Martin Luther King en wij. Een emancipatie zonder einde – Paul Scheffer e.a.

Martin Luther King jr. en wij. Een emancipatie zonder einde. (uitgeverij VU, Amsterdam, 2010) is een essaybundel waarin Paul Scheffers lezing door vier auteurs met name Frans Verhagen (publicist – hoofdredacteur van amerika.nl), Halleh Gorashi (professor VU Amsterdam), James Kennedy (professor UvA) en Ad Verbrugge (professor VU Amsterdam) nu eens bevestigend dan weer kritisch becommentarieerd wordt.

Uit het voorwoord door Bart Voorsluis en  Theo Wierema:

Ongetwijfeld verschilt de situatie van Martin Luther King van de problemen van onze complexe multi-etnische samenleving. […] Toch zijn er overeenkomsten tussen het door King geschetste perspectief en onze omstandigheden. King leert ons dat een samnleving zich kan vernieuwen door zich de vraag voor te houden: ’Wat is het om een burger te zijn?’ Die vraag geldt eerst de eigen ingezetenen. Die zijn zelf onderdeel van de vraag die ze stellen en dat brengt ze in verlegenheid. Ze moeten zich gaan realiseren dat hun verbondenheid en identiteit tot uitdrukking komen in de verdediging van de grondrechten van hun samenleving. Maar het dient niet te blijven bij het bestrijden van discriminatie van minderheden, hoe belangrijk dat op zichzelf ook is. Discriminatie van minderheden bestrijden betekent tevens discriminatie door minderheden tegengaan. Aan al onze medeburgers moet de vraag worden gesteld ‘Wat is het om een burger te zijn?’ of ‘Wat verbindt ons?’ en in dat opzicht mag van hen een antwoord worden verwacht omdat het gaat om een gemeenschappelijke zoektocht naar burgerschap. De vraag vat dus beknopt de  verantwoordelijkheid én de zoektocht samen. De zoektocht is een emancipatie zonder einde, die gezamenlijk wordt ondernomen.

Ik heb deze essaybundel met interesse gelezen en de aanvullingen op Paul Scheffers gedachtegoed erg gewaardeerd evenals de kritiek erop. Ik werd ervan overtuigd  dat een nieuwe droom zich kan aandienen als alle burgers van onze samenleving  de dialoog, het debat, de discussie over migratie en integratie niet opgeven, zich niet langer fixeren op het verschil maar het belang gaan inzien van een positieve retoriek, in staat zijn een veilige tussenruimte te creëren waarin het beste uit spanningen wordt gehaald. Dan creëren we de voedingsbodem voor een gedeelde toekomst. We leven in een gebroken wereld die een grote nood blootlegt aan begenadigde, eigenzinnige zieners. Mensen met een visie die ‘door hun aanstekelijk geloof in de toekomst perspectief kunnen bieden aan groepen die hun hoop verloren hebben’. Het siert elke burger om hierbij ook even stil te staan bij de staat van de democratie vandaag die via de weg van de bevrijding door de Verlichting, de culturele revolutie van de jaren zestig en de subjectivering van het individu terecht gekomen is in de globalisering, de crisis van de politieke vertegenwoordiging die tot depolitisering leidde en van de liberaal-kapitalistische democratie een technocratische ‘plutocratie’ (macht in handen van de rijksten) maakte waarin het kapitaal ontaardde. Een context waarin ‘het revolutionaire verlangen naar iets anders’ groeit. De laatste essayist eindigt dan ook zijn betoog met de bedenking:‘Of de liberale democratie daarbinnen zelf nog een centrale waarde blijft, is de vraag waarop slechts de tijd ons een antwoord kan geven.’

 

Strandkleding onder vuur in het Avondland

Over besmettelijke preutsheid en geniale strandkleding

Weten hoe het voelt om met een bourkini te zwemmen? Een Duitse journaliste probeerde het uit aan de Oostzee. En Tommy Wieringa auteur van o.a. Dit zijn de namen schreef over de bourkiniheisa  de onderstaande column:

Op maandag bezocht ik een vestiging van de fitnessketen Basic Fit in het Sloterparkbad in Amsterdam, waar uitsluitend islamitische vrouwen aan het sporten waren. Ze keken op toen ik binnenkwam. Een receptioniste met een hoofddoek zei vriendelijk dat ik boven moest zijn, dit was de vrouwenafdeling. ,,Ik zie alleen gelovige vrouwen”, merkte ik verbaasd op. ,,Komen er ook andere?”

,,Dit is voor alle vrouwen”, antwoordde de receptioniste met het geduld waarmee je een kind onderwijst.

Boven vertelde een sportinstructeur dat het beneden inderdaad voornamelijk voor islamitische vrouwen was bestemd, maar dat ook niet-religieuze vrouwen er gebruik van maakten, om niet geconfronteerd te worden met de hoge testosteronwaarden van mannelijke sporters.

Ik was een beetje droevig over dit teken van de tijd; de man was opgegeven, zijn gedrag was hopeloos, de vrouwen hadden er de brui aan gegeven en zich teruggetrokken in het eigen domein.

Maar ergens onder de as van de melancholie gloeide ook een vonkje weerzin op over het gescheiden sporten, dat de seksuele segregatie van de moskee weerspiegelde, waar mannen en vrouwen over het algemeen een eigen ingang hebben en gescheiden was- en gebedsruimten. Het religieuze had zich naar de openbare ruimte verplaatst, het was ongemakkelijk en een beetje onaangenaam dat er in het Sloterparkbad een fitnesszaal bestond waar ik omwille van mijn sekse niet binnen mocht.

Later in de week las ik dat de ontwerpster van de boerkini, de Australisch-Libanese Aheda Zanetti, het hooggesloten badpak niet beschouwde als een teken van onderdrukking, maar van bevrijding. De bevrijding bestond eruit dat moslima’s eindelijk naar het strand konden met een boerkini; Zanetti was in haar jeugd buitengesloten van de Australische badcultuur door haar geloof en haar sociale omgeving, die frivole badkleding verboden.

Wat een dubbelzinnig symbool is daarmee de boerkini, die zowel een teken van onderdrukking als van verlossing is. Beide zijn waar, maar het meest waar lijkt mij in dit geval de ondergeschikte positie van de vrouw, die gedwongen is haar toevlucht te nemen tot bizarre badkleding om deel te kunnen nemen aan het openbare leven.

Toen ik me ook nog de Marokkaans-Nederlandse voetballertjes herinnerde die ik vorig jaar na een rugbywedstrijd in Zaandijk in onderbroek onder de douche zag staan, scheen het me toe dat de voornaamste sociaal-culturele bijdrage van de islam aan het Westen een hinderlijk soort preutsheid was.

Preutsheid heeft de neiging zich uit te breiden, besmettelijk te zijn; zo sla ik mijn ogen neer bij vrouwen in chador, weet ik niet of ik een islamitische vrouw een hand mag geven en aarzel ik om naakt onder de douche te gaan staan bij jongens in onderbroek. Lichamelijke en geestelijke preutsheid verheft zichzelf tot norm, en infecteert ook degene die er niks mee te maken heeft.

Zowel de boerkini als het verbieden ervan is uiterst stompzinnig, maar het grotere kwaad in deze is het verbod erop. Een vrouw in boerkini is geen bedreiging, brengt niemand schade toe en belemmert niemand in zijn vrijheid; door het te verbieden gaat vrijheid verloren die men juist zegt te verdedigen.

De oorlog tegen vrouwen – Inge Vrancken

Over een strandfeestje, vrouwen, en bourkini’s

Naar aanleiding van het verbod voor moslima’s op het dragen van de bourkini en het ‘strandfeestje’ van vandaag  laat Inge Vrancken in haar opiniestuk op deredactie.be haar licht schijnen op Sue Lloyd – Roberts en haar boek The War on Women .  De enquête van iVOX voor VTM maakt duidelijk wat de mening van de Vlamingen ter zake is. En Vlaams journalist en publicist Piet de Moor ventileert zijn mening in Burkini’s voor Absurdistan.

Ach, mogen wij vrouwen zelf kiezen wat we dragen?

foto: Amy Clancy

%d bloggers liken dit: