Kunstroute – Kunstenfestival WATOU 2017 – Recreatieve wandelroute

Voor al wie nog een kijkje wil gaan nemen op het Kunstenfestival Watou (nog tot 3 september) in de Vlaamse Westhoek, het parcours van de kunstroute 2017. En mocht de bezoeker zich de vraag stellen of kunstenaars zich niet meer moeten engageren – nieuwe verbindingen moeten maken – in Watou zit de kunst niet in een ivoren toren: het spanningsveld tussen vrijheid en morele verantwoordelijkheid is er overal voelbaar zonder dat de kunst het besef verliest kunst te zijn.

Klaartje Lambrechts’ werk in Rewound, 2015 is neergezet in een steriele ruimte waarin alleen het genadeloze licht het decor vormt. Zo is de focus op het essentiële onvermijdelijk: de gracieuze assimilaties van menselijke emoties. Haar beeldtaal roept puurheid en kwetsbaarheid op maar ze zit verborgen onder een gelaagdheid die versterkt wordt door het lichtspel, gestileerd in een esthetische compositie. Alsof terugkijkend in het verleden alsnog de controle wordt gezocht.

 

Wormelaar

Wormelaar is een historisch gehucht in de gemeente Zemst, op de oude verbindingsweg tussen Zemst-Laar en Zemst helemaal in het uiterste noorden van de provincie Vlaams Brabant. Op de Ferrariskaarten uit 1777 is te zien dat het gehuchtje toen zo’n 9 huizen had. Vandaag zijn dit er nog steeds maar 19.  Dat het achtervoegsel van de naam wijst op ‘een open plek in het bos’ weten we uit de toponymie. Over het eerste deel kunnen we onze fantasie de vrije loop geven. Lag het gehuchtje in een onbeboste kronkel (worm) van het bosgebied in het noorden van het historische Hertogdom Brabant?

Wormelaar – Kleine Linde – Kasteel Linterpoorten – Zemst (anno 1777)

Vandaag is Wormelaar een natuurgebied beheerd door Natuurpunt vzw . We maakten er een wandeling en kwamen terecht in een zomerse plensbui die maar niet ophield en hadden af te rekenen met zwermen regendazen die ons bleven lastigvallen.  We zetten echter dapper door in dit oude en mooie natuurgebied al werden we drijfnat. We hadden 27°C verwacht en slechts onweer tegen de avond. Een kawe-regenjas die lekte, een regenponcho die niet dazenproof was, een plu die alsmaar dichtviel omdat het weerhaakje niet hield, … Ongestoord wandelden we verder.  Waarom hadden we de buienradar ook niet beter geraadpleegd? Het ijssalon De Kleine Linde  werd de afsluitende troost voor de  verregende wandeling. Een superlekker ambachtelijk ijsje met aardbeien en slagroom, we hadden het verdiend, zo oordeelden we. 🙂

Niets speciaals

Het is wellicht van mijn studententijd in Leuven geleden dat ik teksten van Jan van Ruusbroec (1293-1381), Vlaamse mysticus, las en dan vooral vanuit de historisch- literaire en taalkundige invalshoek. Met Hadewijch (13de eeuw), zijn voorloopster in de Vlaamse mystiek, had ik in de Nederlandse lessen op de middelbare school al kennis gemaakt. Begrijpen wat deze geëxalteerde godzoekers ervoeren was moeilijk. De mystiek bleef me echter intrigeren. Ik las over en van andere mystici en mystica’s en begreep dat ‘een schitterend juweel’ nooit een weggevertje is. Begrijpen en ervaren, een wereld van verschil.

In de jaren dat mijn leven in woelige wateren was terechtgekomen en ik stilte en rust zocht om de batterijen voor de toch wel veeleisende dagtaak weer te kunnen opladen, ging ik yoga doen, maakte ik kennis met zazen, begon ik te mediteren en tuinierde ik op zondag met plezier en voldoening. In de schaarse tijd die nog overbleef, las ik ook  graag literaire, filosofische en spirituele werken die dikwijls bijna onverklaarbaar aansloten bij de levensfase waarin ik zat. En geleidelijk trad er een bijna onmerkbare verandering op. Niets speciaals echter. Ik vond alleen de soms onverklaarbare energie om taken die me in de jaren voordien met moeite lukten,  tot een goed einde te brengen, ondanks het gesukkel met mijn gezondheid. Kennis en praktijk vulden elkaar aan en wijzigden voortdurend als een kleine bergstroom die moeizaam over de hindernissen van rotsblokken en boomstammen zijn weg zoekt naar zee. En af en toe waren er vervaarlijke draaikolken en stroomversnellingen die opperste alertheid vereisten wou ik niet kopje onder gaan. Het leven zelf werd mijn beste leermeester.

Die diepe, dynamische, stromende verbondenheid met het Leven vond ik ook onlangs verwoord, en wel in een Engelse vertaling van Ruusbroecs ‘Geestelijke Bruiloft’ en ‘Glinsterende Steen’ en even later in recente Nederlandse hertalingen van voor onze tijd verbazend actuele fragmenten uit die teksten.

Eén en ander zette  mij ertoe aan om te gaan wandelen waar Ruusbroec zich met een paar confraters terugtrok uit de Brusselse drukte nl. in de Kluis, later de Priorij van Groenendaal in het Zoniënwoud. Ik las de weinige  biografische gegevens die van hem zijn overgeleverd  en begreep waarom hij de  14de– eeuwse Brusselse clerus ontvluchtte, op zoek naar eenvoud, innerlijkheid en verbondenheid ver van het steedse verval  uit die dagen. De weerstand van de Brusselse geestelijkheid tegen die beslissing was groot.

Lindevijver – Groenendaal (Hoeilaart)

Zijn mystiek, ook wel als natuurmystiek omschreven, is sensitief, wordt wereldwijd gelezen en geapprecieerd. En al kan ze voor rationele lezers overkomen als een vertoeven in een imaginaire wereld, ze is doorleefd en naast het beschrijven en verwoorden van ‘wat niet te verwoorden is’ houdt ze altijd in het achterhoofd dat ‘de hoogste kennis is te begrijpen dat God onbegrijpelijk is’.