Een geweldig politiek correct taalexperiment! — Neerlandistiek

bron: wikimedia

Gejammer over politieke correctheid dringt nu ook door tot de taalkundige literatuur, althans tot de ‘grijze literatuur’, de door professionele taalkundige geschreven maar niet officieel gepubliceerde teksten op internet.

Een geweldig politiek correct taalexperiment! — Neerlandistiek

In Memoriam Flip Droste (1928-2020) — Neerlandistiek

Professor Droste, mijn prof linguistiek in Leuven, bracht ons op onvergelijkbare wijze in het begin van de jaren 70 de beginselen van de transformationeel generatieve grammatica bij. Hij was één van die proffen aan wie je een dierbare herinnering bewaart. RIP.

Door Dirk Geeraerts Op 13 juni 2020, enkele weken voor zijn 92e verjaardag, overleed Flip Droste, taalkundige, essayist, romancier. Flip (officieel Frederik Gerrit) Droste werd geboren in Arnhem op 4 juli 1928. Hij studeerde Nederlands in Nijmegen, en promoveerde daar in 1956 met het proefschrift Moeten. Een structureel-semantische studie. In 1968 – hij was toen…

In Memoriam Flip Droste (1928-2020) — Neerlandistiek

Meertaligheid en onderwijs: 7 boekentips — Steven Delarue

Als je aan leerkrachten vraagt hoe ze de afgelopen coronaweken hebben beleefd, dan krijg je – toch naar mijn ervaring – meestal een gelaagd antwoord. Aan de ene kant was het keihard werken, omdat alles opeens anders en digitaal moest, en alle plannen bruusk moesten worden omgegooid. Maar samen met die koerswijziging (of misschien net ten gevolge ervan) was er ook opeens wat meer ruimte voor experiment en voor reflectie: wat willen we nu precies bereiken met onze leerlingen, en waarom? Wat is prioritair en wat niet? 

Daar ligt mogelijk (en hopelijk) een stevige win voor alles wat het onderwijs in deze coronatijd moet doorstaan: kritisch stilstaan bij hoe ons onderwijs eruitziet en hoe het er zou moeten of kunnen uitzien, en hoe we van startpunt A naar ideaalbeeld B zouden kunnen gaan. Ik zie op Facebook, op Twitter en op blogs allerhande steeds meer reflecties verschijnen over het belang van toetsing en evaluatie, over de vraag of we al dan niet examens moeten organiseren, over hoe je omgaat met angst en stress bij de heropstart van de scholen eind deze week, over hoe zomerscholen er zouden kunnen uitzien,… 

Dat kritische reflectievermogen is er bij leerkrachten uiteraard altijd al geweest, maar in de dagelijkse mallemolen raakte het al eens verdrukt tussen alle paperassen, lesvoorbereidingen en SmartSchool-berichten – die zijn er nu allemaal nog steeds, maar toch: er lijkt soms een beetje meer zuurstof te zijn. Ruimte om na te denken, om heel even te onthaasten of om de horizonten te verruimen. Voor sommigen is het misschien een kans om eens in de boekenkast te duiken, en wat nieuwe ideeën op te doen. 

Alleen: er zijn de laatste jaren bibliotheken volgeschreven met boeken over onderwijs en didactiek, en vind daar maar eens de échte pareltjes in terug. Voor wie zich graag wil verdiepen in het thema taal en meertaligheid, selecteerde ik zeven boeiende titels die je meer inzicht en praktische handvatten bieden in de wondere wereld van meertaligheid en onderwijs. Boeiende literatuur die inspireert én aan het denken zet. 

Bron: Meertaligheid en onderwijs: 7 boekentips — Steven Delarue

De toekomst van het Nederlands: ‘Waarom moet je weten hoe je iets spelt als je het kunt opzoeken?’ – Ann Peuteman in Knack

Uit Knack van 23/01/19

Lange zinnen ontleden, aartsmoeilijke dictees maken en de literatuurgeschiedenis uit het hoofd kennen? De tijd dat Nederlands een blokvak was, is al lang voorbij. ‘Maar dat wil niet zeggen dat de lat lager wordt gelegd’, meent José Vandekerckhove van het Netwerk Didactiek Nederlands.

De toekomst van het Nederlands: ‘Waarom moet je weten hoe je iets spelt als je het kunt opzoeken?’

Vlaamse leerlingen kunnen niet meer spellen, maken constant dt-fouten, herkennen geen meewerkend voorwerp, en vraag hun vooral niet wie Houtekiet heeft geschreven. Allemaal het gevolg van het trieste niveau van de lessen Nederlands op de middelbare school, hoor je vaak. ‘Maar het niveau op zich is het probleem niet, en onze leerlingen zijn ook niet dommer geworden’, countert oud-leraar Nederlands José Vandekerckhove, voorzitter van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN), dat de belangen behartigt van het onderwijs van het Nederlands in Vlaanderen. ‘Dat veel mensen, ook politici en onderwijsspecialisten, het vandaag moeilijk hebben met de inhoud van het vak, komt vooral doordat ze krampachtig vasthouden aan de manier waarop ze vroeger zelf les hebben gekregen. Die houding staat efficiënt onderwijs in de weg.’

Ik zou het examen literatuur helemaal afschaffen.

Vandekerckhove houdt zelfs niet vast aan de vijf uur Nederlands die leerlingen in de eerste graad van het secundair onderwijs krijgen. ‘Het zou geen ramp zijn om een uur daarvan op te offeren voor een vak als mens en maatschappij, zoals Lieven Boeve, de directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, dat wil’, zegt hij. ‘Ook wat Nederlands betreft, is kwaliteit belangrijker dan kwantiteit: meer lesuren zijn geen garantie voor betere prestaties. Cruciaal is dat die uren efficiënt worden gebruikt.’

Is dat vandaag dan niet het geval?

José Vandekerckhove: Vaak niet. Om te beginnen zijn heel wat leerkrachten Nederlands, die veel lesuren met hun leerlingen doorbrengen, ook klastitularis. Daardoor gaat een deel van hun lestijd op aan klasgesprekken en het managen van problemen in de groep. Daarnaast besteden ze zo’n 60 procent van hun lessen aan communicatieve vaardigheden. Dat wil zeggen dat ze hun leerlingen goed moeten leren lezen, schrijven, luisteren en spreken. Daardoor blijft maar 40 procent van de tijd over voor taalbeschouwing, spelling en ook nog wat literatuur. Natuurlijk kunnen leerkrachten dan niet alles behandelen wat ze zouden willen, en moeten ze keuzes maken.

Gaat er volgens u té veel lestijd op aan die communicatieve vaardigheden?

Vandekerckhove: Het is belangrijker dan ooit dat jongeren goed leren communiceren, maar de vraag is of dat in de lessen Nederlands moet gebeuren. Doordat het grootste deel van de lestijd aan communicatie opgaat, is Nederlands een servicevak geworden: leerlingen leren er vaardigheden die ze in alle andere vakken kunnen gebruiken. In de les Nederlands wordt hun bijvoorbeeld aangeleerd hoe je nagaat waarover een tekst gaat. Eerst moeten ze kijken naar de titel, ondertitel en foto, vervolgens lezen ze de eerste en laatste zin van elke alinea en pas dan gaan ze de tekst intensief lezen. Dat helpt hen ook om teksten voor, bijvoorbeeld, geschiedenis te lezen. Alleen kennen de meeste leerkrachten geschiedenis die strategieën niet.

Ondanks alle aandacht voor communicatieve vaardigheden in de les Nederlands scoren Vlaamse leerlingen in het PISA-onderzoek ondermaats voor begrijpend lezen.

Vandekerckhove: Vaardigheden moet je trainen, en daarvoor volstaan de lesuren Nederlands niet. Zolang ze niet in andere vakken worden ingeoefend, zullen veel van onze leerlingen het daar moeilijk mee blijven hebben. Daarom pleit ik ervoor dat álle leerkrachten die communicatieve strategieën aangeleerd krijgen, zodat ze die tijdens hun lessen kunnen toepassen. Het zou zelfs een goed idee kunnen zijn om dat hele luik uit het vak Nederlands te lichten en vakoverschrijdend te maken. Dan zouden we in de lessen Nederlands tenminste tijd hebben om ons echt met taal en literatuur bezig te houden.

Zouden jongeren dan wel foutloos kunnen spellen?

Vandekerckhove: Nog zo’n heilig huisje! (zucht) Wat is er echt van belang als je communiceert? Dat je duidelijk bent, dat wat je zegt aantrekkelijk is, dat je een geschikt taalregister gebruikt, en dat je taalgebruik correct is. Spelling is maar één onderdeel van dat laatste aspect. Laten we het belang ervan niet overdrijven. Ik keek ooit een examen Nederlands in waarbij de leerlingen de vijf kenmerken van het impressionisme moesten opsommen. Een van hen deed dat perfect, maar er stonden wel twee dt-fouten in zijn antwoord. Gevolg: drie op vijf. Terwijl die vraag helemaal niet bedoeld was om te meten hoe correct de leerlingen kunnen schrijven. Natuurlijk moeten we jonge mensen stimuleren om zo goed mogelijk te spellen, maar dat kan ook op een andere manier. Zo kun je als leerkracht met de klas afspreken dat 10 procent van de punten naar spelling gaat. Maak je geen enkele spelfout, dan krijg je die 10 procent dus cadeau.

Hoe dan ook moeten scholieren de spellingregels nog altijd beheersen?

Vandekerckhove: Natuurlijk. Maar we moeten wel een onderscheid maken tussen wat leerbaar is en wat opzoekbaar is. Wat geleerd kan worden door middel van regels en analogie, moeten de leerlingen kennen. Zodra ze weten hoe je West-Vlaanderen spelt, zullen ze vanzelf ook Oost-Brabant en Zuid-Holland correct schrijven. Kennen ze de regels om werkwoorden te vervoegen, dan kunnen ze ook ‘gedeletet’ spellen. Maar de schrijfwijze van een woord als ‘cappuccino’ kun je uit geen enkele regel afleiden. Waarom zou je van leerlingen eisen dat ze zulke woorden uit het hoofd leren als ze ze ook kunnen opzoeken? Ik vind trouwens dat we hen nog meer moeten stimuleren om de spellingcorrector op hun computer te gebruiken.

Nog een verschil met vroeger: jongeren hoeven geen ellenlange zinnen meer te ontleden. Betreurt u dat?

Vandekerckhove: Natuurlijk niet. Destijds vertrok men van het taalsysteem: je moest eerst leren hoe dat in elkaar zat, en het vervolgens toepassen. Maar in de praktijk bleek dat niet altijd een hulpmiddel te zijn. Veel leerlingen vonden begrippen als meewerkend voorwerp en gezegde nogal verwarrend. En wat is er uiteindelijk belangrijk? Dat ze een correcte zin kunnen bouwen, natuurlijk. Daarom vertrekken we nu van het gebruik, en grijpen we alleen terug naar het taalsysteem als dat nodig is. Als jongeren fouten maken, of iets lezen waarvan ze voelen dat het niet klopt.

Een ander veelgehoord punt van kritiek is dat echte literatuur amper nog aan bod komt in de lessen Nederlands.

Vandekerckhove: Het is niet omdat ze de literaire canon niet meer ingelepeld krijgen zoals de generaties voor hen dat er geen aandacht wordt besteed aan literatuur. Toen ik destijds in het college zat, kregen we in de lessen Nederlands haast uitsluitend literatuur. Drie weken aan een stuk hielden we ons op een heel theoretische manier bezig met Lucifer van Vondel. Waren we daarmee klaar, dan stapten we over op een volgend boek. Zo werkten we chronologisch de literatuurgeschiedenis af, tot we aan Stijn Streuvels kwamen – bij hem stopte het zowat. Op het eind van het jaar kregen we dan een examen waarbij we louter moesten reproduceren wat we over die werken hadden geleerd. Vaardigheden ontwikkelen stond niet op het programma. Denkt u dat wij daar meer leesplezier aan overhielden dan de jongeren van vandaag?

Is de slinger niet te veel in de andere richting doorgeslagen?

Vandekerckhove: Het klopt dat de focus steeds meer is verlegd in de richting van leeservaring. Wat doet een boek met mij als lezer? Wat weet ik erover? Wat kan ik ermee doen? Een mengvorm zou ideaal zijn. De leeservaring is belangrijk, maar om echt te begrijpen wat je leest, heb je een kader nodig. Een literaire stroming staat nooit op zichzelf. Ze is altijd een reactie op een andere stroming en is onlosmakelijk verbonden met de maatschappelijke realiteit, filosofisch-religieuze overtuigingen en kunst van die tijd. Het heeft weinig zin om jongeren te vragen wat ze van Houtekiet van Gerard Walschap vinden als ze de context niet kennen. Dus moet je hun wel vertellen over het vitalisme en de sfeer in de periode na de Eerste Wereldoorlog. Maar dat wil nog niet zeggen dat je alle literaire stromingen chronologisch moet afwerken.

Dat neemt niet weg dat jongeren steeds minder lezen.

Vandekerckhove: Alleen als je lezen tot boeken vernauwt. Ze lezen wel teksten op een scherm, en ze worden ook in films en games met verhalen geconfronteerd.

Naar een film kijken is toch niet hetzelfde als een roman lezen?

Vandekerckhove: Nee, maar films helpen jongeren wel om de bouwstenen van de literatuur te begrijpen. Flashbacks, simultaneïteit of omkering van standpunt kun je als leerkracht veel beter uitleggen aan de hand van filmbeelden of zelfs games. Dat zijn de verhalen van de huidige generatie. Ik vind het trouwens een heel goede zaak dat romans tegenwoordig weer meer verhalen aanbieden. Een tijdlang overheerste het experimentele genre en waren veel boeken echt moeilijk. Dan haken mensen, zeker jonge lezers, sneller af. Nu verschijnen er weer meer verhalende romans en biografieën, en die slaan veel meer aan.

José Vandekerckhove: 1950: geboren in Izegem. Studie: Germaanse filologie (KU Leuven). Carrière: leraar Nederlands en Duits (Sint-Andreasinstituut, Oostende). Lector Nederlands (Specifieke Lerarenopleiding, KU Leuven). Pedagogisch begeleider Nederlands. Sinds 2013: voorzitter van het Netwerk Didactiek Nederlands. Boek: Rechts is waar de duim links staat, Pelckmans, 2015 (taalboek).

Is het hoe dan ook niet belangrijk dat jonge mensen weten wie de auteur is van De vlaschaard, Kartonnen dozen of Het verdriet van België?

Vandekerckhove: Alleen als ze aan een quiz zoals De slimste mens willen meedoen. (lacht) In het secundair onderwijs moet literatuur toegankelijk genoeg zijn. Dan is de kans groter dat jongeren met plezier lezen, en kunnen we hen ook over die literatuur laten nadenken. Dat begint al in de eerste graad, waar we bijvoorbeeld vragen om een e-mail te schrijven waarin ze het boek dat ze net hebben gelezen aan een vriend aanraden. In de tweede graad leren ze de begrippen waarmee ze hun leeservaringen kunnen benoemen, en in de derde graad geven we de criteria mee om kritisch naar literatuur te kijken. Is het boek origineel? Welke plaats neemt het in het werk van de auteur in? Wat vinden recensenten ervan, en ben ik het daarmee eens? Onderschat dat niet: zoiets vergt al een behoorlijke literaire competentie.

Hoe ziet een ideale literatuurles er volgens u uit?

Vandekerckhove: Als een soort leesclub. Leerkrachten zouden leerlingen teksten moeten geven die ze eerst zelf lezen en dan in de klas bespreken.

Wordt de lat dan niet erg laag gelegd?

Vandekerckhove: Integendeel. Zo leren ze echt over literatuur nadenken. Als je hen laat uitzoeken waarom het boek dat ze lezen romantisch is, leren ze veel meer dan als ze voor het examen de kenmerken van de romantiek vanbuiten moeten leren. Ik zou het examen literatuur zelfs liever helemaal afschaffen.

Voor veel leerkrachten is dat vloeken in de kerk.

Vandekerckhove: Het probleem is dat zij denken dat ze het hun leerlingen te gemakkelijk maken als ze hun vaardigheden testen. ‘Daar winnen ze wel erg vlot punten mee’, zeggen ze dan. Nochtans weten we ondertussen dat je het denk- en inzichtniveau van leerlingen op die manier enorm kunt optrekken. Op voorwaarde natuurlijk dat de vragen moeilijk genoeg zijn, en dat is nu niet altijd zo.

Leraars zouden enorm kunnen professionaliseren als ze gebruik zouden maken van de kennis die voor het rapen ligt in de algemene didactiek. Alleen stromen zulke nieuwe inzichten amper naar de vakleerkrachten door. Daarom organiseert het Netwerk Didactiek Nederlands nu in samenwerking met de Nederlandse Taalunie een wedstrijd voor leerkrachten in opleiding. De prijs gaat naar degene die met behulp van die inzichten het origineelste en creatiefste lesontwerp indient. Uiteindelijk is het de nieuwe generatie leerkrachten die voor verandering zal moeten zorgen.

Poëzieweek 2019 – Gratis lesmateriaal

Poëzie verdient het hele jaar door aandacht in de klas. Toch is er één week waarin poëzie heer en meester mag zijn, namelijk tijdens de Poëzieweek eind januari.

De Poëzieweek 2019 heeft als thema ‘Vrijheid’. Lestips bij gedichten rond dit thema, zowel voor lager als voor secundair onderwijs, vind je op www.poezieweek.com/school. Gratis te downloaden!

Er zijn drie bundels met tips voor poëzieonderwijs: één voor de basisschool en twee voor het voortgezet onderwijs. Alle lestips zijn geschreven door experts.

Neem een kijkje in hun lesarchief

De poëzielessen van voorgaande jaren zijn nog steeds beschikbaar! Ze zijn het hele schooljaar door bruikbaar en stimuleren om met poëzie op school aan de slag te gaan.

Bezoek de website: www.poezieweek.com

Met dank aan www.cultuurkuur.be voor dit bericht.

Primeur ‘Atlas van de Nederlandse taal’

Een primeur en smaakmaker die ik graag deel:

Geachte mevrouw of meneer,

Vorig jaar zomer bent u, met ruim 6.500 anderen, zo vriendelijk geweest om een online enquête in te vullen over het gebruik van de Nederlandse taal.

De binnengekomen antwoorden zijn inmiddels verwerkt en geanalyseerd. Binnenkort maakt de Nederlandse Taalunie, die het initiatief had genomen voor dit onderzoek, de resultaten officieel publiek. U kunt er dan onder meer via de website van het Meertens Instituut kennis van nemen.

De voornaamste bevindingen
Om onze dank voor uw medewerking kracht bij te zetten, delen wij onze bevindingen met u voordat deze publiek gemaakt worden. Met deze e-mail bezorgen wij u een hoofdstuk uit de Atlas van de Nederlandse taal die binnenkort verschijnt. Dit boek is geschreven door Mathilde Jansen, Nicoline van der Sijs, Fieke van der Gucht en Johan de Caluwe en verschijnt op 10 mei bij uitgeverij Lannoo in Tielt. Het werk bevat onder meer een hoofdstuk waarin enkele van de voornaamste bevindingen uit het onderzoek, waaraan u heeft deelgenomen, worden samengevat. De Atlas van de Nederlandse taal kent een Vlaamse en een Nederlandse versie. Beide versies van het hoofdstuk zijn voor u al beschikbaar.
(Klik op de links.)

Verdraagzaamheid, tolérence, Toleranz, tolerance, tolerância , tolerans, …

Over onze multiculturele samenleving en verdraagzaamheid

Largo de São Domingos (Lissabon) – foto: frie peeters

De Dominicanenkerk, Lissabon. Een plek met een wreedaardige geschiedenis. De kerk op dit plein dreigde meermaals te verdwijnen maar werd telkens weer gered. Het was de kerk van koninklijke kroningen en huwelijken, van doopsels en begrafenissen. Tijdens de inquisitie vonden er vreselijke ketterverbrandingen en pogroms plaats. Volgens Fernando Pessoa, Portugees schrijver en dichter (1888-1935) werden er in 1506 na de kerkdienst talrijke Joden gelyncht door een opgehitste menigte, waarna de slachtpartij zich uitbreidde naar andere delen van het land. De kerk werd in 1531 verwoest. Een straf voor de wreedheid tegenover de Joden, vroeg men zich af ? Tijdens de aardbeving van 1755 moest het godshuis er opnieuw aan geloven; het werd nogmaals heropgebouwd maar werd in de as gelegd tijdens de grote brand van 1959. In 1997 werd ze voor de zoveelste maal heropend. Het plein voor de kerk trekt vele Afrikanen uit de Portugese koloniën Angola, Mozambique, Sao Tomé en Kaapverdië aan. Misschien omdat de legende wil dat hier, toen dat nog niet zo gewoon was, een Afrikaanse priester de kerkdienst voorging.

Lissabon is een vriendelijke, warme en tolerante stad. Op het plein links voor de kerk de multilinguale ‘Tolerancia’- muur. Je loopt er zo voorbij maar hij is er en hij roept vanuit die historische plek op tot  verdraagzaamheid. We hebben meer zo’n plekken nodig. We mogen niet ophouden te reageren op haatdragende en polariserende boodschappen. Tolerant leren samenleven is een moeilijk proces maar het wordt onze toekomst en die van onze kinderen en kleinkinderen. Er is geen alternatief.

 Het feit

De 15-jarige Ramzi Mohammad Kaddouri uit Genk is afgelopen zaterdag tijdens een vakantie in Marokko gestorven na een ongeval met een quad.  De jongen lag enkele dagen in coma en bezweek afgelopen zaterdag aan zijn verwondingen.

Ramzi Mohammad Kaddouri liep school aan het Technisch Instituut Sint-Lodewijk en was al sinds hij kleuter was verbonden aan het jeugdwelzijnswerk Gigos, waar hij ook vrijwilliger was. Daar omschrijven ze hem als een erg behulpzame en respectvolle jongen.

Over de juiste toedracht of het exacte tijdstip van het ongeval bestaat nog geen duidelijkheid. Het is in ieder geval in de loop van vorige week gebeurd. Hij is daarbij in een coma geraakt en zaterdag aan de gevolgen van zijn ongeval overleden. Zijn familie bevindt zich in Marokko bij hem.

De reacties op sociale media

Dat nieuws werd gisteren gedeeld op de Facebookpagina met meer dan 23.000 volgers  van de ‘Vlaamse Verdedigings Liga’ met als bijschrift ‘Ziet een Vlaming er tegenwoordig zo uit?’ Daar volgde een ‘tsunami haatreacties’ op volgens Youssef Kobo, diversiteitsmedewerker bij CD&V. ‘Een samenspel tussen de opkomst van terreur, de vluchtelingencrisis en economische stagnatie zorgt ervoor dat het extremistische gedachtegoed sneller en gemakkelijker dan ooit verspreid wordt. Er zijn te weinig mensen die een stap achteruit nemen en zeggen: waar stopt het? Het is een teken aan de wand. Het is al jaren bezig en het wordt alleen maar erger. De lat wordt verlegd. Het begrip racisme wordt uitgehold en het gaat steeds om het al dan niet “politiek correct” gebruiken van bepaalde woorden.’ Enkele gebruikers hadden de post aan Facebook gemeld maar daar luidde het antwoord dat ‘de post de waarden van de gemeenschap niet geschonden had’.

Er loopt al sinds vorig jaar een klacht van Unia, het Interfederaal Gelijkekansencentrum, tegen de Vlaamse Verdedigings Liga en het parket van Antwerpen heeft de zaak onderzocht en afgerond. ‘De klacht wordt niet geseponeerd’, zegt Stephanie Chomé van het Antwerpse parket. ‘Integendeel, er komt, wellicht nog in het najaar, een dagvaarding voor de strafrechter. We zoeken alleen nog uit tegen wie precies en voor welke feiten.’

De reacties van de politiek

‘De bijwijlen hatelijke reacties op de sociale media tonen aan dat er nog veel werk is om tot een gedeeld burgerschap en een inclusieve samenleving te komen.’ –Minister-President Geert Bourgois (NV-A)

Ook het volledige schepencollege van Genk keurt het misbruik van het overlijden van een jonge Genkenaar af. Dat zegt Wim Dries (CD&V), burgemeester van de Limburgse stad. ‘Ik ben geschokt. Dit is ranzig en tart elke verbeelding’, zegt Dries. ‘Maar ik stel ook vast dat er in Genk en op de sociale media heel veel medeleven is, over mensen van alle afkomsten heen. Dat wordt misschien wat weinig benadrukt.’

‘Deze mensen moeten geholpen worden, maar kunnen/willen dat wellicht niet’, vindt mediaminister Sven Gatz (Open VLD). De minister noemt de – veelal onder schuilnaam geplaatste commentaren – weerzinwekkend en getuigen van ‘ziekelijk racisme’. Ook bij zowat alle andere partijen wordt met ongeloof gereageerd. ‘Dat de dood van een jongen aanleiding geeft tot vreselijke racistische opmerkingen’, zegt Vlaams parlementslid Tine Soens (SP.A). ‘What’s wrong with this world?’

‘Zum kotsen’, vindt haar collega Yamila Idrissi (SP.A). ‘That’s it, I give up’, stelt Youssef Kobo (CD&V). SP.A-voorzitter John Crombez vindt de reacties ‘misselijkmakend’.

Het Minderhedenforum

‘De politiek doet te weinig om racisme en discriminatie aan te pakken.’ Dat vindt Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum. Volgens Van Bellingen zijn er verschillende oorzaken voor de overvloed aan racistische reacties: ‘de verruwing van de maatschappij, de toon die wordt aangeslagen door politieke figuren en vooral een gebrek aan actie door de overheid’. Van Bellingen zegt dat ons land een van de beste wetgevingen ter wereld heeft omtrent discriminatie, maar dat die wet niet wordt uitgevoerd. Hij wees eerste minister Charles Michel dan ook op zijn belofte om terreur en racisme te bestrijden. ‘We stellen vast dat er al heel wat is gebeurd om terrorisme aan te pakken, maar dat er nog weinig gebeurd is om racisme tegen te gaan’, aldus Van Bellingen.

Vandaag reageert Unia alvast tevreden. ‘We zijn tevreden dat de beheerders van dergelijke pagina’s verantwoording moeten afleggen’, zegt woordvoerder Bram Sebrechts. ‘Dit is een goed signaal van het parket. Door de verantwoordelijken voor de rechter te brengen, zal er ook meer aandacht komen voor deze problematiek en dat is nodig.’ Unia voegt er aan toe dat het nagenoeg dagelijks een dossier opent voor haatboodschappen op het domein media.

‘In 91 procent van die gevallen gaat het om boodschappen op het internet, en dan vooral op Facebook en Twitter’, stelt Sebrechts. ‘Wat dat laatste betreft, is het aantal meldingen al enkele jaren in stijgende lijn.’

Het Facebookbericht rond het overlijden van Ramzi Mohammad Kaddouri en de reacties daarop gaat Unia naar eigen zeggen toevoegen aan het bestaande dossier.

(naar artikels uit De Standaard, 2-3 augustus 2016)

 

 

%d bloggers liken dit: