Proloog Dieric Boutsjaar Leuven in Museum M en de Sint-Pieterskerk

Het Boutsproject van M Leuven (20 oktober 2023 – 14 januari 2024) geeft Dieric Bouts een nieuwe plaats in de kunstgeschiedenis. Nooit eerder kwamen zoveel werken van de Vlaamse meester bijeen in zijn thuisstad. Bovendien krijgen we een totaal nieuwe kijk op werk van meer dan vijf eeuwen oud — door het radicaal
te confronteren met de beeldcultuur van vandaag.
‘1

Gedurende een lezing, in een venueruimte van M, over ‘the making of’ de Boutstentoonstelling door Isabelle Van den Broeke, diensthoofd tentoonstellingen, werd het ons duidelijk wat de opbouw van zo een groots project met zich brengt. Welk perspectief of welke invalshoek wordt vastgelegd en welke experten kunnen daarvoor aangetrokken worden? Welke werken kunnnen naar Leuven gehaald worden? Welke budgetten zijn ervoor beschikbaar? Hoe zit het met de verplaatsingen van de werken en de verzekeringen ervoor? Welke onderhandelingen moeten gevoerd worden en welke ruilafspraken kunnen toegestaan worden? En het Stadsfestival dat ermee gepaard zal gaan: welke activiteiten worden op dat vlak gepland? Kortom een interessante uiteenzetting voor elke leek in deze materie.

Hoogaltaar – gids geeft uitleg over de Sacramentstoren (links) in Sint- Pieterskerk.

Nadien werd de groep van een 40-tal personen gesplits en trokken we met 2 gidsen naar de Grote Markt voor een rondleiding in de Sint-Pieterskerk. Topstukken hier waren, naast de interessante geschiedenis van het ontstaan van de kerk en de restauratieactiviteiten doorheen de jaren, de prachtige polychrome Sedes Sapientiae, de Maquette van de westertoren, de Sacramentstoren, het antieke houten koorgestoelte, het doksaal (Tussen hemel en aarde) waarop het Triomfkruis, De Edelheeretriptiek kopie van Rogier van der Weydens Kruisafneming en last but not least de twee triptieken Het Laatste Avondmaal en Het martelaarschap van de Heilige Erasmus van Dieric Bouts.

UTF-8 Tilman Riemenschneider, 1495 – Maagd vd Annunciatie – foto: frie peeters

Wie op dat ogenblik nog zin en tijd had kon de prachtige tentoonstelling Albast in M gaan bezoeken met audiogids. Ook dat werd een mooie, verrassende ervaring. Het verschil leren kennen tussen vb. carreramarmer en albast, of over hoe de herkomst van het albast van elk beeld kan teruggevoerd worden tot diverse albastgroeven in Europa als Nottingham (UK), Harz (DE), Volterra (IT), Andorra (ES), de Alpen (FR); over de ontginning ervan als eerder kleine knollen en het werk dat nodig is om een groot beeld daaruit samen te stellen, of hoe de rijken het materiaal prefereerden boven goud voor hun graftomes …

Safe in their albaster chambers -
Untouched by Morning
And untouched by noon -
Sleep the meek members of the Resurrection [...]

Emily Dickinson - 'Safe in their Albaster chambers'
Slapende nimf, Willem van den Broecke (toegeschreven aan), ca. 1560 © Rijksmuseum, Amsterdam

De hele tentoonstelling is tot stand gekomen door de samenwerking tussen het Musée du Louvre, Parijs en M museum, Leuven. Enkele topstukken werden daarvoor naar M gehaald zoals het Grafmonument van Philippe Chabot (Musée du Louvre) en La Mort de Saint- Innocent (Musée du Louvre). Maar ook topstukken uit de Lage Landen, die het centrum waren van de albastkunst in Europa de 16de en 17de eeuw, kregen er een plaats. In de renaissance, werden ook albasten altaarstukken en retabels zeer populair in Europa. Een prachtig sluitstuk van de tentoonstelling is in dit verband het Sint -Annaretabel uit de Celestijnenkerk van Heverlee. Het retabel is gewijd aan Anna en aan haar rol in de verlossingsgeschiedenis. Omwille van haar belang in de menswording van Christus en de verlossing van de mensheid als moeder van Maria en grootmoeder van Christus, werd zij sinds het einde van de vijftiende eeuw vaak vereerd. Anna zelf komt slechts een keer op het retabel voor, in het allereerste paneel linksonder dat de Geboorte van Maria toont. 2

Sint-Annaretabel van Robrecht Colyns de Nole (17de eeuw)- Celestijnenkerk – Hevrelee

Wist je ook dat vandaag de dag albast nog steeds veelvuldig gebruikt wordt voor kunst én kitsch? Het materiaal heeft een heel eigen geschiedenis met de Lage Landen als toonaangevend centrum. Omdat het albastverhaal niet eindigt in de 17de eeuw heeft M ook albastsculpturen van een hedendaagse albastkunstenaar, de Belgische Sofie Müller, opgenomen in de tentoonstelling. In haar praktijk staat de materialiteit van het albast centraal: de ruwheid van de albastknol tegenover de fluwelen zachtheid van het gepolijste eindproduct. Het is op dit spanningsveld dat ze de fragiliteit beitelt van de menselijke psychologie, de imperfectie van de mens.

Sofie Muller (1974°) 2016 / 2020- foto’s: frie peeters

Nog tot 26 februari in M: Albast

Bronnen:

  1. Pers en Media M info: Boutstentoonstelling
  2. Website Barok in Vlaanderen/Vlaamse kunstcollectie

Een blik in het Koninklijk Paleis van Brussel

Tot en met 28 augustus kun je nog naar jaarlijkse traditie het Koninklijk Paleis te Brussel gratis bezoeken.

Het Paleis is de administratieve residentie en de voornaamste werkplek van Koning Filip en Koningin Mathilde.

Tijdens ons bezoek ontdekten we de bijzondere architectuur van het Paleis, de historische salons waar jaarlijks verschillende activiteiten van de Koning en de Koningin plaatsvinden, en de tuin.

Bovendien konden we er terecht voor drie tentoonstellingen: de Koninklijke Vereniging Dynastie en Cultureel Erfgoed vertelde in de Troonzaal over het werk van Koning Boudewijn, Technopolis liet ons in de Spiegelzaal aan de hand van LEGO-kunstwerken kennismaken met de wetenschap en Belspo gaf in de Grote Galerij een overzicht van het rijke federale erfgoed.

Via een filmverslag maar ook via zeer veel fotodocumenten konden we nagaan, of beter, waren we getuige van de specifieke rol die het koningshuis in België vervult.

Heaven of Delight, 2002 by Jan Fabre in de Spiegelzaal

Notitie bij het kunstwerk: “Op 29 april veroordeelde de rechtbank kunstenaar Jan Fabre voor zedenfeiten tegenover verschillende vrouwen. “Heaven of delight” maakt al 20 jaar deel uit van het architecturaal erfgoed van het Koninklijk Paleis. Het Paleis heeft besloten het werk te behouden, naar het voorbeeld van andere instellingen die een onderscheid maken tussen de veroordeelde kunstenaar en zijn kunstwerken.”

Hoe groot een ecologische voetafdruk is, maakt Denoyelle aanschouwelijk door verschillende transportmiddelen op eendenpoten te zetten: hoe vervuilender, hoe hoger. 

 

De expo “Boudewijn, koning zijn” toont allerlei voorwerpen en documenten uit het archief van koning Boudewijn (1930-1993). Ze geven een beeld van de verschillende facetten van zijn openbare leven. Maar ook van de correspondentie en de geschenken die koningen ontvangen.

De werkkamer van de Koning

Het Pilastersalon

De wereldbol Erdglobus für den Weltverkehr  (uit 1909) en het cilinderbureau stonden oorspronkelijk in de werkkamer van Koning Albert I. 

De bezoeker kan er makkelijk een paar uur besteden als hij alles in zich wil opnemen wat wordt getoond. Zeer de moeite waard, maar liefst op een ogenblik dat het niet te druk is. Wij startten om 14:30 en toen waren er behoorlijk veel bezoekers in de zalen aanwezig.

Plekje voor een heerlijke lunch of afternoon delight: albert

Marianum of Rozenkransmadonna – Zoutleeuw

Marianum in de Sint-Leonarduskerk van Zoutleeuw – foto: frie peeters

Een Marianum is een beeldhouwwerk bestaande uit twee ruggelings tegen elkaar geplaatste Mariabeelden, veelal omgeven door een krans van stralen, soms ook van bloemen in de vorm van een rozenkrans1.

Achteraan in het schip van de Sint-Leonarduskerk van Zoutleeuw hangt sinds 1534 het Marianum, een dubbelzijdig eikenhouten gepolychromeerd Mariabeeld. Op het voetstuk staan de wapenschilden van de schenkers. 

Maria wordt uitgebeeld als de vrouw uit de Apocalyps en als centrale figuur van de rozenkrans, die door zes engelen wordt vastgehouden. De schildjes dragen de bloedige wonden van Christus.

Maria heeft een lichtjes verschillende gelaatsuitdrukking aan beide kanten van het beeld2.

Tijdens een zondagse wandeling van Wandelsport Vlaanderen in Zoutleeuw kregen alle deelnemers de kans om dit Marianum te bewonderen naast de andere topstukken die er zich bevinden.

Uit het boek Apocalyps 11, 19a; 12, 1 + 3-6a + 10ab

Een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten.

Toen ging Gods tempel in de hemel open en er verscheen een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd.
Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien hoorns, en op elke kop een kroon. Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De draak ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was. 
Maar toen ze het kind gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon. 
De vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God had daar een plaats voor haar gereedgemaakt.
Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias.’
Uit het evangelie volgens Lucas 1, 39-56

Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder.

In die dagen reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda, waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette. [...]

Bij de begroeting tussen deze twee grote vrouwen sprak Elisabet tot Maria: ‘Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’

Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn Naam. Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor al wie Hem vereert. Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is geeft Hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar rijken stuurt Hij weg met lege handen. Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd: Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’

Valérie Kabergs: Maria’s hemel voor de kleinen – nieuwwij.nl

Toegankelijkheid Sint-Leonarduskerk:

Vanaf 1 april tot 30 september:

Elke dag (behalve maandag) van 14.00 tot 17.00 uur
Oktober: elke zaterdag en zondag van 14.00 tot 17.00 u.

Zalig Hoogfeest!

______________________________________

  1. Wikipedia
  2. Zoutleeuw.be – Toerisme

Weekendje Oostduinkerke en hinterland ***

Vrouwelijke garnaalvisser te paard – Oostduinkerke – Strand

Het is alweer een paar weken gelegen maar toch nog een blogberichtje waard nu 11 juli er aankomt. Omdat de wandelclubs van Wandelsport Vlaanderen opnieuw uitnodigen tot wandelen overal in ’t land, koos ik voor het laatste weekend van juni Oostduinkerke uit om er de Paardenvisserstocht te maken georganiseerd door Wandelclub Nieuwpoort. Gedurende dat weekend vinden er de Garnaalfeesten plaats en te dier gelegenheid bruist het centrum van Oosrduinkerke van de activiteiten.

Oostduinkerke -Strand

Het evenement is een jaarlijkse ode aan de zee in het algemeen en de garnaalvissers in het bijzonder. Oostduinkerke, deelgemeente van Koksijde, is namelijk de enige kustgemeente ter wereld waar tot op vandaag te paard garnalen worden gevangen. En in 2013 heeft Unesco de garnaalvisserij te paard opgenomen op de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Folkloremarkt – Fabiolaplein

Gedurende dat weekend werden dan Mieke Garnaal en haar eredames aangesteld, was er op het Fabiolaplein een folkloremarkt, en op een buitenbuhne op de Zeedijk werd het straattheater Mariette Crevette opgevoerd in het zuiverste Westvlaams.

In de late namiddag, jammer genoeg in de druilregen, kregen we een optocht van de garnaalvissers te paard te zien begeleid door de plaatselijke harmonie die populaire deuntjes ten beste gaf en daardoor alle aanwezigen in een uptime-gevoel bracht. Drommen aanwezigen volgden de optocht naar zee waar de wedstrijd garnaalvissen te paard en te voet plaatsvond.

Mariakapel – Oostduinkerke

Zondagochtend ving dan aan met de Vissersmis in de Mariakapel gevolgd door het kampioenschap garnalen pellen en de Zeewijding van op de Zeedijk. Op het Astridplein wisten voor de middag folkloredansgroepen het publiek te enthousiasmeren en voor de Garnaalstoet hadden in de namiddag tal van toeschouwers zich langs de straten gepositioneerd.

Standbeeld Paul Delvaux, burger van Veurne – Stadspark Veurne

Zelf bracht ik ook nog een bezoek aan Veurne, waar ik een nachtje logeerde, en een korte stadswandeling maakte. En hier kom ik bij 11 juli. Terwijl ik op zaterdagavond de slaap probeerde te vatten, werden in het stadspark de pannen van het dak gezongen tijdens de meezingavond van Vlaanderen Zingt. Het moet die avond wijd en zijd geklonken hebben over ‘het vlakke land’ van Veurne en Diksmuide.

Nu goed, Vlaanderen heeft in de Westhoek veel leuke plekjes die doorgaans prima bereikbaar zijn met openbaar vervoer. Als 65+-er geniet je dan ook van interessante tarieven. Alles gebeurt weliswaar wat trager maar des te aandachtiger, bewuster en ecologischer. 😉

Servaaslegende – Hendrik van Veldeke 1170-1180

In ons gehucht bevindt zich een oude kapel gewijd aan de Heilige Servatius, volgens de overlevering de laatste bisschop van Tongeren en de eerste van Maastricht of ook de eerste historisch verifieerbare bisschop in de Nederlanden uit de 4de eeuw. Hij is de patroonheilige van Berg (deelgemeente van Kampenhout). Naamfeest 13 mei. Zijn attributen zijn de bisschopsstaf en de sleutel.

Onze Middelnederlandse literatuurgeschiedenis bevat een werk uit de 12de eeuw gewijd is aan deze heilige. Het is van de hand van Hendrik van Veldeke. Veldeke is afkomstig uit het Maasland, uit de omgeving van Hasselt in Belgisch Limburg. In die streek treffen de Nederlandse en Duitse taal en cultuur elkaar en in Veldekes tijd bloeiden hier de kunst en de economie. Veldeke was een ontwikkeld man en hij kende goed Latijn en Frans. Hij schreef een heiligenleven over Sint-Servaas (de Servaaslegende ) in zijn moedertaal, het Limburgs. Hij is de oudste bij naam bekende Nederlandse schrijver. Zijn werk is onderdeel van een internationaal literair netwerk en o.a. zijn hoofse minnepoëzie was zeer geliefd aan de adellijke hoven.

De Servaaslegende van Hendrik van Veldeke is een opeenstapeling van wonderbaarlijke zaken. Althans zo kijken wij, nuchtere een-en-twintigste-eeuwers, tegen de verhaalde gebeurtenissen aan. Wij nemen die beschrijvingen met een korrel zout, maar in de Middeleeuwen werden heiligenlevens onvoorwaardelijk voor waar gehouden, zeker wanneer deze op een Latijnse voorbeeld waren gebaseerd. Hendrik van Veldeke kon zich beroepen op een Latijnse bron, de Vita Sancti Servatii (Het leven van Sint Servaas), die beschikbaar werd gesteld door ene Hessel, koster-bibliothecaris van de Servaaskerk in Maastricht.

De Servaaslegende is een vertaling-in-verzen van een Latijnse prozatekst. Veldeke maakte deze vertaling op verzoek van Agnes, echtgenote van de graaf van Loon. Zo’n opdracht betekent in feite dat de gravin de auteur in staat stelde zijn werk te doen: ze gaf hem kost en inwoning, zorgde voor schrijfbenodigdheden en gaf hem wellicht ook nog een extra beloning (in geld of in natura: bijvoorbeeld kleren of wijn).

De Servaaslegende bestaat uit twee delen.

In het eerste deel wordt beschreven hoe Servaas, een achterachterneef van Jezus, door God als bisschop naar Tongeren wordt gezonden. Omdat de Hunnen West-Europa onder de voet dreigen te lopen, wordt Servaas naar Rome gezonden in een laatste poging het onheil af te wenden. In een visioen ziet Servaas Petrus verschijnen die hem meedeelt dat Tongeren ten onder zal gaan. Na zijn terugkeer vertrekt Servaas naar Maastricht waar hij zijn laatste adem uitblaast.

In het tweede deel doet Veldeke eerst uit de doeken welke puinhopen de Hunnen aanrichtten. Vervolgens beschrijft hij een groot aantal wonderen die God ter ere van Servaas heeft laten plaatsvinden. Een van die wonderen is het volgende:

Nu kunt u nog een mooi verhaal horen! De keizer (Keizer Hendrik III van het Heilig Roomse Rijk) liet zeer kundige goudsmeden ontbieden. Hij groette hen vriendelijk en nam ze aan zijn hof op; hij vertelde hun dat hij een gouden borstbeeld wilde laten maken. Moge God me dit toestaan, want ik begeer niets anders! De goudsmeden antwoordden dat ze de opdracht met liefde aannamen, mits Gods Zoon en de goede Sint-Servaas hun dit vergunden. Omdat de keizer het graag wilde, kwamen ze aan zijn wensen tegemoet. Het goud werd afgewogen en de mannen togen aan het werk. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat waren ze bezig, waarbij Sint-Servaas hun behulpzaam was. Tenslotte was het borstbeeld af. Het was – zo vertelt ons de vita – prachtig: neus, mond, kin en keel waren perfect; alleen de ogen, die van edelstenen gemaakt waren, stonden scheef. De goudsmeden meenden dat de ene steen kleiner was dan de andere, en daarover waren ze hogelijk verbaasd, want ze waren precies even groot. Met goede moed haalden ze de stenen eruit om ze er beter in te zetten, want ze vreesden de keizer. Maar toen ze dat gedaan hadden, stonden de ogen weer net als daarvoor: het ene keek omlaag, het andere omhoog. De goudsmeden voelden zich ongelukkig en het werd hun zwaar te moede. Ze konden er echter niets aan doen; het was zonneklaar dat Sint-Servaas tijdens zijn aardse leven scheel was geweest; daarom was dit gebeurd Toen wilde de keizer het borstbeeld zien. Zodra hij de ogen zo scheef zag staan, liet hij de goudsmeden in de boeien slaan en dreigde hen met zware straffen. Ten onrechte wierp men hen in een kerker. Terwijl de goudsmeden ’s nachts in de gevangenis zaten, verscheen Sint-Servaas aan de slapende keizer, zodat deze hem goed kon zien. Vriendelijk sprak hij hem toe: “Majesteit, je moet die arme goudsmeden niet langer kwellen. Laat hen met rust! Je moet het hun niet aanrekenen: zij hoeven toch geen boete te doen voor mij? Jij bent zeer verstandig: kijk me aan en zie hoe scheel ik ben. Daarom moet het borstbeeld dat naar mijn gelijkenis is gemaakt scheel zijn. Wees tevreden: de goudsmeden treft geen blaam. Laten ze profijt hebben van mijn scheelheid, en wees er niet bedroefd over.” Toen de koning dit gehoord had, liet hij, nadat hij was opgestaan, de goudsmeden uit de kerker halen. Als vergelding voor het aangedane onrecht stelde hij hen op royale wijze schadeloos en overlaadde hen met prachtige geschenken, zodat ze blij en opgelucht van het hof vertrokken.  

Bron: Hendrik van Veldeke: Servaaslegende. Vertaald door L. Jongen en C. Schotel. Maastricht 1993, p. 112-113.

Glasraam Sint-Servaas rechterzijde – Kerk Sint-Servaas (Berg)

HOE OUD IS SINT-SERVAASKAPEL?

Wie een plattegrond van de gemeente Berg bekijkt, moet tot zijn verwondering vaststellen, dat het dorp haast in tweeën wordt gesneden door de steenweg van Perk op Kampenhout, vermits het grondgebied aldaar slechts 800 m breed is, zodat het geheel eruit ziet als een reusachtig cijfer 8. Achter dit knelpunt liggen de wijken Bulsom en Heide, die zich de eeuwen door altijd een beetje afgezonderd hebben gevoeld en op eigen plantrekkerij waren aangewezen. Als men bedenkt dat de parochiekerk van Berg zich in vogelvlucht op meer dan 3 km afstand bevindt, is het haast vanzelfsprekend te noemen, dat ook op het gebied van godsdienstbeoefening een zekere vorm van zelfstandigheid is gegroeid.

De koorkant van het Sint-Servaaskapelletje is in witte zandsteen opgetrokken en blijkbaar veel ouder dan het bovengedeelte in brikken. Te oordelen naar het houten beeld van de heilige, dat zich eertijds in de kapel bevond en rond 1500 moet gesneden zijn, zou men in die periode de bouw van de eerste kapel mogen situeren.

Ook VERBESSELT was eenzelfde mening toegedaan: “Onze aandacht wordt hier getroffen door de Sint-Servaaskapel, gelegen te midden van de heide, op het kruispunt van de Mechelse banen uit Berg en Kampenhout. Zij is zeer oud, aangezien in de kapel een schoon Sint-Servaasbeeld van rond 1500 werd bewaard. Dat toont aan dat de kapel in die periode voornaam was. Haar ligging vooral doet ons denken aan de Sint-Veronekapel van Leefdaal, de Speltkapel van Merchtem, de Kruisborre van Asse, enz. Zij hoort tot dezelfde reeks. Nu kan men ze wel op rekening van de moederparochie schrijven, die dezelfde patroon heeft, en ze aanzien als een stichting vanuit Berg, om te voorzien in de zielenzorg van de verafgelegen bewoners.

Servaasviering – Kapel Sint-Servaas – Berg-Heide (2018)

Maar feit is dat er, zoals in de vernoemde kapellen, slechts éénmaal in het jaar mis werd gelezen tijdens het octaaf van Sint-Servaas en er nooit een beneficium of kapelanij werd aangehecht. In de bisschoppelijke taxatielijsten komt ze evenmin voor. Voor ons is ze geen stichting vanuit Berg. Zij moet minstens vergeleken worden met deze van Lelle. Zij behoort tot de reeks, die wij missiekapellen noemen en een litteken zijn uit de oudste periode van de christianisatie. Bewijzen hebben wij niet; er zijn evenwel zoveel gelijklopende aanduidingen, de ene ouder dan de andere, zoals hier de ligging aan de samenloop van twee Mechelse banen en de nabijheid van een Frankische hoeve met haar eigen bodemverkaveling, tevens beschikkend over een aantal goede beemden langsheen de Dodebeek”.

Uit het dekanaal verslag van 1735 vernemen we dat het bidoord voltooid werd ‘uit giften en offeranden van de baron en anderen’ (AAM., Vis. 1760). Op 4 mei 1736 werd er door aartsbisschop Thomas Philippus de Alsatia toestemming gegeven om er elk jaar een mis op te dragen, op de feestdag van St.-Servaas of onder het octaaf. Het onderhoud werd verricht uit de opbrengst van de offer, en wat overschoot kwam ten goede aan de parochiekerk (AAM., Vis. 1735-1739).

In 1839 werd de strook grond, gelegen aan het kruispunt van de Sint-Servaasstraat met de Kampenhoutsebaan, waarop zich de kapel bevindt, afgestaan aan de kerk van Berg, onder het herderschap van Petrus Joannes Coppens. De schenkers waren de gebroeders Polycarpus Decoster, koster te Elewijt, en Camille Decoster, notaris aldaar.

Het luiklokje, vroeger boven de ingang, is misschien even oud als de kapel zelf, maar het hoorde er oorspronkelijk niet bij. Het werd in 1570 te Leuven gegoten door Peeter van den Gheyn, ten behoeve van de Sint-Lambertuskapel op Lelle, waar het tot in 1906 ophing. Om de St.-Servaaskapel een sierlijker uitzicht te geven, wilde men er in 1946 een klokkentorentje opzetten, maar dit voorstel werd niet uitgevoerd. In 1953 werd het klokje naar de kapel overgebracht, waar het de mensen van Heide samenriep.

OUDE BEDEVAARTPLAATS

De omgeving van de kapel telt thans nog weinig echte heidegrond. Door de noeste arbeid van vele boerengeslachten, bekwam men er een vruchtbare bovenlaag, in de schaduwrijke stroken van de bossen van Perk, Elewijt en Hever. Vanuit die dorpen kwamen eertijds telkenjare processies op bedetocht naar de kapel van de Heide.

Oudere mensen weten nog te vertellen dat de twee herbergen, die het gehucht indertijd rijk was, dan volgepropt zaten met mensen. De uithangborden ‘In den Posthoorn’ en ‘In ’t Groene Veld’ verdwenen echter rond 1928, toen deze drankgelegenheden hun deuren sloten.

Eeuwenlang hoorde het tot de geplogenheden van de pelgrims, dat zij driemaal rond de kapel moesten wandelen, biddend om de kwade koorts van een zieke te laten wegnemen. Daarenboven bonden zij een lintje van de onderkleding van de patiënt aan de tralies van de kapeldeur. Dat gebruik werd in 1950 voor het laatst opgemerkt.

Uit een oud notitieboek van koster Joannes Quisthoudt, bijgehouden vanaf 1783, vernamen we dat op het feest van de heilige door deze kerkdienaar met een bel buiten de kapel werd rondgegaan, om de omstaanders te melden dat de mis ging beginnen. De man had dan echter al een heel karweitje achter de rug, dat hij in volgend sappig taaltje beschrijft:
” ’s Avonds voor St.-Servatius moet ik sien dat de kerck gewassen is en den troon van S. Serva-tius uijt setten en S. Servaes kleede ende stockken inden troon en de schoetel daerop den autaer, de antepene met die gouden ganoen op, die altijd de beste geweest is en den casuyvel daer ook van. Ts avonds beijaerden, nief keirsen op den autaer en is het saeken alsdat de keirs van S. Servaes niet gemaekt is op den feestdag, dan moet ik twee klijn kandelaers voor op den troon setten met elckeen keirs op en die onder de mis in brant doen”.

“Op St. Servaes dag woord de vroghe mis gedaen in de capel van S Servaes die woord geson-gen, die is gebeurt ten seven uren en dan moet ik ten ses uren den eersten keerluijden en op de half-ier in luijden, gelijk voor een ander mis, niet tincken als met de groote bel, als men gaet bellen dat dient voor het tincken nu, ik moet sorgen van eer men aengaen, van alle ornamenten gereet te hebben, wat den priester noeijdig heeft om mis te doen, want in de capel en is niet als de antepene daer en sijn geen dwelen, geen een spier lijnwaert en is er, soo ik moet sien van alles te hebben, tabellen en alles want daer en is niet”.

In 1953 kreeg de pastoor van Berg de toelating van het bisdom om elke zondag 2 missen te laten opdragen. Sedertdien kwam er veel volk naartoe, ook uit de Tuilstraat (Elewijt) en de Langestraat (Kampenhout).

Wegens het groeiend aantal landbouwbedrijven op deze uithoek van het grondgebied, werd er naderhand naar een nieuwe kapel uitgezien, groot 11 m op 9 m. Ze werd gebouwd aan de overzijde van de Kampenhoutsebaan en bood zitgelegenheid voor 125 kerkgangers. Ze werd op 18 augustus 1963 door Mgr. Schoenmaeckers ingewijd. De nieuwe kapel werd echter begin 2000 gedesaffecteerd, werd verkocht en werd een privaat woonhuis.

Nu de bedevaarten naar de kapel op de Heide definitief tot het verleden behoren, verminderde in dezelfde mate ook de opbrengst van de offerblok. Daarom werd hier van de vroegere ‘kerkmis’ naar een plaatselijke kermis overgeschakeld, die jarenlang rond Half-Oogst plaatsgreep, ten voordele van het onderhoud van de nieuwe kapel.

BRON: Heemkring Campenholt-Religieus erfgoedd-Kapellen in Berg, Buken, Kampenhout en Nederokkerzeel

Borman en Zonen: de beste beeldsnijders van Brabant keerden terug naar Leuven

Op 20 september opende in M Leuven de tentoonstelling Borman en Zonen, de allereerste overzichtstentoonstelling over deze middeleeuwse beeldhouwer en zijn familie.

In de vroege zestiende eeuw stond Jan II Borman bekend als de beste beeldsnijder van Brabant. Meer zelfs, de familie Borman domineerde de beeldhouwkunst in onze streken. M Leuven zet nu in vijf zalen met meer dan 120 beeldhouwwerken, maar ook met schilderkunst, tapijtkunst en werk op papier, de productie van deze vergeten familie van virtuoze houtsnijders voor het eerst in de kijker. Voor één topstuk, het Triomfkruis, moet je een blokje om: dat bevindt zich al eeuwen in de Leuvense Sint-Pieterskerk. 

Kerstwieg © RMN-Grand Palais (musée de Cluny – musée national du Moyen-Âge)

Het geslacht Borman werkte zowel voor religieuze als burgerlijke en vorstelijke klanten. Iconische werken van hun hand worden vandaag de dag bewaard in topmusea in Europa en de VS – zoals het Metropolitan Museum of Art (MET) in New York, en zijn terug te vinden in kerken verspreid over heel België, maar ook in VK, Duitsland, Spanje en Zweden.

Bust © The Metropolitan Museum of Art New York

Alles wat we weten over de leden van de familie Borman berust op archiefdocumenten enerzijds en onderzoek naar stijl, materiaal en het maakproces anderzijds. M Leuven is dé Belgische autoriteit op vlak van middeleeuwse beeldhouwkunst. Dankzij het onderzoek van een team van experten uit verschillende instellingen, waaronder MUniversité de Namur, University of Toronto, KULeuven en KIK-IRPA, zijn er sterke aanwijzingen dat stamvader Jan I én zijn zoon Jan II in Leuven werkten voor de familie naar Brussel verhuisde. De tentoonstelling brengt de Bormans dus terug naar huis. Ook kon de lijst met stukken die aan de Bormans toegeschreven worden gevoelig uitgebreid worden: momenteel zijn dat er meer dan 350. Enkele mysteries blijven bewaard: zo weten we niet waar in Brussel hun atelier gevestigd was, hoeveel mensen er in deze kmo avant la lettre werkten, en waarom de familie halverwege de 16de eeuw uit het beeld verdween.

MariaMagdalena © RMN-Grand Palais (musée de Cluny – musée national du Moyen-Âge

We weten wél dat er minstens zes familieleden als houtsnijder actief zijn geweest, verspreid over vier generaties. De meest gerenommeerde was Jan II Borman. Hij zette de vormentaal van Vlaamse Primitieven voort en was een voorloper van Bruegel. Zijn werk is volgens sommigen minstens zo virtuoos en invloedrijk als dat van tijdgenoot Jeroen Bosch. Maar naast artistiek genie hadden de Bormans ook een neus voor zaken. De tentoonstelling zoomt in op het feit dat de Bormans leveranciers waren voor de elite van Europa: hun klanten waren kerken, kloosters en gilden, en ook het Habsburgse hof plaatste bestellingen.

Hubertus – foto: frie peeters

Het gaat andermaal om een topexpo waarin kunstenaars van de lage landen in de schijnwerper staan. Als bezoeker word je via video en interactieve schermen diets gemaakt hoe de beeldsnijder zijn ambacht uitoefende en hoe de beeldsnijkunst evolueerde in de middeleeuwen van een eerder gotische stijl zonder veel dynamiek in de figuren naar een zeer dynamisch, realistische stijl waarvoor het werk van Rogier van der Weyden de inspiratie leverde. Je leert ook hoe de onderzoekers vandaag via typische stijlkenmerken maar ook via moderne technologieën als CT-scan bepaalde stukken met zekerheid aan de familie Borman kunnen toewijzen.

Het mag gezegd dat hier met grote expertise een zeer getalenteerde Vlaamse beeldsnijdersfamilie uit het vergeetboek werd gehaald.

Borman en Zonen
20.09.2019 – 26.01.2020
www.mleuven.be/borman

Vlaams – Brabant wandelt in Kampenhout

Een stukje erfgoed – Belgische (Brabantse) trekpaarden Den Brabander

Vanuit hun thuisbasis Kampenhout organiseerden De Witloofstappers en -trappers op 25 augustus de regionale Wandeldag ‘Vlaams-Brabant Wandelt’. Kampenhout is gelegen in de Brabantse laagvlakte en is bekend als dé witloofstreek van Midden-Brabant. De start van dit wandelevenement was vanuit de plaatselijke sporthal. De wandelaars konden kiezen uit een brede waaier aan wandellussen van 6 tot 50 km. Voor de allerkleinsten was er een blote voetenpad met diverse ondergronden uitgewerkt.

Een uitgebreid verslag en fotoreportages uit Wandelgazette vindt u hier

%d bloggers liken dit: