Prikkelende ideeën van Machiavelli – prof. dr. Bart Raymaekers – VAM *****

Machiavelli_AF

Machiavelli (1469-1527) wordt beschouwd als één van de meest controversiële politieke denkers. Iedereen kent wel de uitspraak die aan hem wordt toegeschreven: het doel heiligt de middelen en je tegenstander omschrijven als een machiavellist geldt niet meteen als een compliment.
Achter deze clichés schuilt een politieke denker van formaat. Machiavelli kende de politiek van binnenuit omdat hij vele jaren zijn stad Firenze diende vanuit de hoogste politieke functies. Hij kende ook de relativiteit van politieke actie. Nadat hij zich noodgedwongen moest terugtrekken, besteedde hij zijn tijd aan enkele van de belangrijkste politieke teksten: Il Principe (1513) en de Discorsi, gedachten over staat en politiek (1519), over de geschiedenis van het oude Rome. Zijn teksten laten hem kennen als een scherpe waarnemer van de politiek uit zijn tijd, maar ook als een groot bewonderaar van de Romeinse republiek. Geschreven in een nuchtere en heldere stijl, hebben zijn teksten niets aan actualiteit ingeboet. Zijn realisme en zijn analyse hebben ervoor gezorgd dat hij tot op vandaag wordt beschouwd als één van de eerste moderne politieke denkers. In deze voordracht werd een heldere schets gebracht van Machiavelli’s denken in beide bovengenoemde werken en werd in discussie gegaan over de betekenis van zijn aanbevelingen.

Kern van Machiavelli’s denken: politiek en moraal hebben niets met elkaar te maken. In zijn functie van verantwoordelijke van de Buitenlandse Betrekkingen van de stadstaat Firenze, profileert Machiavelli zich niet als een kamergeleerde maar als man van de politieke daadkracht. Hij valt echter in ongenade en trekt zich terug in San Casciano waar hij begint te schrijven in de Italiaanse volkstaal, voor die tijd ongewoon.

De mensopvatting van Machiavelli is er een van illusieloos realisme. Mensen zijn slechts geïnteresseerd in eigenbelang, in eigen geldbeugel. Als het slecht gaat in de staat, zijn beschaving en cultuur slechts een dun laagje vernis. Mensen laten zich bij uitstek leiden door begeerte en vrees. Als ze dan toch al naar de moraal leven dan is dat uit vrees, zwakheid, onwetendheid. Politiek handelen is voor deze Florentijnse filosoof, technisch d.i. met kennis van zake handelen. De plicht van elke politicus is het verwerven van de macht en ze te behouden en te vermeerderen. Politiek is wat je hebt weten te realiseren. Het is een vorm van toegepaste wetenschap: de politicus moet in staat zijn de wetmatigheden van de gemeenschap waarin hij functioneert te (her)kennen om ze te gebruiken. Hij moet kunnen steunen op ervaring en historische kennis. Hij moet vertrekken van de feitelijke realiteit, zonder blauwdrukken, utopieën, of opvattingen over de ideale staat. Politiek heeft absoluut geen boodschap aan moraal. De mens handelt uit eigenbelang dus moet de politicus dat eveneens doen. Het is een kwestie van efficiëntie: het doel heiligt de middelen. Macchiavelli heeft een koude, scherpe, analytische blik op de mens en derhalve ook op de politiek. De politicus, de leider kan niet anders dan immoreel handelen: leugen, moord, geweld, wreedheid, ontrouw, vleierij behoren tot de mogelijke middelen om het doel te bereiken. Divide et impera; Si fecisti, nega; Fac et excusa zijn slechts enkele van de aanbevelingen. In ‘De heerser’ komen nog meer gelijkaardige aanbevelingen voor ze mogen alleen niet tot anarchie leiden; moeten dus met enig inzicht en steeds tot vermeerdering van eigen macht aangewend worden. Is Machiavelli voorstander van een bepaalde regeringsvorm? Neen, de omstandigheden, de context bepalen voor hem de regeringsvorm. Democratie vereist wel over het algemeen een hogere intelligentie- en ontwikkelingsgraad.

In discussie met Machiavelli kwamen aan bod:

  • Machiavellisme behoedt voor overdreven moralisme
  • Is politiek een techniek?
  • Kan een immorele politiek iets duurzaams realiseren?

Interessante discussiepunten die een boeiende uiteenzetting besloten. Zeer veel prikkelende ideeën die een grond van waarheid bevatten, tegelijk waar en niet waar zijn, nuancering behoeven. De politicus moet ervoor zorgen dat het ‘poein’ (technisch handelen) en het prattein (de praxis, the good practice), in een gezond evenwicht worden gebracht bij het creëren van een respectvolle samenleving. Doel en middelen schuiven dus voor zo’n politicus als het ware in elkaar. Machiavelli present op menig politicusbureau, een must misschien ook op dat van ieder die geïnteresseerd is in politiek.

image_previewBart Raymaekers (°1959) is gewoon hoogleraar en sinds 2013 decaan aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte aan KULeuven. Hij doceert ethiek en rechtsfilosofie aan het HIW en aan de Rechtsfaculteit KULeuven. Zijn onderzoek spitst zich toe op de vraag naar de grondslagen van normativiteit en op de relatie tussen ethiek en recht. Hij publiceerde over Kant, Hegel en Machiavelli. Hij is auteur van o.m. Ethiek, recht en samenleving (2013), Ethiek. De basis (2012). Hij gaf gastcolleges aan Peking University (China) en Karoly Gaspar University (Budapest).

Zin en onzin van de gevaren van kernenergie | prof. dr. Nathal Severijns | VAM*****

Het debat rond kernenergie in ons land woedt al enige tijd en is onlosmakelijk verbonden met de politieke keuzes die dienen gemaakt om de elektriciteitsvoorziening te garanderen. Daarom nodigde de Vlaamse Academici Mechelen prof. dr. Nathal Severijns uit om zijn visie te geven over een aantal aannames in verband met kernenergie.

In een helder gestructureerde en gedocumenteerde presentatie had prof. Severijns het over 1. Atomen en atoomkernen 2. Energie uit atoomkernen 3. Soorten ioniserende straling 4. Belgische kerncentrales 5. Veiligheid – Fukushima/ Tsjernobyl 6. Kernafval 7. Kernfusie 8. Bedenkingen bij het Belgische elektriciteitsvraagstuk.

De principes van de huidige vorm van kernenergie (kernsplijting) en van kernfusie werden ons op een fascinerende didactisch-wetenschappelijke wijze uiteengezet. De spreker ging uitvoerig in op de voor- en nadelen van kernenergie, alsook op de mogelijke gevaren. In het hoofdstuk dat handelde over de soorten straling en de stralingsdosissen die ziekten kunnen veroorzaken of veroorzaakten in het verleden, plaatste hij de zaken in een verduidelijkend perspectief. Via een vergelijkende analyse van veiligheidsvoorzieningen van de reactoren van Fukushima en Tsjernobyl met de Belgische in Doel en Tihange wist hij zijn publiek te overtuigen van de hoge voorzorgsmaatregelen die België treft. De problematiek van de ‘scheurtjes’ in de stalen reactorvaten, hot issue in de media vandaag, kwam eveneens uitvoerig aan bod, en wel zonder stemmingmakerij. De reële veiligheidsdreiging komt echter uit een andere hoek.

Het kernafvalprobleem en zijn technologische oplossing, waaraan in ons land ook voortdurend gewerkt wordt – het Accelerator Driven System van het MYRRHA-project – zal uiteindelijk in staat zijn om de afbraakperiode van kernafval van 3000 jaar naar 300 jaar terug te brengen, aldus prof. Severijns.

De mogelijkheden van kernfusie als lange-termijn energiebron, zowel ‘warme’ als ‘koude’  kernfusie, bieden volgens de professor een hoopgevend perspectief op de toekomstige energievoorziening. Het publiek kreeg daarbij een prachtig videobeeld te zien van kernfusie – slechts een fractie van een seconde – in een reactor.

Ten slotte nam prof. Severijns de huidige problematiek van energievoorziening in ons land onder de loep en formuleerde onomwonden zijn kritische bedenkingen: te weinig of zelfs geen beleid, zo klonk het. We kunnen 50 procent van onze elektriciteit tegen 2025 niet vervangen. Er werd te weinig aan alternatieven gedacht in het verleden. We moeten kunnen blijven voldoen aan de vraag en die moet voor iedereen betaalbaar blijven. We moeten rekening houden met veiligheid en CO2 en waar mogelijk op hernieuwbare bronnen omschakelen. Maar de subsidiëring van de zonnepanelen lag veel te hoog, het windmolenpark op zee evolueert te traag. Overigens moet de overheid durven investeren in betere technologie op dit vlak. Niet de hoeveelheid wel de kwaliteit van de molens is belangrijk. En we moeten realistisch blijven, in ons land is wind- en zonne-energie niet constant beschikbaar dus 100 procent zoals in noordelijkere landen, halen we hier nooit. Maximaal 20 tot 30 procent. Ook gas- en stroomcentrales zijn geen volwaardig alternatief. Een kernuitstap vindt hij helemaal niet slim en nieuwe veilige centrales zijn duur, kosten 2 tot 3 miljard euro.

Hoe ziet hij dan de energievoorziening en – verdeling in de 21ste eeuw? Op middellange termijn: 1/3 hernieuwbare energie, 1/3 nieuwe kernreactoren, ADS-kernafvalverwerking 1∼4 gewone reactoren, 1/3 STEG-centrales. Op lange termijn moeten we naar een CO2-vrije productie met zowel hernieuwbare als kernenergie.

De voordracht bracht visie en inzicht en werd door het publiek op een zeer warm applaus onthaald.

NathalNathal Severijns doceert experimentele kern-  en deeltjesfysica.  Hij doet research in internationaal verband,  aan meerdere onderzoeksinstellingen  o.a. het CERN in Genève. Nathal Severijns is verantwoordelijk voor de masteropeiding medische stralingsfysica aan de universiteit. Hij  is  tevens het aansprekingspunt voor pers en communicatie in verband met ioniserende straling, radioactiviteit en kernenergie voor KULeuven.

Van mooie meubels en gebruiksvoorwerpen naar sociaal activisme en design thinking – Chris Meplon | VAM – Mechelen

De grote doorbraakmomenten in de geschiedenis van het 20ste-eeuwse design hadden te maken met cultureel bewustzijn en engagement gekoppeld aan ambitieus ondernemerschap. Design floreerde op plaatsen waar een sterke culturele visie gekoppeld werd aan solide productiemiddelen en vakmanschap. Italië en de Scandinavische landen golden lange tijd als voortrekkers. Vanaf de jaren 1980 -1990 begon design internationaal enorm te ‘boomen’. Designers werden halve popsterren, mediahelden en profeten, denken we aan Philippe Starck. Nooit eerder hingen zoveel verschillende mensen professioneel af van de designwereld en nooit eerder identificeerden zovelen zich met design. Opmerkelijk is dat naarmate de productiemiddelen en het vakmanschap uit Europa verdwenen, design meer bejubeld, gepromoot en geïnstitutionaliseerd werd. Daarbij gaat de aandacht tegenwoordig zelden nog naar meubeldesign, autodesign of grafisch design, maar des te meer naar de maatschappelijke voorbeeldrol van een nieuw soort designer. Bij disciplines zoals social design, service design, human centered design of design thinking wordt de designer gepresenteerd als een probleemoplossende generalist die over alle vaardigheden beschikt om in de toekomst te kijken en de wereld te verbeteren.

1c6096eChris Meplon schreef als freelance journaliste, columniste en critica talloze bijdragen over design voor binnen- en buitenlandse media zoals De Standaard Magazine, De Morgen, De Tijd, Ons Erfdeel, A+, Frame, Der Tagesspiegel, Pi. Ze was curator van tentoonstellingen zoals “Gelinkt. De collectie “netwerkt” in het Design Museum Gent (2013-2014) en van “Déjà-Vu ” op Interieur Kortrijk in 2012. Ze werkte mee als auteur aan monografieën over onder meer Maarten Van Severen, Vincent Van Duysen, Dirk WynantsNedda El Asmar, Muller Van Severen en aan verschillende tentoonstellingscatalogi.[bron: VAM-bestuur] 

In haar uiteenzetting over twintigste-eeuwse verschuivingen in designdefinities en die van nu – overigens van achter een lezenaar ontworpen door een paar studenten van de Thomas More Hogeschool, campus Lucas Faydherbe, in Mechelen – kregen we een beeld van de essentie van design; van hoe verschillende designers, vormgevers, ontwerpers het begrip probeerden aan te vullen, te herdefiniëren en hoe ze reageerden op de politieke, sociale en economische omstandigheden van hun tijd en dat nog steeds doen. Moeten we spreken van producten van design of eerder van objecten? Waar ligt de grens tussen kunst, design en ambacht? Veel designers verkennen de grenzen tussen deze drie en overschrijden ze soms. Functionaliteit is in elk geval ‘key’. Chris Meplon illustreerde het tweede deel van haar voordracht met beeldmateriaal over Christopher Dresser, Richard Hutten, het collectief Droog Design, de Eindhoven Academy, Michael Thonet, Le Corbusier, de Memphisgroep, Konstantin Grcic, Verner Panton e.a. Toch moet me over deze voordracht een kanttekening van het hart. Boeiende inhoud is één ding, die ook nog onder de knie krijgen voor een vlotte presentatie een ander. Zat het design van de lezenaar daar voor iets tussen? De jonge enthousiaste designers waren in elk geval, reagerend op hun tijd, creatief aan de slag gegaan met afvalmateriaal, aldus Guy Foulon, opleidingshoofd Design, campus Faydherbe. ‘Misschien kon het aspect functionaliteit nog een tikje bijsturing verdragen voor leesbrildragende sprekers’, vond critica Chris Meplon, ‘de realiteit heeft zo zijn eisen.’ 

Biodiversiteit: het leven op aarde aan het infuus? – prof. dr. Hans Van Dyck – VAM*****

Het leven op onze planeet doet zich voor in een indrukwekkende verscheidenheid. Variatie blijkt troef. Dat wordt helder weergegeven in het jonge, maar populaire woord ‘biodiversiteit’. Maar het leven op Aarde blijkt in slechte papieren te zitten. Het succes van onze eigen soort Homo sapiens vertaalt zich in verlies voor vele andere soorten. Andere soorten reizen met de mens mee en zorgen voor hinder wanneer ze voet aan wal krijgen buiten hun natuurlijk leefgebied. Wetenschappelijke analyses schetsen een somber beeld voor flora en fauna. Klimaatverandering zorgt voor extra druk op de spreekwoordelijke ketel. Vele soorten en levensgemeenschappen zijn al verdwenen, of op weg dat te doen.

Hoe erg is dat? Hoe afhankelijk zijn wij van al die biologische rijkdommen? Moeder Natuur is toch onuitputtelijk en vindt altijd weer nieuwe oplossingen, toch? De jongste jaren groeiden onze inzichten over de natuur als enorm dienstencentrum voor onze landbouw, industrie, wetenschap, en niet in het minst onze fysieke en mentale gezondheid. Natuur blijkt dan plots meer met economie te maken dan vaak wordt gedacht.
Tijdens deze voordracht wordt een balans opgemaakt van het leven zoals het echt is: biodiversiteit. We gaan in op de problemen en bieden perspectieven voor nieuwe omgangsvormen met het leven waarvan we zelf deel uit maken.

Hans Van Dyck, bekend van o.a. radio1-praatjescolumns in MO*en artikels in De Standaard Wetenschap, beklemtoonde in zijn uiteenzetting de grote noodzaak van biodiversiteit op onze planeet. Een wake-up call aan ieder die met Moeder Natuur begaan is. Onze menselijke activiteit heeft een enorme impact op het leven op aarde en is verantwoordelijk voor het uitsterven, het verdwijnen van soorten en populaties. Te vaak springen we onverschillig om met – door ons niet altijd op te merken – diversiteit en het belang ervan. Een boeiende voordracht, die beslist wat langer had mogen duren dan een klein anderhalf uurtje. Dat had zeker te maken met de prachtige visuele content van de presentatie en de vertelstijl van de spreker. 

hans_van_dyckHans Van Dyck (°1970) is gewoon hoogleraar gedragsbiologie aan de Universiteit van Louvain-la-Neuve (UCL). Hij leidt daar de onderzoeksgroep gedragsecologie en natuurbehoud en tracht vooral te begrijpen waarom sommige soorten succesvol zijn in een landschap op mensenmaat, terwijl vele andere soorten uitgerekend in nesten zitten. Hij doceert o.a. gedragsecologie, landschapsecologie, entomologie (leer van de insecten) en natuurbeheer en is momenteel ook hoofd van de opleiding biologie aan deze universiteit. Hij is vaak spreker op wetenschappelijke bijeenkomsten in binnen- en buitenland, maar treedt ook regelmatig op voor het brede publiek en in de media. [bron: Marc Declercq – VAM-bestuur] 

William Shakespeare, mythes en feiten – Frank Albers – VAM*****

Over William Shakespeare (1564-1616) wordt al eeuwen onzin verteld. Zo zou hij volgens sommigen niet de echte auteur zijn van de aan hem toegeschreven toneelstukken. Volgens anderen zou hij zelfs helemaal nooit hebben bestaan.

Maar Shakespeare heeft wel degelijk bestaan, en hij is wel degelijk de auteur van onvergetelijke meesterwerken als Romeo en Julia en Hamlet.
Waar komen al die quatschverhalen dan vandaan? Hoe en wanneer zijn ze ontstaan, en wat vertellen ze ons over de échte Shakespeare?
In deze lezing vernamen we alles wat u misschien wel nooit wilde weten over Shakespeare in al zijn gedaanten: zoon, echtgenoot, vader, zakenman, fraudeur, woekeraar, culturele outsider, plagiator – en schrijver.

 frank albersFrank Albers (1960) studeerde filosofie in Gent en literatuurwetenschappen in Oxford. In 1982 verscheen zijn roman Angst van een sneeuwman, waarvoor hij een jaar later de Yangprijs ontving.
Hij promoveerde aan Harvard, en was van 2001 tot 2005 chef van de boekenbijlage van De Standaard. Hij vertaalt Shakespeare (o.a. Hamlet, King Lear en recentelijk De Storm) voor Het Nationale Toneel in Den Haag en publiceerde in 2007 Beatland, een literair reisessay in het spoor van Jack Kerouacs On the road.

Meer nieuws van en over Frank Albers: www.frankalbers.blogspot.be

In deze lezing vernamen we inderdaad alles over de vele ‘gedaanten’ van William Shakespeare incluis die van ‘testamentair wraakzuchtige echtgenoot’ die we – proef op de som – niet wilden kennen. Frank Albers onderhield ons, zijn publiek,  op een aangenaam badinerende wijze, gedocumenteerd met het nodige bewijsmateriaal, over het leven en het werk van deze merkwaardige, niet alleen in Europa, ook in Amerika zeer geliefde schrijver uit het 16de eeuwse Engeland.

Wereldwijde toename van resistentie tegen antibiotica – prof. dr. Herman Goossens | VAM – Mechelen

Bacteriën worden steeds meer resistent tegen antibiotica waardoor het risico toeneemt dat we niet alleen ziekenhuisinfecties, maar ook banale infecties niet langer de kop zullen kunnen  indrukken.De bacterie die klassiek ziekenhuisinfecties veroorzaakt, is MRSA een variant van de stafylokok die voor de meeste antibiotica ongevoelig is geworden. Gezonde personen kunnen ongemerkt ‘drager’ zijn van deze bacterie, maar verzwakte en zieke mensen kunnen er infecties door ontwikkelen.De talrijke campagnes voor handhygiëne van de afgelopen jaren in de Belgische ziekenhuizen hebben hun vruchten afgeworpen, waardoor ziekenhuisinfecties door MRSA  dalen in België en ook in heel wat andere Europese landen waar dergelijke campagnes plaatsvonden.Maar er is minder goed nieuws: andere bacteriën maken hun opmars zoals gramnegatieve bacteriën, die bij ons allen in de darm voorkomen en dus ook infecties buiten het ziekenhuis veroorzaken. De strijd tegen deze bacteriën zal veel grotere inspanningen vragen dan tegen de MRSA – bacterie.

GoossensHerman Goossens °1957 specialiseerde zich in de klinische microbiologie aan de VUB en studeerde vervolgens in Genève, Utrecht en Tokyo. In 1994 richtte hij een onderzoeks-labo voor Medische Microbiologie op aan de UA. Hij was de stichter van het Belgisch Comité voor Antibioticabeleid en auteur van de Aanbevelingen voor de Europese Raad voor het Antibioticabeleid in de Europese Unie, die werden goedgekeurd tijdens het Belgisch voorzitterschap in 2001. Hij was de initiatiefnemer van de jaarlijkse Europese antibiotica-dag, sedert 2008, waaraan inmiddels de VS, Canada, Australië en China deelnemen. [bron: brochure VAM] 

Een erg verhelderende, interessante en bijzonder goed gedocumenteerde voordracht die meer dan duidelijk maakte hoe de situatie is in België, in Europa en de wereld wat het antibioticagebruik betreft. Dr. H. Goossens presenteerde succesvolle resultaten van campagnes die het MRSA – infectiegevaar terugdrongen met 50% maar beklemtoonde toch ook alarmerende toestanden die wereldwijd aandacht vergen.

Materiaalaangroei of 3D-printen als hefboom naar technologische diversificatie, lokale waardecreatie en transitie – Mario Fleurinck | VAM

Het woord 3D-printer ligt steeds vaker op onze lippen.  Maar wat houdt deze techniek nu precies in?  Wat zijn de mogelijke effecten ervan voor de maatschappij?  Heeft het apparaat het potentieel om de wereldeconomie op zijn kop te zetten?
De eerste 3D-printers stammen uit de jaren tachtig van vorige eeuw maar nieuwe technologieën hebben de printer accurater en goedkoper gemaakt waardoor de opmars niet meer te stuiten is. Dit zorgt mogelijk voor een échte omwenteling in ons bestaan, zoals eerder de drukpers en het internet dat deden. Staan we aan het begin van een derde industriële revolutie?
Met een 3D-printer kan  “uit het niets” laagje voor laagje “iets” gecreëerd worden, een voorwerp, met bijvoorbeeld vloeibaar gemaakte (bio)plastic, keramiek of metaal. Soms worden  lagen fijn poeder uit polyester of gips gebruikt die tijdens het printen met elkaar verbonden worden.  Zo worden voor de meest diverse toepassingen  de meest diverse materialen gebruikt:  titanium, plastics en kunststoffen, suiker en zelfs chocolade(!).
Tandprotheses, allerlei machineonderdelen, juwelen, kledij, modeaccessoires en kunstvoorwerpen. In de geneeskunde zal 3D-geprint bot kunnen ingeplant worden en via stamcellen zal men het weer kunnen laten aangroeien, maar ook schedelgedeelten of oren en neuzen voor brandwondenslachtoffers.  Voedsel zal kunnen geprint worden uit alternatieve ingrediënten (eiwitten uit algen, bietenloof, proteïnerijke insecten en wormen). Velen waren geschokt toen vorig jaar bleek dat ook een pistool, -dat werkte-, kon geprint worden.
De 3D-printer betekent een revolutie, veel meer dan een “broodbakmachine-effect”. De 3D-printers zijn echte fabricators, vandaar afgekort  ook “fabbers” genoemd.

Melotte in Zonhoven maakt, als eerste bedrijf ter wereld, voorwerpen door Direct Digital Manufacturing. Vanuit digitale plannen,  zonder tussenstappen, zonder gietvormen of mallen, zonder verspanende bewerkingen als boren, frezen of slijpen.
De DDM-technologie  wordt omschreven als “Layered  Manufacturing”  en bouwt laag per laag het voorwerp op uit een 3D-printer. Hiervoor dient niets op papier gezet of geprint. Alles gaat rechtstreeks vanuit digitale data en krijgt vorm door robots. Het gebruikte materiaal is een geconcentreerd poeder, het zgn. nanostof, waarin alle basisgrondstoffen verwerkt zitten. Het stof wordt bewerkt met een laser-plasmatechniek.[bron: Herman Nijs – VAM]

De uiteenzetting was visionair en begeesterend. Voer voor gedreven ingenieurs met zin voor totaal innovatieve en duurzame (energie- en grondstofefficiënte) produktontwikkeling en -vervaardiging. Het publiek kreeg een bijzonder hoopvol beeld van de mogelijke industriële toekomst in onze contreien.

images (14)Mario Fleurinck (°1971) – CEO van Melotte én oprichter van InnoCrowd – is een serial entrepreneur die focust op duurzame ontwikkeling en productie. Hij ontwikkelde een business-model op basis van 3D-printtechnologie, waar producten lokaal worden geproduceerd en het transport van fysieke producten overbodig is.
Als manufacturing engineer bij Diamant Boart in Brussel zal hij in 1995, – tijdens een opdracht bij Boeing in Seattle (USA)-, verbaasd toekijken hoe researchers complexe turbine-onderdelen produceren door “materiaal-toename”. Hij ziet hoe “additive manufacturing”  het potentieel heeft om de maak- en productie-industrie fundamenteel te veranderen.  Na Boeing werkt hij voor Asco Industries, onderaannemer van Airbus en start in 1998 zijn eigen bedrijf op. In 2003 zal hij Melotte, -een klassieke gereedschapsbouwer in Zonhoven- en een beetje aan het einde van zijn industrieel concept,  omvormen van een analoog naar een digitaal bedrijf tot speerpunt van InnoCrowd. Een wereldprimeur: zo min mogelijk  grondstoffen en energie. Melotte is nu een referentiebedrijf  voor innovatieve technologieën.
Hij is Cleantech Ambassador 2010, genomineerde “Young entrepreneur of the Year”, hij ontving de ITM award “Best practice in Manufacturing” en de “Innovation award” van VOKA.
Mario Fleurinck is een charismatische CEO, met een duidelijke aanwezigheid in de media en een neus voor Zeitgeist : hij lanceerde een tijdje geleden, – lang voor Amazon er mee uitpakte-  het idee om pakjes af te leveren met drones. Een fraai staaltje van “out-of-the-box-thinking” . Voor Mario Fleurinck is het de evidentie zelf:  “the sky is not the limit”.  

%d bloggers liken dit: