Een robot in het operatiekwartier | prof. dr. ir. Jos Vander Sloten | VAM

Robotchirurgie: synergie tussen mens en machine.

Computers zijn in onze moderne samenleving overal aanwezig. In de geneeskunde is dat niet anders. Zij steunen de diagnose van ziektes, helpen bij de voorbereiding en de planning van operaties en sturen zelfs robots aan die de chirurg daarbij helpen.  De nieuwe technologische ontwikkelingen zijn gericht op een verbetering van de kwaliteit van de geneeskunde. Professor Vander Sloten beklemtoont dat het hier gaat om een samenwerking tussen mens en machine en geenszins om een vervanging van de mens door de machine.

Na een korte uiteenzetting over het aantal mogelijkheden van computergestuurde robots in de geneeskunde bv. technologie voor thuiszorg, kinesitherapie, medische beeldvorming enz. gaat het over de werktuigen in de chirurgie voor moeilijk, gevaarlijk en repetitief werk. Want de bekende kijkoperatie is voor de chirurg niet zo eenvoudig als wordt gedacht.

Zo is het da Vinci Surgical System een chirurgisch robotica systeem gemaakt door het Amerikaanse bedrijf Intuitive Surgical. Goedgekeurd door de Food and Drug Administration (FDA) in 2000, ontworpen om complexe operaties te vergemakkelijken met behulp van een minimaal invasieve benadering, en het wordt bestuurd door een chirurg uit een console. Het systeem wordt vaak gebruikt voor prostatectomies, en in toenemende mate voor hartklep reparatie en gynaecologische chirurgische procedures. Volgens de fabrikant, is het da Vinci-systeem “da Vinci” genoemd omdat een deel van Leonardo da Vinci’s “studie van de menselijke anatomie uiteindelijk geleid heeft tot het ontwerp van de eerste bekende robot in de geschiedenis.”

285740-The_da_Vinci_Si_HD_Surgical_System_is_shown_with_two_surgeon_consoles_patient_cart_and_vision_cart_Source_Intuitive_Surgical

Een filmpje toont hoe een prostatectomie (UZ Leuven) verloopt met een da Vinci-robot.

De toepassing van robots in het operatiekwartier, geeft de chirurg dus nieuwe mogelijkheden om betere chirurgie uit te voeren. Ook de veiligheid van de patiënt vaart er wel bij. Robots helpen bij een zeer nauwkeurige plaatsing van de componenten van heup- of knieprothesen en laten microchirurgische benaderingen toe bij urologische en cardiale interventies.

Lees verder “Een robot in het operatiekwartier | prof. dr. ir. Jos Vander Sloten | VAM”

Heksen in Vlaanderen en de heks van Kampenhout – prof. F. Vanhemelryck | Davidsfonds Kampenhout

Op 29 oktober ll. organiseerde het Davidsfonds afdeling Kampenhout een voordracht  met prof.  F. Vanhemelrijck  over ‘Heksen in Vlaanderen en de heks van Kampenhout’ in de Glazen Zaal aan het Gemeenteplein, 1  in Kampenhout.

Heksen en toverij zijn universeel. Europa en Vlaanderen werden er vooral in de 16de en 17de eeuw mee geconfronteerd. Waarom? Wat werd de heksen verweten? Vanwaar kwam de obsessie voor de duivel? Waarom werden vooral vrouwen vervolgd en naar de brandstapel gestuurd? Wat is er geweten over Josyne van Vlasselaer, de heks van Kampenhout, voorouder van Ludwig van Beethoven?

Na een korte voorstelling door voorzitter M. Cockaerts stak prof. Vanhemelryck van wal met een historisch overzicht van het fenomeen ‘heks’ en de haar toegedichte fascinerende ‘magische krachten’. Via de Oudheid (Griekenland en Rome), de Germaanse tijd en de Bourgondische tijd belandden we in de 16de en de  17de eeuw. De tijd van Humanisme, Reformatie, Contrareformatie en Wetenschap. Paradoxaal genoeg komt in deze tijd van voortschrijdend rationalisme de Heksenbul (1484) van paus Innocentius VIII tot stand die leidde tot veel heksenterechtstellingen bv. in de Elzas. Even later werd de Malleus Maleficarum (1487), de zogenaamde Heksenhamer, de handleiding voor de heksenjacht. Het ging in deze publicatie vooral om een methode die diende aangewend te worden om te achterhalen of iemand een heks was. Omdat men geloofde dat er een complot bestond tussen de heksen en de duivel om de wereld om zeep te helpen, kwam in deze periode de eerste wetgeving tegen de heksen, de Constitutio Criminalis Carolina (1532), tot stand. Vooral tijdens het bewind van Filips II van Spanje, enige zoon van Karel V, kwam het tot een ware demonisering van de heksen. Beide publicaties werden uitgevaardigd vóór de veroordeling van Josyne van Vlasselaer maar de meier van Kampenhout moet er weet van gehad hebben, zo stelt professor Vanhemelryck. Gedurende het bewind van Albrecht en Isabella in de 17de eeuw  schrijft Martin Delrio, een man die helemaal in de ban kwam van de demonologie, een actualisering van de Heksenhamer namelijk de Disquisitionum Magicarum Libri Sex (Onderzoekingen naar Magie in Zes Boeken) een werk dat in drie delen verscheen in Leuven in 1599 en 1600 en dat nog meer dan twintig herdrukken zag. Daarmee was het op de Malleus Maleficarum na het meest populaire werk over occultisme. In de Disquisitiones legde de jezuïet een band tussen ketterij en hekserij. De laatste herdruk was in Keulen in 1755. Desondanks werd het werk zowel in protestant als katholiek Europa populair.

De procedure

Hoe kwam het dan van gerecht tot pijnbank? De rechtbanken uit die tijd waren van zeer verschillende kwaliteit. De stedelijke rechtbanken waren academischer als die van het platteland. Meestal begon het bij een gerucht (over vrouwen): men werd besmet door een vrouw of  zij werd als de oorzaak aangeduid van het overlijden van een kind, van impotentie van de man, van de oogst die mislukte, … Daar volgde dan een gerechtsonderzoek op, een vooronderzoek dat vierentwintig uur na de arresatie diende te gebeuren. Men onderzocht:

  1. Of de vrouw bezeten was door de duivel?
  2. Of ze werd geëxorceerd?
  3. Of ze door de duivel naar de sabbat werd gevoerd?
  4. Of ze de duivel als god erkende?
  5. Of de duivel haar gemerktekend had met het duivelsteken ?
  6. Of de duivel met haar sliep?
  7. Of ze mensen ziek had gemaakt? Een kind had doen lijden, een paard doen sterven?

Indien de vrouw niet tot bekennen kon worden gebracht, werd ze overgeleverd aan de tortuur. En omdat men bang was dat de duivel de heks ongevoelig zou maken voor de tortuur, besprenkelde men foltertuig en heks met wijwater. Als de zoektocht naar het stigma, het duivelsteken ( bv. wrat, slecht genezende wonde … ) geen bekentenis opleverde, volgde de foltering (bv. waterproef, …). Dit irrationele bewijsrecht werd in 1692 pas afgeschaft , een eeuw na de veroordeling van Josyne van Vlasselaer.

De bestraffing

Volgens prof. Vanhemelryck  werd bij ons het merendeel van de veroordeelden niet bestraft door verbranding maar door een boete, de schandpaal, een bedevaart, … In de beeldtaal van de kunst en de literatuur uit die tijd verschijnen heksen en heksenprocessen: in Pieter Brueghels ‘Dulle Griet’, 1561, in Christopher Marlowe’s ‘The Tragical History of Life and Death’, 1780 en in William Shakespeare’s  Macbeth, 1606 zijn het de heksen die het kwaad symboliseren.

1024px-Pieter_Bruegel_d._Ä._023

De vreemde gedaanten van ‘de Boze’

De duivel kon verschillende vermommingen aannemen, zo geloofde men: die van een bok, een jonge, knappe en intelligente man (cfr. Marieke van Nieumeghen), van Sint-Jacob, van een zwarte kat, zelfs van een jezuïet.

De nachtelijke vlucht naar de sabbat

De heksensabbat vond meestal plaats op een eenzame vergaderplaats. De duivel zond een geluid uit en de heksen stegen op via de schoorsteen en vlogen naar de heksensabbat waar ze hun palmares van kwaad aan de duivel gingen vertellen. Er bestaat trouwens een schilderij van David Teniers jr. ‘Heksensabbat’, 1633. Of Pieter Brueghel de Oude  met zijn schilderij ‘Dulle Griet’ uit 1561, dit beeld van de heks in het leven heeft geroepen, zoals zo dikwijls wordt beweerd, is volgens prof. Vanhemelryck, helemaal niet zeker.

8.-Heksensabbat-David-Teniers-II-1633-Museツ-de-la-Chartreuse-Douai

Wie is de heks?

Vaak ging het om arme, oude, lelijke vrouwen …

Geografische verschillen in intensiteit

De meeste heksenprocessen kwamen in de Westhoek en de streek onder Gent voor. Ook in de streek van Tongeren situeerden er zich verschillende. Het zou in totaal in heel Vlaanderen om 241 processen gaan. De geschoolde rechters van bv. Brussel en Antwerpen veroordeelden niet zo snel tot de brandstapel en zoals al eerder werd opgemerkt: zowel protestanten als katholieken stelden terecht.

Josyne van Vlasselaer

De terechtstelling van Josyne van Vlasselaer, echtgenote Aert van Beethoven, moet gezien worden tegen de achtergrond van de relatie tussen de meierij van Kampenhout en Brussel. De meier van Kampenhout, J.- B. de Spoelbergh, voorzitter van de rechtbank, deed wellicht het vooronderzoek (information préparatoire) waarop de uitlevering aan de amman van Brussel volgde. En in Brussel meldde zich op dat ogenblik wellicht ook een gerenommeerde heksenjager aan bij de amman. Wat werd haar precies ten laste gelegd? Ze werd aangehouden op verdenking van hekserij (op suspitie en inditie van toverije) en naar de gevangenis van Brussel gevoerd. Dorpelingen hadden de overledene ervan beschuldigd dat zij wel een pact met de duivel moest hebben, omdat er vier keer een paard was doodgevallen in het dorp, op een plaats waar zij was voorbij gekomen. Na haar aanhouding kwamen nog getuigenissen toe. Een paard had bloed geplast en was aan koliek doodgegaan, en een koe had melk gegeven die zuur was. Zij ontkende alle beschuldigingen, maar gaf tenslotte uitgeput op de pijnbank toe. Op vraag naar ‘andere heksen’ die ze kende en aan wie ze haar ‘toverije’ zou doorgeleerd hebben, gaf ze door de tortuur, de naam van haar buurvrouw, Anna Verstande, op die aan de dood ontsnapte ondanks de tortuur. Josyne werd ‘gecondemneerd tot de brand’ en deed eind september aan de vooravond van de executie nog een mislukte poging tot zelfmoord door het inslikken van potscherven.

Heksenjacht was vooral vrouwenjacht

Tachtig tot negentig procent vrouwen werden slachtoffer van dergelijke bestraffing.  Een teken van een latent anti-feminisme. Niet alleen kwaliteiten maar vooral veel gebreken werden aan hen toegeschreven. Voorbeelden uit de geschiedenis zijn legio: Zeus stuurt Pandora naar de wereld; Eva maakt zich schuldig aan de erfzonde; misprijzen voor de vrouw ook bij de renaissancedichter Petrarca; volgens Luther  zijn het de mannen die brede schouders hebben; Valens Acidalius (1567 -1595), een Duitse humanist, vraagt zich af Ob die Weiber Menschen seyn, oder nicht?

Geleidelijk worden naar het einde van de 17de eeuw de brandstapels gedoofd door de mentaliteitswijziging, door de vooruitgang van de wetenschap, door het voortschrijdende rationalisme. Voorlopers in deze mentaliteitsverandering waren o.a. Johannes Wier, Galilei, Newton, Baltasar Bekker.

Tegen het einde van de 18de eeuw zijn er in onze gewesten geen misdrijven van die aard meer.

Vanaf de 19de eeuw wordt de heks een romantische figuur bij o.a Goethe, Victor Hugo, in Charles Gounods Faust-opera, in het schilderij  De heksensabbat van Francisco de Goya, in  L.F. Baums  De tovenaar van Oz uit 1900, in het stripverhaal van Suske en Wiske ‘Jeanne Panne’ enz.

Na de voordracht was er kans om vragen te stellen. Toen er twijfel rees over de geboorteplaats van Josyne van Vlasselaer (Bergse Heide of Relstse Heide) moest Prof. Vanhemelryck  het antwoord schuldig blijven omdat er hem geen historische bronnen bekend waren die daarover uitsluitsel konden geven. Iemand vroeg naar een vorm van eerherstel voor Josyne van Vlasselaer bv. door één of andere (kleine ?) Trage Weg met haar naam te bedenken. De aanwezige burgemeester, Chris Leaerts, beloofde deze suggestie in overweging te nemen.


Nog verder lezen over het onderwerp kan met het RoSa-factsheet Het heksbeeld in Vlaanderen. Van brandstapel tot barricade.

Wiskunde aan de toog | Paul Levrie en Rudi Penne | VAM

Hoe vriend en vijand verrassen met prachtige priemgetallen en andere wonderlijke wiskunde.

Wiskunde roept bij vele mensen gevoelens van afkeer en nare herinneringen op, of in het beste geval een geeuwreflex. Hetzelfde lot zou beeldende kunst beschoren zijn, moesten op school vooral technieken aangeleerd worden om een tuinhek te schilderen, zonder de leerlingen te laten genieten van bijvoorbeeld Dali, Ensor of Rodin. Wiskunde kan verrassen, is raadselachtig, soms zelfs duizelingwekkend mooi, en levert onbeperkt puzzelplezier. Kortom, een ideaal onderwerp voor aan de toog.

Een greep uit de onderwerpen die geschikt zijn om je date te imponeren:
Waarom heeft de slechtste schutter bij een truel de grootste overlevingskans?
Welk evolutionair nut heeft de mens geprikkeld om “oneindig” uit vinden?
Waarom is 17 het leukste priemgetal? Of lijdt u aan heptadecafobie? Wist je dat er altijd minstens 2 facebookgebruikers zullen bestaan met evenveel vrienden op fb?

Priemgetallen-186x300

Maar vooral: waarom is het een goed idee om het woord ‘priemgetallen’ in de titel van een boek te steken? Daarover vertellen een paar lovende recensies in The New Scientist en Doorbraak
en de blogtekst op hun weblog. Zeer de moeite om dit wiskundeduo via hun boek te leren kennen. Veel leesplezier!

Rudi Penne (sinds 1995) en Paul Levrie (sinds  1987) geven les aan de opleiding industrieel ingenieur in Antwerpen, toenmalige Katholieke Industriële Hogeschool Antwerpen, daarna aan de Karel de Grote-Hogeschool, en sinds de inkanteling aan de faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Verder werkt Paul deeltijds als onderzoeker aan de KU Leuven. 
Sinds 2008 bloggen Paul en Rudi voor het tijdschrift EOS. Hun blog, Wiskunde is sexy, heeft de bedoeling vriend en vijand te laten zien hoe leuk en interessant wiskunde wel is. 
In 2013 schreven ze vanuit datzelfde oogpunt het boek De Pracht van Priemgetallen, dat intussen aan zijn vijfde druk toe is. Hiermee hebben ze in 2014 een van de 12 jaarprijzen wetenschapscommunicatie gewonnen van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten

%d bloggers liken dit: