – Solitude

De Eerste Wereldoorlog blijkt een breuklijn. Buitenlandse ballingschappen maken dat kunstenaars als Gust. De Smet, Frits Van den Berghe, Constant Permeke en Edgard Tytgat voeling krijgen met wat internationaal beweegt op de artistieke scène.

Rik Wouters (1882-1916) en zijn geliefde Nel
Constant Permeke (1886 -1952) – Het zwarte brood

Ook zij halen inspiratie uit het volkse leven en vullen deze aan met caféinterieurs, kermissen, circussen en variété. In de kunstwerken verweven zij hun eigen emoties en creëren een hoogst persoonlijke blik op de toenmalige wereld.

Edgard Tytgat 1879-1957

Nog tot 6 augustus 2017 – meer info: www.caermersklooster.be
Tekstbron: brochures van de tentoonstelling en het Caermersklooster

Waarom verwoest IS zijn eigen moskee? – analyse van Lucas Vanclooster

“Dort wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen” – “Waar men boeken verbrandt, branden ook snel mensen” – Heinrich Heine (1797 – 1856 )

Cultuur kan ons redden concludeert Lucas Vanclooster in zijn analyse van de feiten in Mosoul (Irak) waar IS de Al-Nuri moskee van binnenuit tot ontploffing bracht op een voor moslims symbolische dag.

Oud Mosoul, een Yezidi-heiligdom aan de linkerkant en de Nouri-moskeeminaret rechts – Wikipedia

Toch nog altijd beter om oude gebouwen te verwoesten, dan nieuwe ziekenhuizen en mensen, hoor je wel eens. ’t Zijn maar stenen, waar ligt het verschil, hier of daar in Palma…hoe heet het alweer? Feit is dat de verwoesting van mensen en cultuur samen gaat. Herinner je Heinrich Heine.Wie geen respect heeft voor het mooiste meest artistieke wat de mens heeft verwezenlijkt, ontziet die mens zelf ook niet. Of de natuur. Wie de Al-Nuri van de aardbodem laat verdwijnen, vermoordt ook elk individu dat daar 800 jaar geleden aan meewerkte en het al die tijd in goede staat doorgaf aan volgende generaties. Die meedogenloze leiders verwoesten cultuur omdat die altijd kiemen van verzet bevat. Als ze alle kunst en architectuur hebben platgeslagen, lijken ze zelf reuzen. Als ze elke herinnering verdrinken, zijn zij pioniers. De verwoesters van cultureel erfgoed plegen misdaden tegen de mensheid en moeten om die reden voor de allerhoogste internationale rechtbanken verschijnen, en zware straffen krijgen. Onderwijs en media moeten inzetten op cultuur en geschiedenis. We hebben het niet geweten, of wat kan het mij schelen, mogen nooit argumenten worden om barbarisme te vergoelijken.