Hommage Emile Verhaeren | Dichter des Vaderlands

Emile Verhaeren werd door koning Albert I als eerste tot Dichter des Vaderlands van ons land benoemd. 100 jaar na zijn overlijden eert bpost deze Franstalige Vlaming met een postzegel, het koninginnenstuk in de nieuwe collectie postzegels van 2016.

timbre_verhaeren1

In een prachtig ontwerp van GAL worden Verhaeren en zijn poëzie letterlijk één. Koen Stassijns – samensteller van de gloednieuwe Verhaerenbloemlezing Veerman – leidt de avond in. Charles Ducal, Dichter des Vaderlands 2014-2015 en Laurence Vielle, de huidige Dichter des Vaderlands, lezen hun favoriete gedichten van Verhaeren. De Franstalige muziekgroep Les Filles de Hirohito brengt poëzie van Verhaeren op muziek

Belgische instituten als het spoor en de post kunnen natuurlijk niet ontbreken in het traject van de Dichter des Vaderlands. De trein laat Charles Ducal aan zijn opvolgster, Laurence Vielle, en voor de post roept hij haar alvast aan zijn zijde. Voor de uitgifte schreven Charles Ducal en Laurence Vielle speciaal een gedicht.

Bron: Dichter des Vaderlands

Poste restante | Dichter des Vaderlands

VIEILLE FERME A LA TOUSSAINT

La ferme aux longs murs blancs, sous les grands arbres jaunes,
Regarde, avec les yeux de ses carreaux éteints,
Tomber très lentement, en ce jour de Toussaint,
Les feuillages fanés des frênes et des aunes.
Elle songe et resonge à ceux qui sont ailleurs,
Et qui, de père en fils, longuement s’éreintèrent,
Du pied bêchant le sol, des mains fouillant la terre,

Émile Verhaeren

uit: Toute la Flandre

Belgische instituten als het spoor en de post kunnen natuurlijk niet ontbreken in het traject van de Dichter des Vaderlands. De trein laat Charles Ducal aan zijn opvolgster, Laurence Vielle, en voor de post roept hij haar alvast aan zijn zijde. bpost stelt deze maand zijn nieuwe collectie postzegels van 2016 voor en het koninginnenstuk daarin is zonder twijfel de zegel gewijd aan Emile Verhaeren (21 mei 1855 – 27 november 1916), de illustere voorganger van onze Dichter des Vaderlands, in een prachtig ontwerp van GAL waarin de man en zijn poëzie letterlijk één worden. Voor de uitgifte schreven Charles Ducal en Laurence Vielle speciaal een gedicht.

Poste restante

Iemand wacht in een vreemde stad
in het postkantoor op een brief,
jaren al, maar de tijd is fictief.
Iemand wacht in een vreemde stad

op iets liefs, in de wetenschap dat
thuis, in een tijdloos nu, iemand
een inktspoor begint dat ginds
al zingt in het wachtende oog.

Zo schrijven zij samen een brief,
die zeker zal komen, vandaag nog,
iedere dag weer opnieuw. Misschien
glijdt hij nu in de bus, pas voltooid,

de postzegel opgedrukt als een kus.

Misschien komt hij nooit.

Charles Ducal


Il y a dans un home
d’une rue de Flandre
les lèvres fanées d’Hélène
103 ans cette année
je ne vais pas la voir
une fois par an
elle dépose un baiser
sur une enveloppe blanche
bonne fête elle me dit
fidèle comme la vie
tous les facteurs de Flandre
connaissent son écriture
claire et précise
plume
tous les postiers du monde
reçoivent son baiser
écume
tissé au timbre et à ses doigts plissés
vieil oiseau aux ailes de papier
traverse mon enfance
ce timbre-ci Hélène
oh comme je le désire
sous mes lèvres à tes doigts
sous tes lèvres à chez moi
pour un baiser encore.

Laurence Vielle

Bron: Poste restante | Dichter des Vaderlands

Oude vrouw | Charles Ducal | Werelddag Dementie

Oude vrouw

Het is stil in de straat. Nooit komt een man
voorbij met een brood in zijn armen.
Aan een hand hangt een bril, hulpeloos,
als een druppel aan een afgesloten kraan.

De vrouw in de rolstoel wordt niet meer warmer.
Een fotoboek is tegen de winterkou bovengehaald
en ligt als een ingeving naast de kachel.
Uit de klok hangt de koekoek stomweg omlaag.

Wat zij gemist heeft tast in haar rond
als een blinde geleid door een dwalende hond.
Het is stil in de straat. Iedere dag wacht dit kind,

al jarenlang, ontheemd, ondervoed.
Het wordt nooit warmer. Nooit komt een man
voorbij met een brood in zijn armen.

Charles Ducal

Bron: Dichter des Vaderlands

De zee | Charles Ducal | Dichter des Vaderlands

De Zee

Een moederlijf in haar hangmat, zo ligt zij
te wiegen. Aan haar voeten jaagt in de winter
een eenzame hond. In herfstregens staan lege zielen
te staren naar de verdwenen horizon.

Maar de lente is niets dan naderende zomer.
Een vleugje meer licht, meer warmte volstaan
om de eerste nog rillende lichamen los te knopen
en te herdopen in het geruis van de moedertaal.

Dan gooit het land zijn wegen en treinen
als uitgeworpen lijnen naar water en zand,
wordt alle vlees leesbaar en onvermijdelijk
naakt in het oog van de zon uitgestald.

De zee is de moeder van alle Belgen, de stem
in hun armen en benen, de vlucht in hun ogen,
de vis in hun vel. Spatten mens, altijd dezelfde,
klein en onnozel, en ik een van hen,

die ’s nachts, achtergebleven, te luisteren
lig, urenlang, hoe zij nader komt
en ’s ochtends ontwaak tussen de schreeuwende
meeuwen, haar zout op de tong.

Charles Ducal

bron: Dichter des Vaderlands

Vluchtelingen | Charles Ducal | Dichter des Vaderlands

Vluchtelingen

De toenemende dodentol aan de buitenmuren van Fort Europa schokt de publieke opinie diep. Dichter des Vaderlands Charles Ducal heeft het in dit drieluik niet over mensensmokkelaars, maar richt de lamp op onze beschaving. Recht op migratie is een fundamenteel mensenrecht. In theorie. Elke verdronkene – horen we het? –is een schreeuw om minder eigenbelang en meer geweten.

Vluchtelingen

1

Wij liepen onze angst tegemoet.
Achter ons naderde iets nog veel groters.
Wij hadden geen moed, hadden gehoord hoe de stad…
maar wilden naar binnen voor de poort werd gesloten.

Wij hadden kinderen begraven,
hadden geleerd hoe een prooi zich redt
en onze schaamte voor een stuk brood afgelegd.
De erfhonden zwegen toen ze ons zagen.

Voor de poort wachtten laarzen en paarden.
Wij stuurden wie zwanger of ziek was vooruit
in de hoop ons op een wet te kunnen verlaten.
Men joeg hen terug, het maakte niets uit.

’s Nachts liepen wij door de riolen
onze angst tegemoet. Wij hadden geen hoop.
Maar achter ons naderde iets nog veel groters.
Wij moesten naar binnen, hoe dan ook.

2

Hoe konden zij dit begrijpen?

Aan land gegaan toen zij huizen zagen
en afleidden dat daar mensen woonden
aan wie men een brood kon vragen,
water, een bed, een bussel stro desnoods,

die wilden luisteren naar hun verhalen
met geduldige oren en een warm oog.

Maar welke god had deze wezens geschapen
die van hun angst de bewijzen vroegen,
hun wanhoop afwezen op grond van artikel zoveel?
Die hun boot weer de storm in joegen?

Hoe konden zij weten dat dit het deel
van de wereld was dat zich zat had gegeten
aan de tafels die zij waren ontvlucht?
Hoe konden zij hopen het brood te zien breken?

De huizen stonden verzadigd,
met volle vuilnisvaten, gestoord in hun rust.
En eisten dankbaarheid voor elke kruimel
van hun beschaving,

zich van geen schuld bewust.

3

Die onder ons zijn en niet bestaan
omdat de stempels ontbreken
zijn niet onder ons hoewel zij bestaan.
Ik heb er één een slaapplaats gegeven,

een man verminkt in eigen ogen:
huidskleur mislukt, glimlach verdacht.
Een man door zichzelf ingevuld
als verwacht: tweedehands, overbodig,

en toch uit op een leven, zomaar,
zonder reden, zonder bewijs te zijn opgejaagd,
gemarteld, bedreigd met de dood.
Alleen een vrouw en drie kinderen.

De vrouw ziek. Very sick.
Daarop had hij gehoopt.

Wij hadden weinig woorden. Genoeg
voor een bord, een bad, een bed voor de nacht.
Woorden die onder ons niet bestonden
omdat er geen plaats meer voor was.

Charles Ducal

via Vluchtelingen | Dichter des Vaderlands.

Bevrijding 1945 | Charles Ducal | Dichter des Vaderlands

Wanneer de wapens zwijgen, is in ontelbare hoofden de oorlog nog lang niet voorbij. Het tiende gedicht van de Dichter des Vaderlands herdenkt het einde van de Tweede Wereldoorlog (8 mei). Het gedicht is geïnspireerd op de eigen familiegeschiedenis tijdens die oorlog.

Bevrijding 1945

-1-

Gelijnd tegen een stalmuur: een vrouw
en tien kinderen. Een pistool wijst aan:
die alle sind ihre, die zwei sind Juden.
S. negen, J. twaalf. Uit hun spel gehaald,

door de loop van de geschiedenis aangeraakt.
Angst denkt vuur, denkt kruitdamp en bloed.
Kent niet de ster, de laatste bagage, de trein
naar het kamp. Is maar een vlek, een warme vlek

op een kinderbroek. Hoort niet de stem
die links en rechts een hoofd in haar rokken trekt
en lacht: Ach nein, Herr, sie sind alle mein.
Ziet enkel de loop die kijkt, een eeuwigheid lang,

en dan zegt: der Krieg ist vorbei.

-2-

Zij kwamen uit de stad, de joodse broers
van mijn vader. S. kwam soms langs,
een sombere man, een kind tegen een muur,
levenslang. Dronk, deed zijn bar mitswa

op veertig, ook dat vergeefs. Riep
’s nachts mijn grootmoeder, angst
als een gat in zijn geest, dat hij liet praten,
drie keer per week bij een psychiater.

Op een verjaardag liep hij naar de trein,
de joodse broer van mijn vader.
Gered van het kamp op een hoeve
in Brabant. Nooit bevrijd.

Charles Ducal

bron: Bevrijding 1945 | Dichter des Vaderlands.

Woord tegen woord 2 | Dichter des Vaderlands | Gedichtendag 2015

WOORD TEGEN WOORD 2

Er rijpt in onze taal een woord dat niet bestaat
in de verbeelding van een scherm
waarop het nieuws uit de hel nestwarmte biedt
en feiten kunnen opgestapeld tot een bolwerk
van geloof. Een woord van ongeloof, een licht
zo fel dat ieder toetsenbord het zich verbiedt.
Het schijnt voorbij de grens van wat zich
dagelijks berichten laat als niets, een dode vlieg,
een kind dat sterft, een luchtbombardement
van doden in vertrouwde huidskleur en getal.
Het rijpt in al wat zwijgt, wat zonder stem
de wereld is. Hoop niet dat het u sparen zal.

[bron: Woord tegen woord 2 | Dichter des Vaderlands.]

%d bloggers liken dit: