Kunsthal in Amsterdamse Citroëngarage: ‘Dit kan voorbeeld zijn voor Brussel’ | Brusselnieuws

foto: brusselnieuws.be
foto: brusselnieuws.be

Het Brussels gewest heeft vijf architectenbureau’s geselecteerd die een ontwerp mogen maken voor de Citroënsite aan het kanaal. De oude garage moet tegen 2017 een museum worden voor moderne kunst. Een van de vijf ontwerpteams komt uit Nederland. In Amsterdam is een oude citroëngarage vorig jaar omgebouwd tot kunsthal, de expertise van onze noorderburen kan hier nog van pas komen, zo meldt brusselnieuws.be.

Op de website van Citroën Yser lezen we over de geschiedenis van het buitengewone gebouw aan het Ijzerplein. Brussel was het eerste  filiaal buiten Frankrijk dat door André Citroën werd opgericht:

Het complex aan het IJzerplein, is een constructie die bestaat uit twee aangrenzende bouwvolumes die zich uitstrekken over een grondoppervlakte van 16.500 m² en die bijna een volledig bouwblok innemen.

De toonzaal geeft uit op het IJzerplein en het garagegedeelte met onderhoudswerkplaatsen, magazijnen voor opslag van onderdelen, pompstation en kantoren wordt begrensd door de Akenkaai, de Willebroekkaai en de Ruimingskaai. Men kan zich moeilijk een meer centrale, in het oog springende plaats voorstellen voor de vestiging van een dergelijk bedrijf.

Vanuit stilistisch oogpunt past het gebouw volkomen in de functionalistische logica van de industriële architectuur uit het interbellum. IJzer en glas zijn de enige bouwmaterialen. Decoratie is totaal afwezig. De schaal en het rigoureuze concept bezorgen een grote expressiviteit aan dit gebouw, dat meer dan eens werd afgebeeld in het publicitair materiaal van Citroën.

De toonzaal van 17 op 76 meter was oorspronkelijk 25 meter hoog en werd geconcipieerd als een monumentale vitrine in de vorm van een soort arena, uitgevend op de hoek van het IJzerplein en de Willebroekkaai. De afwerking met glasroosters accentueerde (vóór de verbouwing) de aërodynamische vorm van het bouwvolume. De coconvorm of komeetvorm van de showroom is als het ware de monumentale uitdrukking van de avant-gardistische technieken die Citroën als vrijwel eerste autoconstructeur (meer bepaald vanaf 1934) toepaste, zoals in de beroemde “traction-avant”, in modellen waarvan de motor achter de versnellingsbak lag, aërodynamisch, zelfdragend koetswerk in staal, enz.

Belangrijk is de verbinding tussen de toonzaal, het architectonisch pronkstuk, en het reusachtige achtergelegen technisch gedeelte (goed voor 90 procent van de oppervlakte) via een soort centrale, hangende stalen ” straat ” van 12 meter breed. Dit gedeelte, het eigenlijke rechthoekige garagegebouw van 102 op 130 meter, beschikt over drie ingangen, één per straat waarop de achterbouw uitgeeft. De interne structuur van deze langs drie zijden beglaasde hal bestaat uit geklinknagelde metalen spanten met vakwerkpatroon, die worden gedragen door samengestelde, stalen pijlers.

Zowel door de grote beglaasde kappen als door de zijwanden in glasdallen, gevat in een karakteristiek patroon van vierkante vensterroeden, wordt een maximale zenithale en laterale lichtinval gewaarborgd 

Triënnale Brugge 2015 – Hedendaagse kunst en architectuur in de historische binnenstad van Brugge

Dinsdagochtend en ik moet een trein halen om 8u28. Het regent. Een zomerse plensbui die niet lang duurt maar je wel doorweekt achterlaat. Paraplu in de aanslag wacht ik in de wagen op de parkeerplaats van het buurtstation en overpeins de komende dag. De Triënnale Brugge 2015 (20/5-18/10) met twee jaargenoten germanisten staat vandaag op het programma. Alsof we het wisten toen de keuze op Brugge viel en niet op Beaufort 2015. Het weer, dachten we. In Brugge kunnen we makkelijker een cosy brasserietje of patisserietje binnenwippen als dat niet meezit.  Met een zucht klap ik het wagenportier dicht.  Hondenweer en nadien een overvolle treinwagon.  Brussel – Brugge verloopt iets comfortabeler en mijn plu krijgt de kans om te drogen. Ondertussen zijn we met z’n tweetjes al goed op dreef met bijpraten en als Brugge in zicht komt, klaart de hemel zowaar helderblauw uit. Uit Oostende naar Brugge gekomen, wacht bij de uitgang de derde van het gezelschap. Eerst langs de infokiosk en als ik nog even tijd vraag voor een toiletbezoek, slagen we erin om elkaar kwijt te spelen  in een cirkeltje ‘uitgang, lokettenhal, uitgang’. De mobieltjes brengen soelaas.  Het trio kan op pad.

Het concept heeft ons kunnen overtuigen. Maar een eerder verwarrende keuze wacht ons. Er is een parcours ‘Earmarks’ dat uitnodigt om verschillende plekken in Brugge te bezoeken en hun geluidskwaliteit te beleven.  We kiezen voor het kunstparcours maar we hebben ons de wandelgids niet aangeschaft en redderen met de brochure waarop een miniplan met de locaties van 14 kunstinstallaties.

De eerste installatie van Daniel Dewaele bevindt zich op het plein voor het station: The Passage Room, een knalrode container ‘To Becone a New Citizen of Bruges’. Originele intro, oordelen we. In de binnentuin van het Begijhof  zijn Tadashi Kawamata’s ‘Tree huts in Bruges’  speelse, spirituele verwijzingen naar de geborgenheid die afzondering en stilte kunnen bieden.  Op het Oud Sint Jan, menen we, staat er een kraan. Groot is onze verbazing als we lezen dat het eigenlijk om de Britse installatie UNDERCURRENT van HeHe gaat. Haar symboliek is bijzonder frappant in deze historische context. Naast de Salvatorkerk worden we gecharmeerd door  de Chinese constructie Doing Nothing Doing – Wu Wei Er Wei van Song Dong.  We laten ons even, zittend op de trappen, meegaan met de stroom van de indrukken van het moment terwijl we onverwacht door een schaduwgezel – de eega van ééntje van ons – op foto vastgelegd worden en wat meer deskundige wandelgidsinformatie krijgen.  Leuk!  Onze wegen scheiden zich weer en als trio stevenen we naar de Markt.  Daar gaan we even binnen in Vibeke Jensens 1:1 Connect – Diamondscope. Een Noorse creatie. Prachtig zijn de gebroken weerspiegelingen van de gebouwen en de dynamiek aan de Markt. Speels het effect van te zien-zonder-gezien-te-worden. Een ervaring die menige Brugse bewoner allicht vertrouwd is.

En dan beslissen we te pauzeren. In de Vlamingstraat is Bakerstreet / Patisserie Prestige een leuk adresje, weet één van ons. En of ze gelijk heeft! De lunch valt iets langer uit. Geen zorg want we hebben net een regenbui ontlopen.

Op de Burg komt Nathan Coley’s lichtsculptuur A Place Beyond Belief me bekend voor. Watou14, in de kerk, herinner ik mij. Hier nu in de buurt van de Bloedkapel.  Achteraan op het plein – wie niet goed oplet, loopt eraan voorbij – staat wat donker weggedoken  de chocoladesculptuur  UBER Capitalism van de Oostenrijker Rainer Ganahl. Een aanklacht in het riante Brugge, wereldcentrum van de chocolade, tegen de kinderarbeid, mensenhandel en gevaarlijke werkomstandigheden in de landen waar de cacao geoogst wordt. Het roterende UBER Capitalism herinnert aan het roterende Benz-logo van weleer.

Op het Van Eyckplein en in het  hanzekwartier zoeken we naar de zwevende luidspreker die op bepaalde locaties geactiveerd wordt door een gps-gestuurd netwerk. Een installatie van het akoestisch traject. We moeten het overslaan want de luissprekers zijn op wandel. We trekken naar de Poortersloge waar de Belgische Vermeir & Heiremans’ video-installatie Masquerade de Art House Index promoot. Een moeilijk te begrijpen creatie, concluderen we. Het werk blijkt zijn titel en structuur te danken aan de laatste roman van Herman Melville, The Confidence Man – His Masquerade (1857), een kritiek op een cultuur van professioneel vertrouwen, die menselijke relaties herleidt tot louter financiële transacties. Het is een filmische vertelling die in 45 scenes een reeks uitwisselingen verhaalt tussen een zogenaamde ‘confidence man’ en zijn medepassagiers op de stoomboot Fidèle. Het titelpersonage neemt daarbij verschillende identiteiten aan en manipuleert de overtuigingen en het vertrouwen van zijn slachtoffers, om ze uiteindelijk aan hem te binden met een financieel contract.

Langs de Sint – Annarei – Potterierei proberen we de pontons uit van de Canal Swimmer’s Club van het Japanse architectencollectief Atelier Bow – Wow. Een prachtidee op deze locatie, vinden we.

We beslissen nog één installatie te bezoeken en flaneren langs de Verversdijk en de Hoogstraat naar de Groenerei en de Indische installatie van Studio Mumbai, Bridge by the Canal. Wonen op een brug? De Italianen van Firenze deden het al.

Langs de Steenhouwersdijk, de Rozenhoedkaai en Arents Hof struinen we naar het Wijngaardplein aan het Minnewater en doen er nog een terrasje. De schaduwgezel vervoegt opnieuw ons gezelschap en we praten wat na. Een warme avondzon breekt door. Een mooier einde van een boeiende culturele verkenning in de spirit van oude vriendschap kan een mens zich niet wensen.

Middeleeuws Kasteel en Folklorepark – Bunratty – Recreatieve wandelroute | RouteYou

Middeleeuws Kasteel en Folklorepark – Bunratty – Recreatieve wandelroute | RouteYou.

Rivers Ratty and Shannon

Een wandeling ‘down Memory Lane’ in het Bunratty Open Air Folk Park.

bOb Van Reeth – Architect – Bozar***

scannen0002‘Sinds 2008-2009 organiseren A+ Belgisch tijdschrift voor architectuur en het PSK in Brussel op regelmatige basis tentoonstellingen over toonaangevende Belgische architecten.Het moment om dit jaar hulde aan bOb Van Reeth te brengen, kwam uitgelezen: niet alleen werd de architect dit jaar 70, maar ook één van zijn recente overheidsopdrachten, het Holocaustmuseum in Mechelen, opende de deuren voor het publiek. De overzichtstentoonstelling die het werk is van de curatoren Bart Verschaffel, Christophe Van Gerrewey en Birgit Cleppe (Vakgroep Architectuur&Stedenbouw, Universiteit Gent) volgt het parcours in omgekeerde volgorde: van het meest recente werk (het Holocaustmuseum in images (5)Mechelen en de abdij van Westvleteren) naar de eerste studentenprojecten. bOb Van Reeth is echter niet alleen ontwerper: hij plaatste architectuur op de politieke agenda in Vlaanderen. Van 1999 tot 2005 was hij de allereerste Vlaamse Bouwmeester – een functie die hij bepalend en gezagvol heeft ingevuld, en waarmee hij de openbare bouwcultuur in Vlaanderen in het leven heeft geroepen’, aldus Paul Dujardin, directeur-generaal in het voorwoord van de tentoonstellingsbrochure. Het was via Knack Club dat we de gelegenheid kregen om gisteravond aan een gegidste nocturne deel te nemen. De vraag die de tentoonstelling stelt is: wat – en ook: hoe – beslist een ontwerper? Hoe kiest een architect? Er is vaak op gewezen dat de architectuur van bOb Van Reeth geen stijleenheid vertoont. Van Reeth heeft zelf duidelijk gezegd dat architectuur samenvalt met het zoeken naar architectuur. Het gaat erom het leven een basis te geven aan de hand van de duidelijkheid die architectuur schept:strenge en herkenbare vormen en geometrieën die het leven niet meer dan nodig bepalen. In zijn architectuur gebruikt Van Reeth twee ontwerpstrategieën. Het vroege werk wordt gekenmerkt door ruimtelijke variatie en alledaagse complexiteit, gevat in een sterke structuur afgeleid van de geometrie. Het latere werk knoopt aan bij het elementaire als ontwerpprincipe en bij de eenvoudige maar krachtige aanwezigheid van de muur of de baksteen.

bOb Van Reeth wil geen iconische gebouwen ontwerpen maar uitgaan van het leven en werken van de mensen en zijn gebouwen afstemmen op hun noden. Toch zijn – wellicht buiten zijn wil om – verscheidene van zijn gebouwen (o.a.de uitbreiding van de woning Reyniers – Clauwaert (Wemmel (BE), 1984 -1987 en de woning Van Roosmalen (Antwerpen (BE), 1985 -1988) iconen van Vlaamse naoorlogse architectuur geworden. Architectuur die uitgaat van de mens maakt gelukkig, in dergelijke gebouwen, kernen en buurten is het fijn toeven: licht, lucht, ruimte en contact met de natuur in een complex en toch eenvoudig esthetisch samenspel dat is The Architecture of Happiness.

Nog tot 8 september 2013 in Bozar – Brussel.

The Architecture of Happiness – De architectuur van het geluk – Alain de Botton****

In De architectuur van het geluk (2006 -Atlas, A’dam/A’werpen) schrijft Alain de Botton over de wensen en eisen die wij voor onze huizen hebben. Hij neemt de lezer mee op een reis door de esthetiek van de westerse en oosterse beschavingen en stelt vragen als: Waarom verschillen mensen en volken zoveel in smaak? Kan een prachtige omgeving ons gelukkig maken?

In een zestal hoofdstukken heeft de auteur het over: I Het belang van architectuur II In welke stijl moeten we bouwen? III Sprekende gebouwen IV  Thuisidealen V De deugden van gebouwen en VI De belofte van een veld.

Enkele citaten en vragen die gedurende de lectuur bleven hangen: Hoe wijs was de raad van oude filosofen om in onze voorstelling van geluk alles buiten beschouwing te laten wat ooit de kans loopt door lava te worden overspoeld of door een orkaan omver te worden geblazen, met chocolade besmeurd te raken of door een wijnvlek te worden ontsierd? (19)

De meest imposante architectuur kan soms minder voor ons doen dan een siësta of een aspirientje. (19)

Zelfs al is architectuur vervuld van morele principes, ze ontbeert simpelweg de macht om die op te leggen. (23)

Misschien moet het leven eerst enkele van zijn werkelijk tragische kanten laten zien voordat we visueel ontvankelijk worden voor de subtielere zaken die het te bieden heeft, of dat nu een wandtapijt is of een Corinthische zuil, een leisteentegel of een lamp. (25)

Pas in samenhang met verdriet krijgen veel mooie dingen hun waarde. (28)

De woonhuizen van modernistische architecten waren ontworpen als toneeldecors voor acteurs in een geïdealiseerd drama over het moderne bestaan. (71)

Gebouwen spreken – en wel over duidelijk waarneembare thema’s. Ze spreken over democratie of aristocratie, openheid of arrogantie, gastvrijheid of dreiging, een voorkeur voor de toekomst of een hunkering naar het verleden. (77)

We noemen werken in beide genres [abstracte en representatieve] mooi wanneer ze erin slagen de eigenschappen van mensen en dieren op te roepen die wij het aantrekkelijkst vinden. (94)

Materialen en kleuren blijken zo veelzeggend dat men met een gevel kan aangeven hoe een land zou moeten worden geregeerd en op welke beginselen het buitenlands beleid dient te berusten. Politieke en ethische principes kunnen in ramen en deurkrukken worden vastgelegd. Een abstracte glazen kubus op een stenen voetstuk kan een loflied zijn aan kalmte en beschaving. (104)

Hoe nauw visuele smaak en ons gevoel voor waarden met elkaar verweven zijn is het helderst verwoord door Stendhal, toen hij schreef: ‘Schoonheid is de belofte van geluk.’ – ‘Er zijn evenveel soorten schoonheid als er ideeën van geluk bestaan’ (112)

Waarom zouden architecten gebouwen ontwerpen die specifieke ideeën en gevoelens uitdragen, en waarom zouden we zo negatief worden beïnvloed door plekken die in onze ogen aan verkeerde dingen refereren? (119)

Door een gebouw als ‘thuis’ aan te duiden, erkennen we gewoon dat het in harmonie is met onze diepste zieleroerselen. Thuis kan een luchthaven of een bibliotheek, een tuin of een wegrestaurant zijn. (120)

Het hele principe van religieuze architectuur komt voort uit de gedachte dat waar we zijn van cruciaal belang is voor waar we in geloven.(121)

We bouwen zoals we schrijven: om bij te houden wat voor ons van belang is. (138)

“Wanneer we de schoonheid van zichtbare voorwerpen bewonderen, ervaren we zeker vreugde maar op hetzelfde moment gewordt ons een gevoel van onpeilbare leegte” Hugo van Saint-Victor. (164)

Proberen iets aan te schaffen wat we mooi vinden zou in feite wel eens de meest fantasieloze manier kunnen zijn om met het verlangen om te gaan dat het bij ons oproept net zoals pogingen om met iemand naar bed te gaan waarschijnlijk de botste reactie vormen op een gevoel van verliefdheid.(168)

Artistiek talent is als een schitterend vuurwerk dat opflitst in de pikzwarte nacht en de toeschouwers met ontzag vervult maar binnen luttele seconden uitdooft en niets anders achterlaat dan duisternis en verlangen.(192)

Vreugde omdat geometrie een overwinning op de natuur vertegenwoordigt en omdat de natuur, alle sentimentele interpretaties ten spijt, in wezen tegengesteld is aan orde die wij nodig hebben om te kunnen overleven. (202)

Architectuur zou het zelfvertrouwen en de welwillendheid moeten opbrengen om een beetje saai te zijn.(206)

Orde waarderen we voornamelijk wanneer die gepaard lijkt te gaan met complexiteit, wanner we het gevoel hebben dat er een aantal ongelijksoortige elementen in het gelid zijn gebracht – dat ramen, deuren en andere details zijn verwerkt in een systeem dat erin slaagt zowel geordend als ingewikkeld te zijn. (207)

Novalis:”In een kunstwerk moet chaos door de sluier van orde heen schemeren.”

De kans op iets moois wordt vergroot wanneer architecten vakkundig bemiddelen tussen tegenstellingen, waaronder het oude en het nieuwe, het natuurlijke en het kunstmatige, het luxueuze en het sobere, het vrouwelijke en het mannelijke. (217)

Er is schoonheid in dingen die sterker zijn dan wij. “We zijn allemaal sterk genoeg om de tegenslagen van anderen te dragen”- La Rochfoucault (230)

We genieten van complexiteit waaraan een genie de schijn van eenvoud heeft verleend.(231)

Van een gebouw dat goed in zijn context past, kunnen we zeggen dat het enkele van de meest wenselijke waarden en hoogste ambities van zijn plaats en tijd belichaamt: het geeft gestalte aan een haalbaar ideaal. (256)

De plekken die we mooi noemen zijn daarentegen het werk van die zeldzame architecten die nederig genoeg zijn om zich naar behoren in hun verlangens te verdiepen en vasthoudend genoeg om hun vluchtige inzicht in vreugde om te zetten in een logisch ontwerp – een combinatie die hen in staat stelt omgevingen te scheppen waardoor behoeften bevredigd worden waar we ons niet eens van bewust zijn. (277)

Wabi-Het wordt gebruikt [in Japan] voor de schoonheid van pretentieloze, eenvoudige, onbewerkte, vergankelijke dingen. (289)

Het zijn vaak boeken, gedichten en schilderijen die ons het zelfvertrouwen geven om gevoelens serieus te nemen die we anders nooit zouden hebben gehad. (291)

%d bloggers liken dit: