Wandelen: een verzoening tussen vele polen

Geven en nemen, binnen en buiten, stilte en stem, hemel en aarde, heen en terug, ik en al het andere, dichtbij en ver weg, vlug en traag: de wandeling bewerkstelligt een verzoening tussen vele polen die deel uitmaken van ons leven en het bepalen. – Benoît Standaert

Een zonnige herfstnamiddag. Met oud-collega’s die ondertussen wandelcollega’s werden, maakten we een 10.000-stappenwandeling door het Bloso-domein van Hofstade-Zemst bij Mechelen. De natuur die zich terugtrekt, loslaat, beïnvloedt de gesprekken gedurende zo’n wandeling. Herinneringen, gedeelde gebeurtenissen uit het verleden maken het onderwerp van het gesprek uit. Het beeld van het ‘loslaten in de natuur’ inspireert, door de rust, de kleurenpracht, de verstilling die ervan uitgaat. We verglijden langzaam naar een dieptepunt in de seizoenencyclus maar de warmte van de verbondenheid, de brug die we al jarenlang naar elkaar toe slaan, is als geworteld zijn in een gezamenlijk verleden dat ook toekomst inhoudt. Niet alleen ons afgeronde beroepsleven maar ook onze familiale zorgen en zegeningen krijgen er ruimte, mogen er onder de aandacht komen. Wandelen is een kunst. Onze aandacht voor de andere vergezelt er ons op natuurlijke wijze.

Advertenties

Hoe overleven te midden van het internet-der-dingen? (IoT) – prof. micro-elektronica Marian Verhelst – KU Leuven

Alle toestellen rondom ons worden in ijltempo meer en meer digitaal. Denk aan onze tandenborstels, wekkers, weegschalen, telefoons, en TV’s. De volgende evolutie die zich aftekent is dat al deze voorwerpen verbonden worden met het internet. Zo ontstaat het “internet-der-dingen”. Een netwerk van elektronica rondom ons dat voortdurend informatie kan verzamelen en delen. Maar willen we dit wel? En wat zijn de gevolgen?

In deze lezing ging professor Marian Verhelst eerst in op de technologie die deze evolutie in gang gezet heeft. Vervolgens liet ze ons zien wat de toekomst brengt, om ten slotte stil te staan bij welke opportuniteiten dit met zich meebrengt, maar ook welke gevaren eraan vast hangen. Ze verhelderde dit telkens met praktische voorbeelden uit de actualiteit terwijl de hele voordracht ook ondersteund werd door een didactisch perfecte powerpointpresentatie.

Lieve Van Ingelgom, bestuurslid van de Vlaamse Academici Mechelen, drukte de sfeer en de interesse voor de uiteenzetting in haar dankwoord bij het einde dan ook terecht als volgt uit: “Professor Verhelst, wij hebben weer in de klas gezeten vanavond en meer dan dat, wij hingen aan uw lippen!”

foto: ESAT-MICRA, KU Leuven

Marian Verhelst studeerde micro-elektronica aan de Faculteit ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. In 2008 behaalde ze er haar doctoraat met een beurs van het FWO-Vlaanderen. Tijdens haar doctoraat verbleef ze ook gedurende een trimester aan UC Berkeley in San Francisco. Na haar doctoraat vervoegde ze het computerbedrijf Intel in Portland, Marian OR, USA, waar ze onderzoek deed naar energiezuinige chips. Sinds oktober 2012 is ze professor aan haar Alma Mater, waar ze een onderzoekslijn opricht rond elektronica voor het internet-der-dingen.
Marian Verhelst heeft een passie voor interdisciplinaire samenwerkingen en voor wetenschapscommunicatie, in het bijzonder naar jongeren en meisjes toe. In dit kader is ze lid van de Jonge Academie van België, lid van het STEM-platform, oprichter van KU Leuven’s Innovation Lab, en was ze de huisingenieur van Het Lichaam van Coppens. Speeddate: naar hoofd en hart van Marian Verhelst?

 

Psalmen – Hirsch Grunstein***

Een Joodse geschiedenis op een Vlaamse zolderkamer

Psalmen (vertaald uit het Engels voor Altiora Averbode door Mary Bodson) speelt zich af in Vlaanderen en is een ongewone Holocaust autobiografie. Het gaat om een overlevingsverhaal, niet gesitueerd in een concentratiekamp of op de vlucht door de velden en bossen van Oost-Europa. Het zijn de herinneringen van een Joodse jongen gedurende de vier jaar Duitse nazibezetting. De herinneringen aan een leven vol stress en angst op de onderduikadressen. Grunstein dwingt bewondering af voor de nauwkeurigheid waarmee hij de feiten en gevoelens van 60 tot 70 jaar geleden uit zijn geheugen weet op te diepen en weer te geven in levendige beschrijvingen. Dit verschijnsel van het haarfijn herinneren werpt een bijzonder licht op de functie die het lezen van de psalmen voor hem hadden. Vandaar de keuze van de titel.

Terwijl 25.000 tot 60.000 Joden in ons land naar het concentratiekamp van Auschwitz gedeporteerd werden en niet terugkeerden, laat dit boek toch de indruk na dat er in ons land veel mensen zich om het lot van de Joden bekommerden en ze daardoor ook minder de verschrikkingen moesten ondergaan, die de Oost-Europese Joden ten deel viel.

In het hele boek komt slechts één cruciaal moment voor waar het fataal dreigt af te lopen maar het tij keert, er groeit weer hoop en de Grunsteins kunnen als familie elkaar weervinden.

De Grunsteins, oorspronkelijk afkomstig uit Polen, emigreerden in 1930 naar België en waren vrij goed ingeburgerd in de bloeiende diamantindustrie van Antwerpen tegen de tijd dat de Wehrmacht binnenviel in mei 1940. Ze vluchtten eerst naar Frankrijk, maar daar was geen haven en ze keerden snel naar huis terug. Vreemd genoeg met de aanmoediging van de winnende nazi’s. In het begin leek alles bijna normaal, maar de nazi’s hebben hun wurggreep geleidelijk aangescherpt, met het bannen van de Joden uit bedrijven, scholen en een groot deel van de stad. In 1942 werden invallen in de Joodse wijk gevolgd door deportaties, ogenschijnlijk om te gaan werken in Duitsland.

Ten slotte werd in september 1942 besloten om de jonge Henri (hij was 14) en zijn jongere broer Sylvain te plaatsen in Belsele. Hun gastheren, Adrienne en Gaston, verborgen Hirsch (Henri) in een kleine zolderkamer. En het daaropvolgende anderhalf jaar bracht Grunstein het grootste deel van zijn dagen door met onder te duiken, uit het raam te kijken of te lezen uit het kleine boek Psalmen dat zijn vader hem had laten meenemen.

Dit deel in het boek is het meest fascinerende en provocerende van het verhaal – men kan zien waarom hij het boek “Psalmen” noemde. Verbazingwekkend hoe hij zich herinnert welke impact de psalmen op hem hadden, hoe ze herinneringen ophalen aan zijn jeugd in synagoge en school, en inspirerende visies op verschillende aspecten van het jodendom geven. Het gezin was orthodox, heel plichtbewust en Henri probeert op zijn minst enige schijn van die orthodoxie te behouden in de volledig niet-Joodse omgeving van Belsele. Hij slaagde er zelfs in om één Yom Kippoervasten te houden. En, wanneer hij de Psalmen niet leest, brengt hij veel van zijn tijd door met fantaseren, uit het raam staren en die scènes en zijn fantasieën beschrijven.

In dit boek trof mij vooral de vastberadenheid, de volharding, de positieve levenshouding van de jonge Hirsch en het fenomenale geheugen van de 70 jaar oudere ingenieur-autobiograaf. Ook de grootmoedigheid van de betrokken Vlaamse families die voor deze mensen in de bres sprongen en daardoor o.a. zelf in Ravensbrück belandden, dwingt veel meer dan respect af. Om het met de woorden van Hirsch’s moeder te zeggen: “Ik zou nooit voor anderen gedaan hebben wat zij voor ons gedaan hebben. We waren tenslotte volkomen vreemden voor hen.” 

De Van Dammes, Van Pouckes en Grunsteins bleven dan ook vrienden voor het leven.