Maai Mei Niet

We zijn al met 1702 deelnemers voor Maai Mei Niet. Maai Mei Niet is een laagdrempelig citizen science-project. Door de actie elk jaar te herhalen, hoopt Knack een zicht te krijgen op wat groeit in de tuin van de Belg. De herhaling moet zowel de data doen accumuleren als het sensibiliseringseffect vergroten.

Maai Mei Niet is dus een project van Knack, met steun van KULeuven/Mijn Tuinlab, Bond Beter Leefmilieu, Velt en Het Ministerie voor Natuur. Wie meedoet d.i. in mei het gras niet maait of een deel van het gazon niet maait en nadien in 1 m2 ongemaaid gazon de bloemen telt op basis van een telformulier, kan op 29/5 en 30/5 zijn telresultaat ingeven en in de week nadien de nectarscore van zijn tuin toegestuurd krijgen.

Honigbij op paardenbloem – 26-4-2021

Alsof de grasmaaier het gehoord had dat hij een maand lang wat meer op non-actief gesteld zou worden, reageerde hij met een lekke band en een startprobleem. Hij moest dus afgehaald worden en zal meteen een onderhoudsbeurt krijgen. Ondertussen heb ik goed overdacht hoe ik een en ander wil gaan aanpakken. Als ik de afmetingen van de ongemaaide oppervlakken, waarbinnen ik dan ‘lukraak’ 1 m2 moet afbakenen, juist bereken, zal nadien de nectarscore van de tuin zo precies mogelijk berekend kunnen worden.

Oranjetipje, gespot in de tuin op 28-4-2021 – foto: wikipedia

Welke delen laat ik lustig groeien en welke delen probeer ik minder vaak dan normaal te maaien ? Misschien krijg ik wel zin om creatief te gaan maaien. Ik startte ook een wekelijkse vlinder- en vogeltelling, zo krijg ik een idee van wie in de tuin graag komen fourageren. 😉

De wetenschap meer dan ooit een baken van hoop – rector Luc Sels – KU Leuven

“It was the best of times, it was the worst of times, it was the age of wisdom, it was the age of foolishness” – A Tale of Two Cities by Charles Dickens

In het Edito tot het 2de jaarnummer van SONAR-magazine stelt rector Luc Sels : ‘De wetenschap is meer dan ooit een baken van hoop’. Daarom reikt de universiteit ook dit jaar, net als elk jaar, op 2 februari, haar Patroonsfeest, 5 eredoctoraten uit aan onderzoekers die baanbrekend onderzoek verrichten of een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd aan de maatschappij.

Hieronder kunt u via de links kennismaken met een uitgelezen gezelschap van wetenschappers, onderzoekers en vernieuwende denkers met name de Nederlander Hans Clevers, die erin slaagde mini-organen te ontwikkelen buiten het menselijk lichaam; de Franse filosoof, socioloog en antropoloog Bruno Latour, die op de barricades staat voor het klimaat; de eerste zwarte decaan van de universiteit van Stellenborch en bezieler van de Evidence Base Medicine James Volmink; professor Zhenan Bao, ontwikkelaarster van nieuwe organische materialen, een tweede huid die boordevol elektrische circuits, transistoren en sensoren zit; Kate Raworth, onderzoekster in Oxford en Cambridge naar het verband tussen economische groei en wereldwijde uitdagingen als sociale ongelijkheid, opwarming van de aarde en de achterstelling van ontwikkelingslanden.

Refererend naar de quote en de tijd van Charles Dickens in A Tale of Two cities besluit rector Sels: “Laten we gaan voor de wisdom.”

Met dank aan KU Leuven Stories en Sonar- magazine

Anna Enquist 75 vandaag !

Anna Enquist (19 juli 1945), pseudoniem van Christa Widlund-Broer, studeerde psychologie in Leiden en volgde een piano-opleiding aan het conservatorium in Den Haag. Ze was werkzaam als schoolpsychologe aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en werkte daarna aan het Nederlands Psychoanalytisch Instituut en als zelfstandig psychoanalytica. ‘Mijn schrijven is begonnen nadat ik gestopt was met pianospelen. Ik had het zo druk met mijn werk als psychotherapeut, dat ik het dagelijks trainen niet langer vol kon houden.’ Ze kon te weinig oefenen en vond dat de kwaliteit van haar spel daaronder leed. Bovendien was ze begonnen met het noteren van invallen en regels, van gedichten. Aanvankelijk hield ze dat verborgen voor haar man, de cellist Bengt Widlund, en hun kinderen Margit en Wouter. Maar toen de redactie van Maatstaf enkele gedichten plaatste en de uitgever van De Arbeiderspers Theo Sontrop haar vertelde dat hij een bundel van haar wilde publiceren, werden de familieleden wel ingelicht. ‘Ze hadden zoiets van: o ze heeft weer wat, maar ze waren ook heel trots.’

Bron: Anna Enquist – ‘Geen uiteenscheuren zo wreed’ – Literatuurmuseum

In Memoriam Flip Droste (1928-2020) — Neerlandistiek

Professor Droste, mijn prof linguistiek in Leuven, bracht ons op onvergelijkbare wijze in het begin van de jaren 70 de beginselen van de transformationeel generatieve grammatica bij. Hij was één van die proffen aan wie je een dierbare herinnering bewaart. RIP.

Door Dirk Geeraerts Op 13 juni 2020, enkele weken voor zijn 92e verjaardag, overleed Flip Droste, taalkundige, essayist, romancier. Flip (officieel Frederik Gerrit) Droste werd geboren in Arnhem op 4 juli 1928. Hij studeerde Nederlands in Nijmegen, en promoveerde daar in 1956 met het proefschrift Moeten. Een structureel-semantische studie. In 1968 – hij was toen…

In Memoriam Flip Droste (1928-2020) — Neerlandistiek

Wiskunde en corona: waarom we best een pact sluiten met onze 4 vertrouwelingen – Filip Moons in Knack

Enkele heel eenvoudige voorbeelden tonen al aan dat het snel kan mislopen als we de regels te los interpreteren’, schrijft wiskundige Filip Moons, die de moeilijkheden met de versoepelde coronamaatregelen uitlegt aan de hand van de grafentheorie.

Foto door Miguel Á. Padriñán op Pexels.com

Dit artikel bespreekt een heel eenvoudig voorbeeld van menselijk contactnetwerken. Veel verspreidingsaspecten werden noodgedwongen weggelaten om het artikel toegankelijk te houden (zoals de connecties van mensen die gaan werken, de verschillende kansen van overdracht bij een toevallige ontmoeting in een supermarkt versus structurele vriendschapsafspraken, verschillende intensiteit en frequentie van de afspraken…). Toch tonen deze sterk vereenvoudigde modellen van de werkelijkheid al aan dat het snel kan misgaan als we de langverwachte versoepeling te ruim interpreteren.

Nu we elkaar in bubbels van 4 mensen mogen ontmoeten, houden veel mensen hun hart vast: gaan we zo niet eigenhandig een tweede epidemiegolf organiseren? En welke verantwoordelijkheid dragen de belhamels die zich niet aan de regels houden? Dit soort vragen worden al jarenlang door wiskundigen bestudeerd in de grafentheorie: of het nu over de verspreiding van een vette roddel gaat, het viraal gaan van tweets, het vinden van een ideale organisatie van het openbaar vervoer of het doorgeven van het coronavirus aan vrienden, grafen bieden een intuïtieve manier om al deze situaties te modelleren. Enkele heel eenvoudige voorbeelden tonen al aan dat het snel kan mislopen als we de regels te los interpreteren.

De ideale situatie: iedereen houdt zich aan de regels.

Grafen zijn in essentie eigenlijk een verzameling knopen en bogen die we grafisch makkelijk kunnen voorstellen als een netwerk. In ons geval zijn de knopen mensen en stellen de bogen een frequent contact voor. Zelf een graaf maken van jouw vier vertrouwelingen is dus erg simpel: je schrijft je naam, evenals die van je vier uitverkorenen en vermits jullie nu met elkaar intens gaan afspreken, trek je lijntjes.

Stel, we hebben een bevolking van slechts 15 personen en iedereen interpreteert de regels erg strikt. Iedereen kiest dus 4 personen en elk groepje zweert absolute trouw aan elkaar: er wordt enkel binnen de groep afgesproken.

afbeelding: filip moons

Dat levert een onsamenhangende graaf op: er zitten drie onafhankelijke clusters in. Dat is ideaal om verspreiding tegen te gaan: stel dat Bert besmet raakt met Covid-19, dan zal hij binnen zijn eigen cluster mensen kunnen besmetten, maar het zal hoe dan beperkt blijven tot zijn bubble. Het is echter héél eenvoudig om een volledig samenhangend netwerk te bekomen: als één iemand uit het gele en blauwe groepje begint af te spreken met iemand uit het rode groepje, is het netwerk al volledig geconnecteerd. Stel dat Elio en Zohra beginnen afspreken en Sacha en Saartje doen hetzelfde, dan krijgen we dit:

afbeelding: filip moons

Hoe veilig is dit netwerk in het kader van de verspreiding van virussen? Daar zijn binnen de grafentheorie verschillende maten voor, een heel bekende is de diameter: de langste afstand die bestaat tussen twee personen. Zo is de afstand van Elio tot Zohra 1 (je moet minimaal 1 boog doorlopen om beide knopen met elkaar te verbinden), de afstand van Bert tot Sophie 3 (tussenstop via Elio en Zohra), de afstand van Raf tot Inge ook 3, maar de afstand van Axel tot Inge is 5 (tussenstop via Elio, Zohra, Sacha, Saartje).

De diameter ken je misschien al van de hypothese van de ‘zes graden van verwijdering’: moesten we niet afspraakjes in Covid-tijden aan het modelleren zijn, maar het wereldwijde netwerk waarbij er een boog wordt getrokken van zodra mensen elkaar kennen, dan luidt de hypothese dat elke willekeurige wereldburger verbonden is met elke andere willekeurige wereldburger via hoogstens 5 tussenpersonen (en dus 6 bogen).

Hoewel de diameter een interessante maat is, moeten we er vooral voor zorgen dat onze intense contacten zo geclusterd mogelijk blijven. De clusteringscoëfficiënt van een persoon kan je berekenen door te gaan kijken hoe geconnecteerd hun vertrouwelingen zijn. Bekijken we bijvoorbeeld de clusteringscoëfficiënt van Axel, dan zien we dat die 4 vertrouwelingen heeft: Bert, Elke, Elio & Ellen. Binnen zo’n groepje van 4 vertrouwelingen kan elke vertrouweling potentieel een connectie maken met de 3 andere vertrouwelingen, wat neer komt op 4*3 = 12 connecties.

We hebben echter dubbel geteld: in ons geval spreek je samen af en als Ellen pakweg een connectie maakt met Elke, dan maakt Elke ook een connectie met Ellen. We moeten dus 12 nog door 2 delen: binnen een groepje van 4 vertrouwelingen zijn er dus 6 mogelijke connecties. Als we alle bogen tussen Bert, Elke, Elio en Ellen tellen op bovenstaand schema, zijn dat ook 6 bogen. Dat is dus 6 op 6: alle mogelijke vertrouwsbanden zijn tussen de vertrouwelingen van Axel effectief gesmeed, Axel heeft een clusteringscoëfficiënt van 100%. Willen we nu de clusteringscoëfficient van Elio berekenen, dan moeten we gaan kijken hoe zijn vertouwelingen Ellen, Axel, Bert, Elke & Zohra onderling verbonden zijn.

Binnen zo’n groepje van 5 vertrouwelingen kan elke vertrouweling potentieel een connectie maken met de 4 andere vertrouwelingen. Dan komt neer op 5*4 = 20 connecties. We hebben opnieuw dubbel geteld en moeten dus nog 20 door 2 delen: binnen een groepje van 5 vertrouwelingen zijn er dus 10 mogelijke connecties. De vertrouwelingen Ellen, Axel, Bert en Elke zijn allemaal met elkaar verbonden wat 6 connecties oplevert (tel het aantal bogen in bovenstaand schema), Zohra is met niemand van de andere vertrouwelingen verbonden. In totaal zijn er dus 6 connecties op 10 mogelijke connecties, de clusteringscoëfficient van Elio bedraagt zo slechts 60%. Hij betaalt dus een zware prijs voor zijn extra connectie met Zohra.

Willen we nu naar de clusteringscoëfficiënt van het hele netwerk gaan kijken, dan nemen we gewoon het gemiddelde van alle clusteringscoëfficiënten: 4 personen (Elio, Zohra, Sacha & Saartje) hebben allen een clusteringscoëfficiënt van 60%, 11 personen houden zich prima aan de regels en gaan voor een clusteringscoëfficient van 100%. Gemiddeld hebben we dus 89% clustering. Hoe hoger deze clusteringscoëfficiënt van het hele netwerk, hoe beter: hoe dichter deze bij 100% ligt, hoe meer het netwerk verbrokkeld is in onafhankelijke clusters. Als het virus in één van deze clusters opduikt, is de kans groot dat de besmetting binnen de cluster blijft.

Merk op dat ons verhaal niet volledig is: de clusteringscoëfficiënt kan ook 100% blijven als je met meerdere mensen afspreekt die allemaal onderling verbonden zijn, ook al zijn er dat meer dan 4. Als je echter clusters maakt van 8 mensen, dan verdubbel je wel het aantal mensen dat je kan besmetten binnen een cluster, dus ook de beperking tot 4 personen is niet uit de lucht gegrepen.

Het zorgwekkende is: het is heel gemakkelijk om de clusteringscoëfficiënt van het hele netwerk verder naar omlaag te halen. Stel iedereen houdt zich nog steeds vast aan het getal 4, maar iedereen interpreteert de regel zo dat hij 4 avonden in de week met één iemand afspreekt. In het meest extreme geval houden de 4 vertrouwelingen van een persoon onderling nooit een afspraakje met elkaar en krijg je bv. volgende graaf:

afbeelding: filip moons

Ook deze graaf is samenhangend, de diameter is slechts 3 (de langste afstand tussen twee personen) maar de clusteringscoëfficiënt van iedereen is 0: niemand heeft vertrouwelingen die ook onderling afspreken! Het netwerk is zo helemaal niet meer geclusterd en ook de diameter is danig klein dat je zo virussen wel erg veel plezier doet: het virus zal niet meer binnen een cluster blijven, want er zijn er gewoon geen.

Conclusie: maak een pact met 4 mensen. Zweer trouw aan elkaar en zie elkaar zoveel als jullie willen. Probeer intense afspraakjes met mensen die daarnaast op hun beurt met andere mensen afspreken zoveel mogelijk te mijden want zo haal je zowel je eigen clusteringscoëfficiënt als die van het hele netwerk naar omlaag. De enige die daarbij iets te winnen zou hebben is het virus.

Filip Moons is FWO-aspirant in de wiskundedidactiek en lerarenopleider Universiteit Antwerpen.

Www.info-coronavirus.be: Vragen en antwooorden: Wie mag ik uitnodigen/ bezoeken?

Psycholoog Ernst Koster is bezorgd om de hulpverleners: ‘Dwing hen niet te praten over een trauma’

Wie zorgt voor de zorgverlener? Psycholoog Ernst Koster (UGent) verspreidt een techniek die toelaat om hulpverleners snel te leren omgaan met stressreacties

Foto door Jonathan Borba op Pexels.com

Alle dagen krijgen onze ‘helden van de zorg’ een applaus. Veel Belgen hangen witte lakens of handdoeken uit de ramen. Een morele opkikker, zeker, maar het zal de hulpverleners niet overeind houden wanneer de Belgische coronacrisis op kruissnelheid is. Hoogleraar psychologie Ernst Koster (UGent), expert in depressies, angst en piekeren, heeft iets tastbaars. Met zijn psychologenpraktijk De Burcht vertaalde en verspreidde hij een Amerikaans protocol dat voorziet in een korte sessie om hulpverleners te helpen omgaan met stressreacties. Zo hoopt Koster de zorg voor hulpverleners snel op gang te krijgen. ‘Dat is belangrijk, ‘zegt hij, ‘want ze zullen de komende tijd in extreme situaties terechtkomen. Weinig slaap, mensen die urgent zorg nodig hebben, gepieker over de eigen gezondheid…’ Dat daarbij veel stress zal komen kijken, is niet meer dan normaal, weet Koster, maar daarom niet minder potentieel schadelijk. ‘Vaak denkt men dat koelbloedigheid en het uitschakelen van emoties een professionele manier van werken is. Dat zullen veel zorgverleners niet kunnen volhouden in deze crisis. Ze zullen zelf behoefte krijgen aan zorg die veel verder gaat dan hen gewoon laten praten over wat ze meemaken.’

Wie inziet dat een stressreactie normaal is, blijft functioneren.

Wie moet de zorg voor de hulpverlener op zich nemen?

Ernst Koster: Psychiaters, psychologen en psychiatrisch verpleegkundigen kunnen dat doen. Dit protocol voorziet in een sessie van drie kwartier voor één hulpverlener, of anderhalf uur voor een groep. Daarin leren ze technieken om stressreacties te hanteren (omgaan met hun eigen emoties, nvdr). Dat is kort, ja, en dus net wat we nodig hebben in deze stilte voor de storm. Zodra de coronacrisis op volle toeren is, zal de aandacht blijvend nodig zijn. Onze hulpverleners mogen niet na een paar weken of maanden onderuitgaan. Niet voor zichzelf en niet voor de samenleving. Dit wordt een marathon, geen sprint.

Wat leren ze precies in die sessie?

Koster: De STOP-techniek. Stop what you are doing. Take a step back. Observe. Proceed mindfully. Stop met wat je doet wanneer je een stressreactie voelt. Neem afstand, zodat je de tijd krijgt om de reactie te observeren en te herkennen. Prikkelbaarheid is bijvoorbeeld perfect normaal wanneer je gestresseerd bent. Door dat in te zien, normaliseer je de situatie en blijf je functioneren. De laatste stap is de reactie hanteren, bijvoorbeeld met ontspannings- en ademhalingsoefeningen.

De STOP-vaardigheid gebruiken: Stop Neem een stapje Terug (Letterlijk) Observeer de situatie (vooral uw eigen gedachten / gevoelens) Pak mindful aan (gestimuleerde ademhaling of progressieve spierontspanning gebruiken)

Vragen zorgverleners een specifieke aanpak?

Koster: Psychologisch onderzoek leert dat puur debriefen na een zeer traumatische ervaring negatieve effecten kan hebben. Dat interfereert met de eigen manier van traumaverwerking of stresshantering. Dring het dus niet op om te praten over een traumatische ervaring. De technieken in dit protocol zijn evidencebased en hebben in vorige crisissen hun werkzaamheid bewezen. En spierontspanningsoefeningen werken voor de meeste mensen. In stress zet je lichaam zich schrap, met verkramping tot gevolg. Naast de STOP-techniek kunnen ook de eigen hanteringsmechanismen versterkt worden. Sommige mensen gaan stress bijvoorbeeld te lijf met een fijne vakantieherinnering. Prima, doorkruis dat niet. De STOP-techniek leert hoe je die heel bewust kunt oproepen.

Met dank aan Simon Demeulemeester – Knack 25 maart 2020

‘We zouden weer vijftien kilometer per dag moeten lopen’ – NRC

Volgens de Ierse neurowetenschapper Shane O’Mara is wandelen, in de stad of in de natuur, een medicijn zonder bijwerkingen. Vraaggesprek tijdens een wandeling door Schiphol Plaza.

foto: fp

Als we wandelen, wat gebeurt er dan met onze hersenen?

„Van alles. Als wij in beweging zijn, is ons brein ook in beweging. We zijn cognitief mobiel. Ik noem dat mindwandering: we laten onze geest de vrije loop en juist daardoor zijn we in staat herinneringen, gedachten en gevoelens in een nieuwe context te plaatsen. Onderzoek met MRI-scanners en andere technische apparatuur toont aan dat wandelen onze cognitieve vermogen enorm doet toenemen. We zijn ons bewuster van onze omgeving, waardoor onze sensibiliteit verhoogd wordt. Ook willen we aldoor weten waar we ons bevinden, dat maakt ons alert. Zelfs hier op Schiphol Plaza schetsen we, ondanks alle bewegwijzering, automatisch een ‘cognitieve plattegrond’. Mensen worden onzeker als ze niet weten waar ze zijn, het gevoel hebben te verdwalen en geen uitweg te vinden uit het labyrint dat een luchthaven kan zijn. Die onzekerheid maakt angstig. Door veel te wandelen verhoog je je oriëntatievermogen. Daardoor ben je in een vreemde omgeving minder bang. Lopen schenkt ons endorfine, een gevoel van welbevinden en geluk. Dat maakt ons weerbaarder tegen depressies en ouderdom.

„Ik heb onderzoek gedaan naar depressie, ouderdom en het vermogen tot herinneren in verhouding tot beweging. Wij ontdekten dat een van de belangrijkste hersenonderdelen, de hippocampus, feitelijk een spier, sterker en krachtiger wordt naarmate we meer bewegen. Use it or lose it is onze gevleugelde uitspraak. Wanneer je spieren achteruitgaan, gaan ook je hersenen achteruit.

„Eigenlijk gaat mijn boek over het wandelen als creatieve activiteit die ons brengt naar plekken waar we helderder kunnen denken, gelukkiger kunnen zijn, de wereld om ons heen beter leren doorgronden. Het beeld dat uit onderzoek naar voren komt is dat lopen onze hersenactiviteiten stimuleert. Alles wordt sneller, scherper, alerter: ons gehoor, gezichtsvermogen, reactiesnelheid, geheugen.”

U schrijft dat ‘rechtop lopen onze geest mobiel maakt en dat onze mobiele geesten naar de verste verten van onze planeet zijn gewandeld’. Hoe moet ik me dat voorstellen?

„In de ouderwetse definitie van hersenen stellen die ons in staat informatie te verwerven en ons gedrag daaraan aan te passen. Maar nu zijn we tot nieuw inzicht gekomen: ons brein maakt het mogelijk in een dynamische wereld onze eigen plek te vinden. Schiphol is voor mij als wetenschapper en als schrijver een fascinerende plek. Het is een van de weinige vliegvelden waar de stromen van vertrekkende en aankomende reizigers in dezelfde ruimte samenkomen, ze zijn gemixt. Op Dublin Airport bijvoorbeeld zijn die twee streng gescheiden. Dat maakt dat hier twee werelden samenkomen, die van de mensen die zich lopend naar de verste bestemmingen begeven en mensen die, ook lopend, weer huiswaarts gaan. De mens die rechtop ging staan, werd nieuwsgierig naar zijn omgeving: hij speurde de horizon af, ging op zoek naar het onbekende.”

Bron: ‘We zouden weer vijftien kilometer per dag moeten lopen’ – NRC

%d bloggers liken dit: