Jij zegt het – Connie Palmen*****

connie-palmen-wint-libris-literatuur-prijs-met-“jij-zegt-het”-–-lees-de-ons-erfdeel-recensieConnie Palmen die steeds uit de boot valt wanneer het gaat om de Grote Drie van de Nederlandse literatuur, won dit jaar de Libris Literatuurprijs met haar meeslepende roman Jij zegt het. Wat betreft het evenwicht tussen vrouwelijke en mannelijke deelnemers aan deze prijs is de stand 1-3 heeft Maria Vlaar even snel nagerekend. Maar er breken andere tijden aan; ook de Fintro Literatuurprijs (vroeger Gouden Boekenuil) ging vorig jaar (Prijs Lezersjury Niña Weijers) en dit jaar (Hagar Peeters) naar een vrouw. Wie Palmens website bezoekt, verneemt wat ze tot op heden in de wacht sleepte. En toch, al weet ze even goed als Mulish haar imago te verzorgen en wordt ze door het grote publiek graag gelezen, ze viel er telkens weer naast. Maar dit jaar werd het dus terecht de Librisprijs voor haar.

Haar laatste roman Jij zegt het waarin ze Ted Hughes zijn versie van de tragische huwelijksrelatie met de Amerikaanse Sylvia Plath laat vertellen, is een boek dat je niet kunt wegleggen ook al ken je de pijnlijke geschiedenis van dit beroemde literaire koppel en weet je dat Hughes de hele feministische pers tegen had na de feiten van 11 februari 1963. Het moet in de negentiger jaren geweest zijn dat  ik meer over en van Sylvia Plath las. Het werd me duidelijk dat ze als moderne Amerikaanse strijd leverde tegen de rollenpatronen die vrouwen in de vijftiger jaren opgedrongen kregen en dan vooral intelligente vrouwen, zoals zij, die daardoor hun genie gefnuikt zagen. Daarom kreeg Hughes, die een affaire begonnen was met Assia Wevill, de feministen van die dagen tegen maar ook andere bewonderaars van Sylvia Plath want als nog niet gescheiden echtgenoot bezorgde hij haar literaire nalatenschap en hield daarbij één en ander uit publicatie, wellicht om de kinderen te beschermen.

Het mag een huzarenstuk genoemd  worden – er verschenen over dit legendarische koppel immers al veel boeken – hoe Connie Palmen Ted Hughes in Jij zegt het laat vertellen over de zeven huwelijksjaren met Sylvia Plath, van hun kennismaking aan de universiteit van Cambridge tot de suïcide op een appartement op Primrose Hill, Londen, in de nabijheid van haar beide kinderen, dochtertje Frieda tweeënhalf jaar en zoontje Nicholas dertien maanden. Connie Palmen geeft blijk van een bijzondere empathie voor Hughes wat haar in staat stelt om zijn passie,  zijn schuldgevoel, zijn verscheurdheid, zijn wroeging, lijden, pijn en  wijsheid voor de lezer zo op te roepen dat het voelt alsof hij je in levende lijve in vertrouwen neemt over zijn leven. Zij schrijft daarmee zijn biografie en schuwt daarbij niet om over zijn aandeel in het verloop van de feiten na te denken. Hij die het autobiografische, het ‘ik’ in zijn poëtisch oeuvre zo schuwde.

“Palmen put gretig uit de poëtische iconografie van Hughes. Jij zegt het is doorspekt met metaforen uit de dierenwereld, die zo lijken weggeplukt uit de gedichten van Hughes. Er is het beeld van de vos als symbool van de vrijheid en het instinct, los van fatsoen. Waar Hughes aanvankelijk nog weigert om een verweesd vossenjong mee naar huis te nemen, zal hij later aan Plath bekennen dat hij “te lang de vos in zijn eigen hoofd had genegeerd” en daarom is vreemdgegaan. Plath wordt geassocieerd met de paniekvogel, die voortdurend op haar schouder zit en haar hart onrustig maakt. Niet toevallig toont de omslag een vogel die maden eet uit de oren van een vosje: de mythe Plath wordt letterlijk in leven gehouden door de mythe Hughes, en omgekeerd.”(1)

Connie Palmen zou zich voor deze roman vooral gebaseerd hebben op de 88 Birthday Letters  en op het 89ste gedicht Last Letter  waarin Hughes een affaire opbiecht, zichzelf de schuld gevend van de onomkeerbare gebeurtenis en pijnlijk diep spijt betuigt. Journalist Melvin Bragg diepte met de hulp van Ted Hughes’ weduwe, Carol Hughes, de brief op in de British Library en publiceerde hem in 2010 in New Statesman. Voor Carol Ann Duffy, de huidige Poet Laureate, heeft het gedicht de kracht van een Shakespeareaanse tragedie : “It seems to me to be the darkest poem that he wrote about the death of Sylvia Plath. There is a kind of deafening agony, blinding agony to this new poem. It seems to touch a deeper, darker place than any poem he’s ever written.” Er werd aan Hughes in 2011 in de Poets’ Corner van Westminster Abbey aan de voet van zijn grote voorbeeld T.S. Eliot een gedenkplaat gewijd.

(1) Ons Erfdeel: De eeuwige bruidegom. Jij zegt het van Connie Palmen

Die Herrlichkeit des Lebens – De heerlijkheid van het leven – Michaël Kumpfmüller****

In De zus van Freud wierp Goce Smilevski een heel nieuwe blik op Sigmund Freud. Het vergt behoorlijk wat research en durf om dergelijke bekende figuren voor een roman te gebruiken. De waarheid geweld aandoen, stoot in dit geval snel op kennerskritiek of op de commentaar dat je wat wil meedrijven op de roem en het succes van je historisch personage. In geen van beide mogelijke valkuilen trapte Smilevski en ook Michaël Kumpfmüller verbaast in dit opzicht met zijn roman over het laatste levensjaar van Franz Kafka, Die Herrlichkeit des Lebens voor uitgeverij Van Gennep vertaald door Hans Driessen, Marion Hardoar als De heerlijkheid van het leven.

Hoewel dit laatste levensjaar voor Franz Kafka (hij overleed in Klosterneuburg-Kierling (Oostenrijk) op 3 juni 1924) objectief gezien helemaal niet zo heerlijk moet geweest zijn – hij leed immers aan laryngale tuberculose – haalt Kumpfmüller zijn inspiratie voor de titel van zijn roman uit één van  Kafka’s dagboeken: ‘Het is heel goed denkbaar dat de heerlijkheid van het leven in al haar rijkdom voor iedereen en altijd klaarligt, maar versluierd, in de diepte, onzichtbaar, heel ver weg. Maar ze ligt daar, niet vijandig, niet onwillig, niet doof. Als je haar met de juiste woorden roept, bij de juiste naam, dan komt ze. Dat is het wezen van de magie, die niet handelt, maar roept.’- Franz Kafka, Tagebücher, 1921

Als een self-fulfilling prophecy voltrekt zich die ‘heerlijkheid’ in Kafka’s laatste levensjaar wanneer hij op vakantie bij zijn zus Elli aan de Oostzee in Müritz, Dora Diamant ontmoet een Oost-Jodin. Kafka is dan al wegens zijn aandoening met pensioen.Tussen beiden ontstaat een liefdesrelatie die langzaam in intensiteit toeneemt en zowel zijn ziekte als de voedselschaarste, als de  hyperinflatie, als de jodenhaat in het Berlijn van 1923, als de ouderlijke betutteling (Kafka was veertig) trotseert. Maar uiteindelijk voert zijn ziekte  hem terug naar Praag en naar drie verschillende sanatoria in Oostenrijk-Hongarije. Dora reist hem na en wijkt geen ogenblik van zijn zijde.

‘Dem Buch gelingt somit ein äußerst seltener Spagat. Es ist hervorragend recherchiert und zugleich sehr einfühlsam geschrieben, so dass der Leser tatsächlich das Paar Kafka/Diamant kennenzulernen glaubt. Sicherlich, Kumpfmüllers Kafka ist eine fiktive Figur, doch das ist der Kafka aus den Tagebüchern und Briefen bisweilen auch. Vielleicht ist es gerade diese Spannung zwischen Realität und Fiktion, die Die Herrlichkeit des Lebens trotz der Allgegenwärtigkeit des Todes so herrlich lebendig wirken lässt; »man muß nicht alles für wahr halten, man muß es nur für notwendig halten«, heißt es schließlich schon im Proceß.’   – Wilko Steffens, Deutsche Kafka-Gesellschaft

Een mooie, terughoudende en gevoelvolle liefdesgeschiedenis die de juiste toon vat en getuigt van authentieke altruïstische zelfopoffering en beheerste bestaansdrift.  

%d bloggers liken dit: