De actuele wijsheid van Michel de Montaigne – prof. dr. Alexander Roose – UGent

Het meest zekere teken van wijsheid is vrolijkheid – Michel de Montaigne in ‘Essais’

In 2017 motiveerde de jury het toekennen van de Prijs van het Spirituele Boek van het jaar aan Alexander Rooses De vrolijke wijsheid. Zoeken, denken en leven met Montaigne als volgt: “De 16°- eeuwse filosoof Michel de Montaigne is maar voor een beperkte groep bekend als denker, als eerste moderne mens, als eerste schrijver van filosofische essays. Dit boek van Alexander Roose is een erg interessante en toegankelijke kennismaking met een groot filosoof en met de actualiteitswaarde van zijn denken. Dat Montaigne leefde in een tijd van grote omwentelingen en van wereldbeelden die kantelden is hier absoluut niet vreemd aan.

Gisterenavond was professor Roose te gast bij de Vlaamse Academici van Mechelen voor een auteurslezing over Michel de Montaigne. Wie Koen De Sutters monoloog Montaigne zag, eveneens door Alexander Roose geschreven, had weliswaar op theatrale wijze al kunnen kennismaken met het heel bijzondere leven van Montaigne en de vrolijkheid van diens wijsheid maar vooral ook met de moderniteit ervan.

Michel de Montaigne, de gentleman-filosoof uit de Franse Renaissance (1533-1592), leefde in een tijd van burgeroorlogen en religieuze twisten, van grandioze ontdekkingen en verwoestend fanatisme. Midden in die onrust werkte Montaigne aan zijn Essais. Het beroemde boek is een autobiografie, een filosofisch traktaat, een geestelijke oefening.

Het proces van Montaignes denken is een bijwijlen harde, moeizame, persoonlijke filosofische queeste naar het goede leven en naar wijsheid. Montaigne streefde voortdurend naar een evenwicht tussen engagement en innerlijke rust, tussen gemeenschapszin en individualiteit, tussen religiositeit en secularisatie. Filosofie was voor Montaigne zoveel meer dan een systematische, theoretische uiteenzetting. Montaignes denken kan ons ook vandaag helpen om te overleven in een wereld van wankelende zekerheden, van wrede intolerantie en nihilisme.

De lezing werd een absolute smaakmaker om het boek van professor Roose te gaan lezen. Eric Palmen recenseerde het als volgt:

Ik bewonder de wil van Alexander Roose om het werk van Montaigne zo mooi en zo helder mogelijk aan het grote publiek uit te leggen. Hoe uitzonderlijk goed is hij daarin geslaagd. U hoeft niet eens de intentie te hebben – als u dat nog niet heeft gedaan – om de Essais van Montaigne te gaan lezen, al kan ik me moeilijk voorstellen dat u de verleiding kunt weerstaan nadat u kennis heeft genomen van deze prachtige leidraad. Roose heeft een sprankelend essay geschreven, dat met verve op eigen benen kan staan. Doe uzelf een plezier. Lees De vrolijke wijsheid. Zoeken, denken en leven met Michel de Montaigne. Het is een troostrijk boek in donkere dagen. – Biografieportaal.nl

Alexander Roose doceerde vier jaar aan de universiteit van Cambridge, was fellow in Clare College. Thans doceert hij Franse literatuur en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Gent. Hij schreef de monoloog Montaigne voor acteur Koen De Sutter en is de auteur van La Curiosité de Montaigne (Parijs, 2015) en van De Vrolijke Wijsheid. Zoeken, denken en leven met Montaigne (Antwerpen, 2016). Dit boek werd bekroond met de Prijs voor het Spirituele Boek 2017. Hij werkt nu aan een boek over Blaise Pascal.

Verdraaid! Het nieuws anders bekeken – prof. dr. Baldwin Van Gorp – VAM

De nieuwsmedia krijgen vaak de schuld van wat er misgaat in de wereld. Veel discussies over de journalistiek eindigen in een gescherm met termen als ‘sensatiezucht’, ‘subjectiviteit’ en ‘roddel’, terwijl niemand die begrippen grondig definieert. Ook het begrip framing leidt een heel eigen leven in het publieke debat. Er is nood aan een genuanceerd beeld van de journalistiek: het gaat immers niet op om de nieuwsmedia een gebrek aan nuance te verwijten als die verwijten zelf de nodige nuance missen.

In Verdraaid! Het Nieuws anders bekeken kijkt hoogleraar journalistiek Baldwin Van Gorp met een open blik naar de media. Hij wil weten hoe het precies zit met journalistieke objectiviteit, tabloidjournalistiek en het gebruik van frames in het nieuws. Daarover gaat hij ook “in dialoog” met verschillende gerenommeerde journalisten zoals het ‘Watergate’-duo Carl Bernstein en Bob Woodward, winnaar van World Press Photo 2017 Burhan Özbilici, undercoverjournalist Günter Wallraff en buitenlandverslaggevers, zoals Rudi Vranckx, Robin Ramaekers, Peter Verlinden, Arnold Karskens en Jens Franssen.

In zijn voordracht pleitte Baldwin Van Gorp ervoor om de media niet tot zondebok te maken, als zouden journalisten slechts verspreiders van roddels, subjectiviteit en banaliteiten zijn. Het blijkt dat dit fenomeen al aan de orde was in 1843 volgens het boek ‘Les journalistes’ van Honoré de Balzac. Er gebeuren, gaf de spreker toe, soms zaken die beter niet plaatsvinden zoals het publiceren van foto’s van kinderen zonder de toelating van de ouders (busongeval Sierra, maart 2012) of verhalen verzinnen zonder bronvermelding (Perdiep Ramesan in de Nederlandse krant Trouw). Hier past de nodige zelfregulering om dat te voorkomen. Journalisten moeten werken onder voortdurend  stijgende werkdruk, tegen een deadline. Tijd en kwaliteit functioneren in dit verband als communicerende vaten. Journalisten moeten het lef hebben om achter de informatie aan te gaan zonder opdringerigheid. Zelfs tabloids en roddelbladen vervullen in deze context een maatschappelijke functie. Ze kunnen iets in beweging zetten (cfr. Pulitzer in de VS).

Wat zou wél beter kunnen in de journalistiek? Absolute objectiviteit blijkt niet mogelijk er blijft altijd een subjectief element in een artikel te ontwaren. Duiding, contextualisering, commentariëring vloeien soms door elkaar. Bij de gekende wie? wat? waar? wanneer? waarom? aanzetten voor een artikel blijft de waaromvraag de belangrijkste. Het is de generalisering waarin het management de journalist plaatst die ervoor zorgt dat er minder expertise, en specialisering mogelijk is. Er wordt minder gedubbelcheckt (single confirmed source). De pro- en contrabalans moet in een artikel zo goed mogelijk bewaard blijven (cfr. zomer- wintertijdargumentatie). Verder is het ook zo, volgens de spreker, dat met het alleen maar rapporteren van feiten de journalistiek het status quo bestendigt. Een subjectieve visie kan de zaken in beweging brengen.

Baldwin Van Gorp zou ten slotte graag wat meer framing dan polarisering in de journalistiek zien. Met betrekking tot bijvoorbeeld migratie bestaan er 16 verschillende frames gaande van ‘onschuldige slachtoffers’ tot ‘indringers’. Het is de taak van de journalist om hier de verschillende perspectieven aan bod te laten komen en niet steeds vanuit één frame te communiceren. De effecten van éénzijdige framing in de Vlaamse politiek werden vandaag o.a. in een artikel in De Morgen behandeld. Het betreft hier twee studies van de KU Leuven en de UGent  in opdracht van 11.11.11.

framing-grafiek-v2-640x360

De Vlaamse burger daarentegen denkt genuanceerder:

‘Uit Van Gorps representatieve steekproef bij duizend Vlamingen blijkt namelijk dat we eerder onbeslist staan tegenover migratie. Op een schaal die schakeert van ‘grote aversie’ tot ‘grote sympathie’ blijkt dat de grootste groep onder ons, bijna een kwart, een neutrale houding aanneemt. De op een na grootste groep van bijna een op de vijf is net wat positiever en de op twee na grootste groep nog wat positiever.

En wanneer je Vlamingen vraagt te kiezen tussen de vier meest courante frames, dan kiest de grootste groep (een op de drie) spontaan voor het perspectief van de slachtoffers. “Men voelt intuïtief aan dat het slachtoffers zijn, maar mensen twijfelen wel of hen helpen allemaal wel waar te maken is”, zegt Van Gorp.’ – De Morgen 28/09/2018

Het hoeft dus geen verder betoog dat de voordracht van professor Van Gorp op grote interesse kon rekenen, vooral ook omdat we de genuanceerde, objectieve wetenschapper aan het woord hoorden.

foto: KU Leuven

Baldwin Van Gorp is als hoogleraar journalistiek verbonden aan het Instituut voor Mediastudies van de KU Leuven. Na een journalistieke loopbaan promoveerde hij aan de Universiteit Antwerpen met een proefschrift over de framing van asielzoekers in de Belgische pers. Hij geniet nationaal en internationaal erkenning als framingexpert en verbleef aan de departementen journalistiek van de University of Texas at Austin in de VS en Stellenbosch University in Zuid-Afrika. Baldwin Van Gorp houdt ook een blog bij De passies van Baldwin Van Gorp: woorden, beelden, frames.

Frankrijk: een ontredderde republiek? – Macron, nieuwe dokter voor duizendjarige patiënt? – Mia Doornaert – VAM

De verkiezing van Emmanuel Macron was als een frisse wind, en dat niet alleen voor Frankrijk. Na de Brexit en de sfeer van eurosceptiscisme sloeg de stemming om: hier was een Franse president die zich weer wilde inzetten voor Europese integratie. Macron zal echter slechts met gezag in Europa kunnen spreken als hij Frankrijk uit zijn begrotingsdeficit en zijn verstarring kan halen, en een nieuwe economische dynamiek inblazen. Of hij dat kan wordt de komende weken beantwoord. De president staat immers voor zijn eerste grote uitdaging, een stakingsgolf bij de spoorwegen die tot mei zal duren, en die opnieuw toont hoe diep het verzet is tegen elke modernisering van de arbeidsverhoudingen. Zal Frankrijk zich blijven gedragen als de kribbige patiënt die de afgelopen dertig jaar voortdurend van dokter veranderde en dan even snel diens medicijn weigert in te nemen?

Mia Doornaert, wier boek over Frankijk, ‘De ontredderde Republiek – Zoektocht naar de ziel van Frankrijk’, een bestseller werd, lichtte toe hoe tien eeuwen Franse geschiedenis tot de huidige blokkeringen hebben geleid.

In een twee uur durende onderhoudende en af en toe ook geestige voordracht kregen we een antwoord op de door o.a. Alain Finkelkraut, Bernard Gauchet, Éric Zemmour, Nicolas Baverez  en Michel Houellebecq in hun geschriften gestelde vraag ‘Wat gaat er mis met Frankrijk?’ Het blijkt zeer moeilijk om in dit door étatisme gestuurde land hervormingen door te voeren. De vele stakingen bezorgden het de naam van ‘asfaltdemocratie’. Het echte politieke debat blijkt er erg moeilijk. Men verkiest er slag op keer de stellingname op de barricades en graaft zich in om de verworven rechten te behouden.

Een blik in de geschiedenis van Frankrijk, zijn eeuwenlange culturele uitstraling, zijn hang naar ‘grandeur’, de verhouding tussen zijn leiders (koningen en presidenten) en zijn burgers en de plaats die het innam in de machtsverhoudingen in de wereld, toonden aan hoe deze situatie groeide.

Mia Doornaert wond er geen doekjes om: de vaudeville van liefdesgeschiedenissen in het Elysée is mee verantwoordelijk geweest voor de malaise. Frankrijk heeft pijn aan zichzelf, stelt ze. Ook al is het na China de oudste permanente staatsvorm in de wereld toch is het een artificieel land, gegroeid uit het mirakel van de Capetingers. Het Koninkrijk Frankrijk was een staat in West-Europa die ruim 800 jaar bestond en vanaf de 16e eeuw werd het een grote mogendheid in Europa. Het zijn de cynische jaren van François Mitterand van 1981 tot 1988 en dan verder tot 1995 die een politiek avontuur inluidden.  Het dichten van ‘la fracture sociale’ lukte hem niet. Hij had de gave van het woord maar had geen kaas gegeten van economie, liet zijn premiers de  moeilijke zaakjes opknappen. Nicolas Sarkozy daarentegen, verkozen tot president in 2007, profileerde zich als politiek beest, maakte zijn premier quasi overbodig en gaf toe dat hij voor een moeilijke opgave stond.

Ondanks het feit dat de republiek het momenteel moeilijk heeft om een ‘gewoon’ land te zijn en de voorbije jaren in een heen en weer zwalpende politiek is terecht gekomen, blijkt er met  Emmanuel Macron geen populaire maar wel een gerespecteerde,  weliswaar atypische, president aan zet te zijn die ondanks de ernstige uitdagingen die hem wachten, weer vertrouwen in de toekomst weet te scheppen.

foto: Het Nieuwsblad

Mia Doornaert, gewezen buitenland-redactrice van De Standaard, heeft nog steeds een tweewekelijkse column in die krant, en neemt regelmatig deel aan debatten in de media en daarbuiten over buitenlands beleid en actuele ontwikkelingen. Haar vorig jaar verschenen, en inmiddels herwerkt,  boek over Frankrijk, Ontredderde Republiek, is een bestseller. Ze was in 2009 – 2011 beleidsadviseur en speechwriter van premier Yves Leterme. Voordien was zij 38 jaar buitenland journaliste van De Standaard.  In die functie reisde ze door een groot deel van de wereld. In 1995-2000 was ze permanent correspondente in Parijs.  Zij zette zich tijdens haar journalistieke loopbaan ook in voor de persvrijheid en de rechten van journalisten. Zij was voorzitster van de Adviescommissie Persvrijheid van de UNESCO, en van de Jury van de UNESCO-Wereldprijs voor Persvrijheid (1997-2000);  van de Internationale Federatie van Journalisten (1986 92), een wereldwijde federatie van vakbonden van journalisten; en van de Beroepsvereniging van de Belgische journalisten (1983 87).  Ze heeft geen schrik om tegendraads te zijn. Dat blijkt uit haar columns en uit haar eerder boek “De frivole vertwijfeling. Een weerbarstige kijk op de wereld”, (Lannoo, 2009). Ze werd geboren op 31 december 1945 in Kortrijk, groeide op in Harelbeke, studeerde klassieke filologie en oosterse talen (hiëroglyfen en Arabisch) aan de KU Leuven, en was twee jaar lerares Latijn en Grieks. Koning Albert II verleende haar in 2003 de titel van barones voor haar werk als journalist en haar internationale inzet voor de persvrijheid.

Met dank aan het bestuur van de Vlaamse Academici Mechelen

De toekomst van de Europese economie – De ‘lage rente’: een trend ommekeer in zicht? – prof. dr. Koen Schoors – VAM

We hebben de migratiecrisis, de problemen met Griekenland, Spanje en Italië, de masochistische pijn van de Brexit en de opkomst van extreem rechts in Duitsland, Oostenrijk en eigenlijk ook Polen en Hongarije. Zullen digitalisatie, robotisering en artificiële intelligentie zorgen voor permanente werkloosheid? Zal door de vergrijzing de kost van de pensioenen onbetaalbaar worden? Wij zijn met zijn allen bang en ongerust en sparen ons te pletter.

Aan de andere kant draait de Europese economie als een tierelier en daalt de werkloosheid al jaren aan een stuk, terwijl de inflatie onder controle blijft. De banken zijn gered, de aandelenkoersen breken het ene record na het andere, en elk Europees land lijkt er bovenop te komen. In Frankrijk waait er met president Macron een volledig nieuwe wind en lijkt de arbeidsmarkt weer op te bloeien.

Gaat het nu goed of slecht met de Europese economie? Is de hoop op een mooie toekomst gewettigd of eerder de angst voor de ineenstorting gerechtvaardigd? Wanneer gaat die rente nu eindelijk stijgen? Waar gaan we met zijn allen naar toe?

Op al deze  vragen formuleerde professor Schoors een antwoord en tegelijk waagde hij zich aan voorzichtige voorspellingen vanuit zijn kennis van de geschiedenis en vanuit de vergelijking met andere economieën met name de Japanse.  Via overzichtelijke grafieken toonde hij aan dat de piekende rente van de jaren ’80 van de vorige eeuw nu al meer dan veertig jaar weer in dalende lijn gaan. Dit is niet de schuld van de Europese Centrale Bank (ECB), zoals zo vaak wordt beweerd, die is daarvoor slechts ten dele verantwoordelijk.

Het goede nieuws is dat de EU-economie gezond is. De werkloosheid daalt en het optimisme is terug; orderboeken lopen vlot sinds 2012 en de lijn van de economische groei gaat opwaarts. Het is door het monetair beleid van de ECB dat dit positieve nieuws er kon komen. De banken zijn vandaag de dag meer liquide dan ooit.

MAAR…

  • De ECB zal niet zo snel ‘de broeksriem doen aanhalen’.
  • De EU-kerninflatie blijft relatief laag (0,9 %).
  • Er zijn te veel vrije reserves in de banken door het ECB-beleid.
  • Een hoge overheidsschuld leidt tot financiële repressie (een vorm van impliciete vermogensbelasting).
  • Once bitten, twice shy (kredietcrisis en eurocrisis). In alle EU-landen kan tegen negatieve rente van de ECB geleend worden.
  • Het effect van deze QE (Quantitative Easing of kwantitatieve geldverruiming) op de rente is een effect dat we kunnen omdraaien.

Toont de Japanse economie de richting aan? Ja! Er tekenen zich gelijkaardige factoren af tussen de Japanse en Europese economie met een verschuiving in de tijd (EU iets later).

De prospectieve leeftijd van de bevolking stijgt. Als we ouder worden, zullen we meer moeten sparen en onze consumptie afvlakken.

We zitten in een demografische transitie wereldwijd: overal minder geboortes en een hogere levensverwachting. De wereldbevolking is stabiel en de hele wereld kent het fenomeen van de vergrijzing. Afrika zal wellicht integreren naar het model van Europa.

De productiviteit zal dalen en het is logisch dat de rente dan niet groter kan zijn dan de economische groei. De demografische rugwind die we van 1860 tot de jaren 80 uit de vorige eeuw hebben gekend, leidde tot een extreem grote GDP – groei. Een groeiende populatie en een groeiende productie zorgden voor een groei-economie.

De ongelijkheid stijgt: de inkomensongelijkheid in de ontwikkelde economieën moet onder de loep worden genomen. Professor Schoors verwijst hier naar Thomas Piketty’s strijd en academisch werk over kapitaal en ongelijkheid. cfr income quitile arm – rijk

De spaarvoeten per vermogensklasse: de top 1% spaart tot 40%. De overheid doet dat ook maar zou tegen deze trend kunnen ingaan door meer te investeren. Het zou beter zijn om te  bezuinigen op uitgaven en niet op investeringen. Opkomende economieën investeren veel meer.

Tenslotte rondde professor Schoors zijn betoog af met de voorspelling dat de rente volgens hem, en omwille van alle aangehaalde factoren, een beetje zal stijgen maar niet erg veel. Wat werd aangekondigd als ‘erg technisch’ bleek voor  de niet economisch gevormde luisteraar toch helder. De verwachting van een talrijk opgekomen publiek werd dan ook niet teleurgesteld.

foto: deredactie.be

Koen Schoors is hoogleraar economie en voorzitter van het Rusland platform aan de Universiteit Gent. Hij was postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Oxford, Research Fellow aan de KU Leuven (LICOS) en bij de Bank of Finland (BOFIT), affiliate researcher bij Het World Development Institute (VSA), de Universiteit van Uppsala (Zweden) en the Higher School of Economics (Moskou) en was gastprofessor in verschillende instellingen in binnen- en buitenland. Koen Schoors doet onderzoek in de domeinen van bank- en financiewezen, rechtseconomie, institutionele economie, corruptie, mediavrijheid, economische complexiteit en netwerken Hij neemt actief deel aan het maatschappelijk debat over deze onderwerpen via opiniestukken, interviews, debatten en lezingen voor een breder publiek

Eten, hoe gezond is dat ? – prof. dr. ir. Christophe Matthys – VAM

Gezond eten. Er wordt veel over gesproken maar weten we eigenlijk nog wat gezond eten is? Dagelijks worden we overstelpt met allerlei nieuwe inzichten omtrent voeding. Je kan er weemoedig van worden of je kan ook de trendy toer opgaan waardoor je het al helemaal niet meer weet. Wat moet je doen met kinderen en al die verschillende voedingsgrillen?

Tijdens deze voordracht probeerde Christophe Matthys het publiek handvaten aan te reiken om te weten hoe we in het dagelijkse leven een gezond voedingspatroon kunnen volgen en hoe we het kaf van het koren kunnen scheiden omtrent de vele nieuwtjes die over voeding verschijnen.

Het Vertrouwen in de voedingswetenschap lijkt geschaad zo ging de spreker van start. De markt wordt overspoeld met kookboeken die allemaal wat anders aanbevelen en ook nog behoorlijk goed verkopen. Hoe gaan we daar best mee om ?

In Voeding en de media toonde hij via krant- en tijdschriftartikels aan dat er zeer paradoxale en vaak niet wetenschappelijk bewezen claims gemaakt worden in verband met wat gezond en schadelijk is met betrekking tot onze voeding. Wetenschappelijk voedingsonderzoek moet correct geïnterpreteerd worden en dat is niet altijd het geval. In deze blijken echter ook wetenschappers en de academische communicatie over voedingsonderzoek niet altijd zuiver op de graat, niet altijd eerlijk te zijn.

De Factoren die impact hebben op wat we eten gaan van individuele tot sociale en fysieke omgevingsfactoren. Zo heeft vb. obesitas type 2  te maken met de productie van en de omgeving waarin voeding geproduceerd wordt. Op het individuele niveau is vb. de berekening van de BMI geen betrouwbare maat. Het is veeleer de buikomtrek die hier de juiste graadmeter is.

Zijn frisdrank en suikers de grote boosdoeners? Ze zorgen in elk geval voor de toename van het vetpercentage  in ons lichaam. Het is belangrijk dat hier rekening wordt gehouden met de dosis-response. De inname van veel frisdrank en snelle suikers geeft korte, snel verbruikte energie waardoor het hongergevoel ook weer snel op gang komt en er meer wordt gegeten dan strikt nodig is. Sensorische effecten stimuleren de honger, vezelrijke voeding onze darmflora. Maximaal 10% van de totale energietoevoer mag uit suiker- en vetrijke zoetwaren en huishoudelijk suiker worden gehaald. Voor iemand die 2.000 kcal per dag nodig heeft (een niet zo actieve vrouw bijvoorbeeld), stemt de ideale hoeveelheid toegevoegde suikers overeen met 200 kcal of 50 gram suiker (1 g = 4 kcal).

Wat met de zogenaamde superfoods? De superfoods (paarse producten, kokosvet, kokosbloesemsuiker, … ) zijn nutriëntrijk maar de geclaimde gezondheidseffecten ervan zijn nog niet wetenschappelijk onderbouwd. Van noten weten we dat ze op het verzadigingssysteem werken en van cacao dat de specifieke flavonoïden in cacao (flavanolen) een gunstig effect hebben op hart en bloedvaten en diabetes zouden kunnen voorkomen maar er is nog veel onduidelijk. Bijvoorbeeld hoeveel chocola is nodig voor een gunstig effect, welk soort en welk cacaopercentage? Superfoods online bestellen is altijd riskant. Ze kunnen gevaarlijke stoffen bevatten. Professor Matthys zweert eerder bij de gezonde superfoods nl. groenten en fruit bij voorkeur uit eigen streek.

Bestaat het ideale dieet?  Neen! Het trendy ‘Nordic diet’ en het mediterraan dieet moeten in hun context worden gezien. Het zijn streekgebonden diëten. Ze zijn wat ze zijn: de eetgewoonten van de mediterrane volkeren of van de scandinavische volkeren.  Zo’n streekgebonden dieet hebben wij eveneens en dat is best lekker. En wat de vleesconsumptie betreft: eerder een kleine maar kwalitatieve hoeveelheid.

Beetje fysieke activiteit hoort erbij. Samen met een gezond eetpatroon moet er ook voldoende fysieke beweging zijn. We laten ons best niet inpakken door allerlei mediaslogans betreffende onze voeding want die zijn vaak onwetenschappelijk en zeer paradoxaal. Met de slagwoorden VEZEL-VOCHT-BEWEGING en een voedselpatroon waar we ons goed bij voelen komen we al heel ver.

Professor Christophe Matthys beëindigde z’n voordracht met een media-artikel over calorieverbranding dat hij toetste aan de  wetenschappelijke realiteit. Een hilarische slotnoot gevolgd door een daverend applaus.

We kregen ook nog enkele tips:

www.gezondheidenwetenschap.be

www.voedingscentrum.nl

Christophe Matthys startte als wetenschappelijk medewerker aan de Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidkunde, Universiteit Gent in september 1998, waar hij later deel uitmaakte van het assisterend academisch personeel. In juli 2007 werd hij benoemd tot docent humane voeding aan het Institute of Food, Nutrition and Human Health, Massey University, Nieuw-Zeeland. In juli 2008 keerde hij terug naar de Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidkunde, Universiteit Gent waar hij als postdoctoraal onderzoeker aan de slag ging. Tussen april 2009 en september 2011 werkte hij als senior scientific project manager voor ILSI Europe, een internationale vzw die onderzoek uitvoert voor de voedingsindustrie. Sinds oktober 2011 is hij benoemd als deeltijds hoofddocent humane voeding aan de KU Leuven. Hij is deeltijds ook wetenschappelijk coördinator van het Competentiecentrum Klinische Voeding van de UZ Leuven Campussen.

Nieuwjaarsconcert Vlaamse Academici Mechelen met Marc Erkens – Music, Maestro! – VAM

Waar muziek echt over gaat

Wie Marc Erkens niet kent is een cultuurbarbaar 🙂 . Via o.a. zijn optreden in Culture Club op Canvas kennen we onderhand allemaal deze pianopedagoog die op hoogst onconventionele wijze zijn publiek in talrijke ‘babbelconcerten’ overal te lande onderhoudt. De leden van de Vlaamse Academici Mechelen mochten hem gisteren meemaken in wat hij zelf een ‘muzieklezing’ noemt. Een werkelijk onvolprezen geestige wandeling door de geschiedenis van de muziek en het waarom van de impact die ze op ons heeft.   

Er is muziek die we aangenaam vinden om naar te luisteren zoals er ook muziek is die ons koud laat. Sommige muziek vinden we hemels, andere werkt ons op de zenuwen. Waar dat aan ligt, bepalen we lang niet altijd zelf, ook al denken we vaak van wel. Marc Erkens nam ons mee op ontdekkingstocht naar de muziek: haar geschiedenis, de bouwstenen waarmee ze wordt gemaakt, de emoties die ze bij ons losmaakt, de gelaagdheid die haar al dan niet kenmerkt.

“Waar muziek écht over gaat” is het verhaal van een communicatieve kunst die ons vertelt wie we diep van binnen zijn of eventueel zouden kunnen worden. We merkten dat een melodie, ondanks de weinige woorden die ze bevat, veel kan vertellen, dat sommige melodieën moeten geholpen worden door hun begeleiding om open te kunnen bloeien, dat ons ritmegevoel in feite heel rudimentair is en dat er klanken in de muziek zijn waar we doorgaans nooit bewust naar luisteren terwijl ze net heel veel impact hebben op onze muzikale en emotionele ervaring. We konden ervaren dat “horen” een veel diepere impact heeft op onze perceptie van de realiteit dan we doorgaans denken en we leerden waarom muziek ons niet meer loslaat als we ze eenmaal hebben begrepen.

Na het concert konden alle talrijk opgekomen aanwezigen nog genieten van een verzorgde nieuwjaarsreceptie.

Marc Erkens studeerde piano aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen. Sinds 1980 werkt hij aan het Lemmensinstituut te Leuven dat enkele jaren geleden is opgegaan in de grootste kunsthogeschool van Vlaanderen: LUCA School of Arts. Sinds 10 jaar is hij in die hogeschool opleidingshoofd muziek. U kent hem misschien van zijn muzikale en verbale bijdragen voor de radio en tv van onze nationale omroep VRT. Door over de muziek die hij speelt te vertellen, brengt hij zijn publiek in een luisterhouding die kan leiden tot een intensere muzikale beleving.

De gulden snede – Het leven der vormen – prof. em. Leopold Verstraelen – VAM

Luca Pacioli (Borgo Sansepolcro, 1445 ca. – Rome, 1517) “De Divina Proportione.” Hij was wiskundige en vriend van Leonardo da Vinci – afbeelding: science meets faith (FB)

De gulden snede is een welbepaald getal. Dit getal kan worden gedefinieerd  als de verhouding tussen de zijden en de diagonalen van een regelmatige vijfhoek. Men zou dit getal misschien beter de gulden verhouding tussen de verschillende lengtes kunnen noemen.

“Geometrie besitzt zwei grosse Schätze: einer ist dat Theorem des Pythagoras, das Andere is der Goldene Schnitt” – Johannes Kepler (1571-1630)

“In ieder geval verwijst de hierbij universeel gebruikte term “gulden”  naar de fundamentele rol die deze verhouding blijkt te spelen in de wiskunde, de natuurwetenschappen en in de kunsten, vanaf de tijd van de school van Pythagoras in de jaren  -500 , en alleszins tot en met de avond van 21 december 2017 in het Cultuurcentrum van Mechelen”, aldus Leopold Verstraelen.

Van alle onderwerpen die van blijvende waarde zijn, zowel in de kunsten als in de wetenschappen, is het wellicht over dit gulden getal dat het meest gesproken en geschreven werd. Op deze VAM-avond was het de bedoeling om aan iedereen duidelijk te maken wat hiervoor denkelijk de twee voornaamste redenen zijn, volgens de spreker.

Daartoe werd begonnen met een uiteenzetting over wat naar alle waarschijnlijkheid de oorspronkelijke bepaling is van de gulden verhouding. Deze bepaling is meetkundig van aard: ze betreft de essentie van de menselijke appreciatie van vormen.

Via het bewijs van de stelling van Pythagoras i.e. in een rechthoekige driehoek is de som van de kwadraten van de lengtes van de rechthoekszijden gelijk aan het kwadraat van de lengte van de schuine zijde, werd vervolgens op deze bepaling voortgeborduurd met de formulering van een (één) meetkundig principe voor de groei van 2D-vormen vanuit een punt in de menselijke 3D-ervaringswereld.

Stelling van Pythagoras

De gulden snede (φ) is geen breuk. Geven we het grootste deel van een lijnstuk aan met a en het kleinste deel met b, dan is de verhouding van beide zo dat a : b = (a+b) : a.

De gulden snede

De bedoelde onmeetbare verhouding a/b,  of de universele dynamische balans, wordt het gulden getal genoemd en aangeduid met de Griekse letter φ (phi). En wanneer men de verhouding van twee opeenvolgende getallen van Fibonacci neemt (0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, … )  blijkt deze de gulden snede te benaderen. In de limiet is deze verhouding er zelfs aan gelijk.

Nautilusschelp en de Fibonaccispiraal, de gulden snede in de natuur.

Dit principe ligt dus aan de basis van een groot aantal erg verschillende vormen die mensen permanent in de natuur waarnemen en van de vormen die mensen maken, op alle hun toegankelijke gebieden: schilderkunst, architectuur, fotografie, muziek, …

Ce qui passe la géométrie nous surpasse – Blaise Pascal

Aan de hand van ‘praatjes bij plaatjes’, zoals Leopold Verstraelen zijn uiteenzetting noemde – de plaatjes bleken handgeschreven powerpointslides met formules, stellingen, bewijzen en quotes – kreeg het publiek in 5 fases te zien en te horen hoe meetkunde in de natuur, de kunst en de mens zelf visueel waar te nemen is.

Tot slot wil ik de lezer de volgende  quote van Jacob Bronowski (1908-1974) uit Sience and Human Values, dankbaar overgenomen uit de hand out bij de voordracht, niet onthouden: “The discovereies of science, the works of art are explorations, more, are explosions, of a hidden likeness. The discoverer or the artist presents in them two aspects of nature and fuses them into one. This is the act of creation in which an original thought is born and it is the same act in original science and original art. This view alone gives a meaning to the act of appreciation; for the appreciation must see the movement, wake to the echo which was started in the creation of the work. In the moment of appreciation we live again the moment when the creator saw and held the hidden likeness. We re-enact the creative act, and we ourselves make the discovery again. The great poem and the deep theorem are new to every reader, and yet are his own experiences, because he himself are his own experiences, because he himself re-creates them. They are the marks of unity in variety, and in the instant when the mind seizes this for itself, the heart misses a beat.”

Sinds 1971 publiceert Leopold Verstraelen (°1948 – Antwerpen) geregeld resultaten van zijn onderzoek over meetkunde en toepassingen van meetkunde in de exacte, de humane, de medische en de toegepaste wetenschappen. Zijn voornaamste meesters in de basiswiskunde waren zijn oudere broer Joseph, de leraars Verhulst (Pius X-college Antwerpen) en Lamberechts en Bosteels (beiden KA Berchem) en de professoren Van Bouchout, Borgers,en Bouckaert (KU Leuven). Zijn voornaamste meesters in het onderzoek waren de Roemeense professor Dr. Acad. Radu Rosca en de Taïwanees-Amerikaanse professor Dr. Acad. Bang-Yen Chen. De lering van deze voorbeeldige wiskundigen bleef niet zonder positief effect doordat ze kon aansluiten op de opvoeding door moeder en vader thuis en op de fundamentele scholing in de Seefhoekse kleutertuin van de Pothoekstraat en in de Kielse lagere St.-Bernardusschool. Sinds 1976 onderwees Dr. Acad. Leopold Verstraelen  wiskunde aan vele duizenden studenten als professor van de KU Leuven en gaf en geeft hij voordrachten en doctoraatscursussen aan vele buitenlandse universiteiten en academies.

%d bloggers liken dit: