De actieve welvaartsstaat opnieuw bekeken – Dr. Frank Vandenbroucke – VAM

“Het is onverminderd de taak van democratische socialisten om de keuze voor de toekomst duidelijk te maken, en, onverschillig of de marges breed of smal zijn, voor hun keus instemming en macht te verwerven. Dan alleen leidt inzicht tot uitzicht.”
met deze quote van Joop Den Uyl als uitgangspunt hield Dr. Frank Vandenbroucke in 1999 in Amsterdam een lezing met de titel “De actieve welvaartsstaat. Een Europees perspectief.” Hoe bekijkt hij vandaag echter diezelfde actieve welvaartsstaat ? In zijn boekje, De actieve welvaartsstaat herbekeken, of The Active Werlfare State Revisited, Die Keure, 2013 haalt hij twee belangrijke pijnpunten van het beleid aan: pensioenen en kinderarmoede.

Hebben we redenen om vandaag de welvaartsstaat nog te verdedigen? Ja, vindt hij, want ze organiseert solidariteit tussen jongeren en ouderen, en ze organiseert solidariteit met wie getroffen is door tegenslag, zoals ziekte. Maar er zijn nog argumenten: een verstandig ingerichte welvaartsstaat kan sociale èn economische efficiëntie in de hand werken. Zonder de schokdemper van de welvaartsstaat zouden de economische gevolgen van de jongste crisis overigens veel ernstiger geweest zijn. Maar welvaartsstaten zijn niet overal even doelmatig in het opvangen van inkomensschokken en het verzekeren van de levensstandaard, en ze zijn niet overal even doelmatig in het voorkomen van armoede en bestaansonzekerheid. En zelfs waar ze doelmatig zijn, moet er voortdurend aan gesleuteld worden, of de welvaartsstaat wordt slachtoffer van zijn eigen succes.

Deze twee vragen – hoe hebben we tijdens het voorbije decennium gesleuteld aan onze Belgische welvaartsstaat, en wat leren we daaruit? – behandelde Frank Vandenbroucke in een uiterst heldere lezing die via bijzonder verduidelijkende grafieken aantoonde waar de huidige pijnpunten in ons welvaartsmodel zich precies situeren. Hij pleit om naar Deens model fors in te zetten op activeringsbeleid. Tegenover een uitkering staan ook plichten. Je moet actief op zoek gaan naar werk. We moeten mensen activeren. Maar we moeten ons ook vragen stellen over de sociale efficiëntie van ons beleid. We geven relatief veel uit aan uitkeringen. Toch leveren we niet zo’n goede prestatie op het vlak van de financiële bestaanszekerheid van gezinnen met kinderen. De cijfers over de financiële zekerheid van deze laatste groep in BelgIë zijn confronterend. Ze maken zijn pleidooi voor een kordaat activeringsbeleid en een herziening van de kinderbijslag erg overtuigend.

images (5)Frank Vandenbroucke was als minister onder meer verantwoordelijk voor Sociale Zaken, Pensioenen en Werkgelegenheid (in de federale regering) en voor Onderwijs, Vorming en Werk (in de Vlaamse Regering). Hij is op dit ogenblik hoogleraar aan de KULeuven, en werd door de UA aangesteld in de nieuwe Leerstoel Herman Deleeck. Hij bekleedt ook de Joop den Uyl-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam.

Voor geïnteresseerden een werkstudie van Dr. Frank Vandenbroucke uit 2012 zoals gepubliceerd op de website van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck: The Active Welfare State Revisited – Working paper CSB

Alle poëzie dateert van vandaag – Charles Ducal | VAM

‘Alle poëzie dateert van vandaag’ is een versregel van Sybren Polet, Nederlands dichterducal_vandaag_resize_web en prozaschrijver. Het is ook de titel van het gedichtendagessay 2010. Dat essay is een zoektocht door het land van de poëzie op vier verschillende manieren: verhaal, betoog, brieven en gedichten. Charles Ducal concentreerde zich voor deze voordracht op het betoog. Enkele vragen die aan bod kwamen: wat is de essentie van poëzie, welke leeshouding vraagt poëzie, waarom haken vele lezers af zodra poëzie minder evident wordt, moet poëzie ‘begrijpelijk’ zijn, is poëzie in de eerste plaats een gevoelsuitstorting? Dit alles aan de hand van gedichten van diverse auteurs, die de vraagstelling concreet maakten. Tot slot las de dichter nog voor uit eigen werk o.a. de gedichten ‘Vuile voeten’ en ‘Begin’ uit Moedertaal(1994), ‘Bij het lezen van Lucas’ uit In inkt gewassen(2006), ‘Koningskinderen’, ‘Het dochtertje van J.’ en ‘Steen’ uit Toegedekt met een liedje(2009).

Ter gelegenheid van Ducals zestigste verjaardag sprak professor- emeritus Hugo Brems in 2012 een laudatio uit. In datzelfde jaar verscheen de verzamelbundel Alsof ik charles ducal - alsof ik er haast ben verzamelde gedichtener haast ben 1987 – 2012 (uitgeverij Atlas) waarover recensent Jan-Jakob Delanoy in Cutting Edge schreef: “Charles Ducals poëzie staat bekend als traditioneel en toegankelijk, wat waarschijnlijk komt door de grote herkenbaarheid van zijn gedichten. Menselijk inzicht ligt hiervan aan de basis en Ducal koppelt dit aan een groot mededogen. Deze poëzie ademt een grote noodzakelijkheid, is nooit zomaar schoonschrijverij. ‘Alsof ik er haast ben’ is dan ook een dankbare kans om het voorlopige universum van een van de grootste Vlaamse dichters in zijn geheel in huis te halen.” En Joop Leibbrand in Meander: ‘Alsof ik er haast ben’ is heel wat meer dan licht gestuif. Het is een bundeling die Ducal de enige plaats in het poëzielandschap geeft die hem recht doet: vooraan, waar hij met kop en schouders uitsteekt boven al die de laatste jaren omhooggeschreven mindere goden.

download (2)Charles Ducal, nom de plume van Frans Dumortier, Vlaams dichter en prozaschrijver (°1952) studeerde Germaanse filologie in Leuven. Hij was jarenlang werkzaam als leraar Nederlands.
Als dichter debuteerde hij met Het huwelijk (1987), in 1989 gevolgd door De hertog en ik. Die laatste bundel werd bekroond met de Prijs van De Vlaamse Gids en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Op 29 januari, gedichtendag, werd hij officieel aangesteld als Dichter des Vaderlands.

Privacy, ik heb niets te verbergen – Bart Preneel | VAM

Informatietechnologie verandert razendsnel.  Computers dringen steeds dieper door in ons dagelijks leven en zullen in de komende jaren meer en meer geïmplanteerd worden. De rekenkracht van een Smartphone is veel groter dan die van een PC van de jaren 1990.  Snelle netwerkverbindingen laten toe om informatie ogenblikkelijk over de hele wereld te verspreiden.  Datacentra kunnen onvoorstelbare hoeveelheden informatie opslaan en verwerken.  Dit opent de deur voor een slimme IT-omgeving die zich op elk moment aanpast aan de gebruiker en aanbiedt wat hij of zij nodig heeft.  Deze technologie zal ook leiden tot wetenschappelijke doorbraken, onder meer in de geneeskunde. Anderzijds is er ook een keerzijde aan de medaille: al onze informatie wordt toegankelijk voor bedrijven, overheden en andere mensen. Informatie is economisch waardevol en creëert macht, die echter misbruikt kan worden.  De vaak gehoorde reacties hierop zijn dat “privacy dood is” en dat “enkel wie iets te verbergen heeft, bezorgd is over privacy”. Tijdens deze voordracht probeerde de spreker deze argumenten te ontkrachten door de technologische ontwikkelingen in een breder maatschappelijk kader te plaatsen.

imagesDr. Ir. Bart Preneel is gewoon hoogleraar aan het departement Elektrotechniek-ESAT van de KULeuven.  Hij is verantwoordelijk voor de onderzoeksgroep COSIC Computer Security and Industrial Cryptography. Als gastprofessor was hij verbonden aan verschillende universiteiten en als research fellow aan de University of California at Berkeley.  Bart Preneel verricht onderzoek in het domein van de cryptologie en de toepassingen ervan voor de beveiliging van informatie- en communicatiesystemen.  Bart Preneel is dirigent van de Interfak Bigband van de KU Leuven. via Vlaamse Academici Mechelen.

De voordracht was in vele opzichten een ‘eye opener’ en een ‘wake up call’:  wie gaat met welke gegevens aan de haal, wat is de werkbare definitie van ‘privacy’ want die blijkt zeer cultuurgebonden, waar ligt de grote verantwoordelijkheid voor de nationale en Europese overheid, waar bevindt zich in dit spectrum de bedrijvenwereld met ‘gevoelige informatie’  maar vooral hoe kunnen we ons in deze materie als ‘wakkere burgers’ gedragen? Hebben we echt niets te verbergen? Prof. dr  Bart Preneel wist het publiek te overtuigen van het tegendeel.

Confrontaties met actuele kunst – Inge Van Reeth | VAM

Confrontaties met actuele kunst werd een kennismaking in historisch perspectief. Hedendaagse kunst krijgt vaak etiketten als ‘vreemd’, ‘onbekend’ of ‘niet te begrijpen’ opgeplakt. Hoe vernieuwend of bevreemdend actuele kunstwerken er ook uit kunnen zien, toch zijn ze geworteld in de kunsthistorische traditie. Geen enkele kunstenaar vertrekt uit het niets.We gingen op zoek naar verbindingen en parallellen tussen recente kunst vanaf de jaren ’90 en ‘oudere’ kunst. Installatiekunstenaar Hans Op de Beeck in confrontatie met de Amerikaanse schilder Edward Hopper en de 19de – eeuwse romantiek. Marlene Dumas  in dialoog met de geschiedenis van de portretschilderkunst, Berlinde de Bruyckere in gesprek met de traditie van de heiligenbeelden… Soms zijn de verwijzingen heel duidelijk en expliciet, soms eerder indirect. Kortom de voordracht bracht erg boeiende en verhelderende inzichten met betrekking tot de inspiratiebronnen van de hedendaagse kunstenaars. Er loopt duidelijk een ‘rode draad’ tussen verleden en heden. Hedendaagse kunst breekt niet, zoals vaak gedacht, met haar verleden. Mevrouw Inge Van Reeth gaf ook aan in welke musea we deze hedendaagse werken kunnen gaan bekijken. Het werd een absoluut begeesterende presentatie.

ingevanreeth_200Inge Van Reeth °1971 studeerde geschiedenis, culturele studies en kunstwetenschappen aan de KU Leuven.Ze is docente kunst- en cultuurbemiddeling aan de Karel De Grote-Hogeschool, Antwerpen. Daarnaast werkt ze als freelance kunsthistorica voor musea en kunsteducatieve organisaties. In haar publicaties en lezingen focust zij vooral op hedendaagse kunst, iconografie en literaire referenties in de actuele kunst.

Ons briljante brein, de zoektocht naar het bewustzijn – Steven Laureys | VAM

Ons briljante brein | Boek.be.

Ons briljante brein, de zoektocht naar het bewustzijn

Voordracht door
Steven Laureys

Director Coma Science Group Universiteit Luik

Wat is dat, bewustzijn? Hoe werken onze hersenen en gaan we ooit gedachten kunnen lezen? Hoe kunnen we weten of comapatiënten nog bewust zijn en hoe kunnen we met hen communiceren? Wat is de bijna-dood-ervaring? Wat is hersendood, wat kunnen we met hypnose, welke delen van de hersenen dienen waarvoor?

Wat maakt dat uit die miljarden neuronen in ons brein bewustzijn ontspruit? Deze vraag houdt filosofen al bezig sinds de oudheid. Nieuwe hersenscanners lichten nu een deel van de sluier op. De studie van coma, anesthesie, slaap, dementie en hypnose leert ons welke delen van de hersenen belangrijk zijn voor het menselijk bewustzijn. Deze kennis heeft directe medische en ethische gevolgen, in het bijzonder wat betreft de zorg voor patiënten in hersendood, coma, vegetatieve status, minimaal bewuste status en ‘locked-in’ syndroom of pseudocoma.

LaureysSteven Laureys heeft Geneeskunde en Neurologie gestudeerd aan de Vrije Universiteit Brussel. Sinds 1997 werkt hij in het universitair ziekenhuis van Luik waar hij zich specialiseerde in de studie van bewustzijn en de werking van de hersenen in en na coma, anesthesie, slaap en hypnose. Steven Laureys dirigeert de “Coma Science Group” die een wereldwijde reputatie geniet. Hij publiceerde meer dan 400 artikels, vijf wetenschappelijke boeken. Zijn laatste boek is een verhalenboek bestemd voor het grote publiek “Ons Briljante brein”. Meer info: www.comascience.org  [bron: Els Bouwen – VAM]

Professor Laureys vertelde aan de hand van een ppt op een bijzonder boeiende manier over dit fascinerende onderwerp nl de werking van ons brein en het bewustzijn. Hij had zelfs twee 3D – prints van zijn eigen brein bij. Dat het thema velen aansprak, mocht blijken uit het aantal aanwezigen. Een absoluut interessante avond!

Who’s afraid of the F- word?

Beste Willem-Alexander – Column – Nieuws & Opinie – deBuren.

04302013F-wordBehalve dat de directeur van deBuren, Dorian van der Brempt, vorige donderdag in de gereblogde column Koning Willem-Alexander zijn mening over het RVD – interview meegaf in een open brief –  die ik u bij dezen niet wil onthouden – was ik gisteravond via datzelfde Vlaams-Nederlandse Huis in de Beursschouwburg te gast op één van de reeks gesprekken over feminisme en gender georganiseerd door VOK, deBuren en Gelijke Kansen Vlaanderen. Ik heb er geboeid geluisterd naar een debat over Nature or Nurture – standpunten, gemodereerd door Francesca Vanthielen. Debatterende dames waren Griet Vandermassen – die voor de lezing ‘Darwin voor dames’ van de Vlaamse Academici Mechelen ziek moest afmelden een paar weken geleden – en Asha ten Broeke (werken op Koninginnedag?). Hier vindt u meer informatie over hen en de gesprekken die op de Vrouwendag 2012 van start gingen. De lezing die Asha ten Broeke gaf, vindt u hier. Evolutionaire psychologie en sociologie – om erg kort te gaan – moeten hand in hand gaan in de discussies over emancipatie en genderverschillen. Het gaat om een en/en verhaal niet om een of/of. In haar blog ‘Sekseverschillen in en om het huis’  verzamelt Asha ten Broeke beeldmateriaal dat bewijst hoe sturend onze dagelijkse context nog steeds is als het gaat om gender. Griet Vandermassen pleitte voor de aanname van de evolutionaire inzichten met betrekking tot gender omdat het feminisme tot op heden geneigd is geweest de inzichten van o.a. de evolutionaire biologie en psychologie af te houden. Hier vindt u één van haar uiteenzettingen.

Romantiek, een dubbele affaire – prof. dr. Maarten Doorman | VAM

Vorig jaar was het driehonderd jaar geleden dat Jean-Jacques Rousseau, vader van de romantiek, in Genève werd geboren (1712-1778).

In zijn voordracht voor de Vlaamse Academici Mechelen stelt Maarten Doorman dat de romantiek echter niet alleen een kunststroming of een tijdperk is, zij is ook een wereldbeeld dat de politiek, de moraal en de wetenschap betreft. Dat wereldbeeld is nog altijd niet voorbij. Volgens Maarten Doorman zitten we nog altijd gevangen in de romantische orde. Onze cultuur is bezeten van het verlangen naar echtheid. Het verleden fascineert ons en we zoeken naar roes en het exotische. Romantisch nationalisme bloeit weer als ooit tevoren. Maarten Doorman zet uiteen dat de kracht van de romantiek schuilt in haar dynamiek en haar tegenstellingen: het zelf en de ander, gevoel en verstand, wetenschap en kunst. Zo werpt Doorman een nieuw licht op de hedendaagse cultuur. En op onszelf. (Bron: VAM)

Rousseau en ikWat heeft Rousseau ons nog te vertellen? Deze vraag stelt filosoof Maarten Doorman zich in het recent verschenen boekje ‘Rousseau en ik’. Rousseau is de filosoof van de radicale eerlijkheid en authenticiteit en van het tegendeel, de menselijke vervreemding, een opvatting die zowel het marxisme als het existentialisme heeft beïnvloed. Doorman constateert dat de hedendaagse filosofen weinig heel hebben gelaten van het begrip authenticiteit. Authentiek spreken of handelen verliest zijn authenticiteit, zijn “onschuld” zodra er over wordt nagedacht. Het streven naar echtheid en natuurlijke goedheid is een paradox.

Rousseau was zich daarvan bewust en de tegenstellingen en paradoxen in zijn leven en in zijn werk zijn daar het pijnlijke en fascinerende bewijs van. Toch is het verlangen naar authenticiteit nooit zo groot geweest. Doorman verwijst naar uiteenlopende fenomenen als de bekentenisliteratuur, het toerisme, de moderne reclame en het politieke populisme. Hierover schrijft Doorman: “De mateloze behoefte aan authenticiteit produceert een wereld van kunstmatigheid, vol berekenend vertoon van eerlijkheid, spontaniteit en natuurlijk gedrag dat het vertrouwen in de politiek alleen maar ondergraaft”.  

Authenticiteit is een onhoudbaar ideaal, maar dat is nog geen reden, betoogt Maarten Doorman, om het kind met het badwater weg te gooien. Doorman verwijst onder andere naar de filosoof Charles Taylor. Taylor erkent vanuit het pijnlijke besef van de vervreemding die het moderne leven veroorzaakt, het verlangen naar authenticiteit, gemeenschapszin en traditie, maar waarschuwt voor het gevaar van nostalgie en sentimentaliteit, die authenticiteit in een “vervalst” verleden opsluiten.

Rousseau was zeker voorbarig in zijn afscheid van vooruitgangsbegrippen, maar het “ontmaskerende” postmodernisme dreigt ons nu in een weerloos cynisme te storten, waarbij wij steeds sneller over een bodemloze oppervlakte surfen. Is Rousseau een “ontmaskerd” romanticus, dan zijn de zere plekken die hij aanwees en de paradoxen waarop hij stuitte, nog altijd de onze. (Bron: Johan De Haes – Cobra.be)

Prof. dr. Maarten Doorman is bijzonder hoogleraar Kunstkritiek aan de Universiteit van Amsterdam en doceert cultuurfilosofie aan de Universiteit Maastricht. Hij is verder essayist, dichter en medewerker van de Volkskrant. Van hem verschenen de afgelopen jaren De romantische orde (derde druk 2012), Paralipomena.  ParalipomenaOpstellen over kunst, filosofie en literatuur (2007)Denkers in de grond. Een homerun langs 40 graven (2010) en Rousseau en ik. Over de erfzonde van de authenticteit (vijfde druk 2012), alle bij uitgeverij Bert Bakker. Onlangs verscheen ook zijn nieuwe dichtbundel Je kunt bellen bij uitgeverij Prometheus. (Bron: VAM)

.

Leven we onbewust verder in een romantisch verlangen naar een onhaalbaar ideaal van ‘echtheid’? Lopen we daarbij het gevaar te vervallen in nostalgie, sentimentaliteit, in alles wat ‘fake’, of ‘vervalste echtheid’ is? Is romantiek in die zin paradoxaal: een zo overtrokken verlangen naar ‘echtheid’ dat het onechtheid voortbrengt? Terwijl ik na de lezing in mijn wagen naar huis reed stelde ik mezelf de volgende vragen: wat is nu precies authenticiteit ? Is het niet de mate waarin iemand trouw is aan zijn eigen persoonlijkheid, geest, of karakter, ondanks alle externe invloeden? Is ons leven pas authentiek als de impuls tot handelen vanuit onszelf komt, en niet extern wordt geïnspireerd? Is authenticiteit dan überhaupt mogelijk want wie kan/wil zich afschermen van beïnvloeding door externe factoren? We leven in een tijd waarin je geacht wordt je eigen ik te exploreren en te realiseren. Jezelf zijn is evenwel onmogelijk”, aldus Maarten Doorman in een artikel in RektoVersoJuist deze authenticiteitsparadox is terug te voeren tot de romantische paradox à la Rousseau. En verder in het artikel: ‘Ik geloof namelijk dat dialectiek ín romantiek zit. De romantische omwenteling impliceert niet alleen dat verlichting en romantiek elkaars tegenpolen zijn, maar ook dat beide polen een synthese vormen in de romantiek zelf. Ik geloof dat je romantiek enkel vanuit de paradox kan begrijpen.’ Romantiek, een dubbele affaire dus.

  

%d bloggers liken dit: