Identiteit, diversiteit en mededogen | Kunstenfestival Watou 2016

 

Requiem voor Watou kopte  De Tijd, Geen mededogen voor Watou lezen we in nrc.nl, Alleen maar verliezers in dit verhaal meent Het Laatste Nieuws,  Afscheid in schoonheid  weet Knack. Echter, deze week dook in de pers plots een ander bericht op namelijk Kunstenfestival Watou naar Raad van State na verlies erkenning. Hoop voor Watou dus want bij de beoordeling van het dossier liep een en ander fout. Donderdag 14 juli, trok ik naar Watou, het kleine kunstdorpje aan de Schreve. Daar was het op een doordeweekse dag om 11 u. al behoorlijk druk. Het weer zat mee, zonnig met een lichte bries, fijn wandelweer om de kunstroute langs 11 locaties te lopen, poëzie te proeven, de kunstwerken op me te laten inwerken en ook wat foto’s te maken. De laatste editie van Watou: de mooiste ooit  las ik in De Morgen en ik was uiteraard benieuwd of ze het bij het rechte eind hadden. Maar om het met Fred Eerdekens , Belgisch beeldend kunstenaar, te zeggen: I hate words, 2005. Omwille van de frustratie die ontstaat  als je niet de geschikte woorden vindt om de realiteit van het verhaal achter de mens weer te geven. Als we met taal de wereld konden doorgronden dan zouden beide elkaar perfect spiegelen. Niet zo. Ik laat het woord dus aan mijn imperfecte foto’s op de onderstaande wandellink (een klik op de foto’s vergroot de weergave) en bij dit inleidende stukje. Ze proberen een beeld op te hangen van mijn verwondering.

Toen ik die avond het nieuws over Nice  vernam in het late journaal, dacht ik aan Cleon Petersons  Masters of Death, 2016.  Hij pint zijn strijdende figuren vast middenin een brutale daad. Door de overkill aan geweld in de media treedt gewenning op, er ontstaat een afstand tussen ons en de gebeurtenissen die resulteert in een gebrek aan mededogen dat groeit omdat veel mensen zich in onze maatschappij outsider voelen. Volgens hem kan kunst in dit verband een belangrijke verbindende rol spelen. De Poezienema-documentaire op het festival toont precies hoe een multiculturele tienergroep poetry slammers We are poets uit Leeds zich via hun teksten een plek in de wereld veroveren en blijk geven van een bijzondere maatschappelijke betrokkenheid.

Bron: Recreatieve wandelroute: Kunstroute – Kunstenfestival Watou 2016

Over grenzen gesproken …

Coloma – De Rozentuin – Sint-Pieters-Leeuw (B)

In de nabeschouwing over de Vlaamse feestdag gisteren schrijft Marc Hooghe een opiniestuk in De Morgen van vandaag. De splijtende woorden van Minister-President Bourgois wierpen een schaduw over het feest, zoveel is zeker. Villa Politica, deze keer vanuit de gotische zaal in het Brusselse stadhuis, bracht dat duidelijk onder woorden en in beeld. Lichtpunten van deze feestelijke zitting waren de toespraak van Ans Persoons, Schepen van Nederlandstalige aangelegenheden, Wijkcontracten en Participatie; het spontane, recht uit het hart en bij de kern optreden van Stef Bos en de vriendelijk-zakelijke maar toch klauwende leeuwenrede van ‘pater familias’ van het Vlaamse Parlement, Jan Peumans. De erudiete Bart Stouten wist elk optreden vlot en aangenaam aan elkaar te praten.

Marc Hooghe distantieert zich in zijn opiniestuk van wat hij noemt ‘het kaakslagnationalisme’ en breekt een lans voor het ‘modern inclusief nationalisme’, ‘het soort Vlaamse identiteit dat Jozef Deleu altijd heeft uitgedragen’.

Ik plukte in dat verband van Jef Deleus website een paar citaten uit prof. dr. Dirk De Geests ‘Uitleiding’  in de verzamelbundel ‘HET GAAT VOORBIJ, poëzie, lyrisch proza, redevoeringen van Jozef Deleu’, Uitgeverij Van Halewyck, Leuven & Meulenhoff, Amsterdam, 440 p., 2007.

“In de loop der jaren is ‘Ons Erfdeel’ uitgegroeid tot een waar begrip tot buiten het Nederlandse taalgebied, met tal van publicaties in het Nederlands, maar ook in het Frans en het Engels: het tijdschrift Septentrion, en de jaarboeken De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français en The Low Countries. Daarbij komen nog de brochures over de cultuur, taal en geschiedenis van de Lage Landen, die in een groot aantal talen hun weg hebben gevonden. Door al die succesrijke initiatieven is Deleu – als individu, maar vooral als leider van een hecht team – erin geslaagd om, meer dan politici en andere gezagsdragers, de binnenkant van ‘onze’ cultuur (‘onze’ identiteit) complexloos open te plooien naar het buitenland. De wat aftands en plechtstatig klinkende titel Ons Erfdeel staat dus niet voor een eng nationaal reservaat van de eigen (superieur geachte) cultuur, maar is integendeel opgevat als een eigentijds eerbetoon aan een boeiend verleden en een rijke traditie. Begrippen als ‘taal’, ‘geschiedenis’, ‘identiteit’ en ‘cultuur’ zijn geen afgesloten gegevens – laat staan biologisch ingeprente patronen of wezenskenmerken –, maar open, complexe en bij uitstek dynamische factoren. Eigenheid en kosmopolitisme vormen bijgevolg elkaars complement: het een kan niet zonder het ander.”

“Als er één element is dat zijn hele werk – en ik zou zelfs zeggen, zijn hele leven – doorkruist en stuwt, dan is het immers het thema van de grens.

Die grens heeft allereerst een autobiografische, haast lijfelijke betekenis. Deleu woont en werkt letterlijk op de grens tussen Vlaanderen en Frans-Vlaanderen, twee naburige maar niettemin verschillende territoria, op de grens van twee naties en twee staten, twee taalgemeenschappen. Ook in zijn persoonlijke familiegeschiedenis speelt die spanning tussen enerzijds de Franse, Romaanse en anderzijds de Vlaamse, Germaanse wereld een aanzienlijke rol. Zijn vader was een Fransman die Belg werd, zijn moeder een West-Vlaamse. Zelf heeft Deleu zich doorlopend ingezet om die grens niet mythisch te bevestigen of te neutraliseren als wel te thematiseren. Alle definities om een volk af te bakenen en te definiëren – of het nu om het criterium van de taal gaat, of om ras, historisch verleden of grond – schieten fundamenteel tekort. Van meet af aan schurkt Deleu zich daarom tegen die grens aan, schrijft hij de grens voorbij, maar net daardoor is hij zich des te sterker van haar prangende aanwezigheid bewust.” Bron: Welkom bij Jozef Deleu

‘En plein air’ in La Boverie (Liège)****

Op de laatste dag van de natste junimaand ooit, beslisten we (d.i. vier oud-collega’s) een uitstapje te maken naar Luik. Doel: de tentoonstelling “En plein air” in La Boverie. Een koffiestop in Le Grand Café van het Luikse Guilleminsstation en meteen te voet over de esplanade naar de Maaskaai en over de voetgangers- en fietsersbrug naar het Parc de La Boverie en het gebouw dat er voor de Wereldtentoonstelling van 1905 werd gebouwd, ‘LA BOVERIE’: de culturele motor van het park. Na een korte wandeling rond het historische gebouw en door de rozentuin langs de archtitectonisch bijzonder geslaagde uitbouw trokken we naar Madame Boverie, de museumcafetaria, voor een lichte lunch.

Het thema van de “En plein air”- openingstentoonstelling, in samenwerking met het Louvre, werd gekozen om de sterke band tussen het museum en het omliggende park te illustreren.

De tentoonstelling schetst, aan de hand van een chronologisch parcours van meer dan 100 werken, het ontstaan en de geleidelijke ontwikkeling van de schilderkunst « in open lucht », vanaf de 18e eeuw tot vandaag, een praktijk die precies samenviel met de opkomst en de enscenering van nieuwe geneugten tekenend voor de moderne wereld : amusement, wandelingen, sportieve activiteiten.

Ook wel omschreven als schilderen “sur le motif” (ter plaatse, in de natuur) weerspiegelt deze praktijk de wil van de kunstenaar om zijn spontaneïteit, zijn vrijheid en de band die hij voelt tussen zichzelf en de natuur, uit te drukken.

Werken van grote namen uit de wereld van de schilderkunst, zoals Monet, Cézanne, Matisse, Picasso of Léger, zullen getuigen van deze stroming die een diepe invloed had op de manier waarop de schilderkunst geconcipieerd werd.

De tentoonstelling « En Plein Air » is opgebouwd rond verzamelingen afkomstig uit meer dan 40 europese en amerikaanse instellingen : Musée du Louvre, Museo del Prado, Dallas Museum, Musée de l’Orangerie, … en de collecties van het Museum voor Schone Kunsten van Luik.

H. J. E. Evenepoel – La promenade du dimanche au Bois de Boulogne – (1899)

In 7 kamers loopt de bezoeker langs schilderijen die  o.a de liefdesles in het park verbeelden, de vedutes of zichten voor de gegoede burgers die een “zicht” mee naar huis wilden nemen, de wandelingen langs het water, de spelen en sportieve activiteiten zoals regatta’s, de rooms with a view, terwijl de raampartijen van het museum zelf prachtige uitzichten bieden op het omringende park, en de stranden vol mensen uit de stad.

We brachten nadien ook even een bezoek aan de vaste collectie .

De NMBS voorziet  B-dagtriptickets die verdeeld worden via de ticketautomaten bij elk Belgisch station.

La Boverie, vaut la flânerie!