Bladval – Mustafa Kör | Dichter des Vaderlands

Bladval

 

Bij dit voortijdige afscheid
speelt alles naast de maat
kraaiende hanen, kinderkoren, mijn hartslag

 

Je had een raam
dat uitkeek over de daken
en velden van een Vlaams dorp
op heldere dagen de pieken van de hoofdstad

 

Je wilde bestaan
Hing je overjas in een ver oord
waarvan niemand had gehoord

 

Wat zou het dan
dat er vrede heerst
of de oogst goed is

 

Herinneringen aan
alles draagt er het parfum van
iets bloemigs met de herfst erin

 

De straatkatten
het meisje van tegenover
iedereen kent je naam
en geschiedenis van schreeuw tot zucht
je bent hier
broer, vriend, buur, kind van allen

 

Als bladval in mei
daalt je geur over dorp en veld
voortijdig

 

Mustafa Kör

in GEDICHTEN MUSTAFA KÖR / 
Dichter des Vaderlands 

Inzetten op de preventie van zelfdoding is van levensbelang. Daarom wordt er op 10 september, Werelddag Suïcidepreventie, wereldwijd aandacht gevraagd voor dit thema. Zelfdoding treft tal van mensen. Op 10 september tonen we massaal onze betrokkenheid en steun aan elk van hen. Die dag vragen de organisaties achter Zelfmoord1813 en al hun partners wereldwijd om meer aandacht te besteden aan de preventie van zelfdoding.

België hoort bij de Europese lidstaten die kampen met hoge suïcidecijfers: het Belgisch suïcidecijfer ligt 1,5 keer hoger dan het gemiddelde binnen de Europese Unie.

Mustafa Kör wil via zijn tweede Gedicht des Vaderlands aandacht vragen voor de te hoge suïcidecijfers. Hij wil iedereen aanzetten om te helpen om het thema zelfmoordpreventie onder de aandacht te brengen. Ook jij kan helpen! Toon je betrokkenheid, communiceer zorgvuldig over dit thema én zorg goed voor jezelf en voor elkaar. Via deze website lees je aan welke acties je kunt deelnemen.

Hier lees je het gedicht ‘Bladval‘.
Vertaling naar het Frans: Pierre Geron in samenwerking met Katelijne De Vuyst en Danielle Losman.
Vertaling naar het Duits: Isabel Hessel


Hoe krikken we het taalniveau van onze leerlingen op? 33 procent van de leerkrachten wil langere lesblokken – Knack

Meer tijd, kleinere klasgroepen, beter studieadvies, strengere evaluaties en meer aandacht voor grammatica. Dat is er volgens taalleerkrachten nodig om het niveau van hun leerlingen op te krikken. Maar vooral: ‘Taalvakken mogen niet langer in de schaduw staan van wiskunde en wetenschappen.’

Het gaat niet goed met onze talenkennis. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat het taalniveau van Vlaamse leerlingen daalt, zowel voor Nederlands als voor vreemde talen als Frans, Duits en Engels. In het secundair onderwijs zijn talenrichtingen ook allesbehalve populair. Jongeren, hun ouders en sommige leerkrachten kijken er zelfs een beetje op neer. Logisch dus dat er ook aan hogescholen en universiteiten steeds minder studenten voor een talenopleiding kiezen. Een van de gevolgen daarvan is het penibele tekort aan leerkrachten Nederlands, Frans en ondertussen ook Duits en Engels. En in scholen die met een lerarentekort kampen, daalt het onderwijsniveau onvermijdelijk.

Alle sectoren, van het bedrijfsleven tot de media en de overheid, schreeuwen om taalexperts. Ine Corteville, Vlaams Talenplatform

Die cirkel moet dringend worden doorbroken, vinden de academici die zich in het Vlaams Talenplatform hebben verenigd. In hun nieuwe rapport Naar een talenonderwijs in topvorm doen ze meer dan twintig aanbevelingen die ons uit de impasse moeten helpen. Dat advies is voor een groot stuk gebaseerd op een enquête bij meer dan duizend Vlaamse taalleraars uit het secundair onderwijs. ‘Taalleerkrachten blijken veel vertrouwen in elkaar te hebben, zijn meestal erg geëngageerd, staan open voor verandering en hebben heel concrete ideeën om het talenonderwijs te verbeteren. Dat is echt hoopgevend’, zegt professor Nederlandse literatuur Lars Bernaerts (UGent). Het valt op dat al die leerkrachten Nederlands, Frans, Duits, Engels of Latijn zich wel zorgen maken over de kwaliteit van het talenonderwijs. Ze vinden dat de lat hoger moet worden gelegd.

Vorig schooljaar was Anne, die Frans geeft in een aso-school, klastitularis van een groep zesdejaars uit de richting economie-moderne talen. 6EMT was geen gemakkelijke klas. Geregeld stonden twee groepen leerlingen lijnrecht tegenover elkaar. Ruzies die buiten de school of online oplaaiden, zorgden ook tijdens de lessen voor spanningen. Er ging geen maand voorbij of Anne moest een klasgesprek organiseren om de gemoederen te bedaren. Nog voor de krokusvakantie was het voor haar al duidelijk dat ze haar zesdejaars onmogelijk alle geplande leerstof zou kunnen meegeven.

Bij wiskunde moet je ook eerst de abstracte theorie leren. Dat vindt iedereen normaal. Maar als het over talen gaat, moet alles altijd leuk zijn. Lieven Buysse, hoogleraar Engelse taalkunde (KUL)

Veel taalleerkrachten geven aan dat ze tijd tekort komen. Dat komt om te beginnen doordat ze naast het lesgeven nog een hele resem andere taken hebben. ‘Dat geldt vandaag natuurlijk voor álle leerkrachten’, zegt Bernaerts. ‘Maar wie taalvakken doceert, heeft vaak nog extra werk. Om te beginnen bestaat hun vak uit verschillende disciplines, van taalbeschouwing en vaardigheden tot grammatica en spelling. Daarnaast is taken corrigeren erg tijdrovend. Ze ontwikkelen ook veel van hun lesmateriaal zelf, zijn vaak klastitularis en zetten zich, bijvoorbeeld, in voor de begeleiding van startende collega’s. Dat ze meer tijd willen, zie ik vooral als een roep om erkenning voor alles wat ze doen.’

Er zijn ook heel wat leerkrachten die concreet om meer lesuren vragen. Met de tijd die ze nu voor hun vak hebben, is het volgens hen onmogelijk om de leerstof grondig uit te leggen én hun leerlingen de kans te geven om stof in te oefenen en te automatiseren. Vooral leerkrachten Frans zijn daar vragende partij voor. Nu is dat in deze tijden niet echt een realistisch pleidooi. Niet alleen zijn er zo al niet genoeg taalleerkrachten om al die lesuren in te vullen, scholen hebben ook de grootste moeite om alle nieuwe leerdoelen, van burgerschap tot financiële geletterdheid, in het lesrooster gepropt te krijgen. Een paar jaar geleden werd daar in de eerste graad van het secundair onderwijs zelfs een uur Nederlands voor opgeofferd.

63% van de leerkrachten vindt dat ze niet genoeg tijd krijgen om zich bij te scholen.

‘Daarom is het belangrijk om de tijd die er wel is efficiënt in te zetten’, zegt hoogleraar Engelse taalkunde Lieven Buysse (KU Leuven). ‘Zo zouden veel taalleerkrachten graag meer dan vijftig minuten na elkaar aan dezelfde klasgroep les kunnen geven. Dat is nodig om leerlingen kennis mee te geven, vaardigheden te laten inoefenen en ook nog feedback te geven.’ Om dezelfde reden zou 60 procent van de leerkrachten uit de enquête graag zien dat taallessen zowel in het secundair als in het lager onderwijs in kleinere klasgroepen worden georganiseerd.

Twee dunne romans moesten de leerlingen van het vijfde jaar vorig schooljaar voor Engels lezen. J. las er volgens zijn leerkracht niet één. De boekbesprekingen plukte hij gewoon van het internet. Voor de toetsen die hij moest afleggen, studeerde hij amper. Op zijn eindrapport stond voor Engels een rood cijfer: 45 procent. Toch viel de klassenraad daar niet over. Alle aandacht ging naar zijn fantastische resultaten voor wiskunde en vooral fysica. J. wil later burgerlijk ingenieur worden.

29% vindt de nieuwe eindtermen niet haalbaar.

Taalleraars staan vandaag in veel gevallen voor erg heterogene klasgroepen, en dat maakt hun werk nog moeilijker. Dat komt vooral doordat lang niet alle jongeren die voor een talenrichting kiezen dat uit overtuiging doen. ‘Leerlingen die niet goed zijn in wiskunde en wetenschappen, krijgen vaak het advies om een talenrichting te volgen. Ook als ze daar noch aanleg, noch interesse voor hebben’, legt Buysse uit. ‘Daardoor moeten taalleraars vaak lesgeven aan groepen met aan de ene kant heel gemotiveerde en taalvaardige leerlingen en aan de andere kant uitgesproken taalzwakke jongeren. Dat is een moeilijke spagaat, die de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede komt. Sommige klassenraden en directies moeten zich beraden over de gevolgen van hun studieadvies.’

Daarbij komt dat er voor taalvakken meestal geen echte examens worden georganiseerd. Leerlingen worden beoordeeld op basis van de toetsen en vooral van de taken die ze in de loop van het schooljaar maken. 70 procent van de taalleerkrachten gelooft dat de slaagkansen van hun leerlingen daardoor hoger liggen. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze de taal ook beter beheersen. Volgens nogal wat leraars maakt een systeem van zogenaamde ‘gespreide evaluatie’ het alleen gemakkelijker om voor hun vak te slagen. Sommigen vrezen zelfs dat hun leerlingen niet goed genoeg op het hoger onderwijs worden voorbereid.

92% werkt het liefst met lesmateriaal dat door taalleerkrachten is opgesteld.

Wat ook niet helpt, is dat de resultaten voor taalvakken minder zwaar blijken door te wegen bij deliberaties. ‘Wanneer de klassenraad het rapport van een leerling bespreekt, worden slechte punten voor een taalvak nogal snel onder de mat geveegd’, zegt Tanja Mortelmans, professor Duitse taalkunde (UA). ‘Is iemand niet geslaagd voor Nederlands, Engels, Frans of Duits, dan wordt die sneller gedelibereerd dan bij een onvoldoende voor wiskunde of wetenschappen.’

Om het niveau van het talenonderwijs op te krikken, stellen leerkrachten niet alleen een betere evaluatie voor. Ook de lesinhoud mag best wat pittiger. Bijna de helft vindt dat er vooral in de eerste jaren een grotere nadruk op kennis moet liggen dan op communicatieve vaardigheden. Dat wil zeggen dat er weer meer aandacht naar spelling, spraakkunst en woordenschat moet gaan. ‘Het is moeilijk geworden om leerlingen, leerkrachten en ouders ervan te overtuigen dat je nu eenmaal door de grammatica heen moet als je een taal wilt leren’, zegt Buysse. ‘Bij wiskunde moet je ook eerst de abstracte theorie leren voor je vraagstukken kunt oplossen. Dat vindt iedereen normaal. Maar als het over talen gaat, moet alles altijd leuk zijn. Dat kan natuurlijk niet. Ook taalleerkrachten moeten het signaal krijgen dat ze die abstractere kennis mogen en zelfs moeten overdragen.’ Dat zou taalvakken zelfs wat populairder kunnen maken. Want uit onderzoek blijkt dat richtingen die als gemakkelijk worden ervaren, weinig aantrekkingskracht en prestige hebben.

63% denkt dat talen-richtingen een imagoprobleem hebben.

Er wordt dan ook veel verwacht van de nieuwe richting moderne talen. Vandaag bestaat die al in de tweede graad van het secundair onderwijs en vanaf 1 september 2023 kan ze ook in de derde graad worden opgezet. Het gaat om een volwaardige studierichting die helemaal op zichzelf staat en dus niet in combinatie met bijvoorbeeld economie of Latijn wordt aangeboden. Naast Frans, Engels en Duits krijgen leerlingen in die opleiding ook nog een vierde vreemde taal. Er gaat veel aandacht naar literatuur en ook taaltechnologie en pragmatiek komen er aan bod. Zo zouden jongeren de nodige taalexpertise meekrijgen om bijvoorbeeld fake news op te sporen, big data te verwerken of kritisch naar een ideologisch discours te kijken. ‘We hebben maar een jaar meer om die richting in de kijker te zetten en er zo veel mogelijk mensen voor warm te maken’, zegt Mortelmans. ‘We moeten moderne talen in de markt zetten als een richting die de lat weer hoog legt en taalsterke leerlingen de kans geeft om ambitieus te zijn.’

Saar wil taal- en letterkunde studeren aan de universiteit. Engels-Zweeds lijkt haar een leuke combinatie. Haar ouders vinden dat geen goed idee. Ze zouden liever hebben dat ze wat hoger mikt. Vriendinnen reageren ook al niet erg positief. Wil ze écht haar hele leven voor de klas staan? Omdat ze op den duur begint te twijfelen, schrijft ze zich voor een infodag in. Ze spreekt er een assistent en twee studenten aan. Niemand kan haar vertellen waarom taal- en letterkunde iets voor haar zou zijn. Eind deze maand begint ze aan een studie psychologie.

33% wil in blokken van meer dan 50 minuten lesgeven.

Het secundair onderwijs kan het tij natuurlijk niet in zijn eentje keren. Alle onderwijsniveaus moeten inspanningen leveren. Zo vindt meer dan de helft van de bevraagde leerkrachten dat ook basisscholen ervoor moeten zorgen dat kinderen tegen het eind van het zesde leerjaar een degelijk niveau hebben bereikt. Vandaag is dat lang niet altijd het geval.

En ook het hoger onderwijs speelt een sleutelrol. Vooral ervaren leerkrachten geven aan dat er soms een probleem is met het taalniveau van pas afgestudeerde collega’s. ‘We willen natuurlijk dat er degelijke taalleerkrachten voor de klas staan’, zegt Buysse. ‘Daarom is het niet alleen belangrijk om het taalniveau van studenten aan het begin van de opleiding te meten. Aan het eind moeten ze ook allemaal hetzelfde niveau bereiken. Vandaag liggen die eindniveaus al vast voor alle Vlaamse universiteiten, maar niet voor de hogescholen die lerarenopleidingen aanbieden.’

48% vindt dat er in het begin meer aandacht moet zijn voor kennis dan voor vaardigheden.

Het Vlaams Talenplatform pleit ook voor een grote campagne die jonge mensen enthousiast moet maken voor taal en literatuur. Iets als de STEM- campagnes die Vlaamse jongeren, hun ouders én hun leerkrachten er in de loop der jaren van hebben overtuigd dat richtingen met veel wiskunde en wetenschappen heel prestigieus zijn. ‘We weten dat mensen die talen hebben gestudeerd de samenleving on- noemelijk veel te bieden hebben’, zegt Lieven Buysse. ‘Nu moeten we alleen nog het zelfvertrouwen krijgen om die boodschap overal uit te dragen en om anderen ervan te overtuigen. Het is hoog tijd dat iedereen de hand aan de ploeg slaat. Van de overheid tot basisscholen, het secundair onderwijs en ook alle hogescholen en universiteiten.’

Hoe dan ook moeten de talenopleidingen in het hoger onderwijs op de een of andere manier niet alleen meer studenten, maar ook meer uitstekende studenten aantrekken. Daarbij is de studiekeuzebegeleiding in het secundair onderwijs cruciaal. Het gebeurt nog te vaak dat heel sterke leerlingen met een grote liefde voor taal toch de raad krijgen om een wetenschappelijke richting in te slaan. Maar zelfs als meer jongeren te horen krijgen dat een talenopleiding iets voor hen is, betekent dat niet dat ze zich daar ook voor zullen inschrijven. Volgens 63 procent van de leerkrachten komt dat door het imagoprobleem van de talenopleidingen. 58 procent is ervan overtuigd dat jongeren afhaken vanwege de beroepsperspectieven. Zowel zij als hun ouders denken dat je met zo’n diploma alleen in het onderwijs terechtkunt. ‘Dat is nochtans niet waar’, weet Ine Corteville, beleidsmedewerkster bij het Vlaams Talenplatform. ‘Alle sectoren, van het bedrijfsleven tot de media en de overheid, schreeuwen om taalexperts. Weinig mensen weten bijvoorbeeld dat er aan talen ook een technologische kant zit: taalexperts helpen bij de ontwikkeling van artificiële intelligentie en social robots. Dat moeten we allemaal veel meer in de verf zetten. Laat mensen met een taaldiploma uit heel uiteenlopende sectoren over hun job getuigen.’

Talenonderwijs in topvorm is een rapport van Inge Arteel, Lars Bernaerts, Lieven Buysse, Ine Corteville, Julie Lippens en Tanja Mortelmans.

Met dank aan Ann Peuteman – Knack 7/09/2022

Commentaar bij dit rapport o.a. op Duurzaam onderwijs

Kroningsfeesten O.-L.-Vrouw van Scherpenheuvel 1872 -2022

Op 25 augustus 1872 kroonde kardinaal Deschamps in opdracht van paus Pius IX het genadebeeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel. Deze grootse gebeurtenis wordt in Scherpenheuvel om de 25 jaar met tal van feestelijkheden herdacht. De kroningsfeesten (1922, 1947, 1972 en 1997) vormen hoogtepunten voor Scherpenheuvel.

Maria Koningin

Een week na het Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming viert de Katholieke Kerk de gedachtenis van Maria’s kroning tot koningin van het heelal. Te dier gelegenheid is het bedevaartsoord Scherpenhenheuvel deze week in feeststemming. Van 21 tot en met 28 augustus baadt de basiliek in een bloemenpracht die werd vormgegeven door bloemenkunstenaar Daniel Ost met ondersteuning van zijn team en van een groep bloemschikkers die er dan in dag uit zorgen voor bloemen.

Vandaag op Maria Koningin (gedachtenis) gingen de feesten van start. We zijn vertrokken met de Kroningsfeesten bij het jubileum van 150 jaar kroning van het genadebeeld, aldus E.H.Luc Van Hilst op de blog van het Mariaoord.

Iconografie

IHoewel de kroning van Maria nergens in de Bijbel staat vermeld is het thema in de iconografische en schilderkunst al eeuwenoud. Maria wordt er vaak voorgesteld als vrouw die zit aan de rechterhand van haar hemelse Zoon. Hij, die de Koning van het Heelal is, kroont zijn moeder als teken van haar bijzondere rol in de heilsgeschiedenis. Er zijn ook afbeeldingen die tonen dat de Drievuldigheid haar kroont.

Bijzonder geval Scherpenheuvel

Scherpenheuvel is niet het enige bedevaartoord met een gekroonde Maria. “Toch is het geval van Scherpenheuvel bijzonder”, meent Michaël Hanne, archivaris van het bedevaartsoord. “De kroon van ons Mariabeeld is een geschenk van Paus Pius IX en tot vandaag draagt het beeld nog steeds de originele kroon uit 1872. De kroning kwam er bovendien na een persoonlijk initiatief van van de paus en niet op vraag van het bedevaartsoord, zoal meestal het geval.”

Nieuwe kroon

Naar aanleiding van de 150ste verjaardag van de kroning vervaardigde de Leuvense juwelenontwerper Lies Wambecq een nieuw kroon, gemaakt van de juwelen die werden geschonken aan het genadebeeld. ” De juwelen worden gebruikt zoals ze werden gedragen”, aldus E.H. Luc Van Hilst. “De kunstenaar maakt twee nieuwe kronen, één voor Onze-Lieve-Vrouw en één voor het kindje Jezus. Het bedevaartsoord liet Lies Wambecq de waarde schatten van de gebruikte juwelen. De tegenwaarde ervan schenken we aan de lokale voedselbank.”

foto: frie peeters

foto: frie peeters
foto: frie peeters
foto: frie peeters
Gouden Roos in 2011 aan Scherpenheuvel geschonken door Paus Benedictus XVI
foto. frie peeters
foto: frie peeters

Deze namiddag liep de basiliek om 15u vol voor een eucharistieviering. Bekende Marialiederen werden uit volle borst door de bedevaarders meegezongen o.a. O Maria die daar staat (Guido Gezelle) en Liefde gaf u duizend namen. En bij het einde, zoals gewoonlijk, het gebed tot Onze Lieve Vrouw van Scherpengheuvel:

Moeder van God
en onze moeder,
vol vertrouwen bidden wij tot U:
schenk ons iets van uw geloof
en leer ons dienstbaar zijn
aan de mensen.

Help onze zieken
en allen wier hart
door leed getekend is.

Laat geluk en liefde wonen
in onze familie;
zegen allen
die ons dierbaar zij,
en blijf ook ons nabij
met Uw bescherming.

Onze - Lieve - Vrouw
van Scherpenheuvel,
bid voor ons.

De Kroningsfeesten hebben echter niet alleen een religieus karakter. Zie programma infra.

Meer info: www.scherpenheuvel.be

Met dank aan Kerk en Leven (Filip Ceulemans)

Toespraak Koning Filip – Nationale feestdag 21 juli 2022 – Tentoonstelling

foto: VRT – v.l.n.r Prinses Eléonore, prins Gabriël, koningin Mathilde, koning Filip, kroonprinses Elisabeth, prins Emmanuel

Toespraak

Dames en heren,

Deze zomer krijgen we eindelijk onze vrijheid terug, na meer dan twee jaar strijd tegen het coronavirus. Hoewel dat ons jammer genoeg blijft achtervolgen.

Het normale leven komt opnieuw op gang. Onze economie krijgt weer wat vaart. De overheid heeft hier ook in grote mate toe bijgedragen, dankzij effectieve steunmaatregelen.

Vandaag komt de groei geleidelijk aan weer in zicht. Hoewel er op de arbeidsmarkt nog altijd onevenwichten zijn, blijft de werkgelegenheid toenemen.

Maar sommigen van onze medeburgers, vooral bij de jongeren, komen verzwakt uit de pandemie. Ze hebben nood aan een luisterend oor, aan begrip voor hoe zij de dingen beleven – en behoefte aan aanmoediging.

Ik ben trots op het werk van mijn echtgenote, Koningin Mathilde, met haar steun aan de bewustmaking en de preventie op het gebied van mentaal welzijn.

Dames en heren,

Het is vooral dankzij ons samenlevingsmodel, dat door Covid zwaar op de proef is gesteld, dat we hebben standgehouden.

De strijd tegen de pandemie heeft bewezen dat we ook in tijden van crisis blijk geven van maatschappelijke samenhang. Hiervoor is samenwerking nodig tussen onze instellingen, tussen alle betrokken actoren, en een algemeen gedragen verbindend verhaal.

Dat we een crisis als de pandemie, binnen ons democratisch stelsel, hebben kunnen beheren, is vooral te danken aan onze sociale cohesie.

Die verbondenheid was ook zichtbaar in de hulpacties voor de slachtoffers van de overstromingen in Wallonië. Tijdens ons recente bezoek aan de regio, hebben wij kunnen vaststellen dat er heel wat vooruitgang is geboekt, maar dat nog niet alles is opgelost.

Dames en heren,

Met de oorlog in Oekraïne is de geschiedenis een nieuw tijdperk ingetreden. In de eerste plaats voor Oekraïne zelf, maar ook voor ons land, voor Europa, voor de hele wereld.

De oorlog, met ondraaglijk leed tot gevolg, is helaas weer alom tegenwoordig, heel dicht bij huis.

De Oekraïners vechten en sterven om hun land te redden, maar ook om de democratie en de waarden die we met hen delen te vrijwaren.

Wij zullen ons niet uit elkaar laten spelen door de chantage van een kernmacht die zo onze solidariteit met Oekraïne wil breken.

Wij zullen het Oekraïense volk blijven steunen.

Wereldwijd lijden veel landen onder dit conflict, sommige ontzettend hard. Wij voelen, in ons land, nu al de rechtstreekse effecten van de inflatie, die is verergerd door de internationale spanningen.

De sterke stijging van de levensduurte dreigt onze economie, maar ook onze samenleving, te ondergraven. Door de huidige prijsstijgingen hebben veel van onze medeburgers het moeilijk. In het bijzonder de huishoudens met een laag inkomen, de eenoudergezinnen en mensen die leven van een vervangingsinkomen.

We moeten absoluut voorkomen dat de kloof tussen de verschillende lagen van de bevolking groter wordt. Dat armoede aanhoudt of zelfs uitbreidt. Ons samenlevingsmodel, gestoeld op inclusie en solidariteit, kan deze nieuwe schokken opvangen. Maar dat zal niet vanzelf gaan. De hoge energiekosten maken moeilijke keuzes onvermijdelijk.

Dames en heren,

Overal rondom ons horen we steeds vaker een agressief discours. We zien ook een opleving van autoritaire regimes en reflexen, waarin alleen het eigenbelang vooropstaat, ten nadele van de anderen. Laten we die uitdagingen beantwoorden met een onwankelbaar vertrouwen in de democratie. Door het bevorderen van samenhang en inclusie. Door niet aan te wakkeren wat ons zou kunnen verdelen. Door te durven gaan voor meer nuance en welwillendheid.

In deze context van crisis is het juist de samenhang binnen de Europese Unie die ons in staat heeft gesteld gezamenlijke oplossingen uit te werken op het gebied van gezondheid, defensie, energie en de opvang van vluchtelingen.

Die cohesie is fundamenteel om te voorkomen dat de ongelijkheden tussen de lidstaten groter worden, ten koste van de bevolking.

Laten we, tot slot, in deze wereld in beroering, onze wereldwijde strijd tegen de opwarming van de aarde niet uit het oog verliezen. En laten we in dit verband hopen dat de prijsstijging van de fossiele brandstoffen zal bijdragen tot een versnelling van de energietransitie.

Dames en heren,

Tijdens onze reis in Congo hebben we een belangrijke bladzijde kunnen omslaan in onze gemeenschappelijke geschiedenis met de DRC. De zaken zijn benoemd, er zijn sterke daden gesteld.

Door op een serene manier naar ons gemeenschappelijke verleden te kijken, kunnen we samen aan de toekomst bouwen. Het Congolese volk heeft hoge verwachtingen ten aanzien van ons land. Laten we samenwerken om het te helpen vooruit te gaan naar meer veiligheid, gerechtigheid en democratie.

Met onze ontwikkelingssamenwerking, onze diplomatie en ons leger, die allen uitstekend werk verrichten. Laten we, met de internationale gemeenschap, werken aan het oplossen van dat zo dodelijke conflict in het oosten van Congo.

Dames en heren,

We blijven voor tal van uitdagingen staan.

Maar als we op koers blijven, als we onze samenhang behouden, kunnen we onze toekomst veiligstellen.

De Koningin en ik wensen u een mooie nationale feestdag en een fijne zomer. Lang leve België!

Tentoonstelling

Boudewijn was twintig jaar toen hij in 1951 de vijfde Koning der Belgen werd. Hij regeerde tot aan zijn overlijden in 1993. Bij de koninklijke functie, het Koning zijn, denkt men vaak in de eerste plaats aan officiële plechtigheden met veel protocol. Maar het werk van de Koning, die zich inzet ten dienste van het land en zijn inwoners, omvat zoveel meer activiteiten en ontmoetingen. Boudewijn bezocht het hele land, hij was een bruggenbouwer die mensen met elkaar verzoende, hij moedigde talent aan uit de cultuur, de wetenschap en de sport, hij steunde grote projecten die het land moderniseerden, hij luisterde naar de meest kwetsbaren in de samenleving en in het bijzonder ook naar de kinderen en jongeren. Meer dan veertig jaar lang vertegenwoordigde hij België in de rest van de wereld.

Koning Boudewijn

Wat “Koning zijn” voor Boudewijn allemaal inhield, tonen we in deze tentoonstelling aan de hand van foto’s, archiefstukken en diverse voorwerpen die vaak voor het eerst te zien zijn. Zo is er bijvoorbeeld een tekening van kunstenaar Paul Delvaux, de gele trui van wielrenner Lucien Van Impe, een brief van Moeder Teresa, of een kleine Belgische driekleur die met de eerste Belg naar de ruimte ging. De tentoonstelling toont zo ook een stuk geschiedenis uit de 20ste eeuw.

Georganiseerd door de Koninklijke Vereniging Dynastie en Cultureel Erfgoed, met de steun van de Koning Boudewijnstichting.

Meer info: Koninklijk Paleis in Brussel open voor het publiek

Weekendje Oostduinkerke en hinterland ***

Vrouwelijke garnaalvisser te paard – Oostduinkerke – Strand

Het is alweer een paar weken gelegen maar toch nog een blogberichtje waard nu 11 juli er aankomt. Omdat de wandelclubs van Wandelsport Vlaanderen opnieuw uitnodigen tot wandelen overal in ’t land, koos ik voor het laatste weekend van juni Oostduinkerke uit om er de Paardenvisserstocht te maken georganiseerd door Wandelclub Nieuwpoort. Gedurende dat weekend vinden er de Garnaalfeesten plaats en te dier gelegenheid bruist het centrum van Oosrduinkerke van de activiteiten.

Oostduinkerke -Strand

Het evenement is een jaarlijkse ode aan de zee in het algemeen en de garnaalvissers in het bijzonder. Oostduinkerke, deelgemeente van Koksijde, is namelijk de enige kustgemeente ter wereld waar tot op vandaag te paard garnalen worden gevangen. En in 2013 heeft Unesco de garnaalvisserij te paard opgenomen op de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Folkloremarkt – Fabiolaplein

Gedurende dat weekend werden dan Mieke Garnaal en haar eredames aangesteld, was er op het Fabiolaplein een folkloremarkt, en op een buitenbuhne op de Zeedijk werd het straattheater Mariette Crevette opgevoerd in het zuiverste Westvlaams.

In de late namiddag, jammer genoeg in de druilregen, kregen we een optocht van de garnaalvissers te paard te zien begeleid door de plaatselijke harmonie die populaire deuntjes ten beste gaf en daardoor alle aanwezigen in een uptime-gevoel bracht. Drommen aanwezigen volgden de optocht naar zee waar de wedstrijd garnaalvissen te paard en te voet plaatsvond.

Mariakapel – Oostduinkerke

Zondagochtend ving dan aan met de Vissersmis in de Mariakapel gevolgd door het kampioenschap garnalen pellen en de Zeewijding van op de Zeedijk. Op het Astridplein wisten voor de middag folkloredansgroepen het publiek te enthousiasmeren en voor de Garnaalstoet hadden in de namiddag tal van toeschouwers zich langs de straten gepositioneerd.

Standbeeld Paul Delvaux, burger van Veurne – Stadspark Veurne

Zelf bracht ik ook nog een bezoek aan Veurne, waar ik een nachtje logeerde, en een korte stadswandeling maakte. En hier kom ik bij 11 juli. Terwijl ik op zaterdagavond de slaap probeerde te vatten, werden in het stadspark de pannen van het dak gezongen tijdens de meezingavond van Vlaanderen Zingt. Het moet die avond wijd en zijd geklonken hebben over ‘het vlakke land’ van Veurne en Diksmuide.

Nu goed, Vlaanderen heeft in de Westhoek veel leuke plekjes die doorgaans prima bereikbaar zijn met openbaar vervoer. Als 65+-er geniet je dan ook van interessante tarieven. Alles gebeurt weliswaar wat trager maar des te aandachtiger, bewuster en ecologischer. 😉

Alles wordt beter – All we are saying is give peace a chance …

foto: frie peeters

In deze aflevering gaat host Tjhoi Ng Sauw in gesprek met Merel Selleslach van Pax Christi over de oorlog in Oekraïne en over de vrede.

De podcast is ook te vinden op Spotify en Apple podcast. Gewoon even zoeken op “Alles Wordt Beter”.

De podcast “Alles Wordt Beter” is een unieke samenwerking van tien media en denktanks. Meer info: http://alleswordtbeter.be/

Merel pleit voor de-escalatie en vindt dat de reguliere media hier te weinig aandacht aan besteden. Wat staat er ons te doen vanuit een vredesperspectief? En is er nog plaats voor dat vredesperspectief in tijden van oorlog?

Warm aanbevolen!

Musta Kör wordt Dichter des Vaderlands in 2022

Nog tot en met Gedichtendag 2022 is Carl Norac Dichter des Vaderlands, maar we grijpen 21 maart, Werelddag van de poëzie, aan om zijn opvolger bekend te maken! De Vlaamse Mustafa Kör volgt de Franstalige dichter op in 2022 en zal twee jaar lang de rol vervullen van Dichter des Vaderlands. Mustafa zal per jaar 6 gedichten schrijven over verschillende thema’s die het hele land aanbelangen.

Huidig Dichter des Vaderlands, Carl Norac, verliet (tijdelijk) zijn schrijfresidentie in Het Huis van de Dichter in Watou om, samen met Maud Vanhauwaert, zijn opvolger te verrassen bij hem thuis. Norac schreef speciaal voor Mustafa Kör een gedicht, dat door beide dichters samen geplant werd in de tuin van Kör als symbool voor de plannen van Mustafa die nog een jaar lang kunnen groeien. Samen met LangZullenWeLezen maakte Poëziecentrum een filmpje in de reeks Dichter met Maud om dit nieuws wereldkundig te maken.

Over zijn rol als Dichters des vaderlands zegt Mustafa Kör het volgende:

Ik wil de poëzie weghalen uit de botanische tuinen waarin zij vaak gehuisvest is. Van die kostbare, maar niettemin hermetische omgeving wil ik de gedichten meenemen naar tuinwijken en zaaien, in de hoop dat mijn poëzie zal bloeien en woekeren als hybride, amorfe, nieuw en affirmatieve vormen.

In de periode die nog voorafgaat aan zijn officiële aanstelling als Dichter des Vaderlands zal Mustafa Kör al nauw samenwerken met Carl Norac voor verschillende projecten. Zo worden de banden over de taalgrenzen heen verder versterkt. Wanneer Kör de fakkel overneemt van Norac blijft die laatste ook de ambassadeur van Mustafa.

Mustafa Kör (1976), een mijnwerkerszoon, is schrijver en dichter. Hij werd geboren in Anatolië en groeide op in Opgrimbie. In 1998 liep hij een rugbreuk op als gevolg van een auto-ongeval, waardoor hij nu door het leven gaat in een rolstoel. Zijn handicap gooide zijn hele leven overhoop en zorgde ervoor dat hij ging schrijven: “Uit woede, uit liefde. Ik wou alles uitten”, zei Kör in een lezing in Genk in 2010.

Mustafa Kör heeft al een succesvolle schrijverscarrière achter de rug. Hij is onder meer bekend van zijn roman De lammeren, voor het eerst gepubliceerd in 2007 en in 2017 in herwerkte editie uitgegeven door Uitgeverij VrijdagIn 2008 was hij een jaar lang stadsdichter van Genk. Met zijn verhaal ‘Uitverkorene’ sleepte hij de eerste prijs voor proza in de Nederlandse El Hizjra-verhalenwedstrijd in de wacht. Daarnaast ontving hij ook de tweejaarlijkse cultuurprijs van Maasmechelen en de Groene Waterman publieksprijs. Zijn Poëziedebuut Ben jij liefde, dat verscheen in mei 2016 bij Vrijdag, kreeg lovende recensies en werd genomineerd voor de Poëziedebuutprijs Aan Zee 2017. Sinds 2018 maakt hij deel uit van het Europese dichtersplatform Versopolis en hij is peter van Het Lezerscollectief. Na het project Dichter in Residentie op een technische school in Tessenderlo, een initiatief van CANON Cultuurcel en Poëziecentrum, publiceerde hij samen met 16 leerlingen van de school, in 2019 de dichtbundel Poëziejongens (PoëzieCentrum)

bron: Nieuws – Dichter des Vaderlands

%d bloggers liken dit: