Saša Stanišić onderzoekt zijn wortels in ‘Herkomst’- Saša Stanišić over ‘Herkunft’

Saša Stanišić (1978) vluchtte op zijn veertiende met zijn ouders naar Duitsland. Hij debuteerde in 2006 en schrijft verhalen, essays en romans. Met zijn vierde roman, ‘Herkunft’, won hij in 2019 de Deutsche Buchpreis. Afgelopen najaar bracht uitgeverij Ambo|Anthos ‘Herkomst’ uit, de Nederlandse vertaling van die roman, door Annemarie Vlaming. Karolien Berkvens – zelf ook auteur – stelde Stanišić per mail enkele vragen.

© Luchterhand/Ambo|Anthos
De Duitse cover van Herkunft en de Nederlandse cover van Herkomst.

Het is maart 2008. De schrijver Saša Stanišić moet voor de aanvraag van het Duitse staatsburgerschap zijn levensloop beschrijven. Riesenstress! Hij neemt pen en papier en noteert eerst maar eens zijn geboortedatum: 7 maart 1978. Het regende die dag in zijn geboorteplaats Višegrad. En verder? Hij maakt een tabel, dat kunnen ze bij de vreemdelingendienst vast waarderen, en vult gegevens in over zijn schooltijd in Joegoslavië en zijn studie Slavistiek in Heidelberg. Maar nee, een leven als een geordend lijstje, dat komt hem onbetrouwbaar voor. Telkens begint de schrijver opnieuw, maar met ieder antwoord ontstaan nieuwe vragen.
 
Het is oktober 2019. Bij de opening van de Frankfurter Buchmesse ontvangt Saša Stanišić de prestigieuze Deutscher Buchpreis voor zijn roman ‘Herkunft’. De jury looft de grote fantasie en onconventionele aanpak van de schrijver. Met ‘Herkunft’ geeft Stanišić op geheel eigen wijze een antwoord op de vraag, die hem sinds zijn vlucht naar Duitsland (1992) zo vaak is gesteld: waar kom je vandaan?
 
Herkomst, schrijft Stanišić in dit boek, is vaak slechts een constructie, een soort kostuum dat je voor eeuwig moet dragen. Daarom leiden beschrijvingen regelmatig tot gemeenplaatsen, tot Zugehörigkeitskitsch. En dat past noch bij zijn levensverhaal noch bij zijn schrijverschap.
‘Literatuur is voor mij alles, behalve eenduidigheid. Ook het onbegrijpelijke, begrijp ik beter, of laat ik eerder toe, wanneer ik het uit verschillende perspectieven kan bekijken of het verschillende stemmen verleen.’
 
In Herkunft verzamelt Stanišić niet alleen zijn eigen herinneringen aan zijn jeugd in Joegoslavië en zijn puberteit in een Duitse nieuwbouwwijk, maar ook die van zijn ouders – zijn moeder komt uit een familie van seculiere moslims, zijn vader is een Bosnische Serviër – en grootouders.

Sinds de Joegoslavische oorlogen leven de leden van zijn familie verspreid over de wereld, op grootmoeder Kristina na. Zij is altijd in Višegrad (Bosnië en Herzegovina) gebleven. Toen bij haar dementie vastgesteld werd, begreep Stanišić dat de tijd begon te dringen. ‘Terwijl zij meer en meer vergat, probeerde ik zoveel mogelijk over haar leven te weten te komen. Niet alles is voor mij begrijpelijk geworden, maar dat is niet erg. Het was ook een manier om dicht bij haar te zijn in haar laatste jaren.’

‘Herkomst is vaak slechts een constructie, een soort kostuum dat je voor eeuwig moet dragen.’

Zoals er in Kristina’s geheugen gaten ontstaan, zo laat ook Stanišić een zekere speelruimte in zijn boek toe. ‘De onbetrouwbaarheid van onze herinneringen en het verstrijken van de tijd zijn belangrijke thema’s in mijn teksten. Het verleden grijpt in het heden, dat op zichzelf bestaat uit een mozaïek aan verschillende gebeurtenissen die tegelijkertijd plaatsvinden. Zoiets laat zich niet in een lineaire vertelling vatten en daarom dwaal ik bewust af, speel ik met verschillende tijden, onderbreek en weerspreek ik mezelf. Literatuur is voor mij steeds een spel met verschillende variabelen, die ik, door middel van een hopelijk goed verhaal, met elkaar probeer te verbinden’, aldus Stanišić.

Het boek is niet alleen meermaals bekroond, het heeft ook ontzettend veel reacties losgemaakt. ‘Ik vind het heel mooi wanneer mensen die niets met Joegoslavië te maken hebben of die zelf geen oorlogs- of vluchtervaringen hebben, me vertellen dat ze die dingen door mijn boek beter begrijpen.’
 
Want voor Stanišić gaat dit verhaal niet alleen over het verleden. Het restrictieve Europese vluchtelingenbeleid vormde een belangrijke drijfveer tijdens het schrijven. ‘Ik schrijf over identiteit, grenzen en uitsluiting, onderwerpen waar vluchtelingen vandaag de dag ook mee te maken hebben en die een grote rol spelen in het huidige debat. Delen van deze roman zijn mijn persoonlijke, verhalende bijdragen daaraan.’
 
Uit eigen ervaring weet hij dat een behulpzame docent of een toeschietelijke beambte een wereld van verschil kan maken. Maar levensbepalende besluiten zouden niet van toevallige welwillendheid af mogen hangen, vindt Stanišić. ‘Mensenrechten moeten serieus genomen worden en zo snel mogelijk worden omgezet. Alles om dat te doen, is voorhanden.’
 
Zelf kreeg Saša Stanišić overigens in 2013 het Duitse staatsburgerschap.  1

1 . Duitslandinstituut.nl

___________________________________________

Een paar lovende recensies:

Praten over het conflict in ex-Joegoslavië is nog altijd aartsmoeilijk. Stanišić vertaalt dit heikele onderwerp in een persoonlijk verhaal dat tegelijk ontroert en aan het lachen brengt, en daarbovenop veel inzichten biedt. – Karen Billiet in De Standaard 21/11/2020

De blik van Stanišić is poëtisch, met gevoel voor het mythische en het melancholische. Zijn werk doet denken aan dat van andere Slavische rasvertellers van nu, zoals de Poolse Olga Tokarczuk en de Tsjech Jáchym Topol. ‘Een poëet en revolutionair’, noemde het maandblad Rolling Stone hem. Ook in Herkomst, het semi-autobiografische relaas van een ontheemde jongen, is Stanišić lekker op dreef. Dit ‘semi’ vanwege de fantasierijke herinneringen die hij laat doorsijpelen, maar tegelijk confronteert met de werkelijkheid die hij soms liever niet wilde zien. – Annemieke Hendriks in Trouw 31/10/2020

Een ontwikkelingsroman die laat voelen en doet inzien wat het betekent om je land te moeten ontvluchten wegens niets ontziende oorlogsterreur. Dat Stanišić dit moeilijke thema en deze moeilijke herinneringen tegelijk met zoveel lichtheid heeft weten te beschrijven is werkelijk buitengewoon. Dit boek is een absolute ‘must read’ in tijden waarin het oorlogsgeweld en de vluchtelingenproblematiek in Europa en bij uitbreiding op veel andere plekken in deze wereld nog steeds ‘hot issues’ zijn.- BK 16/7/2022

Hoop: met heel uw kracht, hart en ziel …

foto: frie peeters

Tijdens een paasbezoek bij één van de kinderen in Duitsland maakten we op paasmaandag een wandeling in de buurt. Kinderen hadden er langs het wandelpad vredesboodschappen aangebracht. De bovenstaande boodschap vond ik de meest sprekende: deze vredesduif vliegt met al haar kracht, hart en ziel in de kleuren van de vredesvlag iedereen op het wandelpad tegemoet, de aandacht vestigend op de hoop en het verlangen te mogen opgroeien in een wereld zonder geweld. ❤

Een geweldig politiek correct taalexperiment! — Neerlandistiek

bron: wikimedia

Gejammer over politieke correctheid dringt nu ook door tot de taalkundige literatuur, althans tot de ‘grijze literatuur’, de door professionele taalkundige geschreven maar niet officieel gepubliceerde teksten op internet.

Een geweldig politiek correct taalexperiment! — Neerlandistiek

Lege harten – Juli Zeh

Bestaat er nog hoop in Donker Duitsland?

In de thriller Leere Herzen (Lege harten, Ambo/Anthos, A’dam, 2017) tekent Juli Zeh een dystopisch Duitsland dat door Rechts wordt geregeerd. Het leest als een reactie op Houellebecq’s Soumission.

Is er nog hoop in Donker Duitsland?

Neo-links, separatisten, rechts-radicalen. Waarom zijn nationalisme en extremisme in opkomst? De nieuwe roman van Juli Zeh geeft ons duidelijke antwoorden: het zijn niet de kiezers van populistische partijen die verantwoordelijk zijn voor de toenemende radicalisering die binnen de EU-landen te zien is. De Democraten zijn schuldig. De schuld ligt bij degenen die ontsnappen aan hun woede door te ontsnappen in onverschilligheid. Het is de schuld van de onprincipiële burgers die, als ze moesten kiezen tussen hun wasmachine en hun stemrecht, hun wasmachine zouden kiezen.

Mensen als Britta zijn de schuldige. De nihilistische hoofdpersoon uit Leere Herzen heeft ervoor gekozen om mee te bewegen met de tijd in plaats van zich tevergeefs vast te klampen aan traditionele idealen. We schrijven het jaar 2025. Merkel heeft al lang ontslag genomen en de zogenaamde “Bezorgde Burgerbeweging” is nu aan de macht. Ze neemt vrolijk het ene efficiëntiepakket na het andere aan: het Europese federalisme staat op het punt te worden afgeschaft, de Verenigde Naties worden ontbonden en de bevoegdheden van de politie, de inlichtingendienst en de nationale overheid worden voortdurend uitgebreid. Uit de de radio klinkt: “Full Hands Empty Hearts / It’s a Suicide World Baby.” Democratisch Duitsland, zoals wij het kennen, behoort tot het verleden in Zeh’s dystopie.

Het is een Suicide World Baby

Binnen dit gefragmenteerde Europa ziet Britta maar één mogelijkheid: de “collectieve reis naar de ondergang” voortzetten. Samen met haar vriend Babak richtte ze het bedrijf Die Brücke op. Met behulp van een algoritme zijn de twee op zoek naar suïcidale mensen die geschikt zijn voor Britta’s zelfontwikkelde, twaalftraps therapieprogramma. Degenen die nog steeds zelfmoord willen plegen na psycho-testen, ziekenhuisopname en waterboarding worden overgedragen van Die Brücke naar een terroristische organisatie en krijgen zo de kans om de wereld te verlaten als een nuttige zelfmoordterrorist. Het maakt niet uit wat het doel is van de betreffende organisatie waarnaar Britta een kandidaat overbrengt. De Islamitische Staat is evenzeer een klant als Green Power, een milieuorganisatie die stelt dat “zonder menselijkheid, de planeet veel beter af zou zijn”.

Het acuut slechte geweten

Dan vindt een moordpoging plaats op de luchthaven van Leipzig, uitgevoerd op zo’n domme manier als het nooit zou gebeuren met Die Brücke. Geen van Britta’s klanten wil aan de touwtjes trekken. Een man met snor, genaamd Guido Hatz – een griezelige figuur die misschien is voortgekomen uit een verhaal van E.T.A. Hoffmann – komt het leven van de hoofdpersoon binnen. Hatz, een multimiljonair geogenezer, een soort natuurgenezer die hoopt”mens en aarde te verzoenen” met zijn werk, wil investeren in de start-up van Britta’s man. Maar waarom verschijnt Hatz midden in de nacht bij Britta’s huis? Schaduwt hij haar? De onderneemster staat op het punt te geloven dat ze gek wordt, en de mysterieuze amateurdokter brengt een bezoek aan de praktijk: “Geef jezelf een pauze. Alles komt wel goed”, bedreigt hij haar. Waarom hij zo geïnteresseerd is in een time-out van Die Brucke laat hij in het ongewisse.

Is Hatz gewoon een esoterische gek? Of kan het echt zijn dat hij investeert in een concurrennd bedrijf dat Die Brücke uit de markt wil duwen? Heeft Hatz wel iets te maken met de dilettante aanval op de luchthaven van Leipzig? Meer en meer, lijdt Britta “aan het gevoel deel uit te maken van een puzzel die partout niet zinvol wil zijn”. De misselijkheid waar ze al enige tijd last van heeft, wordt Britta’s constante metgezel.   

Regenboogkleurige constructie, onopvallende taal

Opnieuw is Zeh erin geslaagd haar slimme gedachten over de tegenstellingen in onze samenleving op zo’n literaire manier samen te brengen dat er een spannende roman uit ontstaan is. Leere Herzen is het Duitse equivalent van Michel Houellebecq’s dystopische werk Soumission.  In Zeh’s versie, waren het echter niet de islamisten maar de nationalisten die de slag om de macht wonnen. Zo experimenteel als Zeh’s romanconstructie is, zo laf is de taal en het verhaal van het werk. Zeh is in Leere Herzen nog zuiniger met retorische middelen dan in haar gevierde dorpsroman Unterleuten (o.a. bewerkt tot 3-delige tv-reeks voor ZDF, BK). Daarnaast heeft de roman een snel verteltempo en veel dialogen. Soms vraagt men zich af waarom de auteur haar idee niet direct als drama of scenario heeft geïmplementeerd.

Natuurlijk heeft Zeh bewust gekozen voor taalkundige eenvoud en filmische verhalen, omdat ze passen in het genre van de roman. Dit onderscheidt haar: ze is de kameleon van de Hedendaagse Duitse literatuur, omdat ze haar stijl telkens aanpast aan het verhaal en deze daardoor erg varieert. Dat verandert echter niets aan het feit dat Leere Herzen er daardoor stilistisch ongeïnspireerd uit komt.  

Een pamflet vermomd als een conventionele thriller

Juli Zeh heeft deze roman een zeer speciale opdracht meegegeven: “Daar. Dat is hoe je bent,” staat vet en gecentreerd op een van de eerste pagina’s. Leere Herzen is een pamflet gericht tegen ons allemaal, vermomd als een conventionele thriller. Maar er is nog hoop. Tegen het einde van de roman, wanneer alles verloren lijkt, realiseert Britta zich dat ze nooit helemaal haar principes en overtuigingen heeft verloren. “Binnen gaat een luik open, waarachter een grote donkere kamer schuilt, waar ze lange tijd niet in is geweest. Ze stelt zich een bord-je voor naast het luik: ‘Principekamp – toegang alleen voor rechthebbenden!’ Ze heeft zichzelf er altijd van overtuigd dat deze ruimte helemaal leeg was, dus was er geen reden om af en toe eens door de bestanden te bladeren.”

Britta’s misselijkheid blijkt een uiting te zijn van haar onderdrukte slechte geweten. Aan het einde van deze dystopie knippert Juli Zeh voor ons lezers toch nog een schemerlichtje van hoop aan: Onze harten zijn helemaal niet leeg – we zijn alleen gestopt met luisteren naar onszelf. Net als Britta, kunnen we terugkeren naar onze persoonlijke kampen van principes en eindelijk beginnen op te komen voor onze overtuigingen.  Dus wat zal het zijn – stemrecht of wasmachine?

Met dank aan ‘Die Zeit’

Joodse cultuur: wij levende Joden | DIE ZEIT

Duitse derde generatie Joden over identiteit en verwerking

Das Judendenkmal (Berlin) – foto : frie peeters

Terwijl ik nog steeds volop in Knausgårds essayistische beschouwingen zit over de gruwel van de Holocaust die het nationaal-socialisme als een doodgewone, stille, onopvallende en door onschuldige volksmensen nagebauwde en geaccepteerde  ‘zuivering’ wist uit te voeren; over de taal die spraak werd die niets anders dan bezweren kon; over het ‘wij’ dat geen ‘jij’ meer kende en slogans bezigde als ‘Jij bent niets, jouw volk is alles’ aldus appellerend aan een uitzinnige offerbereidheid; over hoe dat alles langzaam groeide en uit controle raakte. Terwijl ik dus al lezend in Vrouw  volop in de reflectie over die periode uit de geschiedenis zit, vind ik vandaag deze artikelenreeks in DIE ZEIT. Ik deel ze graag want ze zijn teken van grote weerbaarheid en van dialoog.

Deutschland vermisst jüdische Kultur? Hier sind wir und so denken wir. Ein Gruppenporträt der Dritten Generation, der Enkel von Holocaustüberlebenden in Berlin – DIE ZEIT

In deze reeks hebben de kleinkinderen van de Holocaust het over wat het betekent om vandaag Jood of Joodse te zijn in Duitsland. Het zijn stuk voor stuk zelfbewuste jongeren die geleerd hebben met een dubbele identiteit/nationaliteit te leven en met een moeilijk verleden. Ze kanaliseren hun woede en frustratie in hun kunst. Het zijn wereldburgers. De rekensom van verleden en heden is voor hen de toekomst. Ze zijn niet zo burgerlijk, saai of schijnheilig als Maxim Biller beweert en weerleggen zijn aantijging. De artikels zijn een reactie op wat schrijver en literatuurcritcus bij Das Literarische Quartett (ZDF) Maxim Biller (° 1960) in Jüdischen Allgemeine,  in een interview over zijn recente roman Biografie, over deze jongeren  zei:

Wissen Sie, warum ich Ihrer Zeitung so gern ein Interview gebe? Weil ich hier – und nur hier – wirkungsvoll die Frage stellen kann: Wo sind die anderen jüdischen Leute in Deutschland, die wie ich versuchen, den nächsten großen Roman zu schreiben? Müssen die alle wirklich Ärzte, Anwälte oder Springer-Journalisten sein? Kann da nicht einer dabei sein, der eine geniale Sinfonie komponiert, ein verrückt teures Bild malt oder ein Buch schreibt, über das sich Juden und Nichtjuden gleichzeitig aufregen? Müssen die Kinder und Enkel der seit 1945 in Deutschland lebenden Juden wirklich alle so bürgerlich, langweilig und scheinheilig sein? Müssen die wirklich jeden Freitagabend bei ihren Eltern sitzen und so tun, als hätten sie noch nie in ihrem Leben einen Joint geraucht?

In gedachten was ik ook weer bij Watou 2016 waar in de laatste, de elfde locatie in de Kerk de installatie van Moniek Toebosch (NL), Les Douleurs Contemporaines V , 1998 stond. Een onregelmatige rij van grijs-zwarte geluidsboxen van verschillende hoogte waarin gejammer, gehuil, gesnotter, geschreeuw van vrouwen en kinderen wordt geactiveerd wanneer je er voorbijgaat. Ik maakte onmiddellijk de associatie met bovenstaande beklijvende Berlijnervaring.

%d bloggers liken dit: