Koning Filip 5 jaar op de troon

Nationale feestdag 2018

Toespraak van Z.M.Koning Filip

Dames en heren,

Met hun geweldige prestatie tijdens de Wereldbeker Voetbal hebben de Rode Duivels het hele land begeesterd. Met hen, en allemaal samen, hebben wij onvergetelijke ogenblikken beleefd. Dit is één van die momenten in het leven van een land, waarbij het onderliggende gevoel van trots en het gevoel erbij te horen naar boven komen. Maar ook: ons nationale elftal heeft prachtig gestalte gegeven aan onze wapenspreuk: Eendracht maakt macht. Samen staan we sterk, in onze verscheidenheid, wanneer we onze talenten bundelen en een gemeenschappelijk ideaal nastreven.

Natuurlijk is er het resultaat op zich. Maar wat het uitzonderlijke parcours van ons elftal ook zo mooi maakt, is de manier waarop. Met hun faire spel, met respect voor de tegenstander – en de wijze waarop iedere speler zijn talent ten dienste heeft gesteld van eenzelfde doel: de eer van ons land.

Ook in ons persoonlijke en in het maatschappelijke leven beoordelen we onze sterkte aan de hand van resultaten, maar evenzeer de manier waarop we die resultaten bereiken, gedreven door eenzelfde streven. Omdat we er samen voor gaan en daarbij onze individuele talenten en tekortkomingen met elkaar verzoenen. Om sterk te zijn, om te slagen – en uiteindelijk: om mezelf te kunnen zijn, moet ik kunnen rekenen op de sterkten van de anderen. En daardoor word ik me ook beter bewust van de mijne. Doordat ik mij met en voor mijn medemensen inzet.

In het zoeken naar wat ons verenigt putten we rijkdom uit onze verschillen. Onze zwakten kunnen we dan omzetten in kracht. Het streven naar eenheid ontkent de verschillen niet – maar integendeel, omarmt ze. Zó resultaat boeken, maakt het alleen nog mooier.

Dames en heren,

Wat we vandaag meemaken, is een fundamentele kentering in onze manier van denken. De 21ste eeuw wordt de eeuw van de burger. De eeuw van alle burgers die willen bijdragen tot het gemeenschappelijk goed, door zich in te zetten voor zingevende projecten. Door het zoeken naar zingeving krijgt het algemene belang werkelijk een menselijke dimensie. België is een diverse en levendige gemeenschap. Van ontelbare initiatieven in ons land is het doel niet alleen efficiëntie of het maken van winst, maar ook het scheppen van menselijke toegevoegde waarde. Het sociale ondernemerschap is daar een mooi voorbeeld van. De openbare en privésector, de profit en non profit, groeien steeds sterker naar elkaar toe.

Dit elan is een verrijking voor onze democratie. Het voedt ons engagement op alle niveaus, in onze onmiddellijke omgeving, maar ook bij ons optreden in de wereld. Wij zetten ons in voor betekenisvolle projecten in onze gemeenten, waar in oktober opnieuw verkiezingen plaatsvinden. En ons land draagt met een constructieve kracht bij tot de internationale orde, zoals in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties waar we vanaf januari volgend jaar zullen zetelen. Daar kunnen we de idealen die ons na aan het hart liggen – ontwikkeling en vrede – volop uitdragen.

Laten we die kracht, die ons zo eigen is, zoveel mogelijk zijn werk doen, waar en wanneer het maar kan. Dat is ook de weg die Koning Boudewijn, die 25 jaar geleden is overleden, ons heeft gewezen. Koning Boudewijn was een man van hoop. Hij haalde zijn kracht uit een diep geloof in de mens. Altijd bereid om te luisteren, altijd klaar om ieders sterke kanten tot hun recht te laten komen. Dat is voor ons een krachtige bron van inspiratie.

De Koningin en ik wensen u een mooie nationale feestdag toe. Leve België.

foto: Beau Monde

Koningin Mathilde droeg Natan ‘En rouge’ en een hoed van Fabienne Delvigne, kroonprinses Elisabeth een jurk van Maje.

Er werden ook ter gelegenheid van dit 5-jarig koningschap nieuwe officiële foto’s vrijgegeven:

Kunstenfestival Watou: niets te merken van besparingen – Koen Van Boxem in De Tijd

Het kunstenfestival Watou doet het met 125.000 euro minder dan vroeger. Maar daar is op een sterke editie niets van te merken.

‘Nooit komt een eind aan ons verlangen.’ De zin prijkt als een grote lettersculptuur van Maud Bekaert in het Festivalhuis, een van de elf locaties van het kunstenfestival Watou. Het is de slotregel van het poëziedrieluik ‘Whale Spotting’ van Peter Verhelst. De zin klinkt als een ontnuchterende vaststelling. Hoe groot het verzet ook, het verlangen gaat pas weg bij de laatste hartslag. Gelukkig is er troost, als het verlangen niet wordt ingevuld.

Tussen dat spanningsveld beweegt de 38ste editie van het kunstenfestivalzich. Het thema sluit nauw aan bij de staat van zijn van het festival zelf. Twee jaar geleden verloor de organiserende vzw Kunst van Jan Moeyaert haar structurele subsidie van de Vlaamse overheid. Sindsdien is het roeien met de riemen die er zijn. De stad Poperinge levert met 125.000 euro een substantiële bijdrage. Via het achterpoortje van de projectsubsidie schuift Vlaanderen het festival toch nog 135.000 toe. Sponsor- en ticketinkomsten zijn goed voor 380.000 euro. Dat levert een budget van 640.000 euro op, of 125.000 euro minder dan vroeger.

Niets te merken van besparingen

Merk je daar iets van op het parcours, dat voor één keer een afspanning in Poperinge heeft? Nee. De nieuwe editie is behoorlijk sterk. Dat hoeft niet te verbazen. Troost en verlangen vormen voor veel kunstenaars een nooit opdrogende bron van inspiratie. Als bezoeker heb je doorgaans in het leven ook wat meegemaakt aan troost en verlangen. Het inlevingsvermogen is daardoor groot.

Opvallend is het grote aantal sterke, melancholische sculpturen. Een van de beste voorbeelden staat in het Festivalhuis. Het titelloze beeld van Katrin Dekoninck stelt twee vermoeide meisjes voor die hun hoofd te rusten leggen. Je wil een arm om hen heen slaan, maar tegelijk durf je niet. Ze lijken zo kwetsbaar. Bovendien weet je niet goed hoe de relatie tussen de twee is. Het ene meisje zoekt oogcontact, maar het andere houdt de ogen gesloten. Hebben ze ruzie?

Dekoninck creëerde het beeld van het meisje in 2016. Voor de nieuwe installatie in Watou werkte ze het thema verder uit. Het creatieproces wordt op een videoscherm getoond. Het is een heikele klus om van klei een afgewerkte installatie te maken. Dekoninck vernietigde de hoofden van de meisjes vier keer voor ze de juiste gelaatsexpressie had gevonden. Bij de installatie hoort een passend gedicht van Bernard Dewulf met dit slotvers: ‘Rust wel, mijn hoofd, rust niet te snel. Het is nog lang niet straks. En wees niet bang, wij zijn het maar.’

Geamputeerde lichamen

De zolderverdieping van het Festivalhuis is dit jaar bijzonder mooi ingericht met een rist kunstwerken die op elkaar lijken in te spelen. Er hangt een prachtige foto van een meisje van Danielle Van Zadelhoff. Met een beetje verbeelding kan je je voorstellen dat datzelfde meisje heeft geposeerd voor beeldhouwer Anton Cotteleer. Hij toont vereenzaamde, geamputeerde lichamen van vrouwen, in het gezelschap van een hond. Zijn decorum voor de beelden zijn meubelen uit lang vervlogen tijden. Een oude tafel als sokkel. Het geeft aan het geheel iets erg unheimlichs. Net als bij Dekoninck vraag je je af wat met die mensen is gebeurd.

Soms is kunst ook gewoon grappig. Op de trappen van het Festivalhuis bots je op een marmeren plakkaat van Peter Mertens. ‘In memory of the works of art that did not make it into the show.’

In de Brouwerij leest Hugo Claus zijn gedicht ‘Sonnet XiV’ voor. De stem van de meester spat uit luidsprekers aan de buitenmuur. Aan de overkant kijkt een ingedoken mannetje toe. Het is een nieuw muurschilderij in acryl van Jan Vanriet, een goede vriend van Claus. ‘Raaf’ heet het. Het sonnet heeft voor de kunstenaar een bijzondere betekenis, legt hij in cataloog uit. Het herinnert hem aan de uitstrooiing van de asse in 2002 in Watou van de overleden dichter Eddy van Vliet. Vanriet en Claus waren beiden aanwezig.

Van een heel andere orde is de installatie ‘Bedroom’ van de Israëlische kunstenares Nelly Agassi. Het is niet meer dan een kamervullend bed. Troost en verlangen vallen er samen. De omvang van het bed belooft veel. Tegelijk is het een ideaal schuiloord. Aan de muur hangt een titelloos gedicht van de Nederlander K. Martin. De slotzin is verrukkelijk: ‘Waar en wanneer zei wie tegen mij – en in welk bed – maak je geen zorgen ga rustig slapen dan zie je vanzelf wel in welke eeuw je wakker wordt.’

Alles gaat goed

In een kleine stal van de Douviehoeve hangt ‘Sperma Infinitum’, een hedendaags werk van de toonaangevende Spaanse kunstenaar Bernardi Roig. Een man hangt vast aan neonlampen. Hij lijkt zich te hebben opgehangen. Of werd hij zoals een mot aangetrokken door het licht? Licht speelt een belangrijke rol in het oeuvre van Roig. Te veel licht verblindt de mens, vindt hij. Het is een verwijzing naar de overkill in de multimediale samenleving.

In de grote schuur zorgt Jan Moeyaert voor een stunt. Hij kon de Amerikaanse textielkunstenares Sheila Hicks overtuigen om een van haar installaties uit de jongste Biënnale van Venetië opnieuw te installeren. ‘Escalade Beyond Chromatic Lands’ is een veelkleurige installatie van 300 bollen uit acrylvezels. Het verhaal moet je er zelf bij fantaseren. Maar je voelt je er wel toe aangetrokken. Het textiel nodigt uit om aangeraakt te worden.

In dezelfde ruimte staat nog een gigantisch werk uit de Biënnale: ‘Living Dog Among Dead Lions’ van de Georgische kunstenaar Vajiko Chachkhiani. Het is haast nog intrigerender dan de bollen van Hicks. Chachkhiani ontwierp een houten huis, een krot zeg maar. Door de bedampte ramen kan je een beetje naar binnen kijken. Een troosteloos interieur, koppen en mokken waaruit je nog geen hond zou laten eten. Uit het plafond valt water naar beneden, als uit een gigantische douchekop. De ‘regen’ maakt het interieur kapot, terwijl de buitenkant intact blijft. De installatie schetst een beeld van de mens. Hoe hij vanbinnen wordt verteerd door al het onheil dat hem overkomt, maar aan de buitenkant blijft lachen. Niets aan de hand. Alles gaat goed.

Kunstenfestival Watou opende op 30 juni en loopt tot 2 september. Maandag en dinsdag gesloten.

www.kunstenfestivalwatou.be

Els Moors bij Luciano Fabro’s ‘Badenden’ in het Middelheim – A’werpen

In opdracht van Dichter bij Beeld Middelheim bij het werk ‘Badenden‘ van Luciano Fabro.

we gingen er tot aan onze witte lakens in
niet verder we vloeiden voor de wereld
zoals een steen in rimpelend water
zweeft

en telkens als het avond werd
begonnen we bloedend
te bederven
wat ons ‘s ochtends leven deed
het licht dat ons ooit tot dit spel bewoog
zelf misselijk geworden sloot de ogen nu
tot in het schuim der leegte ook
‘t fijnste licht verdween

ik zie me daar nog zitten neergezonken
in de breedte van dat water
zo somber loopt de zomer
van ons weg

ach ik zal de tijd niet stoppen
die hier elke keer opnieuw
nieuwsgierig in dit zwarte water
blikt

en ook uw gezicht dat spiegelt
wat het mijne wil
wil ik niet weren
uit mijn klein maar vastomlijnd bestaan

tot aan mijn middel blijf ik
in uw zwaarte wezen en
ik meer mij ook vandaag weer
in uw diepe vijvers staan

en zingt de eeuwigheid
dit machtig herfstlicht
een mistig lied
dat alles stoppen doet

dan ril ik
of ik laat mij door u beven
tot ik samen met u
sterven moet

Els Moors

 

Het gedicht werd ook naar  het het Frans en het Arabische vertaald.

Het eerste gedicht van Els Moors als Dichter des Vaderlands

“poëzie is het verlangen om gehoor te geven aan de lokroep van de werkelijkheid” – Els Moors

Naar aanleiding van “De Ronde van België”

1.

onze steden liggen in de regen als de as valt
zij wonen in de storm als een schallende lach

op deze hoek van de straat zetten we het huis neer
is het een open-splitsen van de muren

onze buurman onze vriend
vergiftigde de hond met het kwikzilver van eikels

bezit evenwaardig aan de waardigheid van de bezitter

de bomen in ons landschap blijven doof voor alle onredelijke eisen
groen in de lente als de sproei van jonge dieren
staan zij in een koolzaadveld geel als een overtreding

onze geschiedenis is een georchestreerde registratie van de uit
onhebbelijkheden geboren chaos

van belangrijke en minder belangrijke personen
de uitbuiting van het vrije licht

in de ogen van onvrije mensen
de ritmische noodzaak van onze liederen

uit de vezels van het papier geperst

2.

in huizen zoals de onze worden de stammentwisten
achterwaarts uitgevochten

om een terril te beklimmen volstaat het om
1. de ogen te sluiten en 2. zich het ontstaan van een heuvel te herinneren

wij wensen onze stad dieren op graffiti-muren die geluk brengen aan onze
bewoners die in tenten slapen
de zoon van een politieagent die waakt over het aantal minuten dat je stil
kunt staan zonder dat er sprake is van een samenscholing

onze stad is een savanne

en zo wandelt de ene generatie telkens opnieuw weg van de andere
huizen en fabrieken kunnen niet worden afgebroken
geld stroomt net als water aan de achterdeur naar buiten

het is een komen en gaan van nieuwkomers die zich voor elkaar verbergen
er is altijd iemand thuis op een plek waar hij of zij niet kan worden
gevonden

3.

in onze huizen duurt de schemering

als we de sluier oplichten verdwijnen we in de melancholie van het licht
uit onze landen ver weg

we vallen tussen de plooien van de tijd

terwijl onze kinderen in plukken van deur tot deur
worden opgehaald door een onzichtbare rattenvanger

na schooltijd in het nabij gelegen bos
door een exhibitionist worden begluurd

op een hoopje op straat naar de enige televisie staan te kijken
door het raam van de buurvrouw

verzilveren onze model immigranten de ramen
door er kloskant voor te hangen

in onze steden van kruisingen en kruispunten
doorklieft onze zon alle tijd – en ruimteassen

de overgang van de ene plaats naar de andere
is niet ingewikkelder

dan het leggen van een brug over de sporen

op voorwaarde dat we met de twee kanten
van onze vreemde gezichten het licht weten op te vangen

4.

wij wonen in huizen die zich uitstrekken als badkuipen alles heeft
betekenis en is onderdeel van een verhaal

terwijl vader en moeder de laatsten zijn die door het huis dwarrelen

staat onze zoon als een trotse Kazach van bordkarton tegen de muur
de bloemen bloeien ‘s nachts als meisjes door de ramen

alles is op ooghoogte of er net onder

we hebben een engel die zich over ons heen buigt
een vrouw die zegt ik zal je tonen hoe onze vrouwen sterven

zullen we de brug verplaatsen?
zo vertaald lijkt onze schelde op een slak

terwijl onze dichters moeilijke grimassen trekken
kweken onze vrachtwagenchauffeurs aardappelen op de tarmac

we sturen foto’s van de vlinders
op de motorkap naar het thuisfront

5.

als we zijn opgehouden met ijsberen wonen we in schepen
als in Siberië op grote verwarmingsketels

andere manieren waarop we ons weten warm te houden
twee verwarmingselementen aan de voor en achterkant van moeders rok

vader en moeder lopen naar elkaar toe, gaan voor de kachel staan, tillen
hun kleren op en tonen elkaar hun blote onderlijven

onze kapitein blijft boven en kijkt teleurgesteld naar de schapen
hij is niet in staat om in die volgorde -te houden van -te doden -op te eten

onze matrozen zingen tot aan het ochtendgloren
op kleine bromfietsen rijden ze verkeerdelijk een heuvel op

waarna het voorwiel van hun voertuig
eenzaam in de lucht blijft draaien

op de grond gevallen kijken ze naar de sterren
denkend aan de volgende fles bier in de koelkast

onze schilders vertrekken van een idee en geven zich daarna
gewillig over aan de eisen van de zwaartekracht

slib van modder te onderscheiden
schepen op te tillen met behulp van liften

6.

je wil weten waar we wonen
we wonen in op aan en over de Meuse

je wil weten waar we zwemmen
we zwemmen op de heuvels met onze vrienden

er was een tijd dat we er ons nog niet voor schaamden
dat we arm waren

er stonden drie soorten confituur op tafel
pruim aalbes en rabarber alle zelfgemaakt

vader was een stem
die uit al onze boeken sprak

7.

aan onze voeten ligt het water
en aan de voeten van het water ligt de spoorweg
en aan de voeten van de spoorweg ligt de kerncentrale
en aan de voeten van de kerncentrale ligt het papier in grote stapels te
wachten

tot het zal worden opgehaald

plots lijkt het ons noodzakelijk om het moment te bepalen
waarop een paardebloem zich transformeert

tot een bol pluisjes
is er sprake van een tussenfase

we hebben allemaal de gave
om ons te verzamelen

onze kinderen houden zich rechtop

maar dat is geen reden tot vrolijkheid
zij moeten zich schuilhouden in de volgende bocht

en laten te pas en te onpas hun tanden zien
‘s ochtends en ‘s avonds spelen we enkele akkoorden op een
gammele gitaar

we maken duidelijk dat we er zijn
én dat we bezig zijn om te verdwijnen

8.

we zijn overal geweest
en we hebben besloten dat we nergens anders kunnen blijven

hier steken we onze wortels in de grond

ja we willen blijven

zoals de papavers rood en bloederig en lichtzinnig en vol van uitvluchten
zoals de visser die het aas jarenlang in de mond bewaart
onze jeugd laaft zich in het vierkant aan het vierkant en aan het bier
in een kom melk

onaangeroerd is het woord waarnaar we blijven verlangen

we bemiddelen tussen het dal
en hoe er aan te ontsnappen
onwetend over de grenzen

van ons dromerige rijk

Els Moors

Ook naar het Frans, het Duits en het Arabisch vertaald.
Lees meer over Els Moors hier.

Google doodle en …

20 Belgische trekpleisters in de Google doodle voor de Nationale Feestdag 2017

… kent u ook de 99 redenen waarom België EIGENZINNIG FENOMENAAL is? 🙂 Een beetje chauvinisme op een dag als vandaag kan geen kwaad, toch?

Op deze nationale feestdag is het boeiend om [ook] eens op een andere manier over onze geschiedenis te denken dan we hoorden op de schoolbanken. VRT-journalist Jos De Greef kijkt eigenzinnig naar dat verleden en ziet een België dat al altijd meertalig was en ouder is dan het officiële geboortejaar.

 

 

Koning Filip: “Over de verschillen heen kijken, meer is niet nodig”

Koning Filip breekt mee de vastenperiode tijdens ramadan – foto: VRT

In zijn jaarlijkse toespraak aan de vooravond van onze nationale feestdag spreekt Koning Filip klare én optimistische taal. Hij roept op om te focussen op wat we delen met elkaar, niet op wat ons verdeelt. De tijd is er rijp voor, dankzij een nieuwe dynamiek in Europa, aldus onze vorst.

Over de economie en de arbeidsmarkt waait vandaag een wind van optimisme”, steekt onze vorst van wal. “Een nieuwe Europese dynamiek lijkt vorm te krijgen. Hoe kunnen we dit moment aangrijpen?” Een directe vraag, en de koning geeft meteen het antwoord. Door te “leren van elkaar en met elkaar”, om zo breuken in onze samenleving te overbruggen, zo klinkt het.

De vibe van Macron

Vorig jaar lag de focus van de koning nog op het verdriet van België na de aanslagen en de onrust binnen de Europese Unie. Nu voelt hij kansen die we moeten grijpen. Weg is het pessimisme van de brexit: met Macron in het Franse Elysée ligt de focus binnen Europa weer op samenzijn.

Door ervaringen te delen, kunnen we leren, vindt de koning. Van de Zwitsers bijvoorbeeld, en hun opleidingssysteem van duaal leren, op school en op de werkplek, waar koning Filip zo’n fan van is. Eind juni ging hij er nog op werkbezoek, met een schare ministers.

“Onlangs heb ik in Zwitserland kunnen vaststellen hoe succesvol dit model van duaal leren kan zijn. Laten we de kruisbestuiving tussen ons onderwijs en het bedrijfsleven dan ook blijven aanmoedigen. Het zorgt voor meer dynamisme in de arbeidsmarkt. En we bevorderen er de gelijkheid van kansen mee.”

“Ik heb veel geleerd”

Zelf leert en deelt onze vorst ook. Bij de Marathonradio van onze jongerenzender MNM bijvoorbeeld was hij tegen de blokkende studenten heel open over zijn eigen studentenperiode, toen hij zei dat het voor hem niet gemakkelijk was, en dat hij hard heeft moeten studeren.

En met een Belgisch moslimgezin brak hij mee de vastenperiode tijdens de ramadan. “Ik was onder de indruk van de manier waarop alle leden van het gezin zich inzetten voor de gemeenschap”, zegt hij in zijn speech. En de avond wordt nog beter.

“Toen ik ’s avonds laat het huis verliet, stonden hun buren me op te wachten. Zij boden me een fles wijn aan. En ze vertelden me hoe blij ze waren in die buurt te wonen. Het maakte me trots, dat twee zo verschillende, eenvoudige en oprechte uitingen van gastvrijheid, bij ons zij aan zij kunnen bestaan.”

“Praat met wie je niet kent”

Koning Filip beseft dat het er niet in alle straten zo aan toe gaat. Maar meer dan we denken, zegt hij, “bestaat er een gemeenschap aan waarden, over de verschillen heen.” En dus roept hij op, en geeft hij raad, en zegt hij zelfs ronduit wat we moeten doen.

“Praat eens met iemand in uw omgeving die u niet kent. U zal ontdekken dat u met uw buren dezelfde vragen deelt, dezelfde twijfels, dezelfde hoop, dezelfde dromen. Welzijn en geluk hebben pas waarde als ze echt worden gedeeld.”

Onze koning zet zijn besluit kracht bij met zijn arm. En hij belooft dat we de positieve dynamiek gaan kunnen verzilveren. “Op voorwaarde dat we willen leren van wie ons voorafgaat, van wie ons volgt, van onze buren, en van wie we soms denken dat ze zo verschillend zijn. Over de verschillen heen kijken, meer is daar niet voor nodig.”

En na deze opdracht rondt de koning zijn 21 juli-speech af, met een wens van hemzelf en koningin Mathilde: “Een gezellige nationale feestdag.”

Bron: deredactie.be

Alors venez, chers amis, et suivez moi sur une très jolie voie champêtre!

Landschap nabij Jodoigne
Bosjes en struwelen in het glooiende landschap langs de Grote Gete

Toscane, zeg je? Euh, neen, niet echt maar toch heeft deze streek een vleugje van dat Italiaanse: het glooiende landschap, het romaanse karakter, de artisanale bedrijvigheid, de weidse akkers, het zonnige. Ja, ik heb het over de andere helft van onze provincie met name Waals Brabant en meer bepaald La Hesbaye Brabançonne of Waals Haspengouw.

 

Weidse korenvelden

En daar ik graag mijn stalen ros beklim om te gaan fietsen, koos ik zondag voor een fietstocht over het oude treinspoor Tienen – Namen startend van het Vlaamse (bier)dorp Hoegaarden naar Ėghezée,  in het noorden van de Waalse provincie Namen. Deze fiets-RAVel gaat van Hoegaarden over Namen naar Marienbourg en is 100 km lang. Ik opteerde echter voor een tocht van 25 km heen-en-weer omdat ik op het traject de stad Jodoigne even wou aandoen en niet bepaald wou doorsjeezen maar af en toe halt houden om van de omgeving te genieten.

De tumulus van Hottomont

Voor wie zich afvraagt waar RAVeL dan wel voor mag staan: het is de afkorting van Réseau Autonome de Voies Lentes, een Waals programma om autonome paden voor langzaam verkeer ter beschikking te stellen. Het gaat om een welbepaald soort trage wegen, bestemd voor fietsers, wandelaars, skaters, ruiters enz. Het netwerk bestaat vooral uit jaagpaden, voormalige spoorlijnen en verbindingswegen. Het Waals Gewest is wegbeheerder van het RAVeL-netwerk.

Groot kaasjeskruid – Malva sylvestris

Alors venez, chers amis, et suivez moi sur une très jolie voie champêtre!

%d bloggers liken dit: