Oma volgt …

Een weekje babysitten bij mijn jongste kleinkind ving aan met (een essentiële!) treinreis met de DB (Deutsche Bahn) via Luik-Guillemins over Köln naar Braunschweig, Hannover en Berlin Ostbahnhof richting Märkisch-Oderland in Brandenburg; een lange tien uren durende reis wegens vertragingen en storingen (in de regio Köln) door de noodweercatastrofe in de Ahrvallei.

De aankomst in het eindstation, waar de kleine schat en haar ouders me opwachtten, deed elke reisbeslommering gauw vergeten.

De eerste dag, een zondag, werd een mooie uitstap naar Buckow (Märkische Schweiz) gepland. De benaming Märkische Schweiz slaat op de relatief heuvelachtige en bosachtige omgeving. Buckow is omgeven door beboste duinen van een stuwwal, die is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd, net als bijvoorbeeld de Veluwe in Nederland. Verder zijn er de meertjes, de Buckower See en de grotere Schermützelsee. Het is ook het enige officiële Kneippkuuroord in Brandenburg. Het geniet van en is geliefd om zijn gematigd landklimaat.

We maakten een wandeling en kwamen voorbij de Ijstijdtuin waar keien, landschapsarchitectuur en informatieborden duidelijk maakten hoe de laatste ijstijd het landschap van de Märkische Schweiz heeft gevormd. We liepen verder door het stadcentrum van Buckow naar het Slotpark met de Kneippkruidentuin en de speeltuin waar de kleindochter naar hartenlust in het zand kon spelen en kon schommelen.

Zicht op het stadscentrum van Buckow (Märkische Schweiz)

Na de middag trokken we naar het Brecht-Weigel-Haus, het zomeroptrekje van toneelauteur Bertolt Brecht en actrice Helene Weigel. Deze voormalige zomerresidentie van het kunstenaarsechtpaar is sinds 1977 een plek die herinnert aan hun leven en werk en waar ook tentoonstellingen en concerten worden gehouden. De ‘Eiserne Villa’, in authentieke regionale stijl, is omringd door een mooie tuin en biedt een prachtig uitzicht op de Schermützelsee. Brecht schreef er gedurende de zomer van 1953 zijn Buckower Elegien waaruit sommige verzen op koperplaten langs het tuinpad te lezen zijn. Het huis is een trekpleister voor literatuurminnaars over de hele wereld.

De eetkamer waar de vrienden werden ontvangen en H. Weigel aan de kop van de tafel werkte
Theaterschuurtje met theaterrequisieten en -kostuums aan de rand van het meer tevens arbeidsplek van B. Brecht
DER BLUMENGARTEN 

Am See, tief zwischen Tann und Silberpappel 
Beschirmt von Mauer und Gesträuch ein Garten
So weise angelegt mit monatlichen Blumen 
Daß er vom März bis zum Oktober blüht.
Hier, in der Früh, nicht allzu häufig, sitz ich
Und wünsche mir, auch ich mög allezeit 
In den verschiedenen Wettern, guten, schlechten 
Dies oder jenes Angenehme zeigen.

Bertolt Brecht
Buckower Elegien

Achtergevel van het Brecht-Hegel-Haus

We sloten de dag af op een terras dichter bij huis, eveneens in een idyllische omgeving aan het water. Een zomerse plensbui verraste ons op weg naar de wagen maar de dag was warm en heerlijk ontspannend geweest en op de achterbank in haar autostoeltje bracht het zoemen van de motor kleindochterlief in een diepe slaap. We konden het ondertussen al heel goed vinden met elkaar. Een mooi vooruitzicht dus voor de komende dagen.

Een handvol sneeuw – Jenny Erpenbeck

Een hele eeuw pijn dwarrelt door deze Duitse roman.

De hoofdpersoon in Aller Tage Abend, vertaald naar het Nederlands door Elly Schippers als Een handvol sneeuw, Van Gennep, 2015 is geboren in 1902 in het Galicische Brody en sterft in 1990 als een zeer gerenommeerde en veelvuldig onderscheiden DDR-schrijfster in een verpleeghuis in Oost-Berlijn. Maar alles had anders kunnen zijn. Dat het verhaal, een andere loop had kunnen nemen, dat alles vaak alleen maar afhangt van toeval, dat je nergens op kunt vertrouwen, deze verschillende mogelijkheden worden door Jenny Erpenbeck radicaal doordacht en uitgespeeld. De vraag naar de rol en kansen van het individu staat in de schijnwerpers en de roman wil geen expliciet antwoord geven.

De roman bestaat uit vijf boeken die op zichzelf staan en volledig zijn afgewerkt, omdat de hoofdpersoon telkens sterft. Desondanks zijn de boeken organisch met elkaar verbonden want de dood is slechts een van de vele mogelijkheden; een onverwachte wending in de geschiedenis – Jenny Erpenbeck noemt deze momenten “intermezzi” – bewerkstelligt de ontsnapping van de heldin uit de dood in het volgende boek waarin ze als ‘nieuw’ de twintigste eeuw tegemoet treedt.

Op basis van haar familielegenden – het gaat allemaal over ervaringswerelden uit het Oost-Europees jodendom, nazi-dictatuur, ballingschap, communistische overtuigingen, stalinistische willekeur en de desillusie van de DDR – bouwt de auteur fictieve, experimentele werelden op. In de intermezzi herkent de met de DDR- literatuur vertrouwde lezer de biografie van de DDR-schrijster Hedda Zinner, de grootmoeder van Jenny Erpenbeck.

Namen verschijnen nauwelijks in deze roman. Op het eerste gezicht zijn de figuren slechts types, maar er ontvouwt zich voor elk geleidelijk aan toch een zeer eigen leven. Dat de dochter binnenkort moeder en grootmoeder kan worden, dat de rollen voortdurend kunnen veranderen binnen de tijd en in een leven, spreekt voor die keuze van naamloosheid. En het lijkt een sarcastische laatste tremolo, als in het laatste hoofdstuk, op de laatste avond van alle dagen, in het rust- en verzorgingstehuis in 1990, de 90-jarige protagoniste plotseling een naam heeft, gewoon “Hoffmann”.

De taal van Jenny Erpenbeck komt overeen met de verfijnde, precies geconstrueerde vorm. Ze kent geen franjes, geen versieringen, geen psychologische uitweidingen, maar zet in op echo, op weerklank. “Komt het op elk woord aan?” – deze zin is leidmotief in sommige centrale delen van het boek. Hij beschrijft de esthetiek van een op elk woord bedachte auteur, maar hij legt ook de concrete gevaren bloot die een verkeerd woord kan hebben in historisch verwarrende situaties. De geschiedenis overspoelt het individu als een Moloch – Jenny Erpenbeck varieert deze historische fantasie, die allesoverheersend werd, vooral in het DDR-drama, op een verbazingwekkend onafhankelijke manier. Het is een doorgedreven literaire studie van de belevenissen die de grondleggers van de DDR hebben gevormd.

Er is een detail dat alle ‘Wendezeiten’ doorloopt: de Goethe-editie van de familie in 20 delen. In de pogrom, wanneer de grootvader wordt vermoord in Brody, is ook de rug van deel 9 van dit nummer beschadigd. Maar als bewijs van een burgerlijk gecultiveerd, een humanistisch alternatief, spookt deze Goethe-editie door alle delen van het boek totdat het, na de dood van de grootmoeder in Auschwitz, landt bij een Weense uitdrager. De nakomeling in het laatste hoofdstuk, na het einde van de DDR, komt de uitgave, zich nergens van bewust, tegen in een nogal vervallen winkel in Wenen en denkt er even over na ze te kopen maar doet het niet. De cirkel sluit niet. Het is een van die blinde vlekken waaraan de geschiedenis zo rijk is – net als dit veelzijdige boek van Jenny Erpenbeck.

Dit boek is geen lichte lectuur wel een diepgravende reflectie op leven, dood en de rol van het toeval, gevat in een eigenzinnige maar briljante structuur en taal. Het werd in 2015 bekroond met de Europese Literatuurprijs.

Widerfahrnis – Wedervaring – Bodo Kirchoff

Alles wat mooi is gebeurt nu eenmaal ooit voor het laatst

Het verhaal: Reither, tot onlangs nog een kleine uitgever in Frankfurt am Main, heeft zich teruggetrokken in een idyllisch dal aan de rand van de Beierse Alpen. Hij ontdekt een boek zonder titel in de plaatselijke bibliotheek met alleen de naam van de auteur Ines Wolken op de omslag. Terwijl hij op een zondagavond, in zijn appartement, bezig is met dit boek wordt er aangebeld. Die avond begint een affaire met een dame uit hetzelfde appartementencomplex die er een leesclub leidt en de ontmoeting mondt uit in een driedaagse roadtrip ins Blaue hinein (blz. 37); eerst midden in de nacht naar de zonsopgang aan de Achensee en uiteindelijk tot in Sicilië. De dame die hem bij de hand neemt is Leonie Palm, voormalige eigenares van een hoedenwinkel in Berlijn. Zij sloot haar winkel omdat de mensen ontdekt hebben dat hun gezicht te leeg is voor een hoed (blz. 24) en hij verkocht zijn uitgeverij omdat er vandaag de dag meer schrijvers zijn dan lezers. Wat hen verbindt is hun belezenheid en de idee niet meer echt voorbereid te zijn op grote liefde. Wanneer na drie dagen samen in de auto langs de Adriatische en de Middellandse zee het geluk doorbreekt, komt er een meisje bij hen, dat geen woord zegt, er alleen is …

Dit verhaal, dat zijn hart nog altijd breekt, om een uitdrukking te gebruiken die hij nooit zou gebruiken, alleen hier bij wijze van uitzondering, waarmee zou hij het hebben laten beginnen? Hoofdstuk 1 blz.5

De aanvang: de twee hoofdpersonen, zestigers, die teleurgesteld zijn in de wereld, cirkelen in gesprek wat rond elkaar, op de deurmat van Reither, omdat hij lijkt te vermoeden dat zijn leven zal veranderen en zijn, weliswaar slechts uiterlijke kalmte, snel voorbij zou kunnen zijn zodra Leonie Palm over de drempel treedt.

Bodo Kirchhoff probeerde tijdens een lezing in de Nationale Bibliotheek in Leipzig uit te leggen dat hij van meet af aan het verloop en de uitkomst van zijn verhalen niet kent, dus dat ze ook een beetje ins Blaue hinein worden aangevangen:

“Ik weet niet waar een boek heengaat. Ik wist het ook helemaal niet met dit boek. […] Al schrijvend ontdekte ik hoe het laatste deel moest zijn. […] Toen het duidelijk werd dat het een novelle zou worden, bewerkte ik de hele tekst dienovereenkomstig. ”

Deze novelle bevat, naast het werkelijk ongebruikelijke en mooie liefdesverhaal tussen Reither en Palm, nog meer verrassingen. Het verhaal wordt enerzijds verteld door een auctoriële verteller die verslag uitbrengt over Reither in de derde persoon, over zijn visie op de gebeurtenissen en zijn gedachten maar Leonie Palm, daarentegen, alleen extern beschrijft. Omdat dit ambivalente, tragische verhaal met zijn metalaag daardoor zo door en door literair is, overtuigt het de lezer ervan dat het de voormalige uitgever, Reither zelf, is die het hele verhaal heeft bedacht op een té rustige avond, die hij alleen met een fles rode wijn en een ongewoon boek doorbracht. De openingszin van het boek en het einde laten zeker ruimte voor deze interpretatie, hoewel of misschien juist daarom Leonie Palm tegen Reither zegt: “Maar u en ik, we zitten niet hier in een boek. Wij staan ​​in uw deuropening.” (blz.13) In de beschrijving van Reithers gedachten onthult Kirchhoff volledig de voormalige uitgever en meteen ook de auteur Reither, die mentaal opmerkingen maakt over zijn eigen gedachten en spontaan uitgesproken zinnen en ze afwijst als ongepast voor een mogelijk boek. Dit is zowel grappig als tragisch, omdat Reither alle gevoelens lijkt te ontkennen, ja, alleen een ​​wereld verkiest zonder enige verbale, emotionele uitbarsting. Het is dan ook geen verrassing om hem alleen te zien verouderen.

Leonie Palm liep voorop, ze werd gevolgd door de twee receptiefeeën – geen onberispelijke beschrijving maar wel een die in de buurt kwam van wat hij voor hen voelde – en hij liep als laatste met de bezem in zijn hand naar buiten, langs een klok met temperatuur- en datumweergave. Hoofsstuk 3 blz. 32

Gevoelens, de vergankelijkheid ervan, het wegsmelten – hij was het altijd uit de weg gegaan en had in plaats daarvan boeken gemaakt die erover vertelden, elk boek door zijn rode potlood zo ingekort, zo verdund dat er niets meer in zat wat zacht of zoet was of kon rotten, alleen nog zinnen die gebeiteld leken, zonder de kleverigheden en de weerhaken van de liefde en al het onzegbare wat ze behelsde. Hoofdstuk 15 blz. 151

En de titel ? Een Wedervaring is een gebeurtenis die een persoon op onverklaarbare wijze overkomt en die zijn leven beslissend verandert. Reither, nadat hij Leonie Palm gevraagd heeft een titel te verzinnen voor het titelloze boek van Ines Wolken en zij spontaan Wedervaring opgeeft:

Waarom juist dat woord? […] Maar wedervaring dat was meer dan zomaar een beproeving – daar zat iets in waardoor je wel moest luisteren, wel moest kijken, de vuistslag die je onverwachts raakt, recht in je hart, maar ook de hand die je gewoonlijk bij de hand neemt – een titel waarmee hij waarschijnlijk wel uit de voeten had gekund. blz. 123

Reither beleeft enkele ongelukkigerwijs verrassende gebeurtenissen en twee van hen veranderen zijn leven. Hij kon niets van dit alles zien aankomen. De woorden van Leonie Palm in het begin van de novelle lijken dan ook profetisch: “Maar als ons niets onverwachts meer overkomt, zijn we dood.” (blz. 18)

Wedervaring, Lebowski, 2017, vertaald naar het Nederlands door Josephine Rijnaarts, genomineerd voor deze vertaling, is een kleinood dat iets van het mysterie van de – soms onmogelijke – tijdloze, universele liefde en menselijkheid in woord en wedervaringen laat oplichten.

Der Fuchs war damals der Jäger – De vos was de jager – Herta Müller*****

Over het alfabet van de angst

9789044523782Herta Müller, de Nobelprijswinnaar literatuur van 2009, schreef in 1992 de roman Der Fuchs war damals schon der Jäger. In 1993  vertaalde Ria van Hengel deze roman voor De Geus als De vos was de jager. De editie die ik las, gekocht in de ramsj in Antwerpen, dateert van 2010. Ik kocht het boek omdat ik Atemschaukel van dezelfde auteur had gelezen en verbijsterd was door het onderwerp dat ze aansneed en door de poëtische kracht van haar stijl. Je leest Müller niet omdat het je vrolijk maakt. Je leest haar werk omdat ze op onnavolgbare wijze het gevoel, de werkelijkheid, de historische feiten van een Roemeens-Duitse minderheid in het Roemenië van Ceauşescu oproept.

HAST DU EIN TASCHENTUCH, fragte die Mutter jeden Morgen am Haustor, bevor ich auf die Straße ging. Ich hatte keines. Und weil ich keines hatte, ging ich noch mal ins Zimmer zurück und nahm mir ein Taschentuch. Ich hatte jeden Morgen keines, weil ich jeden Morgen auf die Frage wartete. Das Taschentuch war der Beweis, daß die Mutter mich am Morgen behütet. In den späteren Stunden und Dingen des Tages war ich auf mich selbst gestellt. Die Frage HAST DU EIN TASCHENTUCH war eine indirekte Zärtlichkeit. Eine direkte wäre peinlich gewesen, so etwas gab es bei den Bauern nicht. Die Liebe hat sich als Frage verkleidet. Nur so ließ sie sich trocken sagen, im Befehlston wie die Handgriffe der Arbeit. Daß die Stimme schroff war, unterstrich sogar die Zärtlichkeit. Jeden Morgen war ich ein Mal ohne Taschentuch am Tor und ein zweites Mal mit einem Taschentuch. Erst dann ging ich auf die Straße, als wäre mit dem Taschentuch auch die Mutter dabei.- Jedes Wort weiß etwas vom Teufelskreis – Nobelvorlesung – Herta Müller

Het voorliggende werk is een herwerking van een filmscript tot roman. Een filmscript dat ze schreef samen met haar tweede man Harry Merkle. Het is opgebouwd uit verschillende hoofdstukjes die elk, een fase, een sequentie als het ware, uit het leven van twee vriendinnen, Adina en Clara, vertellen. Adina is lerares, Clara, ingenieur in een ijzerdraadfabriek. De vriendschap tussen beide vrouwen eindigt als het Adina duidelijk wordt dat Clara verliefd is geworden op een geheime agent, een officier van de Securitate, die de opdracht kreeg Adina in de gaten te houden. In een totalitaire gesloten staat kan zelfs het tederste zich tot verraad ontpoppen. De vossenvacht op de grond in Adina’s kamer, ooit van haar moeder als kerstgeschenk gekregen, wordt het symbool van de dreiging door Securitate achtervolgd en uitgeschakeld te worden.

Enkele passages uit de eerste drie hoofdstukjes:

De weg van de appelworm

Een kleine appel met een lange steel, veel dat nog appel had moeten worden is verhout en de steel in gegroeid. Adina bijt diep in de appel. Spuug uit, een worm, zegt Clara, hij kruipt de appel in, hij vreet er zich eenmaal doorheen en kruipt er weer uit. Dat is zijn weg.

Adina eet, de happen knarsen in haar oor, wat moet hij buiten, zegt ze, hij is toch alleen maar van appelvlees, hij is wit en eet wit vlees en schijt een bruine weg, hij vreet er zich langzaam doorheen en gaat dood in de appel. Dat is zijn weg. Blz. 19

De man in de hand

Voor Adina loopt een man, hij heeft een zaklantaarn in de hand. In de stad is vaak geen stroom, zaklantaarns horen als vingers bij de handen. In stikdonkere straten is de nacht uit één stuk, en een wandelaar is vaak niet meer dan een geluid onder een verlichte schoenpunt. De man houdt de zaklantaarn met het lampje naar achteren. De avond trekt de laatste witte draad door het einde van de straat. In de etalage glinsteren witte soepborden en roestvrije lepels. De zaklantaarn brandt nog niet, de man wacht tot het einde van de straat in de volgende kleine straat valt. Als hij de zaklantaarn aandoet verdwijnt hij. Dan is hij een man in de hand. Blz. 24

De kuif

De krant is ruw maar de kuif van de dictator heeft op het papier een lichte glans. Er zit vet in en hij glimt. Hij is van platgedrukt haar. De kuif is groot, hij verdrijft kleinere lokken naar het achterhoofd van de dictator; Die worden opgeslokt door het papier. Op het ruwe papier staat: De meest geliefde zoon van het volk. […] Het zwart in het oog [van de dictator] kijkt elke dag vanuit de krant het land in. Blz. 26

De heren van de stille straten zijn in de huizen en tuinen nooit te zien. Achter sparren, over stenen trappen bewegen zich dienstbodes; als de voeten van de dienstbodes het gras betreden, tillen ze hun ingewanden naar hun hals opdat het gras niet breekt. Blz.30

Omdat de adem van de angst in het park hangt word je traag in je hoofd en zie je in alles wat anderen zeggen en doen je eigen leven. Je weet nooit of dat wat je denkt een uitgesproken zin wordt of een knoop in je keel. Of alleen maar het op en neer laten gaan van je neusvleugels. Je wordt waakzaam in de adem van de angst. Blz. 43

Als ik in slaap val droom ik dat ik het woonblok uit loop. Er is geen straat. Ik sta in mijn pyjama, blootsvoets, aan het water en ik heb het koud. Ik moet vluchten, ik moet over de Donau naar Joegoslavië vluchten. En ik kan niet zwemmen. Blz 41

Geleidelijk maar erg langzaam wordt in de volgende hoofdstukken de spanning opgebouwd. De intense poëzie gaat hierbij soms onverwacht bruusk over in haar prozaïsch donker tegendeel: Aan het eind van de straat ligt de school, aan het begin van de straat staat een kapotte telefooncel. De balkons zijn van roestige golfplaat en zijn nergens tegen bestand , behalve tegen vermoeide geraniums en wapperend wasgoed aan de lijn. En tegen clematis. Die klimt hoog en hecht zich aan de roest. Hier bloeit geen dahlia. Hier rafelt de clematis zijn eigen zomer uiteen, bedrieglijk en blauw. Waar puin ligt, waar alles roest, breekt en vervalt, bloeit hij het mooist. Aan het begin van de straat kruipt de clematis in de kapotte telefooncel, hij legt zich op de glasscherven zonder zich te snijden. Hij spint de kiesschijf dicht. […] Zolang de clematis groen was lag er in de kapotte telefooncel een man. Blz. 51-52

De klok luidt door de populieren heen, over het schoolplein. Er loopt niemand over het plein, niemand door de gangen. De les begint niet. De kinderen zitten op de vrachtwagen voor de schol onder de populieren. Ze worden naar velden gereden die ver achter de stad liggen, naar de rijpe tomaten. […] De wrattenkettingen [de kinderen] plukken tot bloedens toe, de rode tomaten bedriegen de ogen, de kisten zijn diep en komen nooit vol. Uit de mondhoeken van de kinderen druipt rood sap, om hun hoofden vliegen tomaten, die barsten open en kleuren ook de distelbolletjes. Blz.55-59

En dan is er de man ‘met de rood-blauw gespikkelde stropdas. […] Tussen zijn oor en zijn hemdsboord heeft de man een moedervlek zo groot als een vingernagel. […] hij staat op het kruispunt, het stoplicht is rood. Als het op groen springt zal hij zich haasten, want Clara is de straat over gestoken. [..] zijn schoenen glimmen, zijn kin is glad, in zijn haar loopt een scheiding als een witte draad, Pavel, zegt hij, hij grijpt naar haar hand’. Blz.62

Uit een nauwe straat komt langzaam een vrachtwagen over het plein gereden. De zijkleppen zijn neergelaten, ze zijn met rood vlaggendoek overtrokken, de fluitjes van de agenten zwijgen, aan de mouwen van de chauffeur glanzen witte overhemd manchetten. Op de wagen staat een open doodkist. […] Tussen de rouwenden loopt Pavel. Blz.67-68

Adina wordt op het matje geroepen bij de directeur ‘Zijn wenkbrauwen trekken zich grijs en dun samen, je hent tegen de kinderen gezegd dat ze net zo veel tomaten moesten eten als ze konden, omdat ze ze niet mee naar huis mochten nemen. En uitbuiting van minderjarigen, dat heb je gezegd. ‘ Hij wordt handtastelijk, Adina verzet zich […] ‘ik zal het deze keer niet rapporteren, zegt hij.’ Blz. 75

Het vervolg laat zich raden maar niet op de manier dat het zich afspeelt. Door wat er met de vossenvacht in haar kamer in het woonblok gebeurt op ogenblikken dat ze er niet is, wordt het haar duidelijk dat ze geschaduwd wordt en maakt de angst zich van haar meester. Clara woont in hetzelfde woonblok, de link is snel gelegd. De climax valt aan het einde van de roman als ze samen met Paul, een arts met wie ze een tijdje samen was, naar het zuiden van het land vlucht om onder te duiken bij Pauls vriend, Liviu. Daar vernemen ze via tv de val van Ceauşescu en ze keren terug. De dingen zijn verschoven ‘De dochter van de dienstbode is directrice, de directeur is sportleraar, de sportleraar is vakbondsleider, de natuurkundeleraar is belast met verandering en democratie. De werkster loopt met haar bezem door de gangen en stoft daar waar foto’s hingen de lege muren af.’ Blz.246

Op de bodem van de doos liggen de poten van de vos, daarop de buik, de staart. Bovenop ligt de kop. De doos is van Clara, zegt Adina. We kwamen uit de stad, ze had schoenen gekocht en die meteen aangetrokken. Paul duwt zijn vinger door het midden van het deksel, daar komt de kaars in, zegt hij. Hij doet de doos dicht. Ik had hem willen houden, zegt Adina. Ik zat aan tafel, ik stond bij de kast, ik lag in bed, ik was niet bang meer voor hem. Paul zet de kaars in het gat, en nu de kop, zegt ze, de vos is een jager gebleven. De kaars brandt, Paul houdt de doos op het water. Hij laat hem los.’ Blz 248

Herta Müller slaagt erin om voelbaar te maken wat de terreur van een totalitair regime met de taal en de waarneming doet. Hoe het is wanneer de angst je op de hielen zit, dichter dan je eigen schaduw.

Sprache könne zwar nicht alles über eine Diktatur aussagen, aber, so Herta Müller, durch Sprache könne man seine Würde bewahren.

Alles wordt vertekende of gedepersonaliseerde werkelijkheid: ‘De moedervlek lacht en de telefoon gaat. De snijwond drukt de hoorn tegen zijn wang en zegt: nee, ja, wat, nee maar. Goed. De mond fluistert in het oor van de moedervlek en in het gezicht van de moedervlek staat alleen het felle licht en geen emotie.’ Blz 133  Zelfs de natuur vormt een bedreiging: ‘De deken [waar Adina en Clara op liggen te zonnen] ligt op het dak van het woonblok, rondom het dak staan populieren. Ze zijn hoger dan alle daken van de stad, zijn met groen behangen, ze dragen geen afzonderlijke bladeren, alleen loof. Ze ritselen niet, ze ruisen. Het loof staat loodrecht op de populieren zoals de takken, je ziet het hout niet. En waar niets meer reikt, doorklieven de populieren de hele lucht. De populieren zijn groene messen.’ Blz.8

In 2011 vraagt de Duitse Nobelprijswinnares in een open brief aan Bondskanselier Angela Merkel om in Duitsland een Museum voor Ballingschap op te richten.

In de VPRO-documentaire Alfabet van de angst vertelt Herta Müller over haar werk, gaan ze op zoek naar de bronnen van haar werk, spreken ze met de nog overgebleven bewoners van haar geboortedorp.

Die Herrlichkeit des Lebens – De heerlijkheid van het leven – Michaël Kumpfmüller****

In De zus van Freud wierp Goce Smilevski een heel nieuwe blik op Sigmund Freud. Het vergt behoorlijk wat research en durf om dergelijke bekende figuren voor een roman te gebruiken. De waarheid geweld aandoen, stoot in dit geval snel op kennerskritiek of op de commentaar dat je wat wil meedrijven op de roem en het succes van je historisch personage. In geen van beide mogelijke valkuilen trapte Smilevski en ook Michaël Kumpfmüller verbaast in dit opzicht met zijn roman over het laatste levensjaar van Franz Kafka, Die Herrlichkeit des Lebens voor uitgeverij Van Gennep vertaald door Hans Driessen, Marion Hardoar als De heerlijkheid van het leven.

Hoewel dit laatste levensjaar voor Franz Kafka (hij overleed in Klosterneuburg-Kierling (Oostenrijk) op 3 juni 1924) objectief gezien helemaal niet zo heerlijk moet geweest zijn – hij leed immers aan laryngale tuberculose – haalt Kumpfmüller zijn inspiratie voor de titel van zijn roman uit één van  Kafka’s dagboeken: ‘Het is heel goed denkbaar dat de heerlijkheid van het leven in al haar rijkdom voor iedereen en altijd klaarligt, maar versluierd, in de diepte, onzichtbaar, heel ver weg. Maar ze ligt daar, niet vijandig, niet onwillig, niet doof. Als je haar met de juiste woorden roept, bij de juiste naam, dan komt ze. Dat is het wezen van de magie, die niet handelt, maar roept.’- Franz Kafka, Tagebücher, 1921

Als een self-fulfilling prophecy voltrekt zich die ‘heerlijkheid’ in Kafka’s laatste levensjaar wanneer hij op vakantie bij zijn zus Elli aan de Oostzee in Müritz, Dora Diamant ontmoet een Oost-Jodin. Kafka is dan al wegens zijn aandoening met pensioen.Tussen beiden ontstaat een liefdesrelatie die langzaam in intensiteit toeneemt en zowel zijn ziekte als de voedselschaarste, als de  hyperinflatie, als de jodenhaat in het Berlijn van 1923, als de ouderlijke betutteling (Kafka was veertig) trotseert. Maar uiteindelijk voert zijn ziekte  hem terug naar Praag en naar drie verschillende sanatoria in Oostenrijk-Hongarije. Dora reist hem na en wijkt geen ogenblik van zijn zijde.

‘Dem Buch gelingt somit ein äußerst seltener Spagat. Es ist hervorragend recherchiert und zugleich sehr einfühlsam geschrieben, so dass der Leser tatsächlich das Paar Kafka/Diamant kennenzulernen glaubt. Sicherlich, Kumpfmüllers Kafka ist eine fiktive Figur, doch das ist der Kafka aus den Tagebüchern und Briefen bisweilen auch. Vielleicht ist es gerade diese Spannung zwischen Realität und Fiktion, die Die Herrlichkeit des Lebens trotz der Allgegenwärtigkeit des Todes so herrlich lebendig wirken lässt; »man muß nicht alles für wahr halten, man muß es nur für notwendig halten«, heißt es schließlich schon im Proceß.’   – Wilko Steffens, Deutsche Kafka-Gesellschaft

Een mooie, terughoudende en gevoelvolle liefdesgeschiedenis die de juiste toon vat en getuigt van authentieke altruïstische zelfopoffering en beheerste bestaansdrift.  

Geschichte vom alten Kind – Het verhaal van het oude kind – Jenny Erpenbeck****

oudekindJenny Erpenbeck (°1967, Berlijn) winnaar van de Europese literatuurprijs 2015 met haar roman  ‘Een handvol sneeuw’ debuteerde in Duitsland in 1999 met Geschichte vom alten Kind dat door Elly Schippers vertaald werd voor Van Gennep als Het verhaal van het oude kind (2003). Haar recente roman ‘Gehen, ging, gegangen’,  over het vluchtelingenprobleem, werd genomineerd voor de shortlist van de Duitse Boekenprijs 2015. Uit de lokale bibliotheek nam ik haar debuutverhaal mee.

Een fascinerend en intelligent ontwikkelingsverhaal dat de lezer op grote afstand houdt en mysterieus, verrassend eindigt. 

In Duitse recensies las ik over dit werk:

Die Geschichte basiert auf einer wahren Begebenheit, die Jenny Erpenbecks Großmutter, die DDR-Schriftstellerin Hedda Zinner, Anfang der 80er Jahre erlebte. Ein Mädchen, das mit Hedda Zinner in Briefkontakt stand, entpuppte sich erwachsene Frau, die sich unter falschem Namen als 14jährige in ein Kinderheim hatte einweisen lassen. Um ermessen zu können, wie eine solche Zurückversetzung in die Lebenswelt einer Jugendlichen praktisch zu bewerkstelligen ist, ließ sich die 1967 geborene Jenny Erpenbeck selbst als 27 jährige, ohne daß ihre Mitschüler das Schauspiel durchschauten, in die elfte Klasse eines Berliner Gymnasiums einschulen.

Eine gesellschaftliche Situation, in der, bei gleichzeitiger Infantilisierung der Kultur, die reale Kindheit und Jugend immer mehr zu verschwinden drohen, verleiht Jenny Erpenbecks Geschichte vom alten Kind eine Aktualität, die weit über ihre spektakuläre Authentizität hinausgeht. Die Geschichte läßt sich zugleich als mutige Antwort auf eine spezielle, »ostalgische« Seelenlage lesen: fasziniert von der Tragik des Falles sympathisiert sie einerseits mit dem Wunsch, die Zeit anzuhalten, andererseits entmystifiziert sie die trügerische Sehnsucht nach Aufgehobensein im Kollektiv. – lyrikwelt.de

Wie auch immer. Man kann “Die Geschichte vom alten Kind” als literarischen Nullpunkt verstehen, den sich Erpenbeck freigeräumt hat, um sich fulminant aus dem Schatten der Schriftstellerdynastie herauszuschreiben, der sie entstammt. Oder als den Punkt, auf dem 1999 inmitten einer überhitzten Debütantenszene eine Debütantin steht und sich trotzig, wie das alte Kind, abwendet von dem Leben, das die anderen so gierig in ihre Texte saugen – hin zu Brecht und Kafka, zum Beginn einer jungen Literaturliteratur. Man kann vieles mit diesem schmalen Buch machen. Nur so leicht wieder vergessen kann man es nicht. – FAZ.net

Wie meer wil weten over de inhoud, het thema leeftijd en leeftijd als enscenering, de worsteling van het meisje met haar lichaam, het belangrijkste concept van het verhaal en  parallellen met literatuur over leeftijdsgestaltes leze Johanna Schroms ‘Analyse von Jenny Erpenbecks roman  Geschichte vom alten Kind’

Günter Grass (1927 – 2015)

 

“Mit Günter Grass verlieren wir einen deutschen Schriftsteller von Weltgeltung. Mit seiner “Danziger Trilogie” hat er der Nachkriegsgesellschaft einen Spiegel vorgehalten und der deutschen Nachkriegsliteratur zugleich zu internationaler Bedeutung verholfen. […] Er selbst bleibt als ein streitlustiger und auch streitbarer Geist in Erinnerung, der kein Blatt vor den Mund nahm, sich politisch einmischte und Farbe bekannte, auch Unbequemes aussprach – kritisch und selbstkritisch zugleich. Ein Nobelpreisträger, der seine Rolle als Literat immer auch als moralische Verpflichtung verstand.

Volker Herres, Programmdirektor Erstes Deutsches Fernsehen

Günter  Grass (87) , Nobelprijswinnaar Literatuur 1999, is niet meer. Hij overleed vandaag in de stad Lübeck.  Oost-Europa-kenner Frank Schlömer las, bestudeerde en ontmoette Günter Grass. Vandaag neemt hij in De Morgen afscheid van de schrijver die hij enerzijds bewonderde maar waaraan hij zich ook kon ergeren. Dat is vandaag niet anders. Meulenhoff is in het Nederlandse taalgebied al meer dan vijftig jaar de uitgever van Grass’ werk en noemt hem een ‘bijzondere en briljante’ auteur. Voor The Sausage Machine is hij de Schrijver met de G’s van geëngageerd.

Wat het ‘briljante’ van Günter Grass betreft, Ist das Publikum von den Intellektuellen nach Jahrzehnten, in denen moralisierende Großdenker wie Günter Grass sehr präsent waren, genervt von diesem Typus?’, vroeg Frank Grossarth in de Frankfurter Allgemeine  zich in februari van dit jaar af in een artikel over de aanwezigheid van intellektuelen als Günter Grass in tv-debatten en programma’s. De Duitse openbare omroep betoont deze Duitse auteur van wereldformaat vandaag alle eer. Zowel ARD als ZDF wijzigen hun programmatie. ARD zendt o.a. de film Die Blechtrommel van Volker Schlöndorff, 1979 (de 20 minuten langere director’s cut uit 2010) uit naar de gelijknamige zeer bekende roman van Grass. ZDF wijdt in Kulturzeit (36′ 39′) een uitvoerige bijdrage aan leven, werk en perceptie van Günter Grass.

Salman Rushdie: “Trommle für ihn, Oskar.”

%d bloggers liken dit: